Bestanden
Home > Bestanden


Citalopram 10 PCH, omhulde tabletten 10 mg

RegistratienummerRVG 31125
ProcedurenummerNL/H/0692/001
Farmaceutische vormFilmomhulde tablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCN06AB04 - Citalopram
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum27 oktober 2004
RegistratiehouderPharmachemie B.V.
Swensweg 5
2031 GA HAARLEM
Werkzame stof(fen)CITALOPRAMHYDROBROMIDE
Hulpstof(fen)CELLULOSE, MICROKRISTALLIJN (E 460)
COPOVIDON
CROSCARMELLOSE NATRIUM (E 468)
GLYCEROL (E 422)
HYPROMELLOSE (E 464)
LACTOSE 1-WATER
MACROGOLSTEARAAT, TYPE I
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
MAISZETMEEL
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: Bijsluiter PDF
Zie ook: IB-tekst



CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 1
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER

Citalopram 10 PCH, filmomhulde tabletten 10 mg
Citalopramhydrobromide overeenkomend met 10 mg citalopram per filmomhulde tablet


Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het innemen van dit geneesmiddel.
-
Bewaar deze bijsluiter. Het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
-
Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
-
Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven. Geef dit geneesmiddel niet door aan
anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de verschijnselen dezelfde zijn
als waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen.
-
Wanneer ťťn van de bijwerkingen ernstig wordt of in geval er bij u een bijwerking optreedt die
niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.


In deze bijsluiter:
1.
Wat is Citalopram 10 PCH en waarvoor wordt het gebruikt
2.
Wat u moet weten voordat u Citalopram 10 PCH inneemt
3.
Hoe wordt Citalopram 10 PCH ingenomen
4. Mogelijke
bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u Citalopram 10 PCH
6. Aanvullende
informatie


1.
WAT IS CITALOPRAM 10 PCH EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT

-
Citalopram 10 PCH behoort tot een groep antidepressiva die selectieve
serotonineheropnameremmers (SSRIīs) genoemd worden.
-
Citalopram 10 PCH wordt gebruikt om de symptomen van ernstige neerslachtigheid (depressie)
te behandelen.


2.
WAT U MOET WETEN VOORDAT U CITALOPRAM 10 PCH INNEEMT

Neem Citalopram 10 PCH niet in
-
wanneer u allergisch (overgevoelig) bent voor citalopram of voor ťťn van de andere
bestanddelen van dit geneesmiddel (zie rubriek 6).
-
wanneer u gelijktijdig monoamineoxidaseremmers (ook wel MAO-remmers genoemd,
bijvoorbeeld selegiline of moclobemide) gebruikt of heeft gebruikt in de afgelopen twee weken.

Wees extra voorzichtig met Citalopram 10 PCH
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 2
-
bij gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Citalopram 10 PCH dient normaal
gesproken niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan
18 jaar. PatiŽnten jonger dan 18 jaar hebben een verhoogd risico op bijwerkingen zoals
zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel
gedrag en woede) als zij behandeld worden met geneesmiddelen uit deze klasse. Ondanks dit
alles kan uw arts aan patiŽnten jonger dan 18 jaar Citalopram 10 PCH voorschrijven omdat hij/zij
besluit dat dit in het belang van de patiŽnt is. Wanneer uw arts Citalopram 10 PCH heeft
voorgeschreven aan een patiŽnt die jonger is dan 18 jaar en u wilt dit bespreken, dan wordt u
verzocht contact op te nemen met uw arts. Indien bij patiŽnten jonger dan 18 jaar ťťn van de
hiervoor genoemde symptomen zich ontwikkelt of verslechtert, dient u uw arts hierover te
informeren. Tevens ontbreken in deze leeftijdsgroep de lange-termijn veiligheidsgegevens van
Citalopram 10 PCH met betrekking tot groei, ontwikkeling en cognitieve en gedragsontwikkeling.
-
bij gedachten over zelfmoord en verergering van uw depressie of angststoornis. Als u depressief
bent en/of lijdt aan angststoornissen kunt u soms gedachten hebben over zelfbeschadiging of
zelfmoord. Deze gedachten kunnen toenemen als u voor het eerst middelen tegen depressie
(antidepressiva) gaat innemen, aangezien deze geneesmiddelen allemaal de tijd nodig hebben,
in het algemeen ongeveer 2 weken of soms langer, om te gaan werken.

