Bestanden
Home > Bestanden


Claritromycine Retard Mylan 500 mg, tabletten met gereguleerde afgifte

RegistratienummerRVG 104436
ProcedurenummerNL/H/1648/001
Farmaceutische vormTablet met gereguleerde afgifte
ToedieningswegOraal gebruik
ATCJ01FA09 - Clarithromycin
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum19 oktober 2010
Registratiehouder
Dieselweg 25
3752 LB BUNSCHOTEN
Werkzame stof(fen)
SAMENSTELLING
overeenkomend met
Hulpstof(fen)CHINOLINEGEEL ALUMINIUMLAK (E 104)

HYPROMELLOSEFTALAAT


MACROGOL 4000
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
TALK (E 553 B)
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 

 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Elke tablet bevat 500 mg claritromycine als claritromycinecitraat. 
Hulpstoffen: elke tablet bevat 283,1 mg lactose (als lactosemonohydraat). 
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
Tabletten met gereguleerde afgifte. 
 
Gele, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met een lengte van 19,15 ± 0,2 mm, een breedte van 
8,95 ± 0,2 mm en een dikte van 7,55 Â± 0,2 mm. Beide zijden zijn glad. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
 
Claritromycine Retard Mylan is bestemd voor de behandeling van infecties veroorzaakt door voor 
claritromycine gevoelige bacteriën (zie rubrieken 4.4 en 5.1).  
 
•  Acute bacteriële exacerbatie van chronische bronchitis. 
•  Mild tot matige pneumonie verkregen buiten het ziekenhuis. 
•  Acute bacteriële sinusitis. 
•  Bacteriële faryngitis. 
•  Infecties van de huid en weke delen van milde tot matige ernst, bijvoorbeeld; folliculitis, 
cellulitis en erysipelas. 
 
Men dient rekening te houden met de officiële nichtlijnen betreffende het juiste gebruik van 
antimicrobiële middelen. 
 
4.2 
Dosering en wijze van toediening 
 
Volwassenen:  
De gebruikelijke aanbevolen dosis Claritromycine Retard Mylan bij volwassenen is één tablet met 
gereguleerde afgifte van 500 mg per dag, in te nemen met voedsel. Bij ernstige infecties kan de dosis 
worden verhoogd tot twee 500 mg tabletten met gereguleerde afgifte per dag, in te nemen als Ã©Ã©n 
dagelijkse dosis. De tabletten dienen elke dag op hetzelfde tijdstip te worden ingenomen. De tabletten 
dienen heel doorgeslikt te worden. De gebruikelijke duur van de behandeling bedraagt 7 tot 14 dagen. 
 
Kinderen vanaf 12 jaar:  
Zie volwassenen. 
 
Ouderen: 
Zie volwassenen. (Voor patiënten met een verminderde nierfunctie, zie hieronder en rubriek 4.3). 
 
 
Pagina 1 van 17 

 
Kinderen jonger dan 12 jaar: 
Claritromycine Retard Mylan tabletten zijn niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar of met een 
lichaamsgewicht van minder dan 30 kg. Andere farmaceutische vormen zijn geschikter voor deze 
patiënten. 
 
Patiënten met een verminderde nierfunctie: 
Claritromycine Retard Mylan dient niet te worden gebruikt bij patiënten met verminderde nierfunctie 
(creatinineklaring minder dan 30 ml/min). Andere farmaceutische vormen, zoals tabletten met directe 
afgifte dienen te worden gebruikt bij deze patiënten (zie rubriek 4.3). 
 
Patiënten met een verminderde leverfunctie: 
Claritromycine Retard Mylan dient niet te worden gebruikt bij patiënten met ernstige 
leverfunctiestoornissen. 
 
4.3 Contra-indicaties 
 
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen. Claritromycine is 
ook gecontra-indiceerd bij patiënten met een bekende overgevoeligheid voor macrolide-antibiotica. 
 
Omdat geen lagere dosis kan worden gegeven dan 500 mg per dag is Claritromycine Retard Mylan 
gecontra-indiceerd bij patiënten met een creatinineklaring van minder dan 30 ml/min. 
 
Gelijktijdig gebruik van claritromycine en één van de volgende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd: 

 
Patiënten met congenitale of verkregen hypokaliëmie (QT-interval verlenging). 
 
Het gebruik van Claritromycine Retard Mylan is gecontra-indiceerd bij patiënten met ernstige 
leverfunctiestoornissen. 
 
4.4 
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Bij de keuze van claritromycine voor de behandeling van een individuele patiënt dient de geschiktheid 
van een macrolide-antibioticum in ogenschouw te worden genomen. Deze moet worden gebaseerd op 
een adequate diagnose (om de bacteriële etiologie van de infectie binnen de goedgekeurde indicaties te 
bevestigen) en de prevalentie van resistentie voor claritromycine of andere macroliden. 

rekening te houden met de ontwikkeling van de gevoeligheid voor claritromycine en andere 
antibiotica. Evenals voor andere macroliden zijn in enkele Europese landen hoge 
resistentiepercentages gemeld bij Streptococcus pneumoniae (zie rubriek 5.1). Hiermee dient rekening 
te worden gehouden wanneer een Streptococcus pneumoniae infectie wordt behandeld. Bij bacteriële 
faryngitis wordt het gebruik van claritromycine uitsluitend aangeraden in gevallen waarbij 
eerstelijnsbehandeling met bèta-lactam antibiotica niet mogelijk is. 
 
Claritromycine wordt hoofdzakelijk door de lever uitgescheiden. Daarom dient voorzichtigheid te 
worden betracht bij het toedienen van dit antibioticum aan patiënten met een leverfunctiestoornis. 
Tevens dient voorzichtigheid te worden betracht bij toediening van claritromycine aan patiënten met 
een matig tot ernstige nierfunctiestoornis (zie tevens rubriek 4.3). Ook is voorzichtigheid geboden bij 
oudere patiënten (≥ 65 jaar). 
 
Er zijn postmarketing meldingen geweest van colchicinetoxiciteit bij gelijktijdig gebruik van 

sommigen met een fatale afloop (zie rubrieken 4.5 en 4.8). 
 
Pagina 2 van 17 

 

overgevoeligheid vertonen voor claritromycine. Daarom is voorzichtigheid geboden bij het toedienen 
van claritromycine aan deze patiënten. 
 
