Exmedica
 
   




Delen via:




2006

    Home > Nieuws > 2006

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Kamervragen Kant over psychiaters en de farmaceutische industrie

Nieuws van: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
De antwoorden van De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst op de vragen (Ingezonden 3 oktober 2006) van het Kamerlid Kant (SP) over psychiaters en de farmaceutische industrie (2060700530).

1
Wat is uw mening over het boek 'psychiaters te koop' dat handelt over onder meer de pillencultuur binnen de psychiatrie? 1)

1
Ik vind het een goede zaak dat artsen het initiatief nemen om de marketingtechnieken van de farmaceutische industrie in het openbaar aan de orde te stellen. Het boek 'psychiaters te koop' is voor mij één van de voorbeelden die illustreren dat bewustwording onder artsen toeneemt als het gaat om beïnvloeding door de farmaceutische industrie.

2
Wat vindt u van het feit dat volgens de auteurs bijna alle opinieleiders in de psychiatrie verstrengeld zijn met de farmaceutische industrie?

2
Bij alle medische specialisaties zijn er medische opinieleiders: artsen die op hun vakgebied als bijzonder bekwaam worden gezien. In die zin werkt het in de psychiatrie niet anders dan in andere medische specialisaties. Het is logisch dat de farmaceutische industrie samenwerkt met arts-onderzoekers in de praktijk omdat die toegang hebben tot de patiëntengroep waar het geneesmiddel zich op richt. Ik vind dat voor de medewerking aan dergelijk onderzoek een redelijke vergoeding beschikbaar moet zijn. Deze vergoeding moet echter wel in verhouding staan tot de geleverde activiteit. Wanneer inschakeling van medische opinieleiders binnen dit kader valt, is er naar mijn mening geen sprake van ongeoorloofde marketing en reclame. Uiteraard moeten zowel de medische opinieleider als het farmaceutisch bedrijf transparant zijn over hun onderlinge relatie door dit bij publicaties of optredens te vermelden.

3
Wat vindt u van de stelling van de auteurs dat ook onderzoek in de psychiatrie wordt gedirigeerd door de industrie?

3
Ik heb er geen bezwaar tegen dat een innoverende industrie zelf prioriteiten stelt over welke geneesmiddelen zij wil ontwikkelen voor psychiatrische patiënten. Dat laat onverlet dat het toe te juichen zou zijn als de beroepsgroep van psychiaters en de patiëntenverenigingen door de industrie hierbij betrokken zouden worden. De ervaringen van psychiaters en patiënten zijn tenslotte een belangrijke input voor de innoverende industrie.

4
Wat is uw reactie op twee voorbeelden die psychiater Anne Speckens tijdens haar inaugurele rede noemde, namelijk de 2000 euro die haar per patiënt werd beloofd als ze hen zover kreeg mee te doen aan een door de farmaceutische industrie georganiseerd onderzoek en het kunnen besteden van 140.000 euro aan een onderzoek, geeft niet wat, als het maar over Efexor ging? 2)

4
Dr. Speckens noemt in haar inaugurele rede diverse voorbeelden. Ze geeft er net te weinig details bij om hierover inhoudelijk een oordeel te kunnen hebben. Ik kan er in meer algemene zin wel het volgende over opmerken. Ik ben tegen het koppelen van vergoedingen aan het voorschrijven van geneesmiddelen wanneer dat tot doel heeft de omzet van specifieke 'eigen producten' te vergroten. Ik vind wel dat er een redelijke vergoeding beschikbaar moet zijn voor het verlenen van medewerking aan onderzoek. Deze vergoeding moet echter wel in verhouding staan tot de geleverde activiteit. Wanneer de inschakeling van medische opinieleiders binnen dit kader valt, is er naar mijn mening geen sprake van ongeoorloofde marketing of reclame. Indien mevrouw Speckens van mening is dat het genoemde aanbod in strijd is met het Reclamebesluit Geneesmiddelen of de normen van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) dan kan zij daarover een klacht indienen bij de Codecommissie van de CGR, die daarover een uitspraak kan doen. Mevrouw Speckens kan de CGR ook om advies vragen. Ik zou het waarderen als mevrouw Speckens contact opneemt met de CGR. Overigens stuur ik voorbeelden die ik zelf ontvang altijd door naar de CGR of de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

5
Bent u bereid de Inspectie onderzoek te laten doen naar de hierboven genoemde zaken? Zo ja, heeft de Inspectie voldoende menskracht om deze en andere vragen over onderzoeksrelaties met de industrie te onderzoeken?

5
De Inspectie voor de Gezondheidszorg zal begin 2007 een onderzoek doen naar zogenaamde 'seeding trials', niet-wetenschappelijke studies met een marketingdoel. In dat onderzoek zal de Inspectie de nodige kennis vergaren over de relevante feiten. De Inspectie beschikt over 2,8 fte op het gebied van reclametoezicht. Er hebben mij geen signalen bereikt dat deze formatie niet voldoende zou zijn.

