Bestanden
Home > Bestanden


Glucose 10 %, oplossing voor infusie, 100 g/l

RegistratienummerRVG 106110
ProcedurenummerUK/H/1839/001
Farmaceutische vormOplossing voor infusie
ToedieningswegParenteraal
ATCB05BA03 - Carbohydrates
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum02 augustus 2010
RegistratiehouderBaxter B.V.
Kobaltweg 49
3542 CE UTRECHT
Werkzame stof(fen)GLUCOSE 1-WATER
SAMENSTELLING
overeenkomend met
GLUCOSE 0-WATER
Hulpstof(fen)WATER, GEZUIVERD
Download: Bijsluiter PDF
Zie ook: IB-tekst


Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
1/8 
 
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS 
 
Glucose 10 %, oplossing voor infusie, 100 g/l 
glucose 
 
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken. 
•  Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig. 
•  Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 
•  Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk 
zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u. 
•  Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet 
in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. 
 
De naam van dit geneesmiddel is ‘Glucose 10 %, oplossing voor infusie, 100 g/l’, maar in deze bijsluiter 
wordt verder de aanduiding ‘Glucose 10 %’ gebruikt. 
 
Inhoud van deze bijsluiter 
1.  Waarvoor wordt dit middel gebruikt? 
2.  Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? 
3.  Hoe gebruikt u dit middel? 
4. Mogelijke bijwerkingen 
5.  Hoe bewaart u dit middel? 
6. Aanvullende informatie 
 
 
1. 
WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL GEBRUIKT? 
 
Glucose 10 % is een oplossing van suiker (glucose) in water. Glucose is een van de energiebronnen van het 
lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 400 kilocalorieën per liter. 
 
Dit middel wordt gebruikt: 
•  als bron van koolhydraten (suiker) alleen of, indien nodig, tijdens parenterale voeding. Parenterale 
voeding wordt gebruikt om patiënten te voeden die zelf niet kunnen eten. Het wordt toegediend als 
een infusie (langzame injectie) via een ader. 
•  om een laag bloedsuikergehalte te voorkomen of te behandelen (hypoglykemie die verschijnselen 
veroorzaakt, maar niet levensbedreigend is). 
•  om u extra vocht toe te dienen als uw lichaam niet voldoende water bevat (u bent gedehydrateerd) 
en als u extra koolhydraten (suiker) nodig heeft. 
•  om andere geneesmiddelen die via een ader worden toegediend, waterig te maken/te verdunnen. 
 
 
2. 
WANNEER MAG U DIT MIDDEL NIET GEBRUIKEN OF MOET U EXTRA 
VOORZICHTIG ZIJN? 

 
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? 
 
U mag dit middel NIET gebruiken als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen: 
•  onvoldoende behandelde diabetes, waardoor uw bloedsuikergehalte kan stijgen tot boven de 
normale waarden (niet-gecompenseerde diabetes). 
•  hyperosmolair coma (bewusteloosheid), een vorm van coma die kan optreden als u lijdt aan 
diabetes en niet voldoende geneesmiddelen toegediend krijgt. 
•  verdunning van het bloed vanwege de toevoeging van te veel vocht (hemodilutie). 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
2/8 
 
•  in de ruimten rond de lichaamscellen bevindt er zich te veel vocht (extracellulaire hyperhydratie). 
•  hoger bloedvolume in de bloedvaten dan normaal (hypervolemie). 
•  hoger bloedsuikergehalte dan normaal (hyperglykemie). 
•  hoger lactaatgehalte, een chemische stof in het bloed, dan normaal (hyperlactatemie). 
•  ernstig nierfalen (uw nieren werken niet goed en u heeft dialyse nodig). 
•  niet-gecompenseerd hartfalen, d.w.z. hartfalen dat niet voldoende behandeld is en verschijnselen 
veroorzaakt zoals: 
  kortademigheid; 
  opzwellen van enkels. 
•  onderhuidse vochtophoping verspreid over alle lichaamsdelen waaronder uw hersenen en longen 
(gegeneraliseerd oedeem). 
•  leveraandoening die leidt tot vochtophoping in de buik (ascitescirrose). 
•  aandoeningen die invloed hebben op de manier waarop uw lichaam uw suikergehalte controleert. 
 
De eerste 24 uur na een hoofdletsel mag u GEEN glucoseoplossingen voor infusie toegediend krijgen. Dit 
geldt ook voor dit middel. 
 
Als aan deze oplossing voor infusie een ander geneesmiddel toegevoegd is, lees dan altijd de bijsluiter van 
het toegevoegde geneesmiddel. Zo kunt u nagaan of u dat geneesmiddel veilig kunt gebruiken. 
 
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? 
 
Dit middel is een hypertone (geconcentreerde) oplossing. Uw arts houdt hiermee rekening wanneer hij/zij uw 
dosis berekent. 
 
Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft: 
•  diabetes. 
•  nieraandoening. 
•  een acute kritieke aandoening (een aandoening die u onlangs gekregen heeft en levensbedreigend 
kan zijn). 
•  hoge druk binnen in de schedel (intracraniale hypertensie). 
•  beroerte als gevolg van een stolsel in een bloedvat in de hersenen (ischemisch cerebrovasculair 
accident). 
 
Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloedmonsters om het volgende te 
bewaken: 
•  concentraties aan chemicaliën in uw bloed, zoals natrium en kalium (uw plasma-elektrolyten). 
 
Uw arts bepaalt uw dosis op basis van de resultaten van deze tests. Deze tests vertellen de arts ook of u extra 
kalium nodig heeft, een chemische stof in het bloed. Indien nodig, kan dit worden toegediend via een ader. 
 
U moet mogelijk extra bewaakt worden tijdens een infusie van dit middel als u lijdt aan: 
•  hartfalen; 
•  ademhalingsfalen (longaandoening); 
•  nierfalen. 
 
Aangezien dit middel suiker (glucose) bevat, kan het een hoog bloedsuikergehalte (hyperglykemie) 
veroorzaken. In dat geval kan uw arts: 
•  de infusiesnelheid aanpassen. 
•  u insuline toedienen om uw bloedsuikergehalte te verlagen. 
Dat is vooral belangrijk als u lijdt aan diabetes. 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
3/8 
 
Vanwege het risico op beschadiging of klontervorming van rode bloedcellen mag dit middel niet met 
dezelfde naald worden toegediend waarmee een bloedtransfusie uitgevoerd wordt. 
 
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? 
 
Gebruikt u naast Glucose 10 % nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat 
dan uw arts. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft. 
 
Dit middel en andere geneesmiddelen die tegelijkertijd gebruikt worden, kunnen elkaar beïnvloeden. 
 
Dit middel mag niet worden gebruikt met bepaalde hormonen (catecholaminen) waaronder adrenaline of 
steroïden omdat zij uw bloedsuikergehalte kunnen verhogen. 
 
Waarop moet u letten met eten en drinken? 
 
Vraag uw arts wat u mag eten of drinken. 
 
Zwangerschap en borstvoeding 
 
Wilt u zwanger worden, bent u zwanger of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of 
apotheker voordat u geneesmiddelen gebruikt. 
 
Dit middel kan veilig worden gebruikt tijdens de zwangerschap of borstvoeding. Uw arts bewaakt echter de 
concentraties aan chemicaliën in uw bloed en de hoeveelheid vocht in uw lichaam, die altijd binnen de 
normale waarden moeten liggen. 
 
Als tijdens de zwangerschap of borstvoeding een ander geneesmiddel moet worden toegevoegd aan deze 
oplossing voor infusie, moet u echter: 
•  uw arts raadplegen. 
•  de bijsluiter van het toe te voegen geneesmiddel lezen. 
 
Rijvaardigheid en het gebruik van machines 
 
Dit middel heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te gebruiken. 
 
 
3. 
HOE GEBRUIKT U DIT MIDDEL? 
 
Dit middel wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en 
wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand en de reden voor 
de behandeling. De dosering kan ook afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen. 
 
Dit middel mag NIET worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op een of andere manier 
beschadigd is. 
 
Dit middel wordt doorgaans in een ader toegediend via een plastic slangetje dat bevestigd is aan een naald. 
Meestal wordt een ader in uw arm gebruikt om de oplossing voor infusie toe te dienen. Het is echter mogelijk 
dat uw arts beslist om u het geneesmiddel te geven via een andere toedieningsweg. 
 
Wanneer u dit middel toegediend krijgt, voert uw arts regelmatig bloedtests uit om het volgende te bewaken: 
•  hoeveelheid suiker in uw bloed; 
•  concentratie aan bepaalde chemicaliën (zoals natrium en kalium) in uw bloed. 
Uw arts bewaakt ook uw vochtbalans (uw vochtinname en de hoeveelheid urine die u produceert). 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
4/8 
 
Niet-gebruikte oplossing moet worden vernietigd. Dit middel mag NIET worden toegediend uit een 
gedeeltelijk gebruikte zak. 
 
Heeft u te veel van dit middel gebruikt? 
 
Als u te veel van dit middel toegediend heeft gekregen (te hoog toegediend volume) of als het middel te snel 
of te vaak toegediend is, kunnen de volgende verschijnselen optreden: 
•  verdunning van het bloed (hemodilutie) en te veel vocht in de bloedvaten (hypervolemie); 
•  hoger bloedsuikergehalte dan normaal (hyperglykemie); 
•  het bloed wordt te geconcentreerd (hyperosmolariteit); 
•  suiker in de urine (glucosurie); 
•  verhoogde urineproductie (osmotische diurese); 
•  waterverlies uit het lichaam (dehydratie); 
•  daling in de bloedgehalten van: 
  kalium;  
  fosfaat. 
 
Als u één van deze verschijnselen hebt, zal uw arts uw infusie stopzetten en u behandelen afhankelijk van de 
verschijnselen. 
 
Als een geneesmiddel toegevoegd is aan dit middel voordat u een te hoog volume toegediend krijgt, kan ook 
dat geneesmiddel leiden tot verschijnselen. Lees de bijsluiter van het toegevoegde geneesmiddel voor een 
overzicht van mogelijke verschijnselen. 
 
Als u stopt met het gebruik van dit middel 
 
Uw arts beslist wanneer uw infusie stopgezet wordt. 
 
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts. 
 
 
4. MOGELIJKE 
BIJWERKINGEN 
 
Zoals elk geneesmiddel kan Glucose 10 % bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 
 
Heeft u een van de volgende verschijnselen? Neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of 
verpleegkundige. Deze verschijnselen kunnen tekenen zijn van een zeer ernstige of zelfs dodelijke 
allergische reactie (overgevoeligheidsreactie): 
•  opzwellen van de gezichtshuid, lippen en keel; 
•  ademhalingsmoeilijkheden; 
•  huiduitslag; 
•  roodheid van de huid (erytheem); 
•  netelroos (urticaria). 
U wordt behandeld afhankelijk van de verschijnselen. 
 
Andere bijwerkingen zijn: 
•  veranderingen in de concentraties aan chemicaliën in het bloed (verstoringen van de 
elektrolytenbalans), waaronder: 
  laag kaliumgehalte in het bloed (hypokaliëmie); 
  laag magnesiumgehalte in het bloed (hypomagnesiëmie); 
  laag fosfaatgehalte in het bloed (hypofosfatemie). 
•  hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie); 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
5/8 
 
•  te veel vocht in de bloedvaten (hemodilutie en hypervolemie); 
•  suiker in de urine (glucosurie); 
•  koude rillingen; 
•  zweten; 
•  koorts (koortsreactie); 
•  infectie op de plaats van de injectie; 
•  reacties gerelateerd aan de toedieningsweg: 
  lokale pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie). 
  irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing toegediend wordt (flebitis). Dit kan 
leiden tot roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling rond de ader waarin de 
oplossing toegediend wordt. 
  vorming van een bloedstolsel (veneuze trombose) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling 
of roodheid veroorzaakt in de omgeving van het stolsel. 
  uittreding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader (extravasatie), wat kan 
leiden tot weefselbeschadiging en littekenvorming. 
 
Als een geneesmiddel toegevoegd is aan deze oplossing voor infusie, kan ook dat toegevoegde geneesmiddel 
leiden tot bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn afhankelijk van het toegevoegde geneesmiddel. Lees de 
bijsluiter van het toegevoegde geneesmiddel voor een overzicht van mogelijke verschijnselen. 
 
