Bestanden
Home > Bestanden


Indapamide Apotex 2,5 mg, tabletten

RegistratienummerRVG 25749
Farmaceutische vormTablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCC03BA11 - Indapamide
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum29 augustus 2000
RegistratiehouderUnichem Laboratories Limited
Studio 8b, Ard Gaoithe Commercial Centre, Ard Gaoithe Business Park, Cashel Road
CLONMEL, CO. TIPPERARY (IERLAND)
Werkzame stof(fen)INDAPAMIDE 0-WATER
Hulpstof(fen)LACTOSE 1-WATER
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
NATRIUMZETMEELGLYCOLAAT (E468)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 1 of 8




1.3.1.1 SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS


Samenvatting van de kenmerken van het product


1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Indapamide Apotex 2,5 mg, tabletten

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke tablet bevat 2,5 mg indapamide

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.
FARMACEUTISCHE VORM

Tablet voor orale toediening.
De tabletten zijn wit en rond, met aan ťťn kant de inscriptie `2.5'.


4.
KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties

EssentiŽle hypertensie.


4.2
Dosering en wijze van toediening

Eťn tablet (2,5 mg) per dag, bij voorkeur 's morgens in te nemen. Bij onvoldoende
bloeddrukdaling na twee maanden wordt een combinatie met andere antihypertensiva (-
blokkers, calciumantagonisten of renine-angiotensine-systeem antagonisten) aanbevolen,
waardoor de dosis van de afzonderlijke componenten laag kan worden gehouden.

4.3 Contra-indicaties

∑ Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor (ťťn van) de hulpstoffen
∑ Ernstige
nierinsufficiŽntie
∑ Hepatische encefalopathie of ernstige leverfunctiestoornis
∑ HypokaliŽmie

4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Bij leverfunctiestoornissen kunnen thiazide-diuretica hepatische encefalopathie veroorzaken.
Als dat gebeurt, moet de toediening van het diuretica onmiddellijk worden gestaakt.

PatiŽnten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp
lactasedeficiŽntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te
gebruiken.

Water- en elektrolythuishouding
Serumnatrium: Deze parameter moet voor het begin van de behandeling worden bepaald en
vervolgens regelmatig worden gecontroleerd. Elk diureticum kan hyponatriŽmie veroorzaken,
soms met zeer ernstige gevolgen. De daling van het natriumgehalte kan aanvankelijk




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 2 of 8




symptoomloos zijn en moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. Bij oudere patiŽnten en
patiŽnten met levercirrose moet frequenter worden gecontroleerd (zie rubriek 4.8
`Bijwerkingen' en rubriek 4.9 `Overdosering')

Serumkalium: bij gebruik van thiaziden en aan thiaziden verwante diuretica is kaliumdepletie
met hypokaliŽmie het belangrijkste risico. HypokaliŽmie (<3,4 mmol/l) moet worden
voorkomen in bepaalde risicogroepen ≠ bijvoorbeeld bij oudere patiŽnten, mensen in een
slechte voedingstoestand en/of mensen die veel geneesmiddelen gebruiken, bij cirrotische
patiŽnten met oedeem en ascites en bij mensen met cardiovasculaire aandoeningen of
hartfalen. HypokaliŽmie doet de cardiale toxiciteit van digitalis preparaten toenemen, evenals
de kans op aritmieŽn.
Ook mensen met een verlengde QT-interval lopen risico, ongeacht de reden van de
verlenging (congenitaal of iatrogeen). HypokaliŽmie is dan, evenals bradycardie, een
predisponerende factor voor het ontstaan van ernstige ritmestoornissen, in het bijzonder
mogelijk fatale `torsades de pointes'.
In alle bovengenoemde situaties is het nodig het kaliumgehalte vaker te controleren. De
eerste meting moet worden gedaan in de eerste week na het begin van de behandeling.
Eventueel vastgestelde hypokaliŽmie moet worden gecorrigeerd.

