Bestanden
Home > Bestanden


Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte 300, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg

RegistratienummerRVG 22826
Farmaceutische vormCapsule met gereguleerde afgifte, hard
ToedieningswegOraal gebruik
ATCC08DB01 - Diltiazem
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum23 maart 1998
RegistratiehouderSanofi-Aventis Netherlands B.V.
Kampenringweg 45 D-E
2803 PE GOUDA
Werkzame stof(fen)DILTIAZEMHYDROCHLORIDE
SAMENSTELLING
overeenkomend met
DILTIAZEM
Hulpstof(fen)AMMONIOMETHACRYLAATCOPOLYMEER TYPE B
CARMELLOSE NATRIUM (E 466)
CELLULOSE, MICROKRISTALLIJN (E 460)
ETHYLCELLULOSE (E 462)
GELATINE (E 441)
IJZEROXIDE ROOD (E 172)
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
MONOGLYCERIDEN, GEDIACETYLEERD
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 1 van 7


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte 200, capsules met gereguleerde afgifte 200 mg
Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte 300, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg


2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke capsule bevat als werkzaam bestanddeel 200 mg of 300 mg diltiazemhydrochloride.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Capsules met gereguleerde afgifte voor oraal gebruik.
De capsules zijn roze en wit en bevatten een combinatie van pellets (korreltjes) die zorgen voor een directe
afgifte en een gereguleerde afgifte (90%).


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

Stabiele angina pectoris.
Lichte tot matige hypertensie.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering
De aanvangsdosering bedraagt 1 capsule met 200 mg per dag. Deze dosering mag verhoogd worden naar 1
capsule met 300 mg per dag op geleide van de klinische respons.

Ouderen, nier- of leverinsufficiŽntie
De aanvangsdosering bedraagt 1 capsule met 200 mg per dag.

Wijze van toediening
De capsule kan naar keuze op de dag worden ingenomen, doch steeds op ongeveer hetzelfde tijdstip, bij
voorkeur vůůr of tijdens een maaltijd. De capsule niet kauwen, maar in zijn geheel met vloeistof
doorslikken.

Kinderen
Veiligheid en werkzaamheid bij kinderen is niet vastgesteld. Het gebruik van diltiazem in kinderen wordt
niet aangeraden.

4.3 Contra-indicaties

- Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor ťťn van de hulpstoffen.
- Sick-sinussyndroom, behalve bij een functionerende pacemaker.
- Tweede- of derdegraads atrioventriculair blok, behalve bij een functionerende pacemaker.
- Ernstige bradycardie (minder dan 40 slagen per minuut).
- Linkerventrikelfalen met pulmonale stuwing.
- Combinatie met dantroleen (infusie) (zie rubriek 4.5).
Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 2 van 7



4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Nauwkeurige observatie is noodzakelijk bij patiŽnten met een verminderde linkerventrikelfunctie,
bradycardie (risico van exacerbatie) of met een eerstegraads atrioventriculair blok, zoals vastgesteld op het
elektrocardiogram (risico van exacerbatie en zelden van een compleet blok).

Plasmaconcentraties van diltiazem kunnen verhoogd zijn bij ouderen en bij patiŽnten met nier- of
leverinsufficiŽntie.
Bij het begin van de behandeling dient de hartslag nauwkeurig gecontroleerd te worden.

Voorafgaand aan algehele anesthesie dient de anesthesist geÔnformeerd te worden over een lopende
diltiazem behandeling.
De negatieve effecten van anesthetica op de cardiale contractiliteit, geleidingstijd en hartfrequentie kunnen
door calciumantagonisten versterkt worden.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Dantroleen infusie: Letale ventriculaire fibrillatie is regelmatig geobserveerd in dieren na gelijktijdige
intraveneuze toediening van verapamil en dantroleen. De combinatie van een calciumantagonist en
dantroleen is daarom potentieel gevaarlijk (zie rubriek 4.3).

Bij combinatie met andere anti-arrhythmica (zoals betablokkers en amiodaron) en digoxine is potentiŽring
van het remmend effect op de hartfrequentie en het vertragend effect op de atrioventriculaire geleiding
mogelijk, waardoor bradycardie kan ontstaan en AV-geleidings-stoornissen. Diltiazem kan ook de
hypotensieve werking van antihypertensiva versterken.