6
Heeft de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) inmiddels de klacht behandeld die psychiater Belgers heeft ingediend over symposia van Lilly waar volgens hem ongeoorloofde promotie van geneesmiddelen van Lilly heeft plaats gevonden? 3) Kunt u de Kamer op de hoogte stellen van de uitkomst? Zo ja, bent u ook bereid de Inspectie te vragen op te letten en in te grijpen indien de CGR dit onvoldoende afhandelt?

6
De Codecommissie van de CGR heeft de klacht van dr. Belgers in behandeling genomen. Begin november zal de mondelinge behandeling plaatsvinden. Aansluitend zal de Codecommissie uitspraak doen. Deze uitspraak zal ik u toesturen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft zelfstandig beroepsrecht bij uitspraken van de Codecommissie. De Inspectie zal van dit recht gebruikmaken wanneer daar aanleiding voor is.

7
Wat is uw reactie op het feit dat huisartsen bij 80 procent van de patiënten medicatie voorschrijven, terwijl de multidisciplinaire richtlijn stelt dat bij lichte tot matig ernstige depressie pillen en praten even effectief zijn? 4)

7
De arts bepaalt welke behandeling de patiënt nodig heeft conform de geldende medisch inhoudelijke richtlijnen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de meest doelmatige behandeling (therapie, medicatie etc) voor die patiënt gekozen zal worden. In de richtlijn staat nu niet dat even vaak (50%) behandeld moet worden met gesprekken en met geneesmiddelen. Vooralsnog kan gesteld worden dat het handelen van huisartsen niet strijdig is met de richtlijnen. Het is aan de beroepsgroep zelf om nader onderzoek te doen naar hun voorschrijfgedrag bij licht tot matig ernstige depressies. Het Farmacotherapeutisch Overleg (FTO) is daarvoor een geëigend instrument. Via DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, stimuleer ik dat binnen FTO verband prescriptiecijfers worden teruggekoppeld en besproken.

8
Klopt het dat de Inspectie momenteel onderzoek doet naar 'de invloed van ziekenhuisspecialisten op het voorschrijfgedrag van huisartsen'5); 'mogelijke beïnvloeding van richtlijnen'6); het voorschrijfgedrag van artsen bij nieuwe cholesterolverlagers 7), 'illegaal onderzoek in India door Occam' 8) en 'postmarketingonderzoeken getoetst door de industrie zelf of de CGR'? 9) Zo ja, kunt u per onderwerp aangeven wanneer het onderzoek daadwerkelijk in gang is gezet en wanneer de inspectie het denkt af te ronden?

8
VWS is bezig met een onderzoek naar de samenhang tussen prescriptie van geneesmiddelen in de eerste en tweede lijn in Nederland. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek zal eventueel vervolgonderzoek plaatsvinden. De eenheid Reclametoezicht van de Inspectie is momenteel bezig met:
  • een vooronderzoek naar de feitelijke en formele totstandkoming van behandelrichtlijnen van voorschrijvers en de invloed die de farmaceutische industrie hierop heeft (afronding 2006);
  • een onderzoek naar het voorschrijfgedrag van artsen bij nieuwe cholesterolverlagers (afronding 2006).
Begin 2007 start de Inspectie met een onderzoek naar seeding trials: niet-wetenschappelijke studie met een marketingdoel. Het onderzoek van de Inspectie naar illegaal onderzoek in India door het bedrijf OCCAM heb ik u onlangs aangeboden (Kamerstuk II, vergaderjaar 2006-2007, 30 800 XVI, nr. 8).

9
Onderschrijft u de aanbeveling van de auteurs van 'psychiaters te koop' om een openbaar register, waarin de psychiaters hun banden met de industrie publiceren, op te zetten? 10) Zo ja, op welke wijze gaat u dit stimuleren?

9
Ik ben een groot voorstander van meer transparantie in de geneesmiddelensector. In de op het Reclamebesluit geneesmiddelen gebaseerde beleidsregels gunstbetoon is als eis gesteld dat banden tussen sprekers (in casu medische opinieleiders) en de farmaceutische industrie vooraf bekend dienen te worden gemaakt. Deze bepaling is opgenomen voor het bijwonen van (wetenschappelijke) bijeenkomsten. In het verlengde van deze bepaling ligt het voor de hand dat een dergelijke eis ook geldt voor publicaties als folders en artikelen. Voor publicaties in medisch wetenschappelijke tijdschriften is het melden van banden/belangenverstrengeling overigens vaak een vereiste voor publicatie. Een openbaar register is naar mijn mening derhalve niet nodig. Een dergelijk register betekent een administratieve last voor de sector en het lijkt mij bovendien erg onderhoudsgevoelig.

10
Bent u het eens met de aanbeveling van de auteurs dat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie het voortouw moet nemen door geen zwaar gesponsorde congressen meer te organiseren? Zo ja, gaat de Inspectie de vereniging daar op aanspreken?

10
Sponsoring is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Volgens de beleidsregels gunstbetoon zijn hierbij de volgende vier criteria van belang:
  • De gastvrijheid dient binnen redelijke perken te blijven.
  • De gastvrijheid is ondergeschikt aan het hoofddoel van de samenkomst.
  • De gastvrijheid mag zich niet uitstrekken tot anderen dan de beroepsbeoefenaren.
  • De samenkomst heeft een wetenschappelijk karakter.
Wanneer overschrijding van één van deze vier criteria aan de orde was bij het congres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie dan kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg optreden. Voorafgaand aan een congres kan de beroepsvereniging advies vragen bij de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR). Ik beveel iedere beroepsvereniging dat van harte aan.

11
Onderschrijft u de aanbeveling om een onafhankelijk instituut op te zetten dat beoordeelt waaraan industriegeld wordt besteed? Zo ja, bent u bereid dit te faciliteren?

11
Ik ben geen voorstander van deze aanbeveling. Bedrijven moeten zelf bepalen welke producten zij onderzoeken en ontwikkelen. Zonder een zelfstandige, actieve en door commerciële motieven gedreven farmaceutische industrie zou het allerminst vanzelfsprekend zijn dat nieuwe behandelmethoden überhaupt zouden ontstaan. Voor onderzoek dat geen commercieel belang dient, zijn universiteiten een belangrijke bron. De overheid kan ervoor kiezen om voor specifieke onderwerpen onderzoek te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door publiek-private samenwerking. Dan is er sprake van een samenwerkingsverband tussen het bedrijfsleven en de overheid. Het Topinstituut Pharma is een voorbeeld van publiek-private samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en universiteit. Een vergelijkbaar initiatief
wordt op EU-niveau ontwikkeld. Dergelijke ontwikkelingen ondersteun ik graag.

12
Erkent u dat de roep om een onafhankelijk instituut steeds vaker klinkt? 11) Zo ja, wilt u nog eens serieus ingaan op het verzoek van de initiatiefgroep Gezondheidswetenschappen?
12)

12
Voor zover ik kan overzien, klinkt de roep om een onafhankelijk instituut niet vaker dan in het verleden het geval was. De huidige praktijk biedt voldoende mogelijkheden voor het doen van onderzoek, evenals waarborgen om rechtstreekse banden tussen arts/onderzoeker en industrie kritisch te kunnen bezien. Ik ben van mening dat geneesmiddelenonderzoek een resultante kan zijn van vragen die leven in de praktijk en in de wetenschap. De vragen die leven bij het bedrijfsleven kunnen gecombineerd worden met de wetenschappelijk georiënteerde vragen die leven bij universiteit en medische centra. Ik heb er dan ook op zichzelf geen problemen mee indien de onderzoeksagenda in gezamenlijkheid tot stand komt. Overigens doet de Nederlandse wetenschap het zo slecht nog niet: 45% van de onderzoeksprotocollen voor geneesmiddelenonderzoek wordt ingediend door academische onderzoekers, het zogenaamde investigator initiated onderzoek.
Bovendien heb ik ZonMw opdracht gegeven voor uitbreiding van het programma Doelmatigheidsonderzoek ten behoeve van geneesmiddelen. Dit om onafhankelijk onderzoek naar de werkzaamheid van medicijnen te stimuleren.

1) Trouw, 14 september 2006
2) Inaugurale rede dr. Anne Speckens 21 april
3) Trouw, 30 augustus 2006
4) Aanhangsel Handelingen, nr. 1520, vergaderjaar 2005-2006
5) zie noot 4
6) Reactie op initiatiefnota SP en Boek Bouma, Kamerstuk 30 482, nr. 20, vergaderjaar
2005-2006
7) Aanhangsel Handelingen, nr. 1855, vergaderjaar 2005-2006
8) Aanhangsel Handelingen, nr. 1516, vergaderjaar 2005-2006
9) Toezegging tijdens AO d.d. 30 augustus over Farmaceutische industrie
10) zie noot 1
11) Aanhangsel der Handelingen, nr. 1909, vergaderjaar 2005-2006
12) zie noot 11
www.minvws.nl/kamerstukken/gmt/2006/kamervragen.asp - 1 Nov 2006



« Vorige

[Megafusie tussen Amerikaanse apothekers]

Volgende »

[CCMO komt met voorstel risicoanalyse bij geneesmiddelenonderzoek]

Gevonden op deze pagina: