|  |
 |
 |
|
|
|
 WHO en Unicef voerden misleidend malariabeleid
Nieuws van: Academisch Medisch Centrum Amsterdam (AMC)
In Myanmar (Birma) hebben de World Health Organization (WHO) en Unicef jarenlang willens en wetens ondeugdelijke malariamedicijnen aangeprezen. In plaats van een combinatiebehandeling met het effectieve artemisinine verstrekten beide hulporganisaties chloroquine en sulfadoxine-pyrimethamine (SP).
En dat terwijl al eind jaren zeventig duidelijk was dat de malariaparasiet in de regio in rap tempo resistent aan het worden was tegen deze middelen. Dit stelt Frank Smithuis, arts en coördinator van Artsen zonder Grenzen in Myanmar, in het AMC Magazine dat vandaag verschijnt. Smithuis hoopt 12 oktober te promoveren op zijn proefschrift over malariabestrijding.
Chloroquine en SP werken niet tegen malaria, althans niet in Zuidoost Azië. Al dertig jaar geleden was bekend dat de parasiet die de ziekte veroorzaakt, resistent begon te worden tegen deze middelen. Desondanks gingen de WHO en Unicef gewoon door met de verstrekking.
Zelfs nadat Artsen zonder Grenzen in 1996 nogmaals de aandacht vestigde op wetenschappelijk onderzoek in Myanmar dat overduidelijk maakte dat de medicijnen niet werkten. Bij malariapatiëntjes onder de vijf jaar had chloroquine bijvoorbeeld een faalkans van maar liefst 96 procent. Dergelijke resultaten werden echter genegeerd. Sterker nog: in plaats daarvan promootte de WHO een rammelende effectiviteitstest die de werkzaamheid van de gebruikte middelen moest onderbouwen.
Wat bracht beide hulporganisaties tot een beleid dat vele onnodige sterfgevallen moet hebben opgeleverd? De promotoren van Smithuis wijten het vooral aan politieke factoren. Tropisch geneeskundige prof. Nick White (Oxford University Groot-Brittannië, Universiteit van Mahidol Thailand), tegenwoordig ook voorzitter van de werkgroep die de WHO adviseert over malariabestrijding, spreekt in dat verband van slappe knieën.
'Mijn indruk is dat ze zich sterk door hun donorlanden lieten beïnvloeden. Niet zozeer door de arme, ontvangende regio's. Het waren vooral de Amerikaanse overheidsorganisaties voor ontwikkelingshulp USAID en zijn Engelse evenknie DFID die druk uitoefenden', stelt White in het AMC Magazine.
Piet Kager, hoogleraar Tropische Geneeskunde in het AMC, wijst erop dat het beleid van de WHO werd bepaald door de gezamenlijke ministers van gezondheidszorg uit de VN-landen. 'Feit is dat artemisinine uit China moest komen. En dat de relatie tussen de VN en China, net als die tussen Amerika en China, eind jaren tachtig en begin jaren negentig nogal moeizaam was.'
WHO en Unicef hebben nooit erkend dat er in het verleden fouten zijn gemaakt bij het bestrijden van malaria in Myanmar. Overigens wordt chloroquine nog wel gebruikt in Bangladesh, Laos, India en ook Myanmar. Hoewel de officiële therapie inmiddels is veranderd in de combinatiebehandeling met artemisinine, blijkt in de praktijk dat niet iedereen in Myanmar zich de kosten daarvan (2 dollar) kan veroorloven. www.amc.nl - 26 Sep 2006
|
|
|
|