De kans is groter dat u dit soort gedachten vertoont:
- als u al eerder gedachten heeft gehad over zelfmoord of zelfbeschadiging
- als u een jong volwassene bent. Informatie uit klinische onderzoeken heeft een toegenomen
risico aangetoond op zelfmoordgedrag bij volwassenen jonger dan 25 jaar met psychiatrische
aandoeningen die behandeld werden met een antidepressivum.

Als u op enig moment gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord hebt, neem dan direct
contact op met uw arts of ga direct naar het ziekenhuis.

Het kan helpen als u een vriend of familielid vertelt dat u zich depressief voelt of dat u lijdt
aan een angststoornis, en hen vraagt deze bijsluiter te lezen. U kunt hen vragen u te vertellen of
zij denken dat uw depressie of angststoornis erger wordt of dat zij zich zorgen maken over
veranderingen in uw gedrag.
-
bij patiŽnten die antidepressiva gebruiken, kunnen tijdens de eerste paar weken van de
behandeling verschijnselen ontstaan zoals rusteloosheid en niet stil kunnen zitten of staan. Bij
patiŽnten die deze verschijnselen krijgen, kan verhoging van de dosis schadelijk zijn.
-
bij elke patiŽnt die epileptische aanvallen krijgt of bij wie het aantal epileptische aanvallen
toeneemt, moet het gebruik van citalopram worden gestaakt. Citalopram moet niet worden
gebruikt door patiŽnten met instabiele (ongecontroleerde) epilepsie. PatiŽnten met stabiele
epilepsie moeten zorgvuldig gecontroleerd worden.
-
citalopram dient niet gelijktijdig gebruikt te worden met geneesmiddelen die een serotonerg effect
hebben, waaronder pijnstillers en geneesmiddelen bij migraine (zie "Inname met andere
geneesmiddelen").
-
citalopram moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiŽnten met een lage hoeveelheid
natrium in het bloed.

Vertel het uw arts of apotheker voordat u begint met het gebruik van dit geneesmiddel
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 3
-
wanneer u lijdt aan diabetes (suikerziekte). Behandeling met Citalopram 10 PCH kan de
bloedsuikerspiegel doen veranderen.
-
wanneer u lijdt aan epilepsie. Epileptische aanvallen zijn een mogelijk risico bij gebruik van
antidepressieve middelen.
-
wanneer u elektroshocktherapie krijgt.
-
wanneer u een verleden heeft met manie/hypomanie. Citalopram 10 PCH moet met
voorzichtigheid gebruikt worden en moet gestopt worden wanneer er een manische fase
optreedt.
-
wanneer u nier- of leverproblemen heeft. Gebruik van citalopram wordt niet aanbevolen bij
patiŽnten met ernstige nierproblemen.
-
wanneer u lijdt aan een stollingsstoornis. Citalopram 10 PCH kan bloedingen veroorzaken.
-
indien u geneesmiddelen gebruikt die de bloedstolling beÔnvloeden (zie "Inname met andere
geneesmiddelen").
-
wanneer u een maagzweer heeft of een bloeding in de maag of darmen heeft gehad in het
verleden.
-
wanneer u lijdt aan een onregelmatige hartslag/hartkloppingen of andere hartproblemen
(wanneer u gevoelig bent voor zogenaamde verlenging van het QT-interval of wanneer vermoed
wordt dat u lijdt aan het aangeboren lange QT-syndroom).
-
wanneer u lijdt aan een lage hoeveelheid kalium of magnesium in het bloed.
-
wanneer u psychotisch bent met depressieve perioden.
-
wanneer u het zogenaamde serotoninesyndroom ervaart. Een combinatie van symptomen zoals
opwinding, trillen en beven, het plotseling samentrekkingen van de spieren en verhoging van de
lichaamstemperatuur kan een indicatie zijn voor het ontstaan van deze aandoening. Behandeling
met Citalopram 10 PCH moet onmiddellijk gestopt worden.

U mag niet abrupt stoppen met de behandeling met citalopram, omdat er onthoudingsverschijnselen
kunnen optreden (zie rubriek 3).

Inname met andere geneesmiddelen
-
Vertel het uw arts of apotheker als u de volgende middelen gebruikt of kort geleden heeft
gebruikt: antidepressiva van het type monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), zoals
fenelzine, isocarboxazide en tranylcypromine. Neem geen Citalopram 10 PCH gedurende 14
dagen na het stoppen van de behandeling met een zogenaamde irreversibele MAO-remmer.
Neem geen Citalopram 10 PCH gedurende de tijd na het stoppen van de behandeling met een
reversibele MAO-remmer (bv. moclobemide), die vermeld staat in de patiŽntenbijsluiter van de
reversibele MAO-remmer. Neem geen MAO-remmers gedurende 7 dagen na het stoppen van de
behandeling met Citalopram 10 PCH. Gebruik geen Citalopram 10 PCH als u meer dan 10
mg/dag van de MAO selegiline inneemt.
-
andere geneesmiddelen met serotonerge effecten, zoals sumatriptan, andere triptanen of
tryptofaan (zie "Wees extra voorzichtig met Citalopram 10 PCH").
-
geneesmiddelen ter voorkoming van bloedstolling, bv. warfarine, acetylsalicylzuur, dipyridamol,
ticlopidine.
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 4
-
geneesmiddelen die de drempel voor het krijgen van epileptische aanvallen verlagen, bv.
antipsychotica, mefloquine of bupropion.
-
geneesmiddelen voor behandeling van psychiatrische aandoeningen (atypische antipsychotica of
fenothiazines).
-
kruidengeneesmiddelen die sint-janskruid (Hypericum perforatum) bevatten.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van pijn en ontsteking: niet-steroÔde anti-inflammatoire
geneesmiddelen (NSAIDīs) bv. ibuprofen, ketoprofen en diclofenac.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van pijn, zoals tramadol (zie "Wees extra voorzichtig met
Citalopram 10 PCH").
-
geneesmiddelen voor de behandeling van depressie, bv. fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine,
sertraline, venlafaxine, tricyclische antidepressiva zoals nortriptyline of imipramine.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van migraine, b.v. sumatriptan en andere triptanen (zie
"Wees extra voorzichtig met Citalopram 10 PCH").
-
geneesmiddelen voor de behandeling van een onregelmatige hartslag, bv. propafenon,
flecaÔnide.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van hartfalen, bv. metoprolol.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van psychiatrische aandoeningen, bv. lithium, risperidon,
chloorpromazine.
-
geneesmiddelen voor de behandeling van een maagzweer, bv. omeprazol, esomeprazol,
lansoprazol, cimetidine.

Vertel uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt.
Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt krijgen, kruidengeneesmiddelen of
alternatieve therapieŽn.


Inname van Citalopram 10 PCH met voedsel en drank
U wordt geadviseerd geen alcohol te gebruiken tijdens de behandeling met Citalopram 10 PCH.
Citalopram 10 PCH kan zowel met als zonder voedsel ingenomen worden.

Zwangerschap
Er zijn slechts beperkte gegevens bekend met betrekking tot het gebruik van Citalopram 10 PCH tijdens
de zwangerschap. Neem geen Citalopram 10 PCH als u zwanger bent of probeert zwanger te raken,
tenzij uw arts dit absoluut noodzakelijk acht.