Serumcalcium: Thiaziden en aan thiaziden verwante diuretica kunnen leiden tot een
verminderde calciumexcretie in de urine en kunnen een lichte, voorbijgaande stijging van de
calciumconcentratie in plasma veroorzaken. Duidelijke hypercalciŽmie kan verband houden
met niet eerder herkende hyperparathyreoÔdie.
Voordat de bijschildklierfunctie wordt onderzocht, moet de behandeling worden gestaakt.

Bloedglucose: Bij diabetici moeten de bloedglucosewaarden worden gecontroleerd, vooral bij
bestaande hypokaliŽmie.

Urinezuur: Bij patiŽnten met verhoogde urinezuurspiegels kan de frequentie van
jichtaanvallen toenemen.

Nierfunctie en diuretica: Thiaziden en aan thiaziden verwante diuretica kunnen alleen goed
werkzaam zijn bij een normale of slechts licht gestoorde nierfunctie (plasmacreatinine-
spiegels beneden 25 mg/l, ofwel 220 mol/l bij volwassenen). Bij oudere mensen moet
rekening worden gehouden met de leeftijd, het lichaamsgewicht en het geslacht.
Hypovolemie in verband met het eerste vocht- en natriumverlies bij gebruik van een
diureticum in het begin van de behandeling, veroorzaakt een vermindering van de
glomerulaire filtratie. Hierdoor kunnen het ureumgehalte in het bloed en het plasmacreatinine
stijgen. Deze nierfunctiestoornissen zijn bij mensen met een normale nierfunctie over het
algemeen van voorbijgaande aard, maar bestaande nierfunctiestoornissen kunnen erdoor
verergeren.

Mensen die aan sport doen
Mensen die aan sport doen moeten weten dat dit geneesmiddel een werkzame stof bevat die
een positieve uitslag kan geven bij dopingtests.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Combinaties die niet aanbevolen worden

Lithium:
Verhoogde lithiumconcentratie in plasma met verschijnselen van overdosering, als bij een




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 3 of 8




zoutloos dieet (verminderde uitscheiding van lithium in de urine). Echter, als het
diureticumgebruik noodzakelijk is, moet de lithiumconcentratie in plasma met zorg worden
gecontroleerd en de dosis eventueel worden aangepast.

Combinaties waarbij men voorzichtig moet zijn voor gebruik

∑ `Torsades de pointes'-veroorzakende medicijnen:
- klasse Ia anti-aritmica (kinidine, hydrokinidine, disopyramide)
- klasse III anti-aritmica (amiodaron, sotalol, dofetilide, ibutilide)
- sommige antipsychotica:
fenothiazinederivaten (chloorpromazine, cyamemazine, levomepromazine, thioridazine,
trifluoperazine),
benzaminederivaten (amisulpride, sulpride, sultopride, tiapride)
butyrofenonderivaten (droperidol, haloperidol)
- overige (bepridil, cisapride, diphemanil, erythromycine IV, halofantrine, mizolastine,
pentamidine, sparfloxacine, moxifloxacine, vincamine IV)

Deze medicijnen verhogen het risico op ventriculaire aritmieŽn, met name `torsades de
pointes'. HypokaliŽmie is een risicofactor.
Controleer op hypokaliŽmie en herstel deze, indien nodig, voor deze combinatie te
introduceren.

Gebruik substanties die geen `torsades de pointes' veroorzaken bij aanwezigheid van
hypokaliŽmie.

∑ (systemische) NSAID's inclusief selectieve COX-2 remmers, hoge doses salicylzuur ( 3 g
per dag):
Mogelijke verlaging van het antihypertensieve effect van indapamide. Risico op acute
nierinsufficiŽntie bij gedehydreerde patiŽnten (verminderde glomerulaire filtratie). Hydreer de
patiŽnt; controleer bij het begin van de behandeling de nierfunctie.

∑ Renine-angiotensine-systeem (RAS) antagonisten:
Risico op plotselinge hypotensie en/of acuut hartfalen wanneer de behandeling met een RAS
antagonist gestart wordt in de aanwezigheid van een reeds bestaande natriumdepletie (met
name in patiŽnten met nierarterie stenose).

Bij hypertensie: indien voorgaande behandeling met een diureticum natriumdepletie
veroorzaakt, is het noodzakelijk ofwel de behandeling te stoppen, 3 dagen voor start van de
behandeling met de RAS antagonist en indien nodig opnieuw te starten met een
kaliumsparend diureticum, ofwel een lage begindosering van de RAS antagonist te geven en
de dosering geleidelijk te verhogen.

Bij congestief hartfalen: start met een zeer lage dosis RAS antagonist, mogelijk na verlaging
van de dosis van het eveneens toegediende kaliumsparend diureticum.

In alle gevallen: controleer de nierfunctie (plasmacreatinine) gedurende de eerste weken van
de behandeling met een RAS antagonist.

∑ Andere stoffen die hypokaliŽmie veroorzaken: (i.v.) amfotericine B, gluco- en
mineralocorticoÔden (systemische route), tetracosactide, prikkelende laxeermiddelen:
Toegenomen kans op hypokaliŽmie (additief effect).
De kaliumconcentratie in het plasma moet worden gecontroleerd en eventueel worden




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 4 of 8




gecorrigeerd. Hier moet vooral rekening mee worden gehouden bij gelijktijdige
digitalisbehandeling.
Gebruik niet-prikkelende laxeermiddelen.

Baclofen:
Versterking van het antihypertensieve effect. Hydreer de patiŽnt; controleer bij het begin van
de behandeling de nierfunctie.

∑ Digitalispreparaten:
HypokaliŽmie die de gevoeligheid voor de toxische effecten van digitalis vergroot.
Controleer het kaliumgehalte, maak een ECG en pas zo nodig de dosering aan.

Combinaties welke in overweging genomen kunnen worden

∑ Kaliumsparende diuretica:
Hoewel rationele combinaties nuttig zijn in sommige patiŽnten, kan hypokaliŽmie of
hyperkaliŽmie (vooral in patiŽnten met nierfalen of diabetes) nog steeds optreden.
Plasmakalium en ECG dienen gecontroleerd te worden en, indien nodig, dient de
behandeling herzien te worden.

Metformine:
Verhoogd risico op door metformine geÔnduceerd melkzuur-acidose, met mogelijk als gevolg
functioneel nierfalen hetgeen geassocieerd wordt met diuretica en met name lisdiuretica.
Gebruik geen metformine bij plasmacreatininewaarden > 15 mg/l (135 mol/l) bij mannen en
> 12 mg/l (110 mol/l) bij vrouwen.

∑ Contrastmiddelen die jodium bevatten:
Bij door diuretica veroorzaakte dehydratie is er een verhoogde kans op acute
nierinsufficiŽntie, vooral bij het gebruik van hoge doses contrastmiddel.
Rehydratie voor toediening van de jodiumhoudende stof.

∑ Imipramine-achtige (tricyclische) antidepressiva, neuroleptica:
Antihypertensief effect en verhoogde kans op orthostatische hypotensie (additief effect).

∑ Calciumzouten:
Kans op hypercalciŽmie als gevolg van een verminderde uitscheiding van calcium met de
urine.

∑ Cyclosporine, tacrolimus:
Kans op verhoogd plasmacreatinine zonder verandering van de cyclosporine-concentratie in
het bloed, zelfs in afwezigheid van water/natriumdepletie.

∑ CorticosteroÔden, (systemisch) tetracosactide
Verminderd antihypertensief effect (water/natriumretentie door corticosteroÔden).

4.6
Zwangerschap en borstvoeding


Zwangerschap

Over het algemeen wordt het gebruik van diuretica door zwangere vrouwen ontraden;
diuretica mogen nooit worden gebruikt tegen fysiologisch zwangerschapsoedeem. Diuretica
kunnen tot verminderde doorbloeding van de placenta en de vrucht leiden, waardoor de groei
wordt vertraagd.




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 5 of 8






Borstvoeding

Het geven van borstvoeding wordt afgeraden (indapamide gaat over in de moedermelk).

