Bestanden
Home > Bestanden


Diltiazem HCl Retard 300 A, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg

RegistratienummerRVG 22529
Farmaceutische vormCapsule met gereguleerde afgifte, hard
ToedieningswegOraal gebruik
ATCC08DB01 - Diltiazem
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum12 januari 1998
RegistratiehouderMylan B.V.
Dieselweg 25
3752 LB BUNSCHOTEN
Werkzame stof(fen)DILTIAZEMHYDROCHLORIDE
SAMENSTELLING
overeenkomend met
DILTIAZEM
Hulpstof(fen)AZORUBINE (E 122)
CELLULOSE, MICROKRISTALLIJN (E 460)
COPOLYMEER VAN ETHYLACRYLAAT-METHYLMETHACRYLAAT (2:1)
DIMETICON (E 900)
GELATINE (E 441)
HYPROMELLOSE (E 464)
IJZEROXIDE ZWART (E 172)
INDIGOKARMIJN (E 132)
KALIUMHYDROXIDE (E 525)
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
POLYSORBAAT 80 (E 433)
POVIDON (E 1201)
PROPYLEENGLYCOL (E 1520)
SCHELLAK (E 904)
SILICIUMDIOXIDE (E 551)
SIMETICON EMULSIE
SUCROSESTEARAAT (E 473)
TALK (E 553 B)
TITAANDIOXIDE (E 171)
ZWARTE INKT
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN



Samenvatting van het product

1.
Naam van het geneesmiddel

Diltiazem HCl retard 120 A, capsules met gereguleerde afgifte 120 mg
Diltiazem HCl retard 180 A, capsules met gereguleerde afgifte 180 mg
Diltiazem HCl retard 200 A, capsules met gereguleerde afgifte 200 mg
Diltiazem HCl retard 240 A, capsules met gereguleerde afgifte 240 mg
Diltiazem HCl retard 300 A, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg
Diltiazem HCl retard 360 A, capsules met gereguleerde afgifte 360 mg

2.
Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling

Diltiazemhydrochloride: 120-180-200-240-300-360 mg per capsule.

Hulpstoffen:
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. Farmaceutische
vorm

Capsule met gereguleerde afgifte.

4 Klinische
gegevens

4.1 Therapeutische
indicaties


Diltiazem HCl retard A wordt toegepast bij de behandeling van stabiele angina pectoris en van
lichte tot matige stijging van bloeddruk.

4.2
Dosering en wijze van toediening

De vereiste dosering voor patiŽnten met angina kan verschillen van de dosering voor patiŽnten
met verhoogde bloeddruk. De reactie kan verschillen van patiŽnt tot patiŽnt, wat voorzichtige
titratie vereist. De verschillende sterkten van de tabletten vergemakkelijken titratie tot de
optimale dosis.

Neem ťťn capsule Diltiazem HCl retard A voor of tijdens het eten. Men dient de dosis elke dag op
ongeveer hetzelfde tijdstip tot zich te nemen.

Men mag niet op de capsule kauwen. Ze dient volledig te worden ingeslikt, met een slok water.


Gezien de variatie in afgifteprofiel in individuele patiŽnten kan het nodig zijn de dosis aan te
passen wanneer van het ene type diltiazempreparaat met gereguleerde afgifte op het andere
wordt overgeschakeld.

Volwassenen:

Verhoogde bloeddruk: De gebruikelijke begindosis is 180 mg, eenmaal per dag.
De dosis mag na 2 ŗ 4 weken worden verhoogd volgens de reactie van de patiŽnt.
De gebruikelijke onderhoudsdosis bedraagt 240 ŗ 360 mg, eenmaal per dag. De maximale
dagelijkse dosis bedraagt 360 mg. Enkelvoudige dagelijkse doses van 300 en 360 mg mogen
echter uitsluitend worden toegediend aan patiŽnten wanneer de therapeutische effecten met
kleinere doses ontoereikend zijn en nadat de voordelen nauwkeurig door de arts werden
afgewogen tegenover de risico's.