U mag niet abrupt stoppen met de behandeling van Citalopram 10 PCH. Wanneer u Citalopram 10 PCH
gebruikt tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap, informeer dan uw arts omdat uw baby
na de geboorte bepaalde symptomen kan vertonen. Deze symptomen ontstaan gewoonlijk gedurende
de eerste 24 uur na de geboorte van de baby. Deze omvatten niet goed kunnen slapen of gevoed
kunnen worden, moeilijkheden met ademhalen, blauwachtige verkleuring van de huid, te warm of te
koud zijn, ziek zijn, veel huilen, stijve of slappe spieren, algemene lichaamszwakte (lethargie), trillingen,
schrikachtigheid of stuipen. Neem contact op met uw arts voor advies wanneer uw baby na de geboorte
een van deze symptomen vertoont.
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 5

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

Borstvoeding
Citalopram 10 PCH gaat in geringe mate over in moedermelk. Er bestaat een risico op een effect bij de
baby. Wanneer u Citalopram 10 PCH inneemt, neem dan contact op met uw arts voordat u start met het
geven van borstvoeding.

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Citalopram 10 PCH kan uw vermogen om auto te rijden of machines te bedienen beÔnvloeden. Bestuur
geen voertuigen en bedien geen machines totdat u weet welke invloed Citalopram 10 PCH op u heeft.
Als er onduidelijkheden zijn raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van Citalopram 10 PCH
Dit geneesmiddel bevat lactose. Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet
verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.


3.
HOE WORDT CITALOPRAM 10 PCH INGENOMEN

Volg bij inname van Citalopram 10 PCH altijd nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel
uw arts of apotheker.

Citalopram 10 PCH moet eenmaal per dag ingenomen worden, īs ochtends of īs avonds. De tabletten
kunnen al dan niet met voedsel ingenomen worden. De tabletten moeten heel ingenomen worden met
water of een andere vloeistof.
Citalopram 10 PCH werkt niet direct. Een antidepressief effect is pas na minstens 2 weken te
verwachten. De behandeling moet voortgezet worden tot u symptoomvrij bent gedurende 4-6 maanden.
De behandeling met Citalopram 10 PCH moet langzaam gestopt worden. Het wordt geadviseerd de
dosering geleidelijk te verlagen over periodes van telkens een tot twee weken.
Stop niet met Citalopram 10 PCH tenzij uw arts daartoe besluit, zelfs niet als u zich beter begint te
voelen. Verander nooit de dosering van uw geneesmiddel zonder hierover eerst met uw arts te
overleggen.

De gebruikelijke dosering is:

Volwassenen
De aanbevolen aanvangsdosering is 20 mg per dag. Indien noodzakelijk kan de dosering verhoogd
worden tot 40 mg per dag, afhankelijk van het effect. De maximale dosering is 60 mg per dag.

Oudere patiŽnten (>65 jaar)
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 6
Voor oudere patiŽnten moet de dosering verlaagd worden tot de helft van de dosering voor
volwassenen, dat wil zeggen 10-20 mg per dag. Afhankelijk van het effect kan de dosering verhoogd
worden. De maximale dosering voor ouderen is 40 mg per dag.

Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar
Citalopram 10 PCH dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten
jonger dan 18 jaar (zie "Wees extra voorzichtig met Citalopram 10 PCH").

Verminderde leverfunctie
PatiŽnten met een licht tot matig verminderde leverfunctie moeten beginnen met een dosering van 10
mg per dag. De dagelijkse dosering dient niet meer te zijn dan 30 mg. Voorzichtigheid en extra
nauwkeurige dosering zijn geboden bij patiŽnten met een sterk verminderde leverfunctie. PatiŽnten met
een verminderde leverfunctie moeten onder medisch toezicht staan.

Verminderde nierfunctie
De arts kan besluiten een lagere dosering voor te schrijven dan hierboven genoemd wordt.

Onthoudingsverschijnselen die ontstaan na staken van het gebruik
Abrupt stoppen dient vermeden te worden. Wanneer er gestopt wordt met de behandeling met
Citalopram 10 PCH dient de dosering geleidelijk verlaagd te worden over periodes van telkens een tot
twee weken om zo de kans op onthoudingsverschijnselen te verkleinen. (Zie "Als u stopt met inname
van Citalopram 10 PCH" en "Mogelijke bijwerkingen").

Wat u moet doen als u meer van Citalopram 10 PCH heeft ingenomen dan u zou mogen
Wanneer u teveel van Citalopram 10 PCH heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw
arts of apotheker.

Verschijnselen die op kunnen treden wanneer u teveel Citalopram 10 PCH heeft ingenomen zijn:
slaperigheid, nagenoeg bewusteloos zijn met sterke vermindering van de geestelijke functie en een
verminderd vermogen om op prikkels te reageren (coma stupor), epileptische aanvallen, veranderingen
op een hartfilmpje (bv. verlengd QT-interval), hartritmestoornissen, misselijkheid, braken, transpiratie,
blauwe verkleuring van de huid door een tekort aan zuurstof in het bloed (cyanose), hyperventilatie.
Kenmerken van het serotoninesyndroom kunnen optreden, voornamelijk wanneer Citalopram PCH
tegelijk met andere middelen is ingenomen (zie "Mogelijke bijwerkingen").

Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Citalopram 10 PCH in te nemen
Neem geen dubbele dosis om een vergeten tablet in te halen

Als u stopt met het innemen van Citalopram 10 PCH
Stop niet met de inname van Citalopram 10 PCH zonder goedkeuring van uw arts.
Omdat na het stoppen met de behandeling onthoudingsverschijnselen kunnen optreden, wordt
geadviseerd de dosering over periodes van telkens een tot twee weken geleidelijk te verlagen .
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 7
Onthoudingsverschijnselen omvatten: duizeligheid, tintelingen, gevoel van elektrische schok,
gevoelloosheid, slapeloosheid, hevige dromen, opwinding, angst, misselijkheid of braken, beven,
verwardheid, zweten, hoofdpijn, diarree, hartkloppingen, emotionele labiliteit, geÔrriteerdheid en
problemen met het gezichtsvermogen. Het merendeel van deze onthoudingsverschijnselen is mild en
van voorbijgaande aard, maar bij sommige patiŽnten kunnen ze ernstig zijn.
Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit product, vraag dan uw arts of apotheker.


4. MOGELIJKE
BIJWERKINGEN

Zoals alle geneesmiddelen kan Citalopram 10 PCH bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen ze
krijgt. Enkele mensen kunnen een ernstige allergische reactie krijgen. Dit is een zeer zeldzame maar
ernstige bijwerking. Wanneer een van de volgende bijwerkingen optreedt stop dan met de inname
van Citalopram 10 PCH en neem onmiddellijk contact op met uw arts of ga direct naar de
eerstehulpafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis:

-
zwelling van lippen, gezicht en hals (allergische reactie) die leidt tot ernstige problemen met
slikken of ademhalen
-
shock (sterke daling van de bloeddruk, bleekheid, onrust, zwakke snelle pols, klamme huid,
verminderd bewustzijn) door een plotselinge sterke vaatverwijding ten gevolge van ernstige
overgevoeligheid voor bepaalde stoffen (anafylactische shock)

Het serotoninesyndroom is gemeld bij patiŽnten die behandeld werden met dit type antidepressiva
(SSRIīs). Informeer uw arts wanneer u hoge koorts, trillen en beven, plotseling samentrekkingen van
de spieren of angst ervaart, omdat deze symptomen kunnen duiden op het ontstaan van deze
aandoening. De behandeling met Citalopram 10 PCH dient dan onmiddellijk gestopt te worden.

Er zijn meldingen van mensen die gedachten hebben over of gedrag vertonen met zelfbeschadiging of
zelfmoordneigingen tijdens gebruik van citalopram of vlak na behandeling met citalopram (zie rubriek 2
"Wees extra voorzichtig met Citalopram 10 PCH").
De volgende bijwerkingen kunnen onder meer voorkomen, gemeld overeenkomend met onderstaande
frequenties:

Zeer vaak (bij meer dan 1 op de 10 patiŽnten)
-
slaperigheid, moeite met slapen, opwinding, zenuwachtigheid
-
hoofdpijn, beven, duizeligheid
-
problemen met scherpstellen van de ogen, wazig zien
-
onregelmatige hartslag
-
misselijkheid, droge mond, verstopping, diarree
-
toegenomen transpiratie
-
algemene lichaamszwakte (lethargie)

Vaak (bij meer dan 1 op de 100, maar bij minder dan 1 op de 10 patiŽnten)
-
gewichtsafname, gewichtstoename
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 8
-
slaapstoornissen, concentratieproblemen, abnormaal dromen (ongebruikelijke en hevige
dromen), geheugenverlies, angst, verminderde zin in seks, toegenomen eetlust, gebrek aan
eetlust, gebrek aan emotie of enthousiasme, verwardheid
-
migraine, tintelingen of gevoelloosheid
-
problemen met het gezichtsvermogen, slechter zien
-
snelle hartslag
-
duizeligheid bij plotseling opstaan, lage bloeddruk, hoge bloeddruk
-
loopneus en jeukende neus, bijholteontsteking (pijn en druk in het gezicht die erger wordt bij
vooroverbuigen, verstopte neus, keelpijn en hoesten, hoofdpijn, koorts, oorpijn, tandpijn of pijn in
de bovenkaak)
-
stoornis in de spijsvertering (indigestie)/brandend maagzuur, braken, buikpijn, winderigheid,
verhoogde speekselafscheiding
-
moeilijkheden bij het plassen, overmatige urineproductie
-
geen orgasme kunnen krijgen bij vrouwen, menstruatiepijn, impotentie (geen erectie kunnen
krijgen of houden), verstoorde zaadlozing
-
huiduitslag, jeuk
-
vermoeidheid, gapen, smaakstoornissen

Soms (bij meer dan 1 op de 1.000, maar bij minder dan 1 op de 100 patiŽnten)
-
overdreven optimisme, blijheid en gelukzaligheid (euforie), toegenomen zin in seks
-
stuipen, stoornissen in de motoriek, bv. beven, tics, veranderingen in spierspanning, vertraagde
bewegingen, onwillekeurige en/of onregelmatige spierbewegingen van het gezicht
-
oorsuizen
-
vertraagde hartslag
-
hoesten
-
leverproblemen, die kunnen worden ontdekt door bloedonderzoek
-
overgevoeligheid voor licht
-
spierpijn
-
allergische reacties, flauwvallen, algehele malaise

Zelden (bij meer dan 1 op de 10.000, maar bij minder dan 1 op de 1.000 patiŽnten)
-
bloedingen, bv. uit de vagina, van maag, huid en slijmvliezen (de vochtige binnenkant van mond,
neusholten, vagina en urinebuis)
-
onrustige armen en benen (acathisie)
-
lager natriumgehalte in het bloed, voornamelijk bij ouderen (waardoor hallucinaties, verwardheid,
stuipen, gebrek aan energie en spierkrampen of -zwakte ontstaan)