4.7

BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Indapamide heeft geen invloed op de alertheid. Maar verschillende reacties die verband
houden met de bloeddrukdaling kunnen in individuele gevallen voorkomen, met name bij de
start van de behandeling of wanneer een ander antihypertensivum wordt toegevoegd.
Hierdoor kan de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen worden
verminderd.

4.8 Bijwerkingen

De meeste bijwerkingen met betrekking tot klinische bevindingen of laboratoriumwaarden zijn
dosisafhankelijk. Aan thiaziden verwante diuretica, waartoe ook indapamide behoort, kunnen
veroorzaken:

Onderzoeken:
Gedurende klinische trials met indapamide 2,5 mg trad hypokaliŽmie op; in 25% van de
patiŽnten was het plasmakalium < 3,4 mmol/l en in 10 % van de patiŽnten < 3,2 mmol/l na 4
tot 6 weken behandeling. Na 12 weken behandeling was de gemiddelde verlaging van
plasmakalium 0,41 mmol/l.
- kaliumdepletie met hypokaliŽmie, met name ernstig in bepaalde hoogrisico populaties (zie
rubriek 4.4 `Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik').
- hyponatriŽmie en hypovolemie, verantwoordelijk voor dehydratie en orthostatische
hypotensie. Gelijktijdig verlies van chloride-ionen kan leiden tot het secundair optreden van
compensatoire metabole alkalose: de mate en ernst hiervan zijn gering.
- een stijging van urinezuurconcentratie in plasma en van de bloedglucose tijdens
behandeling: het gebruik van deze diuretica dient zeer zorgvuldig te worden afgewogen in
patiŽnten met jicht of diabetes.
- zeer zelden: hypercalciŽmie.


Hartaandoeningen:
Zeer
zelden:
aritmieŽn,
hypotensie


Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
Zeer zelden:
trombocytopenie, leukopenie, agranulocytose, aplastische anemie, hemolytische anemie

Zenuwstelselaandoeningen:
Zelden:
duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn, paresthesieŽn

Maagdarmstelselaandoeningen:
Zelden:
misselijkheid, obstipatie, droge mond
Zeer zelden:
pancreatitis

Huid- en onderhuidaandoeningen:




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 6 of 8




- overgevoeligheidsreacties, vooral dermatologisch (vaak: maculopapulair eczeem, soms:
purpura) in personen met aanleg voor allergische en astmatische reacties.
- mogelijk verergering van bestaande acute verspreide lupus erythematosis.


Lever- en galaandoeningen:
In geval van leverinsufficiŽntie ontstaat mogelijk hepatische encefalopathie (zie rubriek 4.3
`Contra-indicaties' en 4.4 `Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik`.)

Zeer zelden: abnormale leverfunctie

4.9 Overdosering

Er is aangetoond dat indapamide geen toxische effecten heeft bij doseringen tot 40 mg, ofwel
16 maal de therapeutische dosering.
Acute vergiftigingen hebben vooral de vorm van stoornissen in de water- en
elektrolytenhuishouding (hyponatriŽmie, hypokaliŽmie). Klinische verschijnselen zijn
misselijkheid en braken, hypotensie, krampen, duizeligheid, sufheid, verwardheid, polyurie of
oligurie, soms anurie (als gevolg van hypovolemie).
De eerste maatregelen zijn snelle eliminatie van de gebruikte stof(fen) door maagspoeling
en/of toediening van actieve kool, gevolgd door normalisering van de water- en
elektrolythuishouding op een gespecialiseerde afdeling.

5 FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antihypertensief diureticum
ATC-code: C03 BA11

Indapamide is een sulfamidederivaat met een indolring, farmacologisch verwant aan thiazide-
diuretica, dat werkt door remming van de terugresorptie van natrium in het corticale
verdunningssegment. Het versterkt de uitscheiding van natrium en chloride, en in mindere
mate ook de uitscheiding van kalium en magnesium in de urine, en daarmee ook de
urineproductie.
Daarnaast heeft de stof een antihypertensief effect. De antihypertensieve werking van
indapamide houdt verband met verbetering van de arteriŽle compliantie en verlaging van de
arteriolaire en totale perifere weerstand.

