Bestanden
Home > Bestanden


Glucose 10%, oplossing voor intraveneuze infusie 100 g/l, 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml

RegistratienummerRVG 51662
Farmaceutische vormOplossing voor infusie
ToedieningswegParenteraal
ATCB05BA03 - Carbohydrates
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum12 oktober 1992
RegistratiehouderFresenius Kabi Nederland BV
Amersfoortseweg 10E
3705 GJ ZEIST
Werkzame stof(fen)GLUCOSE 1-WATER
overeenkomend met
GLUCOSE 0-WATER
Hulpstof(fen)WATER, GEZUIVERD
Download: Bijsluiter PDF
Zie ook: IB-tekst


IB3 tekst

Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit
geneesmiddel
· Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
· Heeft u nog vragen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
· Dit geneesmiddel is aan u persoonlijk voorgeschreven, geef dit geneesmiddel niet
door aan anderen. Dit geneesmiddel kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als de
verschijnselen dezelfde zijn als waarvoor u het geneesmiddel heeft gekregen.

Inhoud van deze bijsluiter
1. Wat is GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie en waarvoor wordt het
gebruikt?
2. Wat u moet weten voordat u GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie
gebruikt
3. Hoe wordt GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie gebruikt?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe wordt GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie bewaard?

GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie

Vorm en samenstelling
GLUCOSE 10% is een oplossing voor directe toediening in een ader.
GLUCOSE 10% bevat per 1000 ml:
Glucose monohydraat

110 g
Overeenkomend met:
Glucose
100
g

Andere bestanddelen (hulpstoffen) zijn: water voor injecties.

Inschrijving
De registratiehouder is:
Fresenius Kabi Nederland B.V.
Postbus 2397
5202 CJ `s-Hertogenbosch

GLUCOSE 10% is ingeschreven onder nummer RVG 51662


1. WAT IS GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie EN WAARVOOR
WORDT HET GEBRUIKT?
GLUCOSE 10% is een oplossing voor directe toediening in een ader. GLUCOSE
10% zorgt voor de toevoer van energie als deze niet of niet in voldoende mate via de
mond kan of mag worden opgenomen.

GLUCOSE 10% wordt op de markt gebracht in glazen flessen, kunststofflessen of
kunststofzakken van verschillende inhoud.




IB3 tekst

2. WAT MOET U WETEN VOORDAT U GLUCOSE 10%, oplossing voor
intraveneuze infusie TOEGEDIEND KRIJGT

GLUCOSE 10% moet niet gebruikt worden wanneer u last heeft van:

· Hartfalen eventueel samen met vocht in de longen (longoedeem)
· Een te hoge suikerconcentratie in het bloed..
· Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is
(diabetes insipidus) als deze niet behandeld wordt.
· Een verstoring van de opname van glucose en galactose (glucose-
galactosemalabsorptiesyndroom).
· Als u niet meer in staat bent urine te produceren (anurie) of als u een ernstige
verstoring hebt van het functioneren van de nier
· Bloedingen in het hoofd of in het ruggemerg.
· Een bepaalde vorm van ernstig verminderd geestelijk functioneren veroorzaakt
door alcoholmisbruik (Delirium tremens).
· Een te lage kaliumconcentratie in het bloed.
· Een verzuring van het bloed.
· Een teveel aan vocht in het lichaam.

Extra voorzichtigheid met GLUCOSE 10% is op zijn plaats bij:
· Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is
(diabetes insipidus).
· Toediening van geconcentreerde oplossingen van glucose via een ader in arm of
been kan leiden tot vaatwandontsteking en de vorming van bloedstolsels. Het is
daarom beter deze oplossingen bijvoorbeeld via de bovenste tak van de holle
ader toe te dienen.
· Snelle toediening van geconcentreerde zoutoplossingen kan leiden tot hoge
suikerconcentraties in het bloed en tot een te hoge concentratie in het algemeen.
Dit treedt vooral op als uw nier of lever minder functioneert.

Soms zal uw arts insuline toedienen om te hoge suikerconcentraties in het bloed te
voorkomen. Ook zal hij de suikerconcentratie in uw bloed nauwlettend in de gaten
houden. Na afloop van de toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen wordt
5% glucoseoplossing toegediend.
De zoutconcentraties in uw bloed worden tijdens de toediening nauwlettend in de
gaten gehouden. Er kan een tekort aan B-vitamines optreden.
Toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen aan kinderen en zuigelingen
wordt afgeraden.
Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor U van
toepassing is, of dat in het verleden geweest is.

Zwangerschap
GLUCOSE 10% kan gedurende de zwangerschap worden toegediend.

Borstvoeding
GLUCOSE 10% kan gedurende het geven van borstvoeding worden toegediend.



IB3 tekst


Gebruik van GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie in combinatie
met andere geneesmiddelen
Sommige geneesmiddelen (catecholaminen, steroïden) zorgen ervoor dat glucose
minder goed wordt opgenomen.
Bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen die op het hart werken (hartglycosiden)
kan toediening van GLUCOSE 10%, leiden tot vergiftigingsverschijnselen.
Informeer uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of kort
geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt
verkrijgen.


3. HOE WORDT GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie
GEBRUIKT?
GLUCOSE 10% wordt via een toedieningssysteem direct in een ader gebracht.

Dagelijkse dosering
De dosering en de duur van de behandeling wordt aan uw persoonlijke behoeften
aangepast.

Overdosering:
Bij het te snel en in te grote hoeveelheden toedienen van GLUCOSE 10%, kan er te
veel vocht in het lichaam terecht komen. Ook kan het evenwicht tussen diverse
zouten in het bloed ontregeld worden.
De glucose concentratie in het bloed kan stijgen en er kan glucose in de urine terecht
komen.

In geval u bemerkt dat GLUCOSE 10% te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg
dan uw arts of apotheker.

4. MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals alle geneesmiddelen kan GLUCOSE 10% bijwerkingen veroorzaken. Deze
bijwerkingen zijn:
· Aderontsteking.
· Een te lage suikerconcentratie in het bloed als reactie op de toediening van
glucose.
· Ophoping van vet in de lever
· Een te hoge suikerconcentratie in het bloed en daardoor de aanwezigheid van
suiker in de urine.
· Verstoringen in de concentraties van verschillende zouten (fosfaat, magnesium,
kalium).

In geval er bij U een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld of die u
als ernstig ervaart, informeer dan uw arts of apotheker.

5. Hoe wordt GLUCOSE 10%, oplossing voor intraveneuze infusie bewaard?




IB3 tekst

GLUCOSE 10% buiten bereik en zicht van kinderen houden.
Bewaren beneden 25oC, niet bevriezen.

Uiterste gebruiksdatum:
Gebruik GLUCOSE 10% niet meer na de datum op de verpakking achter "Niet te
gebruiken na:"

Deze bijsluiter is voor het laatst herzien/goedgekeurd in november 2007; laatste
wijziging betreft rubriek 6.5.







« Vorige
[Glucose 10%, oplossing voor intraveneuze infusie 100 g/l, 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml]
Volgende »
[Glucose 20%, infusievloeistof 200 g/l, 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml]

Gevonden op deze pagina: