Bestanden
Home > Bestanden


Bupropion HCl Sandoz retard 300 mg, tabletten met gereguleerde afgifte

RegistratienummerRVG 114388
ProcedurenummerNL/H/3041/002
Farmaceutische vormTablet met gereguleerde afgifte
ToedieningswegOraal gebruik
ATCN06AX12 - Bupropion
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum16 april 2015
RegistratiehouderSandoz B.V.
Veluwezoom 22
1327 AH ALMERE
Werkzame stof(fen)BUPROPIONHYDROCHLORIDE
SAMENSTELLING
overeenkomend met
BUPROPION
Hulpstof(fen)AMMONIA (E 527)
COPOLYMEER VAN ETHYLACRYLAAT-METHACRYLZUUR (1:1)
ETHYLCELLULOSE (E 462)
HYPROLOSE (E 463)
HYPROMELLOSE (E 464)
IJZEROXIDE ZWART (E 172)
MACROGOL 1500
MACROGOL 400
MACROGOL 8000
NATRIUMSTEARYLFUMARAAT
POVIDON K 90 (E 1201)
PROPYLEENGLYCOL (E 1520)
SCHELLAK GLAZE, GEDEELTELIJK VERESTERD
SILICIUMDIOXIDE (E 551)
TRIETHYLCITRAAT (E 1505)
ZOUTZUUR (E 507)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Sandoz B.V. 
 
Page 1/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
 
1. 

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Bupropion HCl Sandoz retard 150 mg, tabletten met gereguleerde afgifte 
Bupropion HCl Sandoz retard 300 mg, tabletten met gereguleerde afgifte 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
150 mg: elke tablet met gereguleerde afgifte bevat 150 mg bupropionhydrochloride. 
300 mg: elke tablet met gereguleerde afgifte bevat 300 mg bupropionhydrochloride. 
 
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
Tablet met gereguleerde afgifte. 
 
150 mg tablet: wit tot lichtgeel, rond, biconvex, een diameter van ongeveer 7,5 mm, aan één 
zijde bedrukt met “A 151” en onbedrukt aan de andere zijde. 
300 mg tablet: wit tot lichtgeel, rond, biconvex, een diameter van ongeveer 10 mm, aan één 
zijde bedrukt met “A 152” en onbedrukt aan de andere zijde. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
 
Bupropion HCl Sandoz retard is geïndiceerd voor de behandeling van ernstige depressieve 
episodes (episodes van depressie in engere zin). 
 
4.2  Dosering en wijze van toediening
 
 
Bupropion HCl Sandoz retard tabletten moeten heel worden doorgeslikt. De tabletten mogen 
niet worden doorgesneden, fijngemaakt of gekauwd aangezien dit een verhoogd risico kan 
geven op bijwerkingen, waaronder convulsies. 
 
Bupropion HCl Sandoz retard tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen. 
 
Gebruik bij volwassenen 
De aanbevolen startdosis is 150 mg eenmaal daags. Er is geen optimale dosis vastgesteld in 
klinische studies. Indien geen verbetering wordt waargenomen na 4 weken behandelen met 
150 mg, kan de dosis worden verhoogd naar 300 mg eenmaal daags. Tussen twee 
opeenvolgende doses dient een tijd van minimaal 24 uur te zitten. 
 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 2/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Het intreden van de werking van bupropion werd 14 dagen na aanvang van de behandeling 
waargenomen. Zoals met alle antidepressiva kan het volledige antidepressieve effect van 
bupropion pas na enkele weken van behandeling merkbaar worden. 
 
Patiënten met een depressie moeten gedurende een voldoende lange periode van minimaal 
6 maanden worden behandeld, om te garanderen dat ze symptoomvrij zijn. 
 
Slapeloosheid is een zeer vaak voorkomende bijwerking, die vaak van voorbijgaande aard 
is. Slapeloosheid kan worden verminderd door inname voor het slapen gaan te vermijden 
(mits er ten minste 24 uur tussen de doses zit). 
 
Pediatrische patiënten 
Bupropion is gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen of adolescenten jonger dan 18 jaar 
(zie rubriek 4.4). De veiligheid en werkzaamheid van bupropion zijn niet vastgesteld bij 
patiënten onder de 18 jaar. 
 
Ouderen 
De werkzaamheid bij ouderen is niet eenduidig aangetoond. In een klinisch onderzoek 
volgden oudere patiënten hetzelfde doseringsschema als volwassenen (zie “Gebruik bij 
volwassenen”). Een grotere gevoeligheid van sommige oudere individuen kan niet worden 
uitgesloten. 
 
Patiënten met een verminderde leverfunctie 
Bupropion moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een verminderde 
leverfunctie (zie rubriek 4.4). Door de toegenomen variabiliteit van de farmacokinetiek bij 
patiënten met een licht tot matig verminderde functie is de aanbevolen dosering bij deze 
patiënten 150 mg eenmaal daags. 
 
Patiënten met een verminderde nierfunctie 
De aanbevolen dosering bij deze patiënten is 150 mg eenmaal daags, aangezien bupropion 
en zijn werkzame metabolieten bij deze patiënten in grotere mate dan normaal kunnen 
accumuleren (zie rubriek 4.4). 
 
Het stoppen van de behandeling 
Hoewel onttrekkingsverschijnselen (gemeten als spontane meldingen en niet met 
beoordelingsschalen) niet werden waargenomen in klinische studies met bupropion, kan een 
afbouwperiode overwogen worden. Bupropion is een selectieve remmer van de neuronale 
heropname van catecholamines en een “rebound effect” of onttrekkingsverschijnselen 
kunnen niet worden uitgesloten. 
 
4.3 Contra-indicaties 
 
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde 
hulpstoffen. 
 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 3/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten die enig ander geneesmiddel innemen dat 
bupropion bevat, aangezien de incidentie van convulsies dosisafhankelijk is en om 
overdosering te voorkomen. 
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten met manifeste epilepsie of met een 
voorgeschiedenis van convulsies. 
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten met een bekende tumor van het centraal 
zenuwstelsel.  
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten die op enig moment tijdens de behandeling 
abrupt stoppen met alcohol of bij enig geneesmiddel waarvan bekend is dat het een risico op 
convulsies geeft tijdens onttrekking (in het bijzonder benzodiazepinen en benzodiazepine-
achtige middelen). 
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten met ernstige levercirrose. 
 