Angina: Er dient voorzichtig te worden getitreerd bij patiŽnten met stabiele angina met het oog
op het bepalen van de optimale dosis. De gebruikelijke startdosis is 180 mg, eenmaal per dag. De
dosis mag na 2 ŗ 4 weken worden verhoogd volgens de reactie van de patiŽnt. De gebruikelijke
onderhoudsdosis bedraagt 240 ŗ 360 mg, eenmaal per dag. De maximale dagelijkse dosis
bedraagt 360 mg.
Enkelvoudige dagelijkse doses van 300 en 360 mg mogen echter uitsluitend worden toegediend
aan patiŽnten wanneer de therapeutische effecten met kleinere doses ontoereikend zijn en nadat
de voordelen nauwkeurig door de arts werden afgewogen tegenover de risico's.

Ouderen en patiŽnten met lever- of nierproblemen:

De plasmaspiegel van diltiazem kan zijn verhoogd voor ouderen en voor patiŽnten met een
minder goed werkende lever of met nierproblemen. In die gevallen, bedraagt de startdosis ťťn
Diltiazem HCl retard A capsule van 120 mg, eenmaal per dag. De hartslag moet regelmatig
worden gemeten; indien men minder dan 50 hartslagen per minuut telt, mag de dosis niet worden
verhoogd. Het kan nodig zijn de dosis aan te passen met het oog op een toereikende klinische
reactie.

Kinderen:

Bij kinderen is de veiligheid en werkzaamheid niet aangetoond.

4.3 Contra-indicaties

Diltiazem vertraagt de atrioventriculaire geleiding en is derhalve gecontraÔndiceerd bij patiŽnten
met ernstige bradycardie (minder dan 50 slagen/minuut), sick sinus-syndroom, decompensatio
cordis en linkerventrikelfalen met tweede- of derdegraads AV- of sino-atriaal block behalve bij
aanwezigheid van een functionerende pacemaker. Diltiazem is tevens gecontraÔndiceerd bij
linker-ventrikelfalen met longstuwing, omdat diltiazem licht negatieve effecten op de
contractiliteit kan hebben.


Diltiazem is gecontraÔndiceerd bij een acuut gecompliceerd myocardinfarct (b.v. bradycardie,
hypotensie, decompensatio cordis, verminderde LV-functie), longstuwing, hypotensie
(systolische bloeddruk <90 mmHg), cerebrovasculair accident, cardiale shock en instabiele
angina pectoris.

Diltiazem is gecontraÔndiceerd bij pre-excitatiesyndromen (b.v. WPW) gepaard gaande met
boezemfladderen, fibrilleren en bij digitalisintoxicatie, aangezien diltiazem ventriculaire
tachycardie kan veroorzaken.

Diltiazem dient niet te worden toegepast bij patiŽnten met een bekende overgevoeligheid voor
diltiazem.

4.4
Bijzondere waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik

PatiŽnten die behandeld worden met beta-adrenoceptorantagonisten en patiŽnten met
geleidingsstoornissen (bradycardie, bundeltakblock, eerstegraads AV-block of een verlengd
PR-interval) mogen alleen met Diltiazem HCl retard worden behandeld na zorgvuldige overweging
in verband met het risico van ernstige bradyarritmieŽn.

Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van dit product bij patiŽnten met leverfunctie-
stoornissen. Tijdens de therapie kunnen er afwijkingen van de leverfunctie ontstaan. De hogere
enkelvoudige dagdoses Diltiazem HCl retard A capsules van 300 mg en 360 mg mogen niet
worden toegediend aan patiŽnten met een verminderde nier- en/of leverfunctie en ouderen
(verlengde eliminatiehalfwaardetijd), omdat er geen ervaring is opgedaan met het gebruik van
zulke hoge doseringen bij deze patiŽntengroepen.

Bij patiŽnten die langdurig met cyclosporine worden behandeld dienen de plasmaspiegels van
cyclosporine te worden gecontroleerd bij het instellen of staken van de gelijktijdige toediening
van diltiazem of wanneer de dosis diltiazem wordt gewijzigd.

Abnormaal korte passagetijden door het maagdarmkanaal kunnen leiden tot een onvolledige
afgifte van de capsule-inhoud , b.v. bij chronische aandoeningen met daarbij gepaard gaande
diarree zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Combinaties die uit veiligheidsoverwegingen gecontraÔndiceerd zijn:

Bij dieren wordt tijdens intraveneuze toediening van verapamil en dantroleen voortdurend fataal
ventrikelfibrilleren geconstateerd. De combinatie van een calciumantagonist en dantroleen is
derhalve potentieel gevaarlijk. Gelijktijdige intraveneuze toediening van
beta-adrenoceptorantagonisten en diltiazem dient te worden vermeden, omdat er een additief

effect op de SA- en AV-geleiding en de ventrikelfuntie optreedt. Bij gebruik van een dergelijke
combinatie is ECGcontrole noodzakelijk, met name aan het begin van de behandeling.

Combinaties waarbij veiligheidsmaatregelen vereist zijn:

Zoals voor elke calciumantagonist geldt, dient men rekening te houden met een mogelijk additief
effect wanneer diltiazem gebruikt wordt in combinatie met middelen die bradycardie kunnen
veroorzaken of met anti-arrhythmica (b.v. amiodaron) of andere antihypertensiva.
Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van inhalatie-anesthetica tijdens de behandeling met
diltiazem. Tri-/tetracyclische antidepressiva en neuroleptica kunnen de antihypertensieve
effecten van diltiazem versterken, terwijl gelijktijdig gebruik van lithium en diltiazem tot
neurotoxiciteit (extrapiramidale effecten) kan leiden. Rifampicine en andere leverenzyminducers
kunnen de biologische beschikbaarheid van diltiazem verminderen en hoge doses vitamine D
en/of een hoge inname van calciumzouten resulterend in verhoogde serumcalciumspiegels
kunnen de respons op diltiazem verminderen.

Diltiazem wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en zou de farmacokinetiek van andere
geneesmiddelen die door dit enzym worden gemetaboliseerd kunnen beÔnvloeden door
competitieve remming van CYP3A4. Daarnaast zouden remmers en inducers van CYP3A4 de
farmacokinetiek van diltiazem kunnen beÔnvloeden,

Diltiazem verlengt het sedatieve effect van midazolam en triazolam door middel van metabole
interactie en verlaagt de nifedipineclearance met 50%. Diltiazem kan toenames van
plasmaspiegels van digoxine veroorzaken. Er is aangetoond dat diltiazem de biologische
beschikbaarheid van imipramine met 30% verhoogt, waarschijnlijk door remming van het
first-pass-metabolisme.

Diltiazem is veilig gebleken in combinatie met diuretics, ACE-remmers en andere
antihypertensiva. Geadviseerd wordt om patiŽnten die deze combinaties gebruiken regelmatig te
controleren. Gelijktijdig gebruik van diltiazem en alfablokkeerders zoals prazosine dient
nauwgezet te worden gecontroleerd in verband met het mogelijke synergistische hypotensieve
effect van deze combinatie.

Uit de casuÔstiek blijkt dat bloedspiegels van carbamazepine, cyclosporine, theofylline en
fenytoÔne verhoogd kunnen zijn bij gelijktijdige toediening van diltiazem.Voorzichtigheid is
geboden bij patiŽnten die deze middelen gebruiken. Evenals andere calciumantagonisten kan
diltiazem geringe toenames van plasmaspiegels van digoxine veroorzaken. Bij patiŽnten die
H2-antagonisten in combinatie met diltiazem gebruiken, kunnen er verhoogde diltiazemspiegels
optreden.

Er kan een versterking van de hypotensieve en lipothymogene effecten (summatie van
vaatverwijdende eigenschappen) van nitraatderivaten optreden. Bij patiŽnten die
calciumremmers gebruiken dienen nitraatderivaten in progressief opklimmende doseringen te
worden voorgeschreven. Tijdens de anesthesie kan de behandeling met diltiazem zonder bezwaar

worden voortgezet, maar diltiazem kan de werking van curare-achtige en depolariserende
neuromusculaire blokkerende stoffen versterken en daarom dient de anesthesist te worden
geÔnformeerd dat de patiŽnt met een calciumantagonist wordt behandeld.