Krijgt u een van deze bijwerkingen of een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op 
met uw arts of verpleegkundige. In geval van een bijwerking moet de infusie worden stopgezet. 
 
 
5. 
HOE BEWAART U DIT MIDDEL? 
 
Buiten het bereik en zicht van kinderen houden. 
 
Dit geneesmiddel vereist geen bijzondere bewaarcondities. 
 
Dit middel mag NIET worden toegediend na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de zak en 
de doos na “EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste 
houdbaarheidsdatum. 
 
Dit middel mag niet worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op een of andere manier 
beschadigd is. 
 
 
6. AANVULLENDE 
INFORMATIE 
 
Welke stoffen zitten er in dit middel? 
 
De werkzame stof in dit middel is glucose (als monohydraat): 100 g per liter. 
De enige andere stof in dit middel is water voor injecties. 
 
Samenstelling per 250 ml 
Glucose (als monohydraat): 25 g 
 
Samenstelling per 500 ml 
Glucose (als monohydraat): 50 g 
 
Samenstelling per 1000 ml 
Glucose (als monohydraat): 100 g 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
6/8 
 
 
Hoe ziet Glucose 10 % eruit en hoeveel zit er in een verpakking? 
 
Dit middel is een heldere oplossing die geen zichtbare deeltjes bevat. Het product is verkrijgbaar in zakken 
van polyolefine/polyamide plastic (Viaflo). Elke zak bevindt zich in een afgesloten plastic 
beschermverpakking. 
 
De verpakkingsgrootten zijn: 
•  250 ml, 
•  500 ml, 
•  1000 ml. 
 
De zakken worden geleverd in kartonnen dozen. Elke doos bevat een van de volgende hoeveelheden: 
•  30 of 36 zakken van 250 ml, 
•  20 of 24 zakken van 500 ml, 
•  10 of 12 zakken van 1000 ml. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant 
 
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: 
Baxter B.V., Kobaltweg 49, NL-3542 CE Utrecht, Nederland 
Fabrikant: 
Bieffe Medital S.A., Ctra de Biescas-Senegüé, E-22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje 
 
Nummer van de vergunning voor het in de handel brengen 
 
RVG 106110 
 
Afleveringswijze 
 
Uitsluitend recept (UR). 
 
Deze bijsluiter is goedgekeurd in augustus 2010 
 
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de 
gezondheidszorg. 
 
Instructies voor verwerking en voorbereiding 
 
De oplossing voor infusie moet vóór gebruik visueel worden gecontroleerd. 
Uitsluitend gebruiken als de oplossing helder is en geen zichtbare deeltjes bevat, en de zak onbeschadigd is. 
Onmiddellijk toedienen na inbrenging van de toedieningsset. 
De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen. 
De binnenverpakking zorgt ervoor dat de steriliteit van het product behouden blijft. 
Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie 
als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de 
vloeistof uit de tweede zak beëindigd is. 
Aan de hand van een aseptische techniek moet de oplossing worden toegediend met steriele apparatuur. Deze 
apparatuur moet worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem. 
 
Toe te voegen geneesmiddelen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd via de hersluitende 
injectiepoort. Wanneer een toe te voegen geneesmiddel gebruikt wordt, moet vóór parenterale toediening de 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
7/8 
 
isotoniciteit ervan worden gecontroleerd. Het toegevoegde geneesmiddel moet grondig en zorgvuldig 
worden gemengd onder aseptische omstandigheden. Oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen moeten 
onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden bewaard. 
 
Vernietigen na eenmalig gebruik. 
 
Niet-gebruikte oplossing vernietigen. 
 
Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten. 
 
1. De beschermverpakking openen 
 
a.  Neem de Viaflo-zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking. 
b.  Controleer op de aanwezigheid van kleine lekken door stevig in de binnenverpakking te knijpen. 
Vernietig de oplossing in geval van lekken, aangezien de steriliteit kan zijn aangetast. 
c.  Controleer of de oplossing helder is en geen vreemde deeltjes bevat. Vernietig de oplossing als die niet 
helder is of vreemde deeltjes bevat. 
 
2. De toediening voorbereiden 
 
Gebruik steriel materiaal voor voorbereiding en toediening. 
 
a.  Hang de zak via het oogje omhoog aan de infuusstandaard. 
b.  Verwijder de plastic beschermhuls van de uitlaatpoort onderaan op de zak: 
-  Neem met de ene hand de kleine vleugel op de hals van de uitlaatpoort vast. 
-  Neem met de andere hand de grotere vleugel op de beschermhuls vast en draai die van de uitlaatpoort. 
-  De beschermhuls springt los van de uitlaatpoort. 
c.  Pas een aseptische techniek toe om de infusie voor te bereiden. 
d.  Bevestig de toedieningsset. Raadpleeg de volledige gebruiksaanwijzing van de set voor de aansluiting 
en priming van de set en de toediening van de oplossing. 
 
3. Technieken voor de injectie van toe te voegen geneesmiddelen 
 
Waarschuwing: Het is mogelijk dat toe te voegen geneesmiddelen onverenigbaar zijn. 
 
Geneesmiddelen toevoegen vóór de toediening 
a. Desinfecteer de injectiepoort. 
b.  Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende 
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing. 
c.  Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel. Tik voorzichtig op de poorten terwijl die rechtop 
gehouden worden, en meng het geneesmiddel met de oplossing in geval van geneesmiddelen met een 
hoge densiteit zoals kaliumchloride. 
 
Opgelet: Zakken met toegevoegde geneesmiddelen niet bewaren. 
 
Geneesmiddelen toevoegen tijdens de toediening 
a.  Sluit de klem op de set. 
b. Desinfecteer de injectiepoort. 
c.  Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende 
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing. 
d.  Verwijder de zak van de infuusstandaard en/of houd de zak rechtop. 
e.  Tik voorzichtig op beide poorten om de aanwezige luchtbellen in de poorten te verwijderen, terwijl de 
zak rechtop gehouden wordt. 
f.  Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel. 
 
Version 1.1 

Glucose 10 % 
Baxter B.V. 
Bijsluiter 
8/8 
 
g.  Hang de zak opnieuw via het oogje aan de infuusstandaard, open de klem en ga verder met de toediening. 
 
4. Houdbaarheid na opening van de beschermverpakking: toegevoegde geneesmiddelen 
 
Vóór gebruik moeten de chemische en fysische stabiliteit van het toe te voegen geneesmiddel worden 
bepaald bij de zuurgraad van Glucose 10 % in de Viaflo-zak. 
Vanuit microbiologisch standpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt, tenzij de 
verdunning uitgevoerd is onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden. Als het verdunde 
product niet onmiddellijk gebruikt wordt, zijn de bewaartijden en bewaarcondities na opening van de 
beschermverpakking de verantwoordelijkheid van de gebruiker. 
 
5. Gevallen van onverenigbaarheid met toe te voegen geneesmiddelen 
 
Vanwege het risico op hemolyse en klontervorming mogen glucoseoplossingen niet gelijktijdig met, vóór of 
na de toediening van bloed worden toegediend met dezelfde infusieapparatuur. 
De verenigbaarheid van het toe te voegen geneesmiddel met de oplossing in de Viaflo-zak moet worden 
gecontroleerd alvorens dit geneesmiddel toe te voegen. 
Wanneer er geen onderzoek is gedaan naar verenigbaarheden mag dit geneesmiddel niet met andere 
geneesmiddelen gemengd worden. 
De gebruiksaanwijzing van het toe te voegen geneesmiddel moet worden geraadpleegd. 
Alvorens een geneesmiddel toe te voegen, moet er worden gecontroleerd of het geneesmiddel oplosbaar 
en stabiel is in water bij de zuurgraad (pH 3,5 – 6,5) van Glucose 10 %. 
Wanneer een verenigbaar geneesmiddel toegevoegd wordt aan Glucose 10 %, moet de oplossing 
onmiddellijk worden toegediend. 
Toe te voegen geneesmiddelen waarvan de onverenigbaarheid vastgesteld is, mogen niet worden gebruikt. 
 
Version 1.1 





« Vorige
[Glucose 10 %, oplossing voor infusie, 100 g/l]
Volgende »
[Glucose 70%, infusievloeistof]