Bupropion is gecontra-indiceerd bij patiënten met boulimia of anorexia nervosa of met een 
voorgeschiedenis hiervan. 
 
Gelijktijdig gebruik van bupropion en monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) is 
gecontra-indiceerd. Er dient een periode van ten minste 14 dagen te zitten tussen het 
stoppen met irreversibele MAO-remmers en de start van de behandeling met bupropion. 
Voor reversibele MAO-remmers is een periode van 24 uur voldoende. 
 
4.4 Bijzondere 
waarschuwingen 
en voorzorgen bij gebruik 
 
Convulsies 
De aanbevolen dosering van bupropion tabletten met gereguleerde afgifte mag niet worden 
overschreden, aangezien bupropion in verband wordt gebracht met een dosisafhankelijk 
risico op convulsies. In klinische studies was de algehele incidentie van convulsies bij doses 
tot 450 mg/dag ongeveer 0,1%. 
 
Er is een verhoogd risico op het optreden van convulsies bij gebruik van bupropion in 
aanwezigheid van predisponerende factoren die de convulsiedrempel verlagen. Daarom 
moet bupropion met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met één of meer 
condities die predisponeren voor een verlaagde convulsiedrempel. 
 
Bij alle patiënten moet onderzocht worden of er sprake is predisponerende risicofactoren; dit 
zijn onder meer: 
  gelijktijdige toediening van andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de 
convulsiedrempel verlagen (bijv. antipsychotica, antidepressiva, antimalariamiddelen, 
tramadol, theofylline, systemische steroïden, chinolonen en sederende antihistaminica) 
  alcoholmisbruik (zie ook rubriek 4.3) 
 voorgeschiedenis 
van 
hoofdletsel 
  diabetes behandeld met orale bloedglucoseverlagende middelen of insuline 
  gebruik van stimulerende of eetlustremmende middelen. 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 4/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
 
Bupropion moet gestopt worden en mag niet opnieuw gestart te worden bij patiënten die 
tijdens een behandeling een convulsie krijgen. 
 
Interacties (zie rubriek 4.5) 
Door farmacokinetische interacties kunnen de plasmaspiegels van bupropion of zijn 
metabolieten veranderen, wat de mogelijkheid van bijwerkingen kan verhogen (bijv. droge 
mond, slapeloosheid, convulsies). Daarom is voorzichtigheid geboden wanneer bupropion 
gelijktijdig wordt gegeven met geneesmiddelen die het metabolisme van bupropion kunnen 
induceren of inhiberen. 
 
Bupropion inhibeert metabolisme door cytochroom P450 2D6. Voorzichtigheid wordt 
geadviseerd wanneer gelijktijdig geneesmiddelen worden toegediend die door dit enzym 
worden gemetaboliseerd. 
 
Uit de literatuur blijkt dat geneesmiddelen die CYP2D6 remmen, verlaagde concentraties 
endoxifen, de actieve metaboliet van tamoxifen, kunnen veroorzaken. Daarom moet het 
gebruik van bupropion, een CYP2D6-remmer, indien mogelijk tijdens de behandeling met 
tamoxifen vermeden worden (zie rubriek 4.5). 
 
Neuropsychiatrie 
Suïcide/suïcidale gedachten of verergering van de aandoening 
Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, 
zelfverwonding en suïcide (aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen). Dit risico blijft bestaan 
tot een significante remissie optreedt. Omdat het mogelijk is dat gedurende de eerste paar 
weken van behandeling of langer geen verbetering optreedt, moeten patiënten zeer goed 
gevolgd worden tot een dergelijke verbetering wel optreedt. Het is algemene klinische 
ervaring dat het risico op suïcide in de vroege stadia van het herstel kan toenemen. 
 
Van patiënten met een voorgeschiedenis van aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen, of 
patiënten die voorafgaand aan het begin van de behandeling een significante mate van 
suïcidale ideevorming vertonen, is bekend dat ze een groter risico lopen op het ontwikkelen 
van suïcidale gedachten of suïcidepogingen en ze moeten tijdens de behandeling zeer goed 
gevolgd worden.  
Een meta-analyse van placebogecontroleerde klinische onderzoeken met antidepressiva bij 
volwassen patiënten met psychiatrische stoornissen toonde een toegenomen risico op 
suïcidaal gedrag bij het gebruik van antidepressiva vergeleken met placebo bij patiënten 
jonger dan 25 jaar oud. 
 
Patiënten, in het bijzonder hoog-risico patiënten, moeten nauwkeurig gevolgd worden tijdens 
behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de behandeling en 
na dosisaanpassingen. Patiënten (en zorgverleners van patiënten) moeten gewezen worden 
op de noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale 
gedachten en ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch 
advies in te winnen als deze symptomen zich voordoen. 
Er moet worden onderkend dat het begin van sommige neuropsychiatrische symptomen 
gerelateerd kan zijn aan zowel de onderliggende ziekte als de behandeling (zie 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 5/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
“Neuropsychiatrische symptomen, waaronder manie en bipolaire stoornis” hieronder; zie 
rubriek 4.8). 
 
Men moet overwegen het therapeutische behandelschema aan te passen en eventueel 
gebruik van het geneesmiddel te staken bij patiënten bij wie suïcidaal gedrag of suïcidale 
gedachten optreden, zeker als deze symptomen ernstig zijn, plotseling optreden of als de 
patiënt niet eerder deze symptomen vertoonde. 
 
Neuropsychiatrische symptomen, waaronder manie en bipolaire stoornis 
 
Neuropsychiatrische symptomen zijn gemeld (zie rubriek 4.8). In het bijzonder psychotische 
en manische symptomatologie is waargenomen, vooral bij patiënten met een bekende 
voorgeschiedenis van psychiatrische ziekte. Daarnaast kan een ernstige depressieve 
episode de eerste uiting zijn van een bipolaire stoornis. Het wordt algemeen aangenomen 
(hoewel het niet bewezen is in gecontroleerde studies) dat behandeling van een dergelijke 
episode met alleen een antidepressivum bij patiënten met een risico op bipolaire stoornis de 
kans op het optreden van een gemengde/manische episode kan vergroten. Beperkte 
klinische gegevens over het gebruik van bupropion in combinatie met 
stemmingsstabilisatoren bij patiënten met een voorgeschiedenis van bipolaire stoornis 
suggereren een lage frequentie van overgang naar manie. Voor aanvang van de 
behandeling met een antidepressivum moeten patiënten adequaat worden gescreend om te 
bepalen of zij een risico lopen op bipolaire stoornis; deze screening moet in ieder geval een 
gedetailleerde psychiatrische anamnese bevatten, waaronder een familieanamnese van 
suïcide, bipolaire stoornis en depressie. 
 