4.6
Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap:

Diltiazem kan de contractiliteit van de baarmoeder onderdrukken. Definitieve bewijzen dat dit de
partus bij een ŗ terme-zwangerschap verlengt ontbreken. Bij hypotensie bij de moeder kan er bij
de foetus een risico van hypoxie ontstaan en een verminderde perfusie van de baarmoeder als
gevolg van een herdistributie van de bloedstroom wegens perifere vasodilatatie. In dierproeven
vertoonde diltiazem bij sommige diersoorten teratogene effecten. Bij gebrek aan afdoende bewijs
van de veiligheid tijdens de zwangerschap bij de mens dient Diltiazem HCl retard A niet te worden
gebruikt bij zwangerschap of bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd.

Borstvoeding:

Diltiazem wordt in soortgelijke concentraties in de moedermelk uitgescheiden als in serum.
Indien de toepassing van diltiazem tijdens de lactatieperiode noodzakelijk geacht wordt, dan
dient de zuigeling op een andere wijze te worden gevoed.

4.7
BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht naar het effect van diltiazem tijdens het autorijden of het bedienen
van machines. Er dient rekening mee te worden gehouden dat er of en toe asthenie/vermoeidheid
en duizeligheid kan optreden. Bij behandeling van hypertensie met dit geneesmiddel is een
regelmatige controle noodzakelijk.
Individueel verschillende reacties kunnen de rijvaardigheid beÔnvloeden. Met dit risico dient
vooral rekening te worden gehouden aan het begin van de behandeling, bij wijzigingen van het
geneesmiddel of in combinatie met alcohol.

4.8 Bijwerkingen

Bij sommige bijwerkingen kan stopzetting van de behandeling vereist zijn:
sinusbradycardie, sino-atriaal block, tweede- en derdegraads atrioventriculair block, huiduitslag,
oedeem in de onderste ledematen.

Bij patiŽnten met hypertensie zijn eventuele bijwerkingen over het algemeen van lichte en
tijdelijke aard en hierbij betreft het doorgaans vaatverwijdende effecten.

De volgende bijwerkingen zijn beschreven in dalende volgorde van frequentie:
oedeem in de onderste ledematen, hoofdpijn, opvliegers/flushing, asthenie/vermoeidheid,
hartkloppingen, malaise, lichte gastro-intestinale stoornissen (dyspepsie, buikpijn, droge mond,

misselijkheid, braken, diarree, obstipatie) en huiduitslag. Vaatverwijdende effecten (met name
oedeem) zijn dosisafhankelijk en lijken vaker voor te komen bij oudere patiŽnten.

Zeldzame gevallen van symptomatische bradycardie en zeer uitzonderlijke gevallen van
sino-atriaal en atrioventriculair block, hypotensie, syncope en een verminderde
linker-ventrikelfunctie zijn eveneens geregistreerd. Incidentele gevallen van hallucinaties,
depressie, slapeloosheid, hyperglykemie en impotentie zijn gemeld.

Uit ervaringen opgedaan bij andere indicaties en met andere samenstellingen blijkt dat rashes
meestal gelokaliseerd zijn en zich beperken tot gevallen van erytheem, urticaria of soms
desquamatief erytheem, al dan niet gepaard gaande met koorts, die verminderen wanneer de
behandeling wordt gestaakt.

Incidentele gevallen van matige en tijdelijke verhogingen van levertransminasen zijn aan het
begin van de behandeling waargenomen. Er zijn incidenteel gevallen gemeld van klinische
hepatitis die verdween bij het staken van de behandeling.

Duizeligheid, pruritis, nervositeit, paresthesieŽn, gewrichts-/spierpijn, fotosensibilisatie,
hypotensie, hyperplasia gingivalis en gynaecomastie zijn eveneens waargenomen.

4.9 Overdosering

De klinische gevolgen van een overdosering kunnen bestaan uit ernstige hypotensie die kan
leiden tot een collaps en sinusbradycardie eventueel gepaard gaande met isoritmische dissociatie
en atrioventriculaire geleidingsstoornissen. Observatie in een coronary care unit wordt
aanbevolen. Vaatvernauwende middelen zoals adrenaline kunnen aangewezen zijn bij patiŽnten
bij wie sprake is van ernstige hypotensie. Calciumgluconaat kan helpen om de effecten van een
calciumentryblokkade tegen te gaan. Toediening van atropine en tijdelijk pacen kan noodzakelijk
zijn ter behandeling van bradycardie en/of geleidingsstoornissen.