Men dient ook bedacht te zijn op de mogelijkheid van het optreden van kruisresistentie tussen 

 
Pseudomembraneuze colitis is gerapporteerd voor bijna alle antibacteriële middelen, inclusief 
claritromycine, en kan in ernst variëren van mild tot levensbedreigend. 
 
Diarree geassocieerd met Clostridium difficile (CDAD) is gemeld bij gebruik van bijna alle 
antibiotica, inclusief claritromycine, en kan in ernst variëren van milde diarree tot fatale colitis. 
Behandeling met antibiotica wijzigt de normale flora in het colon, waardoor overgroei van C. difficile 
kan optreden. 
 
CDAD dient in overweging te worden genomen bij alle patiënten met diarree na een antibioticumkuur. 
Zorgvuldige beoordeling van de medische geschiedenis is noodzakelijk aangezien er meer dan twee 
maanden na toediening van antibiotica nog meldingen zijn gedaan van CDAD. 
 
Claritromycine dient niet te worden gegeven aan patiënten met hypokaliëmie (QT-interval 
verlenging). Vanwege het risico op een verlengd QT-interval dient claritromycine met voorzichtigheid 
gebruikt te worden door patiënten met hart- en vaatziekten, een geschiedenis van ventriculaire aritmie, 
ernstig hartfalen, niet-gecompenseerde hypokaliëmie en/of hypomagnesiëmie of bradycardie (< 50 
slagen per minuut). Claritromycine dient niet te worden gebruikt door patiënten met een aangeboren of 
verworven QT-verlenging (zie rubrieken 4.3 en 4.5).  
Claritromycine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt wanneer het geïndiceerd is bij patiënten 
die behandeld worden met een CYP3A4-induceerder, omdat de therapeutische 
claritromycineconcentraties mogelijk niet bereikt kunnen worden (zie rubriek 4.5).  
Claritromycine is een CYP3A4-remmer en gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen die 
grotendeels door dit enzym gemetaboliseerd worden dient beperkt te worden tot situaties waarin het 
duidelijk noodzakelijk is (zie rubriek 4.5).  
Claritromycine remt het metabolisme van enkele HMG-CoA reductaseremmers, wat leidt tot 
verhoogde plasmaconcentraties van deze geneesmiddelen (zie rubriek 4.5). 
Verergering van de symptomen van myasthenia gravis zijn gemeld bij patiënten die claritromycine 
kregen. 
 
Langdurig gebruik kan, net als met andere antibiotica, resulteren in kolonisatie met verhoogde 
aantallen niet gevoelige bacteriën en schimmels. In geval van superinfectie dient gepaste therapie te 
worden gestart.  
 
Claritromycine Retard Mylan bevat lactosemonohydraat. Patiënten met zeldzame erfelijke 
aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, 
dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. 
 
4.5 
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Het gebruik van de volgende geneesmiddelen is absoluut gecontra-indiceerd vanwege mogelijk 
ernstige effecten van geneesmiddelinteractie: 
 

Er zijn meldingen dat claritromycine de plasmaspiegels verhoogt van cisapride, pimozide, astemizol 

intervallen, een verhoogd risico op ventriculaire aritmieën, en in het bijzonder Torsade de Pointes. 
Gelijktijdig gebruik van claritromycine en één van deze geneesmiddelen is gecontra-indiceerd (zie 
rubriek 4.3).  
Pagina 3 van 17 

 
 
Ergotamine/dihydro-ergotamine 
Postmarketingmeldingen laten zien dat gelijktijdig gebruik van claritromycine en ergotamine of 
dihydro-ergotamine in verband is gebracht met acute ergottoxiciteit, gekenmerkt door vasospasmen en 
ischemie van de ledematen en andere weefsels waaronder het centrale zenuwstelsel. Gelijktijdig 
gebruik van claritromycine en deze geneesmiddelen is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).  
 

janskruid) kunnen het metabolisme van claritromycine bevorderen. Dit kan resulteren in sub-
therapeutische claritromycineconcentraties wat leidt tot een verminderde effectiviteit. Indien de 
toediening van claritromycine noodzakelijk is, kan het nodig zijn om de dosis claritromycine te 
verhogen en de effectiviteit en veiligheid van claritromycine nauwkeurig te controleren. Daarnaast kan 
het noodzakelijk zijn de plasmaspiegels van de CYP3A4-induceerder te controleren, aangezien deze 
laatste verhoogd kan zijn door de remming van CYP3A4 door claritromycine (zie ook de betreffende 
productinformatie van de toegediende CYP3A4-induceerder). 

een afname van de claritromycineserumspiegels, gevolgd door een verhoogd risico op uveïtis. Een 
reductie van 39% van de AUC voor claritromycine en een stijging van 34% van de AUC voor de 
actieve 14-OH-hydroxy metaboliet zijn waargenomen bij gelijktijdige toediening van claritromycine 

 



Indien de behandeling met claritromycine begonnen wordt bij patiënten die al één van deze 

nauwkeurig gecontroleerd te worden en dient de dosering zo nodig verlaagd te worden. Wanneer bij 
deze patiënten de behandeling met claritromycine gestaakt wordt, dienen de plasmaspiegels van 
ciclosporine, tacrolimus of sirolimus weer nauwkeurig te worden gecontroleerd ten behoeve van een 
aanpassing van de dosering. 
 
Effect van andere geneesmiddelen op claritromycine  
 
Van de volgende geneesmiddelen is bekend of bestaat het vermoeden dat ze de concentratie 
claritromycine in de circulatie beïnvloeden; aanpassen van de dosering claritromycine of het 
overwegen van een andere behandeling kan nodig zijn. 
 


21 gezonde vrijwilligers leidde tot een verhoging van de gemiddelde minimum steady-state 
concentratie (Cmin) van claritromycine en het oppervlak onder de curve (AUC) van respectievelijk 33% 
en 18%. Steady-state concentraties van de actieve metaboliet 14(R)-hydroxy-claritromycine werden 
niet significant beïnvloed door gelijktijdige toediening met fluconazol. Er is geen dosisaanpassing van 
claritromycine nodig.  
 

Gelijktijdige toediening van claritromycine en ritonavir verhoogt het oppervlak onder de curve (AUC), 
de maximale concentratie (Cmax) en de minimum concentratie (Cmin) van claritromycine. Door de grote 
therapeutische breedte van claritromycine is het niet nodig om de dosis te verlagen bij patiënten met 
een normale nierfunctie. Bij patiënten met een matige nierfunctie (creatinineklaring 30 tot 60 ml/min) 
dient de dosis claritromycine met 50% te worden verlaagd.  
 
Bij patiënten met een creatinineklaring <30 ml/min dient de dosis claritromycine te worden verlaagd 
met 75%, gebruikmakend van een passende claritromycine formulering zoals de tabletten met directe 
afgifte of de suspensie (mogelijk zijn niet alle vormen in de handel).  
Pagina 4 van 17 

 
 
Claritromycine doses groter dan 1000 mg per dag dienen niet gelijktijdig te worden gebruikt met 
proteaseremmers.  
 
Vergelijkbare doseringsaanpassingen dienen te worden overwogen bij patiënten met een verminderde 
nierfunctie waarbij ritonavir wordt gebruikt als farmacokinetische versterker van een andere HIV 

farmacokinetische interacties). 
 



daardoor de plasmaspiegels van claritromycine verlagen, terwijl die van 14(R)-hydroxy-
claritromycine, een metaboliet die ook microbiologisch actief is, verhoogd worden. Omdat de 
microbiologische activiteiten van claritromycine en van 14(R)-hydroxy-claritromycine verschillend 
zijn voor verschillende bacteriën, kan het verwachte therapeutisch effect verminderd zijn tijdens 
gelijktijdige toediening van claritromycine en enzyminduceerders. 
 
Het effect van claritromycine op andere geneesmiddelen 
 
CYP3A-gerelateerde interacties 
Gelijktijdige toediening van claritromycine, een bekende CYP3A-remmer, met een geneesmiddel dat 
hoofdzakelijk gemetaboliseerd wordt door CYP3A, kan leiden tot verhoging in de concentratie van het 
andere geneesmiddel, waardoor de werking en de bijwerkingen van het gelijktijdig toegediende 
geneesmiddel versterkt of verlengd kunnen worden.  
Claritromycine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die behandeld worden met 
andere geneesmiddelen die bekend staan als CYP3A-enzymsubstraten, vooral wanneer het CYP3A-

hoge mate gemetaboliseerd wordt door dit enzym.  
Dosisaanpassingen kunnen overwogen worden en indien mogelijk dienen de serumconcentraties van 
het geneesmiddel dat hoofdzakelijk gemetaboliseerd wordt door CYP3A regelmatig gecontroleerd te 
worden bij patiënten die gelijktijdig claritromycine gebruiken.  
 
Anti-aritmica 
Er zijn postmarketing meldingen geweest van Torsade de Pointes bij gelijktijdig gebruik van 

verlening van het QTc-interval tijdens gelijktijdig gebruik van claritromycine en deze geneesmiddelen. 
De serumconcentraties van deze middelen dienen eveneens regelmatig gecontroleerd te worden. 
 
Carbamazepine 
Tijdens het gebruik van claritromycine kan het metabolisme van carbamazepine geremd zijn. Als 
gevolg hiervan kan de serumconcentratie van carbamazepine verhoogd zijn en dient dosisverlaging 
overwogen te worden. 
 

Claritromycine remt het metabolisme van een aantal 3-hydroxy-3methylglutaryl-co-enzym A (HMG-
CoA) reductaseremmers. Dit kan leiden tot verhoogde plasmaspiegels van deze geneesmiddelen.  
In zeldzame gevallen is rhabdomyolyse gemeld bij gelijktijdig gebruik van claritromycine en HMG-

Patiënten dienen regelmatig gecontroleerd te worden op tekenen en symptomen van myopathie. 
Aanpassing van de statinedosering of gebruik van een statine die in mindere mate afhankelijk is van 

 

Pagina 5 van 17 

 
Gelijktijdige toediening van claritromycine met warfarine kan het bloedverdunnend effect vergroten. 
Er zijn meldingen van een toename van de bloedverdunnende werking bij patiënten die antibacteriële 
middelen, inclusief macroliden, kregen. Het risico kan variëren naar gelang de onderliggende infectie, 
leeftijd en de algemene toestand van de patiënt, zodat de bijdrage van de macroliden aan de toename 
van de INR (“international normalised ratio†(INR) of protrombinetijden) moeilijk is vast te stellen. 
Het wordt aanbevolen de INR regelmatig te controleren tijdens en kort na het gelijktijdige gebruik van 
macroliden met orale anticoagulantia. 
 

Elk van deze fosfodiësteraseremmers wordt, in ieder geval voor een deel, gemetaboliseerd door 
CYP3A en CYP3A kan geremd worden bij gelijktijdig gebruik van claritromycine.  

resulteren in verhoogde blootstelling aan de fosfodiësteraseremmer.  

gebruik met claritromycine. 
 
Theofylline 
Tijdens het gebruik van claritromycine kan het metabolisme van theofylline geremd zijn. Als gevolg 
hiervan kan de serumconcentratie van theofylline verhoogd worden en dient doseringsverlaging 
overwogen te worden. 
 


(CYP2D6). Het is echter aangetoond dat in een subgroep van de populatie met CYP2D6-deficiëntie de 
route van metabolisering via CYP3A verloopt.  
In deze populatiesubgroep resulteert remming van CYP3A in significant hogere 
tolterodineserumconcentraties. Het kan nodig zijn de tolterodinedosering te verlagen bij aanwezigheid 
van CYP3A-remmers, zoals claritromycine in de groep van CYP2D6-langzame metaboliseerders. 
 



en 7-voudig na orale toediening. Gelijktijdige toediening van oraal midazolam en claritromycine dient 
vermeden te worden. Wanneer intraveneus midazolam gelijktijdig met claritromycine wordt 
toegediend, dient de patiënt nauwgezet gecontroleerd te worden om in dosisaanpassing te kunnen 
voorzien. 
Dezelfde voorzorgen dienen te worden genomen voor andere benzodiazepines die gemetaboliseerd 


claritromycine niet waarschijnlijk.  
Er zijn postmarketing meldingen geweest van geneesmiddelinteracties en effecten op het centrale 
zenuwstelsel (bijv. slaperigheid en verwardheid) bij gelijktijdig gebruik van claritromycine en 
triazolam. Het wordt aanbevolen om patiënten regelmatig te controleren op toename van 
farmacologische effecten op het centrale zenuwstelsel.  
 


eradicatie van H. pylori; de verandering in de gemiddelde 24-uurs-waarden van de pH van de maag 
van 5,2 (omeprazol alleen) tot 5,7 (omeprazol en claritromycine) wordt echter als klinisch niet 
significant beschouwd.  
Er zijn geen humane in vivo gegevens beschikbaar die een interactie beschrijven tussen claritromycine 
in 
vitro 
gegevens erop wijzen dat deze geneesmiddelen CYP3A-substraten zijn, moet voorzichtigheid 
betracht worden bij het gelijktijdige toediening met claritromycine.  