Gegevens bij dieren suggereren een potentieel voor geneesmiddelmisbruik. Studies naar 
gevoeligheid voor misbruik bij mensen en een uitgebreide klinische ervaring laten echter zien 
dat bupropion een laag potentieel voor misbruik heeft. 
 
Klinische ervaring met bupropion bij patiënten die elektroconvulsieve therapie (ECT) krijgen, 
is beperkt. Voorzichtigheid moet worden betracht bij patiënten die ECT tegelijk met 
bupropionbehandeling krijgen. 
 
Overgevoeligheid 
Bupropion moet onmiddellijk worden gestopt als patiënten overgevoeligheidsreacties krijgen 
gedurende de behandeling. Artsen moeten erop bedacht zijn dat symptomen kunnen 
verergeren of terugkeren na het stoppen van bupropion en moeten ervoor zorgen dat 
symptomatische behandeling wordt gegeven gedurende een voldoende lange periode (ten 
minste één week). Typische symptomen zijn huiduitslag, pruritus, urticaria of pijn op de 
borst, maar ernstigere reacties zijn angio-oedeem, dyspnoe/bronchospasmen, 
anafylactische shock, erythema multiforme of Stevens-Johnson-syndroom. Artralgie, myalgie 
en koorts zijn eveneens gemeld in samenhang met huiduitslag en andere symptomen die 
wijzen op vertraagde overgevoeligheid (zie rubriek 4.8). Bij de meeste patiënten verbeterden 
de symptomen na het stoppen van bupropion en het starten van een behandeling met 
antihistaminica of corticosteroïden en verdwenen ze na enige tijd. 
 
Cardiovasculaire ziekte 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 6/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Er is beperkte klinische ervaring met het gebruik van bupropion om depressie te behandelen 
bij patiënten met cardiovasculaire ziekte. Voorzichtigheid moet worden betracht wanneer het 
bij deze patiënten wordt gebruikt. In studies waar bupropion werd gebruikt om te stoppen 
met roken, werd het echter over het algemeen goed verdragen door patiënten met 
ischemische cardiovasculaire ziekte (zie rubriek 5.1). 
 
Bloeddruk 
Er is aangetoond dat bupropion geen significante verhoging van de bloeddruk geeft bij niet-
depressieve patiënten met stadium 1 hypertensie. In de klinische praktijk is echter 
hypertensie gemeld bij patiënten die bupropion kregen, die in sommige gevallen ernstig kan 
zijn (zie rubriek 4.8) en acute behandeling vereist. Dit is waargenomen bij patiënten met en 
zonder reeds bestaande hypertensie. 
 
Een uitgangsbloeddruk moet verkregen worden bij het begin van de behandeling, met 
daaropvolgende controles, vooral bij patiënten met reeds bestaande hypertensie. Er moet 
overwogen worden om te stoppen met bupropion als een klinisch significante stijging van de 
bloeddruk wordt waargenomen. 
 
Gecombineerd gebruik van bupropion met een nicotine transdermaal systeem kan resulteren 
in bloeddrukverhoging. 
 
Specifieke patiëntengroepen 
Pediatrische patiënten (<18 jaar) - Behandeling met antidepressiva is in verband gebracht 
met een verhoogd risico op suïcidale gedachten en gedrag bij kinderen en adolescenten met 
een ernstige depressieve stoornis en andere psychiatrische stoornissen. 
 
Patiënten met een verminderde leverfunctie - 
Bupropion wordt uitgebreid 
gemetaboliseerd in de lever tot actieve metabolieten, die verder worden gemetaboliseerd. Er 
zijn geen statistisch significante verschillen waargenomen in de farmacokinetiek van 
bupropion bij patiënten met een lichte tot matige levercirrose in vergelijking met gezonde 
vrijwilligers, maar de bupropionplasmaspiegels lieten een grotere variabiliteit zien tussen 
individuele patiënten. Daarom moet bupropion met voorzichtigheid worden gebruikt bij 
patiënten met een licht tot matig verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.2). 
 
Alle patiënten met een verminderde leverfunctie moeten nauwgezet gecontroleerd worden 
op mogelijke bijwerkingen (bijv. slapeloosheid, droge mond, convulsies), die een aanwijzing 
kunnen zijn voor hoge geneesmiddel- of metabolietenspiegels. 
 
Patiënten met een verminderde nierfunctie - 
Bupropion wordt voornamelijk in de urine 
uitgescheiden als zijn metabolieten. Daarom zouden bij patiënten met een verminderde 
nierfunctie bupropion en zijn actieve metabolieten in grotere mate dan normaal kunnen 
accumuleren. De patiënt moet nauwkeurig worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen 
(bijv. slapeloosheid, droge mond, convulsies), die een aanwijzing kunnen zijn voor hoge 
geneesmiddel- of metabolietenspiegels (zie rubriek 4.2). 
 
Interferentie met urinetesten 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 7/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Bupropion, met zijn amfetamine-achtige chemische structuur, beïnvloedt de bepaling van 
sommige snelle urine drugstesten, wat kan resulteren in vals-positieve uitslagen, in het 
bijzonder voor amfetamines. Een positieve uitslag moet gewoonlijk worden bevestigd met 
een meer specifieke methode. 
 
4.5  Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Omdat monoamineoxidase A- en B-remmers ook de catecholaminerge activiteiten 
bevorderen, via een verschillend mechanisme van dat van bupropion, is gelijktijdig gebruik 
van bupropion en monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) gecontra-indiceerd (zie 
rubriek 4.3), aangezien er een verhoogde mogelijkheid van bijwerkingen is door hun 
gelijktijdige toediening. Er moet ten minste 14 dagen verlopen tussen het stoppen met 
irreversibele MAO-remmers en het beginnen van de behandeling met bupropion. Voor 
reversibele MAO-remmers is een periode van 24 uur voldoende. 
 
