|  |
 |
 |
|
|
|
 Spookverhalen over de zorgpolis
Nieuws van: Het Verzekeringsblad
Onder de noemer 'Spookverhalen over de zorgverzekering' reageert Zorgverzekeraars Nederland op een aantal publicaties die haar de wenkbrauwen deed fronsen.
'Terug naar het ziekenfonds!' kopt de Telegraaf op 7 november naar aanleiding van een lezersenquête. Dankzij de invoering van de basisverzekering zou vrijwel iedereen nu meer kwijt zijn aan ziektekosten en van de concurrentie in de zorg zouden alleen de verzekeraars profiteren. En in het Financieele Dagblad van 9 november gaan wetenschappers Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink in op het 'raadsel van de nauwelijks gestegen zorgpremie.' Hun stelling: de premiestijging is helemaal niet zo gematigd en de concurrentie tussen zorgverzekeraars is gering.
Pieter Hasekamp, algemeen directeur van ZN, reageert: "Op 9 november publiceerde Vektis, het onafhankelijke onderzoeksburau van de zorgverzekeraars, de Jaarcijfers 2009. Daarin staat een overzicht van de financiering van de zorg en de financiële resultaten voor de zorgverzekeraars over de periode 2006-2008. Dan blijkt dat over deze periode de zorgkosten in de basisverzekering met 4,3% per jaar gestegen en de premie-inkomsten - na correctie voor de afschaffing van de no-claim en dergelijke - met 4,9%. Dat laatste lijkt niet heel erg gematigd, totdat we naar de uitgangspositie kijken. In 2006, het jaar van de invoering van de basisverzekering, was de onderlinge concurrentie tussen zorgverzekeraars zo hevig dat er maar liefst 543 miljoen euro verlies werd geleden op die basisverzekering. Door de premieontwikkeling in 2007 en 2008 is die verliesmarge iets kleiner geworden, maar ook in die jaren bestond nog altijd een negatief resultaat van zo'n 140 miljoen."
Stevige concurrentie
Volgens Hasekamp worden die verliezen niet veroorzaakt door eventuele dure overhead en reclamecampagnes. De totale uitvoeringskosten van de zorgverzekeraars, inclusief provisie en dergelijke, daalden die in deze periode met zo'n 10% per jaar. Die totale uitvoeringskosten bedragen overigens nog geen 4% van de totale kosten van de zorgverzekering en dat is ook in internationaal opzicht zeer bescheiden. De conclusie is onontkoombaar: zorgverzekeraars concurreren stevig om de gunst van de consument, zelfs in die mate dat er in drie opeenvolgende jaren substantiële verliezen zijn geleden op de basisverzekering. En hoe komt het dan dat er toch relatief weinig mensen - 3 à 4% per jaar - van verzekeraar wisselen? Opmerkelijk genoeg is dat juist een uitkomst van de stevige onderlinge concurrentie. De basisverzekering kent een wettelijk omschreven pakket en is dus voor verzekerden goed vergelijkbaar, waardoor ook de onderlinge premieverschillen beperkt blijven. Wel gaan zorgverzekeraars zich meer en meer onderscheiden op terreinen als zorginkoop en zorgbemiddeling. De komende tijd zullen zorgverzekeraars zich inzetten om de resultaten daarvan zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door het stimuleren en afdwingen van vergelijkende kwaliteitsinformatie over zorgaanbieders. De verzekerde heeft dan inhoudelijk echt iets te kiezen.
Kosten onzichtbaar voor burger
Waar komen die spookverhalen over de zorgverzekering dan vandaan? Feit is dat de zorgkosten, en daarmee de zorgpremie, elk jaar een onontkoombaar lijkende stijging laten zien. Het grootste deel van die kosten is overigens onzichtbaar voor de burger. Hasekamp: "Iedere modale werknemer betaalt nog eens 200 euro per maand aan inkomensafhankelijke bijdrage aan de zorgverzekeringswet en daar bovenop zo'n 300 euro aan de AWBZ. De zorg - niet voor niets de grootste economische sector van het land - wordt met recht duur betaald'. Maar daar staat volgens Hasekamp ook het een en ander tegenover. Hasekamp: 'We zijn wel eens geneigd om te vergeten wat er de afgelopen decennia in termen van toegenomen levensverwachting èn kwaliteit van leven dankzij de zorg is bereikt. Het is uiteindelijk aan de overheid om de grenzen te stellen aan de omvang van het collectief verzekerde pakket. Bij de zorgsector zelf ligt de opdracht om zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om te gaan. Zorgverzekeraars hebben daarin een spilfunctie, als inkoper van zorg en belangenbehartiger van de consument - patiënt èn premiebetaler".
Versterken en uitbouwen
Internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat Nederland, juist dankzij het systeem van gereguleerde concurrentie, uitstekend scoort als het gaat om consumentgerichtheid en toegankelijkheid en gemiddeld tot goed als het gaat om betaalbaarheid en kwaliteit. Hasekamp: "Laten we die positie de komende jaren verder versterken en uitbouwen. Daar ligt een taak voor de overheid, maar vooral voor de zorgsector zelf: zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgconsumenten. Aan spookverhalen over een terugkeer naar het ziekenfonds of het opbreken van zorgverzekeraars heeft niemand behoefte." www.vbnet.nl/ezine/131109_01.htm - 13 Nov 2009
|
|
|
|