|  |
 |
 |
|
|
|
 Slokdarmkanker voorkomen door tijdige behandeling van Barrett slokdarm
Nieuws van: Erasmus MC Rotterdam
Nieuwe behandeltechnieken zijn noodzakelijk om slokdarmkanker te voorkomen. Dit stelt mevrouw M. Hage in haar proefschrift "Endoscopie Ablation Therapy for Barrett's Oesophagus-a clinicopathologie study on efficacy" waarop zij deze week promoveerde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. In het proefschrift vergelijkt zij de effectiviteit van twee behandelmethoden.
De Barrett-slokdarm is een aandoening waarbij het normale slijmvlies van de slokdarm verandert in een type slijmvlies dat meer lijkt op dat van de maag en darm. Deze verandering van slijmvlies wordt gezien bij ca. 10-15% van de patiënten met ernstig en langdurig zuurbranden (die daarvoor een specialist bezoeken). Het komt met name voor bij blanke mannen van middelbare leeftijd. Na verloop van tijd kan dit afwijkende slijmvlies leiden tot slokdarmkanker, het zogenaamde adenocarcinoom. Dit gebeurt veelal via laag- en hooggradige dysplasie; voorstadia van kanker.
Ten opzichte van de normale bevolking hebben patiënten met een Barrett- slokdarm een 30-50 maal verhoogd risico op het ontwikkelen van het adenocarcinoom van de slokdarm. In de laatste 30 jaar is er een sterke toename van het aantal gevallen van deze vorm van kanker in West-Europa en de Verenigde Staten. In Nederland worden er jaarlijks ongeveer 800 nieuwe gevallen gediagnosticeerd.
Hage beschrijft en vergelijkt de effectiviteit van twee technieken die het aangedane slijmvlies verwijderen en vervangen door normaal slijmvlies. Dit zijn de Argon Plasma Coagulatie (APC) en de fotodynamische therapie (PDT). De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn dat zowel APC als PDT leiden tot een sterke reductie van het Barrett slijmvlies. Beide technieken zijn echter niet in staat de Barrett-slokdarm geheel te verwijderen. Eilandjes van Barrett slijmvlies blijven aanwezig, deels verborgen onder nieuwgevormd normaal slokdarmslijmvlies (vooral bij de APC behandeling). Het risico op kwaadaardige ontaarding is dan ook niet geheel weggenomen.
Een ander belangrijke bevinding is dat celbiologische en genetische afwijkingen (die verband houden met kanker) nadat het slijmvlies verwijderd was nog steeds aanwezig waren in het (deels onzichtbare) resterende Barrett slijmvlies. Hage concludeert dat er betere technieken nodig zijn om het gehele afwijkende slokdarmslijmvlies te verwijderen om het verhoogde risico op kanker te verminderen. www.erasmusmc.nl - 1 Dec 2005
|
|
|
|