Diltiazem kan de plasmaconcentraties van geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd via het CYP3A4
verhogen. Gelijktijdige toediening van b.v. ciclosporine, carbamazepine, theofylline, buspiron, prednison
en sommige statines verhoogt het risico op bijwerkingen (bijvoorbeeld: spieraandoeningen met sommige
statines).
Een verhoging van de rimonabant bloedspiegels kan optreden bij gelijktijdige toediening met diltiazem.
Digoxine bloedspiegels kunnen verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van diltiazem door een mogelijke
afname van de (extra) renale klaring.
Gelijktijdig gebruik van diltiazem en nitraten kan leiden tot een toename van hypotensieve en additieve
vasodilaterende effecten. Bij alle patiŽnten die worden behandeld met calciumantagonisten, dient een
verhoging van de dosering van nitraten in stappen te geschieden.
Bij gelijktijdig gebruik van ciclosporine wordt aangeraden de dosering van ciclosporine te verlagen en
dienen de ciclosporinespiegels bepaald te worden. De nierfunctie dient gecontroleerd te worden. De
dosering dient aangepast te worden tijdens de combinatietherapie en na het staken hiervan.

Bij patiŽnten die H2-antagonisten in combinatie met diltiazem gebruiken, kunnen zich op theoretische
gronden verhoogde diltiazemspiegels voordoen.
Bij patiŽnten die rifampicine in combinatie met diltiazem gebruiken, kunnen zich verlaagde
diltiazemspiegels voordoen (een verhoging van de diltiazemspiegels kan zich voordoen indien gelijktijdige
toediening met rifampicine wordt gestaakt).
Gelijktijdig gebruik van diltiazem met lithium kan leiden tot een verhoging van door lithium geÔnduceerde
neurotoxiciteit.

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap
Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 3 van 7


Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van diltiazem bij zwangere vrouwen. Uit
experimenteel onderzoek bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken. Gebruik van Diltiazem HCl
gecontroleerde afgifte wordt afgeraden bij zwangerschap en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd, indien
geen doeltreffende anticonceptiemaatregelen worden getroffen.

Borstvoeding
Diltiazemhydrochloride gaat over in de moedermelk. Bij therapeutische doseringen worden echter geen
effecten op de zuigeling verwacht. Bij een beslissing over het geven van borstvoeding tijdens behandeling
met Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte, moeten de voordelen van borstvoeding worden afgewogen
tegen de risico's voor de zuigeling.

4.7 BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen


Er zijn geen gegevens bekend over een effect op de rijvaardigheid of het gebruik van machines. Klachten
zoals duizeligheid of hoofdpijn kunnen zich voordoen. Bij het besturen van voertuigen of het gebruik van
machines dient hiermee rekening te worden gehouden.

4.8 Bijwerkingen

Bijwerkingen kunnen in de volgende frequenties voorkomen: zeer vaak ( 1/10), vaak ( 1/100, < 1/10),
soms ( 1/1.000, < 1/100), zelden ( 1/10.000, < 1/1.000) en zeer zelden (< 1/10.000, niet bekend (kan
met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

Hartaandoeningen
Vaak:
∑ orthostatische hypotensie.
Zeer zelden:
∑ symptomatische bradycardie
∑ sino-atriaal blok
∑ atrioventriculair blok
∑ palpitaties
∑ (congestief) hartfalen.

Zenuwstelselaandoeningen
Soms:
∑ duizeligheid
∑ hoofdpijn
∑ asthenie.
Zeer zelden:
∑ extrapiramidaal syndroom, reversibel na het staken van de behandeling.


Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak:
∑ dyspepsie, misselijkheid, braken
∑ maagpijn
∑ obstipatie, diarree
∑ droge mond.
Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 4 van 7


Zelden:
∑ hyperplasie van de gingiva.
Niet bekend:
∑ anorexia.


Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms:
∑ mucosa-/huidreacties zoals erytheem, urticaria of incidenteel schilferig erytheem (met of
zonder koorts) en fotosensibiliteit

Deze reacties verdwijnen na het staken van de behandeling.
Zelden:
∑ angio-oedeem, erythema multiforme (inclusief zeldzame gevallen van het Stevens ≠Johnson
syndroom) en/of exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustuleuze dermatitis.
Zeer zelden:
∑ toxisch epidermale necrolyse.


Bloedvataandoeningen
Vaak:
∑ vaatverwijdende symptomen zoals opvliegers, zweten en oedeem in de benen zijn dosis-afhankelijk en
doen zich meer voor bij oudere patiŽnten.

Deze verschijnselen hangen samen met de farmacologische werking van het product.
Zeer zelden:
∑ vasculitis, waaronder leukocytoclastische vasculitis.


Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak:
∑ malaise.


Lever- en galaandoeningen
Vaak:
∑ lichte verhogingen van de transaminasen. Deze zijn gewoonlijk van voorbijgaande aard.
Zelden:
∑ hepatitis, welke reversibel is na het staken van diltiazem.

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Zeer zelden:
∑ gynaecomastie, reversibel na het staken van de behandeling.

Psychische stoornissen
∑ Nervositeit, insomnia


4.9 Overdosering


De klinische effecten van acute overdosering kunnen betrekking hebben op ernstige hypotensie met
mogelijk collaps, sinusbradycardie met of zonder isoritmische dissociatie en atrio-ventriculaire
geleidingsstoornissen. Behandeling dient in de kliniek plaats te vinden: maagspoeling, osmotische diurese.
Geleidingsstoornissen kunnen verholpen worden door tijdelijke cardiale stimulatie (pacing).
Voorgestelde antidota: atropine, vasopressoren, inotrope middelen, glucagon, calciumgluconaat infusie.

Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 5 van 7



5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: calciumantagonist, antianginosum en antihypertensivum. Diltiazem is
een benzothiazepine-derivaat. ATC-code: C08DB01.

Diltiazem remt het transport van calciumionen door de langzame kanalen tijdens depolarisatie van de
celmembraan. Dit effect treedt op bij myocardcellen en glad spierweefsel van coronaire en perifere
arteriŽn. Als gevolg hiervan verhoogt diltiazem de flow in de coronaire arteriŽn en verlaagt het de perifere
arteriŽle weerstand. Dit mechanisme draagt bij aan een verhoging van het zuurstof-aanbod naar het
myocardweefsel.

Op vasculair niveau veroorzaakt diltiazem vaatverwijding en verbetert de arteriŽle compliantie. Deze
vaatverwijding bij hypertensieve patiŽnten leidt tot verlaging van de bloeddruk als gevolg van
verminderde perifere weerstand zonder het veroorzaken van reflextachycardie.
De doorbloeding van de inwendige organen, in het bijzonder de nieren, alsmede de coronaire circulatie
wordt gehandhaafd of verhoogd.

Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte is een calciumantagonist met een hartfrequentieverlagend effect. Dit
effect wordt bewerkstelligd door een negatieve chronotrope beÔnvloeding van de sinusknoop.
De hartfrequentieverlaging is modulerend van aard, d.w.z. hoe hoger de hartfrequentie bij aanvang van de
behandeling, des te sterker is het hartfrequentieverlagend effect van Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte.

Een gering natriuretisch effect wordt waargenomen na acute toediening. Tijdens langdurige behandeling
met diltiazem is er geen stimulatie van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS). Tevens
veroorzaakt diltiazem geen water- en zoutretentie zoals blijkt uit het ontbreken van verandering in
lichaamsgewicht en de water- en elektrolytenbalans van het plasma.
Bovendien wordt proteÔnurie bij behandeling van hypertensie met diltiazem verminderd.

Diltiazem vermindert de linkerventrikelhypertrofie van het hart bij patiŽnten met hypertensie. Het heeft
nauwelijks effect op het hartminuutvolume. Diltiazem heeft een modulerend negatief chronotroop effect
en is gecontra-indiceerd bij een zieke sinusknoop. Het vertraagt de atrioventriculaire geleiding. Diltiazem
heeft geen invloed op de geleiding in de bundel van His.

Diltiazem heeft geen invloed op de regulering van het bloedsuikergehalte en het lipidenmetabolisme.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Absorptie
Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte capsules bevatten pellets met normale afgifte (ca. 10%) en pellets
met gereguleerde (vertraagde) afgifte (ca. 90%) van diltiazem. Diltiazem wordt voor ca. 90%
geabsorbeerd na orale toediening aan gezonde vrijwilligers.
De absolute biologische beschikbaarheid van diltiazem uit conventionele Diltiazem HCl gecontroleerde
afgifte tabletten is ca. 40%, voornamelijk als gevolg van een uitgebreid first-pass effect. De relatieve
biologische beschikbaarheid van Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte capsules is ongeveer 80% in
vergelijking met conventionele diltiazem 60 mg tabletten.
Na herhaalde toediening is de kinetiek van diltiazem niet-lineair, waardoor er sprake kan zijn van een
toename in de biobeschikbaarheid. Na het bereiken van steady state op de derde dag na aanvang therapie
blijven de plasmaconcentraties stabiel 2-14 uur na inname, maar piek plasmaconcentraties kunnen
Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 6 van 7


voorkomen. Plasmaconcentraties zijn 24 uur na inname gemiddeld hoger dan 50 ng/ml (de minimale
effectieve bloedspiegel).
Bij gelijktijdige inname met voedsel zijn geen klinisch relevante wijzigingen waargenomen.

Distributie
De plasma-eiwitbinding bedraagt ca. 80-85%. Het verdelingsvolume is ongeveer 5,3 l/kg.

Metabolisme
Diltiazem wordt door de lever snel en bijna volledig gemetaboliseerd via deacetylatie, N-demethylatie, O-
demethylatie en oxidatieve deaminatie. De voornaamste actieve metabolieten zijn N-
monodesmethyldiltiazem en desacetyldiltiazem met respectievelijk activiteiten van 50% en 20% ten
opzichte van diltiazem. Plasmaconcentraties zijn respectievelijk ca. 40% en 10% van de diltiazem
plasmaconcentraties na toediening van conventionele diltiazem tabletten.


Eliminatie
De klaring bedraagt ca. 12 ml/min/kg. Diltiazem en de metabolieten worden nauwelijks gedialyseerd. De
gemiddelde schijnbare eliminatiehalfwaardetijd is ca. 8 uur.

Minder dan 5% van de diltiazem dosis wordt onveranderd met de urine uitgescheiden.
Ongeveer 65% van de dosis wordt als diltiazem en metabolieten met de faeces uitgescheiden.

Speciale patiŽntengroepen
Bij oudere patiŽnten kunnen de plasmaspiegels hoger zijn dan bij jonge patiŽnten. Bij patiŽnten met lever-
of nierfunctiestoornissen kunnen de plasmaspiegels hoger zijn dan bij normale patiŽnten.

Er is aangetoond dat verschillende eenmaal daagse formuleringen een ander farmacokinetisch profiel
vertonen voor diltiazem. Daarom wordt aangeraden Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte niet te
vervangen door andere vormen van diltiazem.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen bijzonderheden.


6. FARMACEUTISCHE

GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Pellets
Microkristallijne cellulose (E460), natriumcarboxymethylcellulose (E466).

Coating
Acrylcopolymeren, ethylcellulose, diacetylmonoglyceriden, magnesiumstearaat (E470b).

Capsule 200 mg
Gelatine (E441), titaandioxide (E171) zwart en rood ijzeroxide (E172).

Capsule 300 mg
Gelatine (E441), titaandioxide (E171), rood ijzeroxide (E172).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010

Module 1.3.1. Samenvatting van de Productkenmerken Pagina 7 van 7



Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren


Bewaren beneden 25įC.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Doosjes met 30 capsules ŗ 200 mg of 300 mg in doordrukstrips (PVC/Al).
Pot met 30 capsules ŗ 200 mg of 300 mg.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen


Geen bijzondere vereisten.


7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

sanofi-aventis Netherlands B.V.
Kampenringweg 45 D-E
2803 PE Gouda


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

In het register ingeschreven onder RVG 22825 (200 mg) en RVG 22826 (300 mg).


9.

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING


23 maart 1998


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.8 en 4.9
27 januari 2010



Diltiazem HCl gecontr. afg. caps. SmPC januari 2010





« Vorige
[Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte 200, capsules met gereguleerde afgifte 200 mg]
Volgende »
[Diltiazem HCl gecontroleerde afgifte 300, capsules met gereguleerde afgifte 300 mg]