Pagina 6 van 17 

 
Er zijn spontane en gepubliceerde meldingen van geneesmiddelinteracties van CYP3A-remmers, 
waaronder claritromycine, met ciclosporine, tacrolimus, methylprednisolon, vinblastine en cilostazol.  
 
Andere interacties 
 
 

Colchicine is een substraat voor zowel het CYP3A als de efflux transporter, P-glycoproteïne (Pgp). 
Claritromycine en andere macroliden staan bekend als remmers van CYP3A en Pgp. Wanneer 
claritromycine en colchicine gelijktijdig gebruikt worden, kan de remming van Pgp en/of CYP3A door 
claritromycine tot een hogere blootstelling aan colchicine leiden. Patiënten dienen regelmatig te 
worden gecontroleerd op klinische symptomen van colchicinetoxiciteit (zie rubriek 4.4).  
 

Digoxine is een substraat voor de efflux transporter, P-glycoproteïne (Pgp). Claritromycine is een 
bekende remmer van Pgp. Wanneer claritromycine en digoxine gelijktijdig gebruikt worden, kan de 
remming van Pgp door claritromycine leiden tot verhoogde blootstelling aan digoxine. Verhoogde 
digoxineserumconcentraties zijn eveneens gerapporteerd tijdens postmarketingsurveillance bij 
patiënten die gelijktijdig claritromycine en digoxine kregen. Sommige patiënten vertoonden klinische 
verschijnselen die overeenkwamen met digoxinetoxiciteit, waaronder potentieel fatale aritmieën. 
Serumdigoxineconcentraties moeten zorgvuldig gecontroleerd worden wanneer patiënten gelijktijdig 
claritromycine en digoxine krijgen.  
 

Door verminderde gastro-intestinale absorptie van zidovudine bij aanwezigheid van claritromycine, 
werden verlaagde serumspiegels van zidovudine waargenomen bij volwassenen tijdens gelijktijdig 
gebruik van claritromycine en zidovudine. 
Omdat claritromycine de absorptie van tegelijkertijd ingenomen oraal zidovudine blijkt te verhinderen, 
moeten patiënten een interval van 4 uur aanhouden tussen innemen van deze twee geneesmiddelen.  
Deze interactie schijnt niet op te treden bij kinderen met een HIV-infectie die claritromycine suspensie 
en zidovudine gebruiken. Deze interactie is onwaarschijnlijk wanneer claritromycine wordt toegediend 
via intraveneuze infusie. 
 
Fenytoïne en valproaat 
Er zijn spontane of gepubliceerde meldingen van interacties met CYP3A-remmers, waaronder 
claritromycine, en geneesmiddelen waarvan men aannam dat deze niet gemetaboliseerd worden door 
CYP3A, waaronder fenytoïne en valproaat.  
Serumspiegelbepalingen worden aanbevolen voor deze geneesmiddelen wanneer zij gelijktijdig met 
claritromycine worden toegediend. Verhoogde concentraties zijn gerapporteerd.  
 
Bidirectionele farmacokinetische interacties 
 
 
Atazanavir 
Zowel claritromycine als atazanavir zijn substraten en remmers van CYP3A en er zijn aanwijzingen 
voor een bidirectionele geneesmiddelinteractie.  
Gelijktijdig gebruik van claritromycine (500 mg tweemaal daags) met atazanavir (400 mg eenmaal 
daags) resulteerde in een 2-voudige verhoging van blootstelling aan claritromycine en een 70% 
verlaging van blootstelling aan 14(R)-hydroxy-claritromycine, met 28% verhoging van de AUC van 
atazanavir.  
Door de grote therapeutische breedte van claritromycine is dosisvermindering waarschijnlijk niet 
nodig bij patiënten met normale nierfunctie.  
Bij patiënten met een matige nierfunctie (creatinineklaring 30 tot 60 ml/min) dient de dosis 
claritromycine met 50% verlaagd te worden.  
Bij patiënten met een creatinineklaring <30 ml/min dient de dosis claritromycine met 75% verlaagd te 
worden, gebruikmakend van een passende claritromycine formulering zoals de tabletten met directe 
afgifte of de suspensie (mogelijk zijn niet alle vormen in de handel).  
Pagina 7 van 17 

 
Claritromycine doses groter dan 1000 mg per dag dienen niet gelijktijdig te worden gebruikt met 
proteaseremmers. 
 


bidirectionele geneesmiddeleninteractie: claritromycine kan de plasmaspiegels van itraconazol 
verhogen, terwijl itraconazol de plasmaspiegels van claritromycine verhoogt. Patiënten die 
tegelijkertijd itraconazol en claritromycine innemen, moeten nauwgezet gecontroleerd worden op 
tekenen of symptomen van een verhoogd of verlengd farmacologisch effect. 
 

Zowel claritromycine als saquinavir zijn substraten en remmers van CYP3A en er is bewijs van een 
bidirectionele geneesmiddeleninteractie.  
Gelijktijdige toediening van claritromycine (500 mg tweemaal daags) en saquinavir (zachte gelatine 
capsule, 1200 mg driemaal daags) aan 12 gezonde vrijwilligers resulteerde in steady-state oppervlakte 
onder de curve (AUC) en maximum concentratie (Cmax)-waarden van saquinavir die 177% en 187% 
hoger waren dan die bij gebruik van saquinavir alleen.  
Claritromycine AUC en Cmax-waarden waren ongeveer 40% hoger dan die bij gebruik van 
claritromycine alleen. 
Er is geen dosisaanpassing nodig wanneer beide geneesmiddelen gedurende een beperkte periode 
gelijktijdig worden gebruikt in de doses/formuleringen zoals bestudeerd.  
Waarnemingen uit geneesmiddeleninteractiestudies waarbij gebruik gemaakt werd van de zachte 
gelatine capsule-formulering, hoeven niet representatief te zijn voor de effecten bij het gebruik van 
saquinavir harde gelatine capsule. Waarnemingen uit geneesmiddeleninteractiestudies uitgevoerd met 
saquinavir zonder farmacokinetische versterking hoeven niet representatief te zijn voor de effecten 
zoals gezien bij saquinavir/ritonavir therapie. Wanneer saquinavir tegelijkertijd wordt gebruikt met 
ritonavir, moet rekening worden gehouden met het potentiële effect van ritonavir op claritromycine 
(zie bovenstaande rubriek, effect van andere geneesmiddelen op claritromycine). 
 
4.6 
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding 
 
Zwangerschap 
Gegevens van een beperkt aantal zwangere vrouwen gaven geen aanwijzing voor het veroorzaken van 
misvormingen door of foetale/neonatale toxiciteit van claritromycine. Gegevens uit dierstudies 
toonden reproductietoxiciteit aan (zie rubriek 5.3). Het risico voor mensen is onbekend.  
Claritromycine dient dus niet te worden gebruikt tijdens zwangerschap tenzij de voordelen zwaarder 
wegen dan de risico’s. 
 
Lactatie 
Claritromycine en de actieve metaboliet worden uitgescheiden in de moedermelk. Daarom wordt het 
gebruik tijdens het geven van borstvoeding niet aanbevolen zonder zorgvuldig de voordelen en de 
risico’s tegen elkaar af te wegen. 
 
 
 
4.7 
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van claritromycine op de rijvaardigheid en het vermogen 
om machines te bedienen. Tijdens het uitvoeren van deze activiteiten dient men rekening te houden 
met de mogelijkheid dat bijwerkingen, zoals duizeligheid, vertigo, verwardheid en desoriëntatie 
kunnen optreden. 
 
Pagina 8 van 17 

 
4.8 Bijwerkingen 
 
Zoals met andere macrolide antibiotica kunnen bij het gebruik van claritromycine bijwerkingen 
optreden. 
 
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen getoond in volgorde van afnemende ernst. 
 
De volgende bijwerkingen zijn verdeeld in de volgende categorieën: 
Zeer vaak:  
≥1/10  
Vaak:    
≥1/100 tot <1/10  
Soms:    
≥1/1.000 tot <1/100  
Zelden:  
≥1/10.000 tot <1/1.000  
Zeer zelden:   <1/10.000  
Niet bekend:  kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald. 
 
Klinische ervaring 
 
Systeem/orgaanklassen Frequentie 
Bijwerking 
Infecties en parasitaire 
Soms  
Gastro-enteritis  
aandoeningen  
Orale candidasis  
Pyodermie  
Rhinitis  
Vaginale candidasis  
Vaginale infectie  
Bloed- en 
Soms  
Anemie  
lymfestelselaandoeningen  
Eosinofilie  
Hypochrome anemie  
Leukopenie  
Trombocytose  
Afwijking aan witte bloedcellen  
Voedings- en  
Soms  
Anorexie 
stofwisselingsstoornissen  
Hyperchloremie  
Hyperurikemie  
Hypocalciëmie  
Toegenomen eetlust 
Psychische stoornissen  
Soms  
Depressie  
Slapeloosheid  
Nervositeit  
Slaperigheid  
Zenuwstelselaandoeningen  
Vaak  
Dysgeusie  
 
Soms Duizeligheid 
 
Hoofdpijn  
Tremor  
Oogaandoeningen  
Soms  
Conjunctivitis  
Visusstoornis  
Evenwichtsorgaan- en 
Soms  
Ooraandoening  
ooraandoeningen  
Tinnitus  
Vertigo  
Bloedvataandoeningen  
Soms  
Vasodilatatie  
Ademhalingsstelsel-, borstkas- 
Soms  
Astma  
en mediastinumaandoeningen  
Dyspneu  
Longafwijkingen  
Pagina 9 van 17 

 
Maagdarmstelselaandoeningen  
Vaak  
Abdominale pijn 
Diarree  
Dyspepsie  
Misselijkheid  
 
Soms  
Opgezette buik  
Obstipatie  
Droge mond  
Oprispingen  
Flatulentie  
Maagdarmstoornis  
Gastro-intestinale bloeding  
Stomatitis  
Verkleuring van de tong  
Braken  
Lever- en galaandoeningen  
Soms  
Hyperbilirubinemie  
Huid- en 
Soms  
Droge huid  
onderhuidaandoeningen  
Eczeem  
Hyperhidrose  
Pruritus  
Rash 
Maculo-papuleuze rash  
Urticaria  
Skeletspierstelsel- en 
Soms  
Rugpijn  
bindweefselaandoeningen  
Nier- en urinewegaandoeningen  
Soms  
Albuminurie  
Hematurie  
Pyurie  
Voortplantingsstelsel- en 
Soms  
Genitale afscheiding  
borstaandoeningen  
Algemene aandoeningen en 
Soms  
Asthenie  
toedieningsplaatsstoornissen  
Pijn op de borst 
Geneesmiddeleninteractie 
Gezichtsoedeem  
Malaise  
Pijn  
Dorst  
Onderzoeken  
Soms  
Verhoogd alanine-
aminotransferase  
Verhoogd alkalinefosfaat  
Verhoogd aspartaat-
aminotransferase  
Verhoogd bloedcreatinine  
Verhoogd 
bloedlactaatdehydrogenase  
Verhoogd bloedureum  
Abnormale laboratoriumtesten  
Abnormale leverfunctietesten  
Verlaagd protrombine  
 
Postmarketing ervaring 
 
De bijwerkingen die gemeld zijn, komen overeen met de bijwerkingen die gezien zijn tijdens klinische 
studies. 
Pagina 10 van 17 

 
Omdat deze bijwerkingen vrijwillig gemeld zijn door een populatie van onbekende grootte, is het niet 
altijd mogelijk om een betrouwbare schatting te maken van de frequentie of om een causaal verband 
met blootstelling aan geneesmiddelen vast te stellen. De patiënt exposure wordt geschat op meer dan 1 
miljard patiënt-behandeldagen met claritromycine. 
 
Systeem/orgaanklassen Bijwerking 
Infecties en parasitaire aandoeningen 

Orale candidasis 
Bloed- en lymfestelselaandoeningen 
Leukopenie 
Trombocytopenie 
Immuunsysteemaandoeningen 
Anafylactische reactie 
Overgevoeligheid 
Voedings- en stofwisselingsstoornissen 
Hypoglykemie 
Psychische stoornissen 
Abnormale dromen 
Angst 
Verwardheid 
Depersonalisatie 
Desoriëntatie 
Hallucinaties 
Slapeloosheid 
Psychotische stoornis 
Zenuwstelselaandoeningen 
Convulsies 
Duizeligheid 
Dysgeusie 
Parosmie 
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen 
Doofheid 
Tinnitus 
Vertigo 
Hartaandoeningen 
QT-verlenging op het elektrocardiogram 
Torsade de Pointes 
Ventriculaire tachycardie 
Maagdarmstelselaandoeningen 
Glossitis 
Acute pancreatitis 
Stomatitis 
Verkleuring van de tong 
Verkleuring van de tanden 
Lever- en galaandoeningen 
Leverfalen 
Abnormale leverfunctie 
Hepatitis 
Cholestatische hepatitis 
Cholestatische geelzucht 
Hepatocellulaire geelzucht 
Huid- en onderhuidaandoeningen 
Rash 
Stevens-Johnson syndroom 
Toxische epidermale necrolyse 
Urticaria 
Nier- en urinewegaandoeningen 
Interstitiële nefritis 
Onderzoeken 
Verhoogd bloedcreatinine 
Verhoogde leverenzymen 
 
Langdurig gebruik kan, net als met andere antibiotica, resulteren in kolonisatie met verhoogde 
aantallen van niet-gevoelige bacteriën en schimmels. In geval van superinfecties moet gepaste therapie 
worden gestart.  
 
Pagina 11 van 17 

 
Pseudomembraneuze colitis is gerapporteerd voor bijna alle antibacteriële middelen, met inbegrip van 
claritromycine, en kan in ernst variëren van mild tot levensbedreigend. Het is daarom belangrijk deze 
diagnose te overwegen bij patiënten met diarree na gebruik van antibacteriële middelen.  
 
Er zijn postmarketingmeldingen van colchicinetoxiciteit bij gelijktijdig gebruik van claritromycine en 
colchicine, vooral bij ouderen en/of patiënten met nierinsufficiëntie, waarvan sommige met fatale 
afloop (zie rubrieken 4.5 en 4.4). 
 
4.9 Overdosering 
 
Meldingen hebben aangetoond dat verwacht kan worden dat inname van grote hoeveelheden 
claritromycine gastro-intestinale klachten tot gevolg kan hebben. Een patiënt met een 
voorgeschiedenis van bipolaire stoornis, slikte 8 gram claritromycine en vertoonde een veranderde 
geestesgesteldheid, paranoïde gedrag, hypokaliëmie en hypoxemie. Overweeg, na een potentieel 
toxische overdosering, toediening van actieve kool en ondersteunende maatregelen. Het spoelen van 
de maag kan worden overwogen mits deze snel wordt uitgevoerd (bij voorkeur binnen 1 uur). Zoals 
ook het geval is met andere macroliden hebben hemodialyse en peritoneaaldialyse waarschijnlijk 
weinig invloed op de serumspiegels van claritromycine. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: anti-infectiemiddelen, ATC-code: J01FA09  
 
Werkingsmechanisme 
Claritromycine is een antibioticum dat tot de groep van de macrolide-antibiotica behoort. Het oefent 
zijn antibacteriële werking uit door de intracellulaire eiwitsynthese van gevoelige bacteriën te remmen. 
Het bindt selectief aan de 50S subunit van bacteriële ribosomen en voorkomt daarmee de translocatie 
van geactiveerde aminozuren.  
 
De 14(R)-hydroxymetaboliet van claritromycine, een product van het metabolisme van het 
moedergeneesmiddel bij de mens, heeft ook antimicrobiële activiteit. Voor de meeste organismen, 
inclusief Mycobacterium spp., is deze metaboliet minder actief dan de moederverbinding. Een 
uitzondering is waartegen de metaboliet 1 tot 2 keer actiever is dan de 
moederverbinding. Claritromycine vertoonde in combinatie met de metaboliet zowel in vitro als in 
vivo 
een stamafhankelijk, additief of synergistisch effect.  
 
PK/PD relatie 
Claritromycine wordt uitgebreid verdeeld over lichaamsweefsels en -vocht. Vanwege de hoge 
weefselpenetratie, zijn intracellulaire concentraties hoger dan serumconcentraties.  
De meest belangrijke farmacodynamische parameters voor de voorspelling van macrolide activiteit 
zijn niet onomstotelijk vastgesteld. De tijd boven de MIC (T/MIC) geeft mogelijk het beste relatie tot 
de effectiviteit van claritromycine. Echter de claritromycineconcentraties in het luchtwegweefsel en de 
epitheliale weefselvloeistof overstijgen de concentraties in plasma. Het gebruik van plasma 
concentraties kan onvoldoende zijn om het response adequaat te voorspellen voor luchtweginfecties. 
Claritromycineconcentraties in tonsil- en longweefsel zijn 2 tot 6 keer hoger dan die in het serum 
worden waargenomen. Weefsel- en serumconcentraties die waargenomen zijn in onderzoeken met de 
tabletten met directe afgifte zijn hieronder weergegeven. 
 
Pagina 12 van 17 

 
 
Gemiddelde claritromycineconcentratie (250 mg tweemaal daags)  
Type weefsel  weefsel  
serum  
Tonsil  
1,6 µg/g  
0,8 µg/ml  
Long  
8,8 µg/g  
1,7 µg/ml  
 
De farmacokinetiek van oraal toegediende claritromycinetabletten met gereguleerde afgifte is 
onderzocht bij volwassenen (zie rubriek 5.2) en vergeleken met de claritromycine 250 mg en 500 mg 
tabletten met directe afgifte. De mate van absorptie – oppervlakte onder de curve (AUC) – bleek 
equivalent te zijn als gelijke totale dagelijkse doses werden toegediend. Het wordt verwacht dat de 
equivalente AUC’s leiden tot weefselconcentraties die gelijkwaardig zijn aan die welke werden 
waargenomen voor de claritromycine tabletten met directe afgifte.  
In een onderzoek bij gezonde vrijwilligers werd aangetoond dat, na een toediening van tabletten met 
gereguleerde afgifte, de claritromycineconcentraties in de epitheliale weefselvloeistof, gedurende 24 
uur boven 1 Î¼g/ml bleef en gedurende 18 uur boven 10 Î¼g/ml. Bij de meeste deelnemers waren de 
claritromycineconcentraties in de epitheliale weefselvloeistof ongeveer 30 keer hoger dan die in 
plasma en de ratio bleek onafhankelijk van de formulering en het tijdstip van de beoordeling te zijn. 
Een maximale weefselconcentratie van meer dan 40 Î¼g/ml werd waargenomen met de tabletten met 
gereguleerde afgifte, hetgeen de uitgebreide opname van claritromycine in longweefsel aantoont. Deze 
concentratie is ruim boven de minimum remmende concentratie (MIC-waarde) van alle algemeen 
thuis opgelopen luchtwegpathogenen.  
In de alveolaire macrofagen (AM) wordt claritromycine uitgebreid geaccumuleerd, met AM-spiegels 
die ongeveer 100 tot 600 keer hoger zijn dan die in plasma en, bij de meeste deelnemers, 4 tot 18 keer 
hoger zijn dan die in de epitheliale weefselvloeistof. Terwijl bij een aantal deelnemers de concentratie 
van 14(R)-hydroxy-claritromycine in de alveolaire macrofagen niet kwantificeerbaar en nogal variabel 
was, waren de concentraties in alveolaire macrofagen in het algemeen vergelijkbaar voor de tabletten 
met gereguleerde afgifte en de tabletten met directe afgifte. De concentraties in de alveolaire 
macrofagen waren hoger dan die in plasma, maar accumulatie was minder voor de metaboliet dan voor 
de moederverbinding claritromycine. 
 
Resistentiemechanisme  
Verworven macrolideresistentie bij S. pneumoniaeS. pyrogens en S. aureus wordt hoofdzakelijk tot 
stand gebracht door de aanwezigheid van één van twee mechanismen (te weten erm en mef of msr). 
Door methylering van het ribosoom door een enzym (erm) wordt ribosomale binding van het 
antibioticum voorkomen. Een andere mogelijkheid is dat een efflux-mechanisme (mef of msr
voorkomt dat het antibioticum zijn ribosomale doel bereikt door het antibioticum uit de cel te pompen. 
Bij Moraxella en Haemophilus spp. zijn geen verworven resistentiemechanismen geïdentificeerd. 
Macrolide-resistentiemechanismen zijn even effectief tegen macroliden met 14-atomige ringen als met 

Resistentiemechanismen voor penicilline- en macrolide-antibiotica zijn niet gerelateerd.  
 
Aandacht moet worden besteed aan de erm-gemedieerde kruisresistentie tussen macroliden als 
claritromycine en lincosamides als lincomycine en clindamycine.  
Claritromycine antagoneert de bacteriële effecten van beta-lactamantibiotica. Ook de werking van 
lincomycine en clindamycine worden geantagoneerd, ten minste in vitro.  
 
 
 
Breekpunten 
Voor claritromycine zijn de volgende breekpunten vastgesteld door het ‘European Committee for 
Antimicrobial Susceptibility Testing’ (EUCAST), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen 
gevoelige organismen en resistente organismen. 
 
Pagina 13 van 17 

 
De huidige EUCAST breekpunten zijn als volgt: 
EUCAST Breekpunten: Macroliden, lincosamides, streptogramines - EUCAST klinische MIC 
breekpunten     2010-04-27 (v 1.1) 

 
 
  
Stamgerelateerde breekpunten (S</R>) 
Niet-
stamgerelateerde
 
 
 
 breek-puntenA 
ben
S</R> 
o
ben
o

s
cci
 
e
ceae
s
 

is
a
a
e
r

us
ae
lis
ccu
co
ea
act
o
 A,B,C,G
ni
o
o
to
nzae
itid
mon
r
h

ob
 
rr-ha
et
occus
ta
nor
c
i
n

oc
e
re trep

.
ca

go
Pseudo
A
H.influe
Staphyloc
Enterococc
S.pneum
M
N.
N.mening
Enterobacteri
rept
And
St
Gram-negatieve anaër
Gram-positieve anaër
0,25/ 0,25/
ClaritromycineB, C RD --  --  --  1/2  --
IE 1/32D 0,25/ -- -- -- -- 
IE 
0,5 0,5
0,5
  
  
              
  
  
  
  
  
           
  
 
A. Niet-stamgerelateerde breekpunten zijn voornamelijk vastgesteld op basis van PK/PD gegevens en zijn onafhankelijk 
van MIC verdelingen of specifieke stammen. Ze zijn uitsluitend voor gebruik voor stammen die niet in de tabel of 
voetnoten worden vermeld. Echter, farmacodynamische gegevens voor de berekening van macrolide, lincosamine en 
streptogramine niet-stamgerelateerde breekpunten zijn niet robuust, vandaar IE.  


C. Claritromycine wordt gebruikt voor de eradicatie van H.pylori (MIC=0,25 mg/L voor isolaten van het wildtype). 
D. De correlatie tussen H. influenzae macrolide MICs en het klinische resultaat is zwak. Daarom zijn breekpunten voor 
macroliden en gerelateerde antibiotica voor wildtype H. influenzae gecategoriseerd als intermediate. 
 
Claritromycine wordt gebruikt voor de eradicatie van H. pylori; minimum inhibitory concentration 
(MIC) â‰¤ 0,25 Î¼g/ml wat is vastgesteld als het breekpunt door het Clinical and Laboratory Standards 
Institute (CLSI). 
 
De prevalentie van verworven resistentie kunnen geografisch en met de tijd voor bepaalde soorten 
variëren en lokale informatie met betrekking tot resistentie is gewenst, met name bij de behandeling 
van ernstige infecties. Indien nodig, moet specialistisch advies worden ingewonnen als de lokale 
resistentie-prevalentie zodanig is dat het gebruik van een middel bij tenminste enkele soorten infecties 
twijfelachtig is.  
 
Categorie 1: Gevoelige organismen 
Grampositief Gramnegatief 

Overige 
 
 
 
Clostridium perfringens 
Haemophilus influenzae§ 
Chlamydia pneumoniae (TWAR) 
Peptococcus niger 
Legionella pneumophila 
Mycobacterium avium 
Proprionibacterium acnes 
Moraxella catarrhalis Mycobacterium 
chelonae 
Streptococcus groep F 
Pasteurella multocida Mycobacterium 
fortuitum 
 
 Mycobacterium 
intracellulare 
 
 Mycobacterium 
kansasii 
 
 Mycobacterium 
pneumonia 
 
 
Mycobacterium pneumonia 
Pagina 14 van 17 

 
 