Het effect van bupropion op andere geneesmiddelen  
Hoewel het niet wordt gemetaboliseerd door het CYP2D6-isoenzym, remmen bupropion en 
zijn voornaamste metaboliet hydroxybupropion de CYP2D6-activiteit. Gelijktijdige toediening 
van bupropion en desipramine aan gezonde vrijwilligers, die snelle metaboliseerders van het 
CYP2D6-isoenzym zijn, resulteerde in grote (twee tot vijfmaal) toenames van de Cmax en de 
AUC van desipramine. Remming van CYP2D6 was gedurende minstens 7 dagen na inname 
van de laatste dosis bupropion aanwezig. 
 
Gelijktijdige therapie met geneesmiddelen met een smalle therapeutische index, die 
voornamelijk door CYP2D6 worden gemetaboliseerd, moet worden begonnen aan de 
onderkant van het doseringsbereik van het gelijktijdige geneesmiddel. Zulke 
geneesmiddelen zijn bepaalde antidepressiva (bijv. desipramine, imipramine), antipsychotica 
(bijv. risperidon, thioridazine), bètablokkers (bijv. metoprolol), selectieve 
serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en klasse 1C anti-aritmica (bijv. propafenon, 
flecaïnide). Wanneer bupropion wordt toegevoegd aan een behandelingsregime van een 
patiënt die reeds zo’n geneesmiddel ontvangt, dient de noodzaak van een dosisverlaging 
van de bestaande medicatie te worden overwogen. In deze gevallen dient het verwachte 
voordeel van de behandeling met bupropion nauwkeurig te worden afgewogen tegen de 
potentiële risico’s.  
 
Geneesmiddelen die een metabole activatie via CYP2D6 nodig hebben om werkzaam te zijn 
(bijv. tamoxifen), kunnen een verminderde werkzaamheid hebben als ze tegelijkertijd worden 
toegediend met CYP2D6-remmers zoals bupropion (zie rubriek 4.4). 
 
Hoewel citalopram (een SSRI) niet primair wordt gemetaboliseerd door CYP2D6, verhoogde 
bupropion in een studie de Cmax en AUC van citalopram met 30% respectievelijk 40%. 
 
Het effect van andere geneesmiddelen op bupropion 
Bupropion wordt gemetaboliseerd tot zijn belangrijkste actieve metaboliet hydroxybupropion 
voornamelijk door het cytochroom P450 CYP2B6 (zie rubriek 5.2). Gelijktijdige toediening 
van geneesmiddelen die via het CYP2B6 isoenzym het metabolisme van bupropion kunnen 
beïnvloeden (bijv. CYP2B6-substraten: cyclofosfamide, ifosfamide, en CYP2B6-remmers: 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 8/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
orfenadrine, ticlopidine, clopidogrel) kunnen resulteren in verhoogde 
bupropionplasmaspiegels en verlaagde spiegels van de actieve metaboliet 
hydroxybupropion. De klinische gevolgen van de remming van het metabolisme van 
bupropion via het CYP2B6-enzym en de veranderingen hierdoor in de bupropion-
hydroxybupropion-ratio zijn momenteel onbekend. 
 
Aangezien bupropion uitgebreid wordt gemetaboliseerd, wordt voorzichtigheid geadviseerd 
wanneer bupropion gelijktijdig wordt toegediend met geneesmiddelen waarvan bekend is dat 
ze metabolisme kunnen induceren (bijv. carbamazepine, fenytoïne, ritonavir, efavirenz) of 
remmen (bijv. valproaat), omdat zij de klinische werkzaamheid en veiligheid van bupropion 
kunnen beïnvloeden. 
 
In een aantal studies bij gezonde vrijwilligers verlaagde ritonavir (100 mg tweemaal daags of 
600 mg tweemaal daags) of ritonavir 100 mg plus lopinavir 400 mg tweemaal daags de 
blootstelling aan bupropion en zijn belangrijkste metabolieten op een dosisafhankelijke wijze 
met ongeveer 20 tot 80% (zie rubriek 5.2). Op vergelijkbare wijze verminderde efavirenz 600 
mg eenmaal daags gedurende twee weken bij gezonde vrijwilligers de blootstelling aan 
bupropion met ongeveer 55%. De klinische consequenties van een verminderde blootstelling 
zijn onduidelijk, maar kunnen onder meer een afgenomen werkzaamheid omvatten bij de 
behandeling van depressie. Het is mogelijk dat patiënten die een van deze geneesmiddelen 
in combinatie met bupropion krijgen, een hogere dosis bupropion nodig hebben, maar de 
maximale aanbevolen dosis bupropion mag niet worden overschreden. 
 
Informatie over andere interacties  
Toediening van bupropion aan patiënten die gelijktijdig levodopa of amantadine gebruiken, 
moet met voorzichtigheid gebeuren. Beperkte klinische gegevens suggereren een hogere 
incidentie van bijwerkingen (bijv. misselijkheid, braken en neuropsychiatrische 
gebeurtenissen – zie rubriek 4.8) bij patiënten die bupropion gelijktijdig met levodopa of 
amantadine gebruiken. 
 
Hoewel de klinische gegevens geen farmacokinetische interactie tussen bupropion en 
alcohol identificeren, zijn er zeldzame meldingen geweest van neuropsychiatrische 
bijwerkingen of afgenomen alcoholtolerantie bij patiënten die alcohol dronken tijdens een 
behandeling met bupropion. Het gebruik van alcohol tijdens een behandeling met bupropion 
moet daarom worden geminimaliseerd of vermeden. 
 
Er zijn geen farmacokinetische studies gedaan met bupropion en gelijktijdig toegediende 
benzodiazepinen. Gebaseerd op de in vitro metabolische activiteiten is er geen reden voor 
een dergelijke interactie. Na gecombineerde toediening van bupropion met diazepam bij 
gezonde vrijwilligers was er minder sedatie dan wanneer diazepam alleen werd toegediend. 
 
Er is geen systematische evaluatie van de combinatie van bupropion met antidepressiva 
(behalve desipramine en citalopram), benzodiazepinen (behalve diazepam) of neuroleptica. 
De ervaring met Sint-Janskruid is ook beperkt. 
 
Gelijktijdig gebruik van bupropion en een nicotine transdermaal systeem (NTS) kan 
resulteren in bloeddrukverhoging. 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 9/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
 
4.6  Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding 
 
Zwangerschap 
Enkele epidemiologische onderzoeken naar uitkomsten van zwangerschappen na 
blootstelling van de moeder aan bupropion in het eerste trimester hebben aanwijzingen 
gegeven op een associatie met een verhoogd risico op bepaalde aangeboren 
cardiovasculaire afwijkingen, in het bijzonder ventrikel-septumdefecten en hartdefecten van 
de linker uitstroombaan. In diverse onderzoeken zijn deze bevindingen niet consistent. 
Dieronderzoek wijst niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft 
reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Bupropion mag niet gebruikt worden tijdens de 
zwangerschap tenzij de klinische toestand van de vrouw behandeling met bupropion 
noodzakelijk maakt en alternatieve behandelingen geen optie zijn. 
 
Borstvoeding 
Bupropion en zijn metabolieten worden uitgescheiden in de moedermelk. Een beslissing om 
te staken met de borstvoeding of om te staken met de behandeling met bupropion moet 
worden genomen na afweging van het voordeel van borstvoeding voor de 
pasgeborene/zuigeling tegen het voordeel van de behandeling met bupropion voor de 
moeder. 
 
Vruchtbaarheid 
Er zijn geen gegevens met betrekking tot het effect van bupropion op de vruchtbaarheid bij 
de mens. Een reproductieonderzoek bij ratten leverde geen bewijs voor verminderde 
vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3). 
 
4.7  Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Net als andere geneesmiddelen met een werking op het CZS kan bupropion het vermogen 
beïnvloeden om taken uit te voeren die beoordelingsvermogen of cognitieve en motorische 
vaardigheden vereisen. Patiënten moeten daarom voorzichtig zijn voordat ze gaan autorijden 
of machines bedienen totdat ze redelijk zeker weten dat bupropion hun prestaties niet 
negatief beïnvloedt. 
 
4.8 Bijwerkingen
 
 
De onderstaande lijst geeft informatie over de bijwerkingen zoals die zijn vastgesteld tijdens 
klinisch onderzoek, ingedeeld naar incidentie en orgaansysteemklassen. 
 
Bijwerkingen zijn gerangschikt naar frequentie, waarbij de volgende afspraken gehanteerd 
worden: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden 
(≥1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare 
gegevens niet worden bepaald). 
 
Bloed- en lymfestelselaandoeningen 
Niet 
anemie, leukopenie en trombocytopenie 
bekend 
Immuunsysteemaandoeningen* Vaak 
 
overgevoeligheidsreacties zoals 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 10/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
urticaria 
Zeer 
ernstigere overgevoeligheidsreacties 
zelden  
waaronder angio-oedeem, 
dyspnoe/bronchospasmen en 
anafylactische shock. 
artralgie, myalgie en koorts zijn 
eveneens gemeld samen met 
huiduitslag en andere symptomen die 
wijzen op vertraagde overgevoeligheid; 
deze symptomen kunnen lijken op 
serumziekte 
Voedings- en 
Vaak anorexie 
 
stofwisselingsstoornissen 
Soms  
gewichtsverlies  
Zeer 
bloedglucosestoornissen 
zelden  
Psychische stoornissen  
Zeer 
slapeloosheid (zie rubriek 4.2)  
vaak  
Vaak 
onrust, angst  
Soms  
depressie (zie rubriek 4.4), verwarring  
Zeer 
agressie, vijandigheid, prikkelbaarheid, 
zelden  
rusteloosheid, hallucinaties, abnormale 
dromen waaronder nachtmerries, 
depersonalisatie, waanvoorstellingen, 
paranoïde ideevorming 
Niet 
suïcidale ideevorming en suïcidaal 
bekend   gedrag***, psychose 
Zenuwstelselaandoeningen Zeer 
hoofdpijn  
vaak  
Vaak  
tremor, duizeligheid, smaakstoornissen 
Soms  
concentratiestoornissen 
Zelden 
convulsies (zie hieronder)**  
Zeer 
dystonie, ataxie, parkinsonisme, 
zelden  
incoördinatie, geheugenstoornis, 
paresthesie, syncope 
Oogaandoeningen 
Vaak  
visuele stoornissen  
Evenwichtsorgaan- en 
Vaak tinnitus 
 
ooraandoeningen 
Hartaandoeningen Soms 
tachycardie 
 
Zeer 
palpitaties  
zelden 
Bloedvataandoeningen Vaak 
verhoogde 
bloeddruk (soms ernstig), 
blozen 
Zeer 
vasodilatatie, orthostatische hypotensie 
zelden 
Maagdarmstelselaandoeningen Zeer 
droge mond, maagdarmstoornissen 
vaak 
waaronder misselijkheid en braken 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 11/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Vaak buikpijn, 
constipatie 
Lever- en galaandoeningen 
Zeer 
verhoogde leverenzymen, geelzucht, 
zelden 
hepatitis 
Huid- en onderhuidaandoeningen* 
Vaak 
huiduitslag, pruritus, zweten 
Zeer 
erythema multiforme, Stevens-Johnson-
zelden 
syndroom, verergering van psoriasis 
Skeletspierstelsel- en 
Zeer 
spiertrekkingen 
bindweefselaandoeningen 
zelden 
Nier- en urinewegaandoeningen 
Zeer 
pollakisurie en/of urineretentie 
zelden 
Algemene aandoeningen en 
Vaak  
koorts, pijn op de borst, asthenie 
toedieningsplaatsstoornissen 
 
* Overgevoeligheid kan zich uiten in huidreacties. Zie “Immuunsysteemaandoeningen” en 
“Huid- en onderhuidaandoeningen”. 
 
** De incidentie van convulsies is ongeveer 0,1% (1/1.000). Het meest voorkomende type 
convulsies zijn gegeneraliseerde tonisch-clonische convulsies, een convulsietype dat in 
sommige gevallen kan resulteren in post-ictale verwardheid of geheugenstoornis (zie rubriek 
4.4). 
 
*** Gevallen van suïcidale ideevorming en suïcidaal gedrag zijn gemeld tijdens behandeling 
met bupropion of kort na het stoppen van de behandeling (zie rubriek 4.4). 
 
Melding van vermoedelijke bijwerkingen 
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te 
melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het 
geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg 
wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen 
Centrum Lareb Website: www.lareb.nl. 
 
