Bestanden
Home > Bestanden


Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte 120, tabletten met gereguleerde afgifte 120 mg

RegistratienummerRVG 25594=18594
Farmaceutische vormTablet met verlengde afgifte
ToedieningswegOraal gebruik
ATCC08DB01 - Diltiazem
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum20 juli 2000
RegistratiehouderPharmachemie B.V.
Swensweg 5
2031 GA HAARLEM
Werkzame stof(fen)DILTIAZEMHYDROCHLORIDE
SAMENSTELLING
overeenkomend met
DILTIAZEM
Hulpstof(fen)COPOLYMEER VAN VINYLCHLORIDE, VINYLACETAAT, VINYLALCOHOL
ETHYLVANILLINE
MACROGOL 6000
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
NATRIUMDIWATERSTOFCITRAAT (E 331)
NATRIUMWATERSTOFCARBONAAT (E 500 (II))
POVIDON K 25 (E 1201)
SACCHAROSE
TITAANDIOXIDE (E 171)
TRIBUTYLACETYLCITRAAT
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 1 van 6


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte 90, tabletten met gereguleerde afgifte 90 mg
Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte 120, tabletten met gereguleerde afgifte 120 mg


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke tablet bevat als werkzaam bestanddeel 90 mg of 120 mg diltiazemhydrochloride.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Tabletten met gereguleerde afgifte.
De tabletten zijn rond en wit.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Onderhoudsbehandeling van stabiele angina pectoris.

4.2
Dosering en wijze van toediening

Dosering
De gebruikelijke dosering bedraagt 2 maal daags 1 tablet met 120 mg (240 mg per dag).

Bij oudere patiŽnten, patiŽnten met nier-, lever- of hartinsufficiŽntie, patiŽnten met eerstegraads
atrioventriculair blok en patiŽnten met een niet-ernstige bradycardie wordt aanbevolen met 2 maal
daags 1 tablet 90 mg (180 mg per dag) te beginnen en eventueel daarna de dosering te verhogen.

Wijze van toediening
De tabletten kunnen tijdens of na de maaltijd ingenomen worden. De tabletten niet kauwen of oplossen,
maar in zijn geheel met vloeistof doorslikken.

Kinderen: Veiligheid en werkzaamheid bij kinderen is niet vastgesteld. Het gebruik van diltiazem in
kinderen wordt niet aangeraden.

4.3 Contra-indicaties

- Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor ťťn van de hulpstoffen.
- Sick-sinussyndroom, behalve bij een functionerende pacemaker.
- Tweede- of derdegraads atrioventriculair blok, behalve bij een functionerende pacemaker.
- Ernstige bradycardie (minder dan 40 slagen per minuut).
- Linkerventrikelfalen met pulmonale stuwing.
- Combinatie met dantroleen (infusie) (zie rubriek 4.5).

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Nauwkeurige observatie is noodzakelijk bij patiŽnten met een verminderde linkerventrikelfunctie,
bradycardie (risico van exacerbatie) of met een eerstegraads atrioventriculair blok, zoals vastgesteld op
het elektrocardiogram (risico van exacerbatie en zelden van een compleet blok).

SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 2 van 6


Plasmaconcentraties van diltiazemhydrochloride kunnen verhoogd zijn bij ouderen en bij patiŽnten
met nier- of leverinsufficiŽntie.
Bij het begin van de behandeling dient de hartslag nauwkeurig gecontroleerd te worden.

Voorafgaand aan algehele anesthesie dient de anesthesist geÔnformeerd te worden over een lopende
diltiazem behandeling.
De negatieve effecten van anesthetica op de cardiale contractiliteit, geleidingstijd en hartfrequentie
kunnen door calciumantagonisten versterkt worden.

PatiŽnten met zeldzame erfelijke aandoeningen, zoals fructose-intolerantie, glucose-galactose
malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiŽntie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Dantroleen (infusie): Letale ventriculaire fibrillatie is regelmatig geobserveerd in dieren na
gelijktijdige intraveneuze toediening van verapamil en dantroleen. De combinatie van een
calciumantagonist en dantroleen is daarom potentieel gevaarlijk (zie rubriek 4.3).

Bij combinatie met andere anti-arrhythmica (zoals betablokkers en amiodaron) en digoxine is
potentiŽring van het remmend effect op de hartfrequentie en het vertragend effect op de
atrioventriculaire geleiding mogelijk, waardoor bradycardie kan ontstaan en AV-geleidings-
stoornissen. Diltiazem kan ook de hypotensieve werking van antihypertensiva versterken.
Diltiazem kan de plasmaconcentraties van geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd via het
CYP3A4 verhogen. Gelijktijdige toediening van b.v. ciclosporine, carbamazepine, theofylline,
buspiron, prednison en sommige statines verhoogt het risico op bijwerkingen (bijvoorbeeld:
spieraandoeningen met sommige statines).
Een verhoging van de rimonabant bloedspiegels kan optreden bij gelijktijdige toediening met diltiazem.
Digoxine bloedspiegels kunnen verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van diltiazem door een mogelijke
afname van de (extra) renale klaring.
Gelijktijdig gebruik van diltiazem en nitraten kan leiden tot een toename van hypotensieve en
additieve vasodilaterende effecten. Bij alle patiŽnten die worden behandeld met calciumantagonisten,
dient een verhoging van de dosering van nitraten in stappen te geschieden.
Bij gelijktijdig gebruik van ciclosporine wordt aangeraden de dosering van ciclosporine te verlagen en
dienen de ciclosporinespiegels bepaald te worden. De nierfunctie dient gecontroleerd te worden. De
dosering dient aangepast te worden tijdens de combinatietherapie en na het staken hiervan.

Bij patiŽnten die H2-antagonisten in combinatie met diltiazem gebruiken, kunnen zich op theoretische
gronden verhoogde diltiazemspiegels voordoen.
Bij patiŽnten die rifampicine in combinatie met diltiazemhydrochloride gebruiken, kunnen zich
verlaagde diltiazemspiegels voordoen (een verhoging van de diltiazemspiegels kan zich voordoen
indien gelijktijdige toediening met rifampicine wordt gestaakt).
Gelijktijdig gebruik van diltiazem met lithium kan leiden tot een verhoging van door lithium
geÔnduceerde neurotoxiciteit.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van diltiazem bij zwangere vrouwen. Uit
experimenteel onderzoek bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken. Gebruik van
Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte wordt afgeraden bij zwangerschap en bij vrouwen in de
vruchtbare leeftijd, indien geen doeltreffende anticonceptiemaatregelen worden getroffen.

Borstvoeding
Diltiazemhydrochloride gaat over in de moedermelk. Bij therapeutische doseringen worden echter
geen effecten op de zuigeling verwacht. Bij een beslissing over het geven van borstvoeding tijdens
SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 3 van 6


behandeling met Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte, moeten de voordelen van
borstvoeding worden afgewogen tegen de risico's voor de zuigeling.

4.7
BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen gegevens bekend over een effect op de rijvaardigheid of het gebruik van machines.
Klachten zoals duizeligheid of hoofdpijn kunnen zich voordoen. Bij het besturen van voertuigen of het
gebruik van machines dient hiermee rekening te worden gehouden.

4.8 Bijwerkingen


Bijwerkingen kunnen in de volgende frequenties voorkomen: zeer vaak ( 1/10), vaak (( 1/100, <
1/10), soms (( 1/1.000, < 1/100), zelden (( 1/10.000, < 1/1.000) en zeer zelden (< 1/10.000), niet
bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

Hartaandoeningen
Vaak:
∑ orthostatische hypotensie.
Zeer zelden:
∑ symptomatische bradycardie
∑ sino-atriaal blok
∑ atrioventriculair blok
∑ palpitaties
∑ (congestief) hartfalen.

Zenuwstelselaandoeningen
Soms:
∑ duizeligheid
∑ hoofdpijn
∑ asthenie.
Zeer zelden:
∑ extrapiramidaal syndroom, reversibel na het staken van de behandeling.


Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak:
∑ dyspepsie, misselijkheid, braken
∑ maagpijn
∑ obstipatie, diarree
∑ droge mond.
Zelden:
∑ hyperplasie van de gingiva.
Niet bekend:
∑ anorexia.

Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms:
∑ mucosa-/huidreacties zoals: erytheem, urticaria of incidenteel schilferig erytheem (met of
zonder koorts) en fotosensibiliteit.

Deze reacties verdwijnen na het staken van de behandeling.
Zelden:
SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 4 van 6


∑ angio-oedeem, erythema multiforme (inclusief zeldzame gevallen van het Stevens ≠Johnson
syndroom) en/of exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustuleuze
dermatitis.
Zeer zelden:
∑ toxisch epidermale necrolyse.


Bloedvataandoeningen
Vaak:
∑ vaatverwijdende symptomen zoals: opvliegers, zweten en oedeem in de benen zijn dosis-
afhankelijk en doen zich meer voor bij oudere patiŽnten.

Deze verschijnselen hangen samen met de farmacologische werking van het product.
Zeer zelden:
∑ vasculitis, waaronder leukocytoclastische vasculitis.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak:
∑ malaise.


Lever- en galaandoeningen
Vaak:
∑ lichte verhogingen van de transaminasen waargenomen.

Deze zijn gewoonlijk van voorbijgaande aard.
Zelden:
∑ hepatitis, welke reversibel is na het staken van diltiazem.


Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Zeer zelden:
∑ gynaecomastie, reversibel na het staken van de behandeling.

Psychische stoornissen

∑ nervositeit, insomnia.

4.9 Overdosering

De klinische effecten van acute overdosering kunnen betrekking hebben op ernstige hypotensie met
mogelijk collaps, sinusbradycardie met of zonder isoritmische dissociatie en atrio-ventriculaire
geleidingsstoornissen. Behandeling dient in de kliniek plaats te vinden: maagspoeling, osmotische
diurese. Geleidingsstoornissen kunnen verholpen worden door tijdelijke cardiale stimulatie (pacing).
Voorgestelde antidota: atropine, vasopressoren, inotrope middelen, glucagon, calciumgluconaat infusie.


5. FARMACOLOGISCHE

EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: calciumantagonist, antianginosum en antihypertensivum. Diltiazem
is een benzothiazepine-derivaat. ATC-code: C08DB01.

Diltiazem remt het transport van calciumionen door de langzame kanalen tijdens depolarisatie van de
celmembraan. Dit effect treedt op bij myocardcellen en glad spierweefsel van coronaire en perifere
arteriŽn. Als gevolg hiervan verhoogt diltiazem de flow in de coronaire arteriŽn en verlaagt het de
perifere arteriŽle weerstand. Dit mechanisme draagt bij aan een verhoging van het zuurstofaanbod naar
het myocard.
Op vasculair niveau veroorzaakt diltiazem vaatverwijding en verbetert de arteriŽle compliantie. Deze
vaatverwijding bij hypertensieve patiŽnten leidt tot verlaging van de bloeddruk als gevolg van
SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 5 van 6


verminderde perifere weerstand zonder het veroorzaken van reflextachycardie. Daarentegen wordt een
lichte vertraging van de hartslag waargenomen. De doorbloeding van de inwendige organen, in het
bijzonder de nieren, alsmede de coronaire circulatie wordt gehandhaafd of verhoogd.

Een gering natriuretisch effect wordt waargenomen na acute toediening. Tijdens langdurige
behandeling met diltiazem is er geen stimulatie van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem
(RAAS). Tevens veroorzaakt diltiazem geen water- en zoutretentie zoals blijkt uit het ontbreken van
verandering in lichaamsgewicht en de water- en elektrolytenbalans van het plasma.
Bovendien wordt proteÔnurie bij behandeling van hypertensie met diltiazem verminderd.
Diltiazem vermindert de linkerventrikelhypertrofie van het hart bij patiŽnten met hypertensie. Het
heeft nauwelijks effect op het hartminuutvolume. Diltiazem heeft een gering negatief chronotroop
effect en is gecontra-indiceerd bij een zieke sinusknoop. Het vertraagt de atrioventriculaire geleiding.
Diltiazem heeft geen invloed op de geleiding in de bundel van His.

Diltiazem heeft geen invloed op de regulering van het bloedsuikergehalte en het lipidenmetabolisme.

5.2 Farmacokinetische

eigenschappen

Absorptie
Diltiazem wordt voor ca. 90% geabsorbeerd na orale toediening aan gezonde vrijwilligers.
Maximale plasmaspiegels worden ca. 3-4 uur na orale toediening bereikt. De absolute biologische
beschikbaarheid is ca. 40%, voornamelijk als gevolg van een uitgebreid first-pass effect. Na herhaalde
toediening is de kinetiek van diltiazem niet-lineair, waardoor er sprake kan zijn van een toename in de
biobeschikbaarheid. Steady state wordt bereikt in ca. 3 dagen.
Bij gelijktijdige inname met voedsel zijn geen klinisch relevante wijzigingen waargenomen.

Distributie
De plasma-eiwitbinding bedraagt ca. 80-85%. Het verdelingsvolume is ongeveer 5,3 l/kg.

Metabolisme
Diltiazem wordt door de lever snel en bijna volledig gemetaboliseerd via deacetylatie, N-demethylatie,
O-demethylatie en oxidatieve deaminatie. De voornaamste actieve metabolieten zijn N-
monodesmethyldiltiazem en desacetyldiltiazem met respectievelijk activiteiten van 50% en 20% ten
opzichte van diltiazem. Plasmaconcentraties zijn respectievelijk ca. 40% en 10% van de diltiazem
plasmaconcentraties na toediening van conventionele diltiazem tabletten.

Eliminatie
De klaring bedraagt ca. 12 ml/min/kg. Diltiazem en de metabolieten worden nauwelijks gedialyseerd.
De plasma eliminatiehalfwaardetijd is ca. 4-8 uur.
Minder dan 5% van de diltiazem dosis wordt onveranderd met de urine uitgescheiden.
Ongeveer 65% van de dosis wordt als diltiazem en metabolieten met de faeces uitgescheiden.

Speciale patiŽntengroepen
Bij oudere patiŽnten kunnen de plasmaspiegels hoger zijn dan bij jonge patiŽnten. Bij patiŽnten met
lever- of nierfunctiestoornissen kunnen de plasmaspiegels hoger zijn dan bij normale patiŽnten.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen bijzonderheden.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen

Tabletten

SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 6 van 6


Natriumhydrocitraat (E331), saccharose, polyvidon, magnesiumstearaat (E470b), polyethyleenglycol
6000.

Coating
Saccharose, gemodificeerd PVC, acetyltributylcitraat, gepolymeriseerde ricinusolie,
natriumbicarbonaat (E500), ethylvanilline, titaandioxide (E171).

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25įC.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Doosjes met 60 tabletten ŗ 90 mg of 120 mg in doordrukstrips in Al / PVC of in Al / (oPA/Al/PVC).

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.


7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

sanofi-aventis Netherlands B.V.
Kampenringweg 45 D-E
2803 PE Gouda


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

In het register ingeschreven onder RVG 18593 (90 mg) en RVG 18594 (120 mg).


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING
VAN DE VERGUNNING


28 april 1995


10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.8 en 4.9
27 januari 2010




SmPC Diltiazemhydrochloride gecontr. afg. januari 2010





« Vorige
[Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte 90, tabletten met gereguleerde afgifte 90 mg]
Volgende »
[Diltiazemhydrochloride gecontroleerde afgifte 120, tabletten met gereguleerde afgifte 120 mg]