Categorie 2: Organismen waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn # 
Staphylococcus aureus (resistent of gevoelig* voor methicilline)+ 
Staphylococcus coagulase negatief+ 
Streptococcus pneumoniae*+ 
Streptococcus pyogenes* 
Streptococcus groep B, C, G 
Streptococcus spp. 
Categorie 3: Intrinsiek resistente organismen 
Enterobacteriaceae 
Pseudomonas aeruginosa  
* Soorten waartegen werkzaamheid is aangetoond in klinisch onderzoek (indien gevoelig) 
# 10% resistentie in ten minste Ã©Ã©n land in de Europese Unie  
§ Om het wildtype H. influenzae als matig gevoelig in te delen werden breekpunten van macroliden en 
gerelateerde antibiotica vastgesteld 
+ Geeft soorten aan waarvoor een hoog resistentiepercentage (meer dan 50%) is aangetoond in Ã©Ã©n of 
meer gebied(en)/land(en)/regio(’s) in de EU 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
Absorptie  
De kinetiek van oraal toegediende gereguleerde afgifte claritromycine is bestudeerd bij volwassenen 
en vergeleken met claritromycine 250 mg en 500 mg tabletten met directe afgifte. De totale absorptie 
was vergelijkbaar wanneer dezelfde dosering per dag werd toegediend. De absolute biologische 
beschikbaarheid is ongeveer 50%. Weinig of geen onvoorspelbare accumulatie werd gezien en bij 
geen enkele stam veranderde de metabole verdeling na meervoudige dosering. Gebaseerd op het 
resultaat van vergelijkbare absorptie na een in vitro en in vivo gegevens zijn van toepassing van de 
formulering met gereguleerde afgifte. 
 
Verdeling 
In vitro: Resultaten van in vitro onderzoeken toonden aan dat de eiwitbinding van claritromycine in 
humaan plasma gemiddeld 70% was bij concentraties van 0,45-4,5 Î¼g/ml. Een afname van de binding 
tot 41% bij 45 Î¼g/ml suggereert dat de bindingsplaatsen verzadigd kunnen raken, maar dit gebeurt bij 
veel hogere concentraties dan de therapeutische spiegels. 
 
In vivo: Resultaten van in vivo onderzoeken toonden dat claritromycine spiegels in alle weefsels, 
behalve het centrale zenuwstelsel, een aantal malen hoger was dan in de circulatie spiegels. De 
hoogste concentraties werden gevonden in de lever en het longweefsel, waar de weefsel tot plasma 
ratio de 10 tot 20 bereikte. 
 
De farmacokinetiek van claritromycine is niet-lineair. Bij niet-nuchtere patiënten die dagelijks 
500 mg claritromycine met gereguleerde afgifte kregen, waren de maximale plasmaconcentraties 
in steady state van claritromycine en zijn actieve metaboliet, 14-hydroxy-claritromycine 
respectievelijk 1,3 en 0,48 Î¼g/ml. Indien de dosis werd verhoogd tot 1000 mg per dag dan 
bedroegen deze steady state waarden respectievelijk 2,4 en 0,67 Î¼g/ml.  
 
Metabolisme  
Metabolisme vindt plaats in de lever, waarbij het P450 cytochroom systeem betrokken is. Er is 
melding gemaakt van drie metabolieten: N-desmethylclaritromycine, descladinosyl-
claritromycine en 14-hydroxy-claritromycine.  
 
De eliminatiehalfwaardetijden van claritromycine en de metaboliet waren respectievelijk 5,3 en 
7,7 uur. De ogenschijnlijke halfwaardetijden van zowel claritromycine als de gehydroxyleerde 
metaboliet waren over het algemeen langer bij hogere doses.  
Pagina 15 van 17 

 
 
Excretie 
Ongeveer 40% van de claritromycine dosis wordt via de urine uitgescheiden en ongeveer 30% via 
de feces. 
 
5.3 
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
In studies met meervoudige doses bleek de toxiciteit van claritromycine gerelateerd te zijn aan de 
dosis en de duur van de behandeling. Het primaire doel orgaan was de lever bij alle species en 
hepatische laesies werden waargenomen bij honden en apen na 14 dagen. De systemische expositie 
niveaus bij deze toxiciteit zijn niet bekend, maar de toxische mg/kg doses waren hoger dan de 
aanbevolen dosis voor de behandeling van patiënten.  
 
Claritromycine is niet mutageen gebleken in een reeks in vitro en in vivo testen.  
 
Fertiliteits- en reproductiestudies bij ratten hebben geen ongewenste effecten laten zien. 
Teratogeniciteit studies bij ratten (Wistar p.o.) en Spraque-Dawley (p.o. en i.v.), Nieuw-Zeelandse 
witte konijnen en cynomolgus apen lieten geen enkel teratogeen effect zien voor claritromycine. 
Echter, in een latere, vergelijkbare studie bij Spraque-Dawley ratten werd een lage (6 %) incidentie 
gezien van cardiovasculaire afwijkingen, die bet gevolg bleken te zijn van een spontane expressie van 
genetische veranderingen. Uit twee studies bij muizen bleek een variabele incidentie (3-30 %) voor 
gespleten verhemelte en bij apen werd embryoverlies gezien, maar alleen bij doseringen die duidelijk 
toxisch waren voor de moeders.  
 
Er zijn geen andere toxicologische bevindingen gerapporteerd die relevant worden geacht voor bet 
doseringsniveau dat wordt aanbevolen voor de behandeling van patiënten. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1 
Lijst van hulpstoffen 
 
Tabletkern 
Lactosemonohydraat 
Hypromellose 
Hypromellose ftalaat 
Talk 
Magnesiumstearaat (E572) 
 
Tablet coating 
Opadry II Geel (31G52300) bestaande uit: 
Hypromellose 15cP (HPMC 2910) (E464) 
Lactosemonohydraat 
Titaandioxide (E171) 
Macrogol/PEG 4000 
Talk (E553b) 
Quinoline Yellow Aluminium Lake (E104) 
Macrogol/PEG 400  
 
 
 
6.2 
Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
Pagina 16 van 17 

 
6.3 Houdbaarheid 
 
3 jaar 
 
6.4 
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities. 
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking. 
 
6.5 
Aard en inhoud van de verpakking 
 
PVC/PVDC/Aluminium blisterverpakkingen van 5, 6, 7, 8, 10, 14, 16, 20, 21, 28, 30 en 60 tabletten. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
6.6 
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen 
 
Geen bijzondere vereisten.  
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale 
voorschriften. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Mylan B.V. 
Dieselweg 25 
3752 LB Bunschoten 
 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 104436 
 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN 
DE VERGUNNING
 
 
Datum van eerste verlening: 19 oktober 2010. 
 
10. 
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
 
Pagina 17 van 17 





« Vorige
[Claritromycine Retard Mylan 500 mg, tabletten met gereguleerde afgifte]
Volgende »
[Claritromycine Retard 500 mg Mylan, tabletten met gereguleerde afgifte]