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 10.000 patiŽnten)
-
waarnemen van dingen die er niet zijn (hallucinaties), stemmingsstoornissen, vervreemding van
zichzelf met onwerkelijk en eigenaardig gevoel, paniekaanvallen
-
stoornissen van het hartritme of de hartslag
-
abnormale melkafgifte uit de borst
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 9
-
jeuk, zwelling van lippen, gezicht en hals (allergische reactie) die leidt tot ernstige problemen met
slikken of ademhalen
-
gewrichtspijn
-
shock (sterke daling van de bloeddruk, bleekheid, onrust, zwakke snelle pols, klamme huid,
verminderd bewustzijn) door een plotselinge sterke vaatverwijding ten gevolge van ernstige
overgevoeligheid voor bepaalde stoffen (anafylactische shock)

Omdat na het stoppen met de behandeling onthoudingsverschijnselen kunnen optreden, wordt
geadviseerd de dosering geleidelijk te verlagen met intervallen van een tot twee weken.
Onthoudingsverschijnselen omvatten: duizeligheid, tintelingen, gevoel van elektrische schok,
gevoelloosheid, slapeloosheid, hevige dromen, opwinding, angst, misselijkheid of braken, beven,
verwardheid, zweten, hoofdpijn, diarree, hartkloppingen, emotionele labiliteit, geÔrriteerdheid en
problemen met het gezichtsvermogen. Het merendeel van deze onthoudingsverschijnselen is mild en
van voorbijgaande aard.

Elke bijwerking die optreedt, zal normaal gesproken na een paar dagen verdwijnen. Wanneer ťťn van
de bijwerkingen ernstig wordt of in geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is
vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.


5.
HOE BEWAART U CITALOPRAM 10 PCH

Houd Citalopram 10 PCH buiten het bereik en het zicht van kinderen. Bewaren beneden 25įC, bewaren
in de oorspronkelijke verpakking. Gebruik Citalopram 10 PCH niet meer na de vervaldatum die staat
vermeld op de verpakking.

Geneesmiddelen dienen niet weggegooid te worden via het afvalwater of met huishoudelijk afval. Vraag
uw apotheker wat u met medicijnen moet doen wanneer ze niet meer nodig zijn. Deze maatregelen
zullen helpen bij de bescherming van het milieu.


6. AANVULLENDE
INFORMATIE

Wat bevat Citalopram 10 PCH
-
Het werkzame bestanddeel is citalopramhydrobromide
-
Citalopram 10 PCH filmomhulde tabletten: elke filmomhulde tablet bevat 12,49 mg
citalopramhydrobromide overeenkomend met 10 mg citalopram
-
De andere bestanddelen zijn:
- Kern: copovidon, croscarmellose natrium (E466), glycerol (E422), lactosemonohydraat,
magnesiumstearaat (E470b), maiszetmeel, microkristallijne cellulose (E460i).
- Coating: hypromellose (E464), microkristallijne cellulose (E460i), macrogolstearaat 40 (E431)
en titaniumdioxide (E171).

rvg 31125 PIL 0310.11v.AV


CITALOPRAM 10 PCH
filmomhulde tabletten


MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS

Datum
: 8 maart 2010
1.3.1
: Bijsluiter
Bladzijde : 10
Hoe ziet Citalopram 10 PCH er uit en wat is de inhoud van de verpakking
-
Citalopram 10 PCH filmomhulde tabletten zijn ronde, witte tabletten met een diameter van 6 mm.
-
De filmomhulde tabletten zijn verpakt in een verpakkingsgrootte ŗ 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 98
en 100 tabletten per doosje en in eenheidsafleververpakkingen ŗ 50 stuks.
-
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Pharmachemie BV
Swensweg 5
2031 GA Haarlem

Fabrikant
Pharmachemie BV
Swensweg 5
Postbus 552
2003 RN Haarlem

TEVA Pharmaceutical Works
Pallagi street 13
H-4042 Debrecen
Hongarije

In het register ingeschreven onder
RVG 31125

Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in maart 2010



0310.11v.AV
rvg 31125 PIL 0310.11v.AV





« Vorige
[Citalopram 10 PCH, omhulde tabletten 10 mg]
Volgende »
[Citalopram 20 PCH, omhulde tabletten 20 mg]