Indapamide vermindert hypertrofie van de linker ventrikel.

Het therapeutisch effect van thiaziden en aan thiaziden verwante diuretica bereikt na een
bepaalde dosering een plateau, terwijl de intensiteit van de bijwerkingen blijft toenemen. Als
in de plateaufase het gewenste therapeutische effect nog niet is bereikt, mag de dosering niet
verder verhoogd worden.

Ook is bij hypertensiepatiŽnten aangetoond dat indapamide op korte, middellange en lange
termijn:
-
de vetstofwisseling - trigliceriden, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol ≠ niet verstoord;
-
de koolhydraatstofwisseling niet verstoord, ook niet bij patiŽnten met hypertensie en
diabetes mellitus.
De antihypertensieve werking neemt geleidelijk toe en indapamide is na ten hoogste 2 weken
therapeutisch effectief. Het maximale effect wordt na 2 tot 4 maanden bereikt. Ook na
toediening gedurende meer dan 1 jaar was het bloeddrukverlagende effect onveranderd.




INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 7 of 8




De coprescriptie van indapamide met andere antihypertensiva (Ŗ-blokkers,
calciumantagonisten, renine-angiotensine-systeem (RAS) antagonisten) geeft een
verbetering van het antihypertensieve effect, waardoor het responspercentage toeneemt in
vergelijking met monotherapie.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Absorptie:
Indapamide wordt snel en volledig geabsorbeerd uit het maagdarmkanaal
(biobeschikbaarheid 93%). Maximale plasmaspiegels worden 1 tot 2 uur na toediening van
een enkele dosis van 2,5 mg bereikt.

Distributie:
79% van het geneesmiddel is gebonden aan plasmaproteÔnen. De eliminatiehalfwaardetijd ligt
tussen 14 en 24 uur (gemiddeld 18 uur). Het dynamisch evenwicht wordt bereikt na 7 dagen.
Herhaalde dosering heeft geen invloed op de accumulatie.

Stofwisseling en uitscheiding:
De uitscheiding vindt in principe plaats via de urine (70% van de dosis) en feces (22%) in de
vorm van inactieve metabolieten.

Personen met verhoogd risico:
Farmacokinetiek is onveranderd bij patiŽnten met nierinsufficiŽntie.

5.3
Gegevens uit het preklinische veiligheidsonderzoek

De hoogste doses oraal toegediend aan verschillende soorten proefdieren (40-8000 maal de
therapeutische dosis) lieten een versterking van de saluretische eigenschappen van
indapamide zien. De voornaamste symptomen van vergiftiging in acute toxiciteitstudies met
indapamide intraveneus of intraperitoneaal gegeven, waren gerelateerd aan de
farmacologische werking van indapamide, namelijk bradypnoe en perifere vasodilatatie.
Indapamide is getest op mutagenische en carcinogenische eigenschappen. De uitslag van
deze test was negatief.

6 FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Lactose monohydraat

Natrium zetmeel glycolaat
Magnesiumstearaat (E470b)

6.2
Gevallen van onverenigbaarheid


Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

Vier
jaar.

6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren





INDAPAMIDE APOTEX 2,5 mg
Module 1.3.1.1


RVG 25749
SPC


Version 2008_10
Page 8 of 8




Bewaren in de oorspronkelijke verpakking, ter bescherming tegen licht.
Bewaren beneden 25įC.

6.5
Aard en inhoud van de verpakking


Aluminium strips in kartonnen doosjes, elke verpakking bevat 20, 28, 30, 60 of 120 tabletten.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen


Geen bijzondere vereisten.

7
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN


Apotex Europe BV
Darwinweg
20

2333 CR Leiden
Nederland

8
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN


In het register ingeschreven onder:

RVG 25749
Indapamide Apotex 2,5 mg, tabletten

9
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING



29 augustus 2000

10
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST



Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 1 en 7: maart 2009





« Vorige
[Indapamide SR 1,5 mg, filmomhulde tabletten met verlengde afgifte]
Volgende »
[Indapamide Apotex 2,5 mg, tabletten]