4.9 Overdosering 
 
Acute inname van meer dan 10 maal de maximale therapeutische dosis is gerapporteerd. 
Naast de effecten vermeld als “Bijwerkingen” resulteerde overdosering in symptomen zoals 
slaperigheid, bewustzijnsverlies en/of veranderingen in het elektrocardiogram (ECG), zoals 
geleidingsstoornissen (waaronder QRS-verlenging), aritmieën en tachycardie. QTc-
verlenging is ook gemeld, maar werd over het algemeen gezien in combinatie met QRS-
verlenging en versneld hartritme. Hoewel de meeste patiënten herstelden zonder gevolgen, 
is in zeldzame gevallen overlijden in verband met bupropion gemeld bij patiënten die een 
grote overdosis hadden ingenomen. 
 
Behandeling: In geval van overdosering wordt ziekenhuisopname geadviseerd. ECG en 
vitale tekenen moeten worden bewaakt.  
 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 12/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Zorg voor een adequate luchtvoorziening, zuurstoftoediening en ventilatie. Het gebruik van 
actieve kool wordt aanbevolen. Er is geen specifiek antidotum voor bupropion bekend. 
Verdere behandeling dient te gebeuren op klinische geleide. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: Andere antidepressiva, ATC-code: N06 AX12 
 
Werkingsmechanisme 
Bupropion is een selectieve remmer van de neuronale heropname van catecholamines 
(noradrenaline en dopamine) met minimale effecten op de heropname van indolamines 
(serotonine) en is geen remmer van beide monoamineoxidases. 
 
Het werkingsmechanisme van bupropion als antidepressivum is onbekend. Het wordt echter 
aangenomen dat de werking wordt veroorzaakt door noradrenerge en/of dopaminerge 
mechanismen. 
 
Klinische werkzaamheid 
Het antidepressieve effect van bupropion is bestudeerd in een klinisch programma met een 
totaal van 1.155 patiënten die bupropion tabletten met gereguleerde afgifte (XR) gebruikten 
en 1.868 patiënten die bupropion tabletten met vertraagde afgifte (SR) gebruikten met een 
ernstige depressieve stoornis (depressie in engere zin; Major Depressive Disorder [MDD]). 
Zeven van deze studies onderzochten de werkzaamheid van bupropion XR; hiervan werden 
drie studies in de EU uitgevoerd met doseringen van maximaal 300 mg/dag en vier studies 
werden in de Verenigde Staten uitgevoerd met een flexibel doseringsregime van maximaal 
450 mg/dag. Hiernaast worden negen studies naar ernstige depressieve stoornis met 
bupropion SR beschouwd als ondersteunend gebaseerd op bio-equivalentie van bupropion 
XR (eenmaal daags) en SR (tweemaal daags). 
 
Bupropion XR vertoonde een statistisch significante superioriteit boven placebo gemeten als 
verbetering van de totale score volgens de Montgomery-Asberg Depressie 
Beoordelingsschaal (MADRS) in één van twee identieke studies met gebruik van doseringen 
variërend van 150 tot 300 mg. De respons- en remissieaantallen waren eveneens statistisch 
significant hoger met bupropion XR vergeleken met placebo. In een derde studie bij oudere 
patiënten werd statistische superioriteit boven placebo niet bereikt op de primaire parameter, 
de gemiddelde verandering t.o.v. de uitgangswaarde in MADRS (‘Last Observation Carried 
Forward’ eindpunt), hoewel statistisch significante effecten werden waargenomen in een 
secundaire (Observed Case) analyse. 
 
Er werd op het primaire eindpunt een significant voordeel aangetoond in twee van de vier 
studies met bupropion XR (300-450 mg) in de Verenigde Staten. Eén van deze twee studies 
met positief resultaat was een placebo-gecontroleerde studie bij patiënten met een ernstige 
depressieve stoornis en de andere was een actief-gecontroleerde studie bij patiënten met 
een ernstige depressieve stoornis. 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 13/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
In een terugvalpreventiestudie werden patiënten die reageerden op acht weken acute 
behandeling met open-label bupropion SR (300 mg/dag), gerandomiseerd naar ofwel 
bupropion SR ofwel placebo gedurende een verdere periode van 44 weken. De groep die 
bupropion SR kreeg, vertoonde een statistisch significante superioriteit op het primaire 
eindpunt vergeleken met placebo (P< 0,05). De incidentie van aanhoudend effect tijdens de 
44 weken durende dubbelblinde follow-up periode was respectievelijk 64% voor bupropion 
SR en respectievelijk 48% voor placebo. 
 
Klinische veiligheid 
Het prospectief waargenomen percentage aangeboren hartafwijkingen bij zwangerschappen 
met een prenatale blootstelling aan bupropion in het eerste trimester in het internationale 
Zwangerschapsregister bedroeg 9/675 (1,3%). 
 
In een retrospectief onderzoek werd er bij meer dan duizend blootstellingen aan bupropion in 
het eerste trimester geen groter aantal aangeboren afwijkingen of cardiovasculaire 
afwijkingen waargenomen in vergelijking met het gebruik van andere antidepressiva. 
 
In een retrospectieve analyse waarbij gegevens zijn gebruikt uit het National Birth Defects 
Prevention Study werd een statistisch significant verband waargenomen tussen het 
voorkomen van een hartdefect aan de linker uitstroombaan bij zuigelingen en zelf gemeld 
gebruik van bupropion in de vroege zwangerschap. Er is geen verband waargenomen 
tussen bupropiongebruik van de moeder en andere vormen van hartdefecten of alle 
gecombineerde categorieën hartdefecten. 
 
Een nadere analyse van de gegevens uit het Slone Epidemiology Center Birth Defects Study 
vond geen statistisch significante toename van hartdefecten aan de linker uitstroombaan bij 
bupropiongebruik door de moeder. Er werd echter een statistisch significant verband 
waargenomen voor ventrikelseptumdefecten na het gebruik van alleen bupropion tijdens het 
eerste trimester. 
 
In een studie bij gezonde vrijwilligers werd na 14 dagen behandeling met bupropion tabletten 
met gereguleerde afgifte (450 mg/dag) tot “steady state” geen klinisch significant effect op 
het QTcF-interval gezien in vergelijking met placebo. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
Absorptie 
Na orale toediening van 300 mg bupropionhydrochloride eenmaal daags als een tablet met 
gereguleerde afgifte aan gezonde vrijwilligers, worden maximale plasmaconcentraties (Cmax) 
van ongeveer 160 ng/ml waargenomen na ongeveer 5 uur. Bij “steady state” zijn de Cmax- en 
AUC-waarden van hydroxybupropion ongeveer 3 respectievelijk 14 maal hoger dan die van 
bupropion. De Cmax van threohydrobupropion bij “steady state” is gelijk aan die van 
bupropion en de AUC is ongeveer vijf keer hoger, terwijl de plasmaconcentraties van 
erytrohydrobupropion vergelijkbaar zijn met die van bupropion. Piekplasmaspiegels van 
hydroxybupropion worden na 7 uur bereikt, terwijl die van threohydrobupropion en 
erytrohydrobupropion worden bereikt na 8 uur. De AUC- en Cmax-waarden van bupropion en 
zijn actieve metabolieten hydroxybupropion en threohydrobupropion stijgen dosisafhankelijk 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 14/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
over een doseringsgebied van 50-200 mg na eenmalige toediening en over een 
doseringsgebied van 300-450 mg/dag bij langdurige toediening. 
 
De absolute biologische beschikbaarheid van bupropion is niet bekend; gegevens over 
uitscheiding in de urine tonen echter aan dat bupropion voor ten minste 87% wordt 
geabsorbeerd. 
 
De absorptie van bupropion tabletten met gereguleerde afgifte wordt niet significant 
beïnvloed wanneer het gelijktijdig met voedsel wordt ingenomen. 
 
Distributie 
Bupropion wordt uitgebreid gedistribueerd met een schijnbaar verdelingsvolume van 
ongeveer 2000 l. Bupropion, hydroxybupropion en threohydrobupropion binden matig aan 
plasma-eiwitten (respectievelijk 84%, 77% en 42%). 
 
Bupropion en zijn actieve metabolieten worden in de menselijke moedermelk uitgescheiden. 
Uit dierstudies blijkt dat bupropion en zijn actieve metabolieten de bloed-hersenbarrière en 
de placenta passeren. Positron Emissie Tomografie studies bij gezonde vrijwilligers tonen 
aan dat bupropion in het centrale zenuwstelsel doordringt en bindt aan het dopamine-
heropname transporteiwit in het striatum (ongeveer 25% bij 150 mg tweemaal daags). 
 
Biotransformatie 
Bupropion wordt uitgebreid gemetaboliseerd bij mensen. Drie farmacologisch actieve 
metabolieten zijn geïdentificeerd in plasma: hydroxybupropion en de amino-alcohol isomeren 
threohydrobupropion en erytrohydrobupropion. Deze kunnen klinisch relevant zijn, 
aangezien de plasmaspiegels net zo hoog of hoger zijn dan die van bupropion. De actieve 
metabolieten worden verder gemetaboliseerd tot inactieve metabolieten (waarvan sommige 
niet volledig gekarakteriseerd zijn maar waaronder conjugaten aanwezig kunnen zijn) en 
uitgescheiden in de urine. 
 
In vitro studies geven aan dat bupropion voornamelijk door CYP2B6 wordt gemetaboliseerd 
tot zijn belangrijkste actieve metaboliet hydroxybupropion, terwijl CYP1A2, 2A6, 2C9, 3A4 en 
2E1 hierbij minder betrokken zijn. Daarentegen wordt threohydrobupropion gevormd door 
carbonylreductase, maar niet door cytochroom-P450-isoenzymen (zie rubriek 4.5). 
De inhiberende potentie van threohydrobupropion en erytrohydrobupropion op cytochroom 
P450 is niet onderzocht. 
 
Bupropion en hydroxybupropion zijn beide remmers van het CYP2D6-isoenzym met Ki-
waarden van respectievelijk 21 en 13,3 μM (zie rubriek 4.5). 
 
Er is aangetoond dat bupropion zijn eigen metabolisme induceert in dieren na subchronische 
toediening. Bij de mens is echter geen bewijs voor enzyminductie van bupropion of 
hydroxybupropion gevonden bij gezonde vrijwilligers of patiënten die gedurende 10 tot 45 
dagen aanbevolen doses bupropionhydrochloride ontvingen. 
 
Eliminatie 

 

Sandoz B.V. 
 
Page 15/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Na orale toediening van 200 mg 14C-bupropion bij de mens werd 87% en 10% van de 
radioactieve dosis in respectievelijk de urine en de feces teruggevonden. De fractie van de 
dosis bupropion die onveranderd werd uitgescheiden, was slechts 0,5%. Dit resultaat is 
consistent met het uitgebreide metabolisme van bupropion. Minder dan 10% van deze 14C-
dosis werd uitgescheiden in de urine als actieve metabolieten. 
 
De gemiddelde schijnbare klaring na orale toediening van bupropionhydrochloride is 
ongeveer 200 l/uur en de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van bupropion is ongeveer 20 
uur. 
 
De eliminatiehalfwaardetijd van hydroxybupropion is ongeveer 20 uur. De 
eliminatiehalfwaardetijden van threohydrobupropion en erytrohydrobupropion zijn langer 
(respectievelijk 37 en 33 uur) en de “steady-state” AUC-waarden zijn respectievelijk 8 en 1,6 
keer hoger dan die van bupropion. “Steady state” van bupropion en zijn metabolieten wordt 
bereikt binnen acht dagen. 
 
Het onoplosbare omhulsel van de tabletten met gereguleerde afgifte kan tijdens de 
gastrointestinale route intact blijven en kan in de feces uitgescheiden worden. 
 
Speciale patiëntengroepen: 
Patiënten met een verminderde nierfunctie 
De eliminatie van bupropion en zijn belangrijkste actieve metabolieten kan verlaagd zijn bij 
patiënten met een verminderde nierfunctie. Beperkte gegevens bij patiënten met nierfalen in 
het eindstadium of met een matig tot ernstig verminderde nierfunctie geven aan dat 
blootstelling aan bupropion en/of zijn metabolieten was toegenomen (zie rubriek 4.4). 
 
Patiënten met een verminderde leverfunctie 
De farmacokinetiek van bupropion en zijn actieve metabolieten is niet statistisch significant 
anders bij patiënten met een lichte tot matige cirrose vergeleken met die bij gezonde 
vrijwilligers, hoewel meer variabiliteit tussen individuele patiënten is waargenomen (zie 
rubriek 4.4). Bij patiënten met ernstige levercirrose waren de Cmax en AUC sterk verhoogd 
(gemiddeld verschil 70% respectievelijk driemaal hoger) en waren variabeler in vergelijking 
tot de waarden bij gezonde vrijwilligers; de gemiddelde halfwaardetijd was ook langer 
(ongeveer 40%). Voor hydroxybupropion was de gemiddelde Cmax lager (ongeveer 70%), de 
gemiddelde AUC vertoonde een trend naar toename (van ongeveer 30%), de mediane Tmax 
was later (ongeveer 20 uur), en de gemiddelde halfwaardetijden waren langer (ongeveer vier 
maal) dan bij gezonde vrijwilligers. Voor threohydrobupropion en erytrohydrobupropion 
vertoonde de gemiddelde Cmax een trend naar daling (van ongeveer 30%), de gemiddelde 
AUC een trend naar stijging (van ongeveer 50%), de mediane Tmax was later (ongeveer 20 
uur), en de gemiddelde halfwaardetijd was langer (ongeveer twee maal) dan bij gezonde 
vrijwilligers (zie rubriek 4.3). 
 
Ouderen 
Farmacokinetiekstudies bij ouderen hebben verschillende resultaten laten zien. Een studie 
met enkelvoudige doses heeft aangetoond dat de farmacokinetiek van bupropion en zijn 
metabolieten bij ouderen niet verschillend is van die van jongere volwassenen. Een andere 
farmacokinetiekstudie, met enkelvoudige en meervoudige doses, suggereerde dat 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 16/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
accumulatie van bupropion en zijn metabolieten mogelijk meer zou kunnen optreden bij 
ouderen. Klinische ervaring heeft geen verschillen in verdraagbaarheid tussen ouderen en 
jongere patiënten laten zien, maar een mogelijk grotere gevoeligheid bij ouderen kan niet 
worden uitgesloten (zie rubriek 4.4). 
 
In-vitro afgifte van bupropion met alcohol 
In-vitro testen hebben aangetoond dat bupropion sneller vrijkomt uit de tabletten met 
gereguleerde afgifte (tot 20% opgelost na 2 uur) bij hogere alcoholconcentraties (tot 40%) 
(zie rubriek 4.5). 
 
5.3  Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
In reproductietoxiciteitsonderzoeken bij ratten die werden blootgesteld aan de maximaal 
aanbevolen dosering bij de mens (gebaseerd op systemische gegevens over blootstelling) 
werden geen bijwerkingen waargenomen bij de vruchtbaarheid, de zwangerschap en de 
embryo-ontwikkeling. In reproductietoxiciteitsonderzoeken bij konijnen behandeld met een 
dosis tot 7 maal de maximaal aanbevolen dosering bij de mens, gebaseerd op mg/m2 (geen 
systemische gegevens over blootstelling zijn voorhanden), werd alleen een kleine toename 
van skeletvariaties waargenomen (toegenomen incidentie van een vaak voorkomende 
skeletvariatie van een extra thoracale rib en vertraagde ossificatie van de falangen). 
Bovendien werd bij voor de moeder toxische doseringen een afname van het foetale gewicht 
waargenomen. 
 
In dierproeven veroorzaakte bupropion in doseringen enkele malen hoger dan de 
therapeutische doseringen bij de mens onder meer de volgende dosisafhankelijke 
symptomen: ataxie en convulsies bij ratten, algemene zwakte, trillen en braken bij honden en 
een toegenomen letaliteit bij beide species. Door de enzyminductie die bij dieren wel en bij 
de mens niet optreedt, waren deze systemische blootstellingen gelijk aan de systemische 
blootstellingen waargenomen bij mensen bij de maximale aanbevolen dosering. 
 
In dierstudies zijn veranderingen in de lever gezien, maar deze reflecteren de werking van 
een leverenzyminductor. Bij de aanbevolen doseringen bij de mens induceert bupropion niet 
zijn eigen metabolisme. Dit suggereert dat de bevindingen in de lever van proefdieren 
slechts van beperkte betekenis zijn voor de evaluatie en risico-inschatting van bupropion. 
 
Genotoxiciteitsgegevens wijzen erop dat bupropion een zwak bacterieel mutagentium is, 
maar geen zoogdier-mutagentium, en daarom geen potentieel heeft als genotoxische stof bij 
de mens. Muizen- en rattenstudies bevestigen de afwezigheid van carcinogeniteit in deze 
species. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1  Lijst van hulpstoffen 
 
Tabletkern 
Povidon 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 17/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
Zoutzuur 
Natriumstearylfumaraat 
 
Tabletcoating 
Ethylcellulose 
Hydroxypropylcellulose 
Methacrylzuur-ethylacrylaat copolymeer (1:1) type A 
Colloïdaal watervrij siliciumdioxide 
Macrogol 1500 
Tri-ethylcitraat 
Hypromellose 
Macrogol 400 
Macrogol 8000 
 
Drukinkt 
Schellak glazuur 
Zwart ijzeroxide (E172) 
Propyleenglycol 
Ammoniumhydroxide 
 
6.2  Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
6.3 Houdbaarheid 
 
1 jaar 
 
6.4  Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Bewaren beneden 25ºC. 
 
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht en licht.  
 
6.5  Aard en inhoud van de verpakking 
 
Witte, ondoorzichtige HDPE (high density polyethyleen) flessen met een schroefdop met 
silicagel. 
 
10, 30, 90 en 500 tabletten 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
6.6  Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies 
 
Geen bijzondere vereisten voor verwijdering. 
 
 

Sandoz B.V. 
 
Page 18/18 
Bupropion HCl Sandoz 150/300 mg, tabletten met 
1311-V1 
gereguleerde afgifte 
RVG 114387/8 
1.3.1.1 Samenvatting van de Productkenmerken 
Maart 2015 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Sandoz B.V. 
Veluwezoom 22 
1327 AH Almere 
Nederland 
 
 
8. 
NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 114387: Bupropion HCl Sandoz retard 150 mg, tabletten met gereguleerde afgifte 
RVG 114388: Bupropion HCl Sandoz retard 300 mg, tabletten met gereguleerde afgifte 
 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN 
DE VERGUNNING
 
 
Datum van eerste verlening van de vergunning: 16 april 2015 
 
 
10.  DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
 





« Vorige
[Bupropion HCl Sandoz retard 300 mg, tabletten met gereguleerde afgifte]
Volgende »
[Bupropion HCl Sandoz retard 150 mg, tabletten met gereguleerde afgifte]