Glucagon kan worden gebruikt in gevallen van een vastgestelde hypoglykemie.

Diltiazem en zijn metabolieten laten zich zeer slecht dialyseren.

5. Farmacologische
eigenschappen

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Diltiazem is ingedeeld als calciumantagonist, benzothiazepinederivaat, C08DB01 volgens de
ATC-indeling. Het reduceert selectief de calciuminstroom door de voltage-afhankelijke
calcium-n-kanalen in de vaatcellen van glad spierweefsel en myocardcellen. Hierdoor
vermindert het intracellulaire calciumgehalte dat beschikbaar is voor het activeren van
contractiele eiwitten. Deze werking van diltiazem resulteert in dilatatie van de coronaire arteriŽn
waardoor een verhoging van het zuurstofaanbod naar het myocard ontstaat. Het vermindert de

hartwerking door de hartslag te vertragen en door de systemische vaatweerstand te verlagen en
daardoor de zuurstofbehoefte te verminderen. Diltiazem verlengt tevens de AVgeleiding en heeft
licht negatieve effecten op de contractiliteit. Klinische gegevens over de morbiditeit en
mortaliteit zijn niet beschikbaar.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Farmacokinetische studies met meervoudige doses hebben aangetoond dat de kinetiek van
Diltiazem HCl retard A in het doseringsbereik van 120 mg-360 mg niet-lineair is. Diltiazem wordt
goed geresorbeerd, maar heeft een zeer verzadigbaar first-passeffect hetgeen tot een variabele
absolute biologische beschikbaarheid leidt, die gemiddeld 35% bedraagt. Het verzadigbare
first-passeffect resulteert in een hogere systemische blootstelling dan verwacht bij toenemende
doseringen.

De plasma-eiwitbinding bedraagt ongeveer 80 ŗ 85% en het verdelingsvolume bedraagt 5,0 l/kg.

Diltiazem wordt door CYP3A4 in de lever gemetaboliseerd en 70% van de dosis wordt in de
urine uitgescheiden, hoofdzakelijk in de vorm van metabolieten. De plasmaspiegels van de twee
voornaamste metabolieten, Nmonodesmethyldiltiazem en desacetyldiltiazem,
vertegenwoordigen resp. 35% en 1 S% van de diltiazemspiegels. De metabolieten zijn voor
ongeveer 50% verantwoordelijk voor het klinische effect. De plasmaclearance van diltiazem is
ongeveer 0,51/h/kg. De plasmahalfwaardetijd van diltiazem bedraagt ongeveer 5-7 uur.

Diltiazem HCl retard A capsules maken een langdurige resorptie van diltiazem mogelijk en
maximumspiegels worden binnen 6 tot 12 uur bereikt. De farmacokinetiek van diltiazem wordt
niet beÔnvloed bij gelijktijdige inname van voedsel en Diltiazem HCl retard A. Voor de meeste
patiŽnten leidt chronische toediening van Diltiazem HCl retard 300 A eenmaal daags tot
therapeutische diltiazemspiegels (50-200 ng/ml) in 24 uur. De interindividuele variabiliteit is
echter groot en een individuele dosisaanpassing op basis van de therapeutische respons is
derhalve noodzakelijk.

5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Uit studies naar de voortplantingsfuncties bij dieren blijkt dat diltiazem de vruchtbaarheid bij
ratten vermindert en dat het teratogeen is bij muizen, ratten en konijnen. Blootstelling in een laat
stadium van de zwangerschap veroorzaakt dystokie en een daling van het aantal levende jongen
bij ratten.

Resultaten van conventionele studies naar de genotoxiciteit en het carcinogene vermogen hebben
geen speciale gevaren voor de mens aangetoond.

6. Farmaceutische
gegevens

6.1.
Lijst van hulpstoffen


- saccharose stearaat
- microkristallijne cellulose
- povidone
- magnesium stearaat
- talk
- titanium dioxide
- methylhydroxypropylcellulose
- polysorbaat 80
- polyacrylaat dispersie 30% (droog)
- simethicon emulsie
- gelatine capsule

Kleuren van de gelatine capsule

120 mg
Ondoorschijnend lavendel1
Ondoorschijnend
lavendel1
180 mg
Ondoorschijnend wit2
Ondoorschijnend
blauw-groen3
200 mg
Ondoorschijnend wit≤


Ondoorschijnend blauw*
240 mg
Ondoorschijnend blauw-groen3 Ondoorschijnend
lavendel1
300 mg
Ondoorschijnend wit1
Ondoorschijnend
lavendel1
360 mg
Ondoorschijnend blauw-groen1 Ondoorschijnend
blauw-groen3

120 mg Capsule formaat 3, 180 mg Capsule formaat 2, 200 mg Capsule formaat 1, 240 mg
Capsule formaat 1, 300 mg Capsule formaat 0, 360 mg Capsule formaat 0.

1 = Deze kleur is samengesteld uit Azorubine E122
Indigotine
E132
Titanium
dioxide
E171
2 = Deze kleur is samengesteld uit Titanium dioxide E171
3 = Deze kleur is samengesteld uit Gele quinoline E104
Indigotine
E132
Titanium
dioxide
E171
* = Deze kleur is samengesteld uit Indigotine E132
Titanium
dioxide
E171

Aanduidingen op de gelatine capsule (bedrukking rond de straal van de capsule)



Inhoud van de capsule

Omhulsel van de capsule

120
mg DIL
120 DIL120
(witte
inkt,
(witte
inkt,


goedgekeurd door de E.E.G.)
goedgekeurd door de E.E.G.)
l80
mg
DIL180 DIL
180

(zwarte
inkt,
(zwarte
inkt,
goedgekeurd door de E.E.G.)
goedgekeurd door de E.E.G.)
240
mg DIL
240 DIL
240
(witte
inkt,
(witte
inkt,


goedgekeurd door de E.E.G.)
goedgekeurd door de E.E.G.)
300
mg DIL
300 DIL
300
(zwarte
inkt,
(zwarte
inkt,


goedgekeurd door de E.E.G.)
goedgekeurd door de E.E.G.)
360
mg DIL
360 DIL
360
(witte
inkt,
(witte
inkt,
goedgekeurd door de E.E.G.)
goedgekeurd door de E.E.G.)

De witte drukpers inkt in uw medicijn bevat; shellac, ethyl alcohol, isopropyl alcohol, nbutyl,
propylene glycol, sodium hydroxide, polyvinylpyrrolidone, titanium dioxide.
De zwarte drukpers inkt bevat; shellac, ethyl alcohol, isopropyl alcohol, n-butyl, propylene
glycol, ammonium hydroxide, potassium hydroxide and zwart ijzer oxide.

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Beneden 25įC bewaren.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking

De capsules zijn verpakt in blisters van PVC/aluminium. De verpakkingsgrootten zijn 30
capsules per blister.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.





7.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Apothecon B.V.
Nijverheidsweg 3
3771 ME Barneveld

8.
Nummer(s) van de vergunning voor het in de handel brengen

Diltiazem HCl retard 120 A, capsules met gereguleerde afgifte 120 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 22526.
Diltiazem HCl retard 180 A, capsules met gereguleerde afgifte 180 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 22527.
Diltiazem HCl retard 200 A, capsules met gereguleerde afgifte 200 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 100833.
Diltiazem HCl retard 240 A, capsules met gereguleerde afgifte 240 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 22528.
Diltiazem HCl retard 300 A, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 22529.
Diltiazem HCl retard 360 A, capsules met gereguleerde afgifte 360 mg is in het register
ingeschreven onder RVG 22530.

9.
Datum van eerste verlening van de vergunning/hernieuwing van de vergunning

Diltiazem HCl Retard 120; 180; 240; 300; 360 A: 12 januari 1998.

Diltiazem HCl Retard 200 A : 16 januari 2009

10.
Datum van herziening van de tekst

Laatst gedeeltelijke herziening betreft rubriek 1, 2, 6.1 en 8.
16 januari 2009





« Vorige
[Diltiazem HCl Retard 240 A, capsules met gereguleerde afgifte 240 mg]
Volgende »
[Diltiazem HCl Retard 300 A, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg]