Bestanden
Home > Bestanden


Lercanidipine HCL Actavis 20 mg, filmomhulde tabletten

RegistratienummerRVG 101998
ProcedurenummerDK/H/1490/002
Farmaceutische vormFilmomhulde tablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATC
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum18 december 2009
Registratiehouder
Reykjavikurvegur 76-78
220 HAFNARFJOERDUR (IJSLAND)
Werkzame stof(fen)
SAMENSTELLING
overeenkomend met
Hulpstof(fen)CELLULOSE, MICROKRISTALLIJN (E 460)
IJZEROXIDE GEEL (E 172)
IJZEROXIDE ROOD (E 172)
LACTOSE 1-WATER

MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
NATRIUMZETMEELGLYCOLAAT (E468)
POLYVINYLALCOHOL, GEDEELTELIJK GEHYDROLYSEERD (E1203)
POVIDON K 30 (E 1201)
TALK (E 553 B)
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 1 van 11

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Lercanidipine HCl Actavis 10 mg, filmomhulde tablet
Lercanidipine HCl Actavis 20 mg, filmomhulde tablet


2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING


lercanidipine.

Eén filmomhulde tablet bevat 20 mg lercanidipinehydrochloride, overeenkomend met 18.8 mg
lercanidipine.

Hulpstof:
lercanidipine HCl Actavis 10 mg, filmomhulde tablet: Lactose monohydraat 30 mg
lercanidipine HCl Actavis 20 mg, filmomhulde tablet: Lactose monohydraat 60 mg

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM

Filmomhulde tablet

Lercanidipine HCl Actavis 10 mg filmomhulde tablet: Gele, ronde, biconvexe filmomhulde tabletten
van 6.5 mm doorsnede, met een breukgleuf aan de ene en met een `L' op de andere zijde.
Lercanidipine HCl Actavis 20 mg filmomhulde tablet: Roze, ronde, biconvexe filmomhulde tabletten
van 8.5 mm doorsnede, met een breukgleuf aan de ene en met een `L' op de andere zijde.

De breukgleuf is alleen om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet
voor de verdeling in gelijke doses.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties
Lercanidipine HCl Actavis is geïndiceerd voor de behandeling van milde tot matige essentiële
hypertensie.

4.2 Dosering en wijze van toediening
Wijze van toediening: Voor oraal gebruik.

De aanbevolen orale dosering bedraagt één maal daags 10 mg, ten minste 15 minuten voor de maaltijd;
afhankelijk van de individuele respons van de patiënt kan de dosering worden verhoogd tot 20 mg.


Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 2 van 11

De dosisaanpassing dient geleidelijk te verlopen, omdat het tot 2 weken kan duren voordat de maximale
bloeddrukverlagende werking is bereikt.

Sommige individuele patiënten, die niet voldoende reageren op een enkelvoudig bloeddrukverlagend
middel, kunnen baat hebben bij toevoeging van lercanidipine aan de behandeling met een bètablokker,
een diureticum (hydrochlorothiazide) of een ACE-inhibitor.

Gezien de steile dosisrespons-curve, met een plateau bij doseringen tussen 20 en 30 mg, is het niet
waarschijnlijk dat het effect nog wordt verhoogd door hogere doses, terwijl de bijwerkingen wel toe
kunnen nemen.

Ouderen
Hoewel uit de farmacokinetische gegevens en de klinische ervaring blijkt dat aanpassing van de
dagelijkse dosering niet noodzakelijk is, is bij de start van de behandeling bij ouderen extra aandacht
gewenst.

Kinderen en adolescenten
Lercanidipine wordt niet aanbevolen voor toepassing bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar,
omdat er geen klinische ervaring beschikbaar is.

Nier- of leverfunctiestoornissen
Speciale aandacht dient te worden geschonken bij de start van de behandeling bij patiënten met milde
tot matige nier- of leverfunctiestoornissen. Hoewel het normale aanbevolen doseringsschema verdragen
kan worden in deze subgroepen, moet men voorzichtig zijn met een verhoging van de dosis tot 20 mg
per dag. Het bloeddrukverlagend effect kan verhoogd zijn bij patiënten met leverstoornissen en
bijgevolg dient een aanpassing van de dosering overwogen te worden.
Lercanidipine wordt niet aanbevolen voor toepassing bij patiënten met ernstige lever- of
nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 30 ml/min).

Toediening
De tabletten dienen te worden ingenomen met water, ten minste 15 minuten voor de maaltijd.

4.3 Contra-indicaties
· Overgevoeligheid voor lercanidipine, voor een andere dihydropyridine of voor één van de
hulpstoffen.
· Obstructie in het uitstroomkanaal van het linker ventrikel.
· Onbehandeld congestief hartfalen.
· Instabiele angina pectoris.
· Binnen 1 maand na een myocardinfarct.
· Ernstige nier- of leverstoornissen.
· Gelijktijdig gebruik met:
- sterke CYP3A4-inhibitoren (zie rubriek 4.5),
- cyclosporine (zie rubriek 4.5),
- grapefruitsap (zie rubriek 4.5).
· Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6).
· Vrouwen in de vruchtbare leeftijd, tenzij effectieve anticonceptie wordt gebruikt.

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 3 van 11


4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Sick-sinus syndroom
Extra voorzichtigheid is geboden wanneer lercanidipine wordt toegepast bij patiënten met sick-sinus
syndroom (indien er geen pacemaker `in situ' is). Hoewel hemodynamisch gecontroleerd onderzoek
geen aantasting van de ventrikelfunctie heeft laten zien, is voorzichtigheid ook geboden bij patiënten
met stoornissen aan het linker ventrikel. Er zijn aanwijzingen dat gebruik van enkele kortwerkende
dihydropyridines in verband kan worden gebracht met een verhoogd cardiovasculair risico bij patiënten
met ischemische hartaandoeningen. Hoewel lercanidipine langwerkend is, dient men voorzichtig te zijn
bij dergelijke patiënten.

Angina pectoris
Sommige dihydropyridines kunnen in zeldzame gevallen precordiale pijn of angina pectoris
veroorzaken. In zeer zeldzame gevallen neemt bij patiënten met bestaande angina pectoris de
frequentie, de duur of de ernst van deze aanvallen toe.
Geïsoleerde gevallen van myocardinfarct kunnen worden waargenomen (zie rubriek 4.8).

Gebruik bij nier- of leverfunctiestoornissen:
Speciale aandacht dient te worden geschonken bij de start van de behandeling bij patiënten met milde
tot matige nier- of leverfunctiestoornissen. Hoewel het normale aanbevolen doseringsschema verdragen
kan worden in deze subgroepen, moet men voorzichtig zijn met een verhoging van de dosis tot 20 mg
per dag. Het bloeddrukverlagend effect kan verhoogd zijn bij patiënten met leverstoornissen en
bijgevolg dient een aanpassing van de dosering overwogen te worden.

Lercanidipine wordt niet aanbevolen voor toepassing bij patiënten met ernstige lever- of
nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 30 ml/min) (zie rubriek 4.2).

Gebruik van alcohol dient te worden vermeden, omdat dit het effect van bloedvatverwijdende
antihypertensiva kan versterken (zie rubriek 4.5).

CYP3A4-inductoren

de lercanidipine plasmaspiegels verlagen waardoor de werkzaamheid lager kan zijn dan verwacht (zie
rubriek 4.5).
Dit geneesmiddel bevat lactose monohydraat en dient daarom niet te worden toegediend aan patiënten


4.5 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Metabolische interacties
Het is bekend dat lercanidipine gemetaboliseerd wordt door het CYP3A4-enzym, en daardoor kunnen
middelen die CYP3A4 inhiberen of induceren en gelijktijdig gegeven worden inwerken op het
metabolisme en de eliminatie van lercanidipine.

CYP3A4-inhibitoren



Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 4 van 11


laten zien van de plasmaspiegels van lercanidipine (een 15-voudige toename van de AUC en een 8-
voudige toename van de Cmax van de actieve enantiomeer S-lercanidipine).

Na gelijktijdige toediening van lercanidipine en cyclosporine werden voor beide verhoogde
plasmaspiegels waargenomen. Uit een studie in gezonde jonge vrijwilligers bleek dat wanneer
cyclosporine 3 uur na inname van lercanidipine toegediend was, de plasmaspiegels van lercanidipine
niet veranderden, terwijl de AUC van cyclosporine toenam met 27%. Het gelijktijdig toedienen van
lercanidipine met cyclosporine veroorzaakte echter een 3-voudige toename van de plasmaspiegels van
lercanidipine en een toename van de AUC van cyclosporine met 21%. Cyclosporine en lercanidipine
dienen niet gelijktijdig te worden toegediend.

Zoals ook voor andere dihydropyridines geldt, is lercanidipine gevoelig voor inhibitie van het
metabolisme door grapefruitsap, met als gevolg een stijging van de systemische beschikbaarheid en een
versterkt hypotensief effect. Lercanidipine mag niet worden gebruikt met grapefruitsap.


de absorptie van lercanidipine toe (met ongeveer 40%) en de absorptiesnelheid nam af (tmax was
uitgesteld van 1,75 tot 3 uur). Midazolamconcentraties veranderden niet.

CYP3A4-inductoren
Er is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening van lercanidipine met CYP3A4-inductoren als

werking kan worden beperkt, en de bloeddruk dient vaker dan gebruikelijk te worden gecontroleerd.

CYP3A4-substraten
Gelijktijdige toediening van 20 mg lercanidipine bij patiënten die langdurig worden behandeld met -
methyldigoxine leverde geen aanwijzingen van farmacokinetische interactie. Bij gezonde vrijwilligers

een gemiddelde toename van 33% van de Cmax van digoxine te zien, terwijl de AUC en de renale
klaring niet significant veranderden. Patiënten die tegelijkertijd met digoxine worden behandeld, dienen
klinisch goed te worden geobserveerd op tekenen van digoxinetoxiciteit.


plasmaspiegels van lercanidipine zien, maar bij hogere doseringen is voorzichtigheid geboden
aangezien de biologische beschikbaarheid en het hypotensief effect van lercanidipine kunnen toenemen.


vrijwilligers in de leeftijd van 65 ± 7 jaar (gemiddeld ± s.d.), is gebleken dat er geen klinisch relevante
verandering optrad in de farmacokinetiek van lercanidipine.

Gelijktijdige toediening van 20 mg lercanidipine aan gezonde vrijwilligers in nuchtere toestand
veranderde de farmacokinetiek van warfarine niet.

Voorzichtigheid is geboden wanneer lercanidipine samen met andere CYP3A4-substraten wordt


Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 5 van 11


Alcohol
Gebruik van alcohol dient te worden vermeden, omdat dit het effect van bloedvatverwijdende
antihypertensiva kan versterken.

Andere interacties

door de lever geëlimineerd wordt, veranderde de biologische beschikbaarheid van metoprolol niet,
terwijl die van lercanidipine afnam met 50%. Dit effect kan het gevolg zijn van de reductie van de
hepatische bloedstroom, veroorzaakt door -blokkers en kan dus ook voorkomen bij andere
geneesmiddelen uit deze klasse. Dit betekent dat lercanidipine veilig tegelijk met bèta adrenoceptor
blokkerende geneesmiddelen kan worden toegediend, maar dat dosisaanpassing nodig kan zijn.

Bij een herhaaldelijke gelijktijdige toediening van een dosis van 20 mg lercanidipine met 40 mg


onwaarschijnlijk dat dergelijke veranderingen klinisch relevant zijn. Wanneer lercanidipine 's morgens
toegediend wordt en simvastatine 's avonds, zoals aangegeven is voor dergelijk geneesmiddel, is geen
interactie te verwachten.

Gelijktijdig gebruik van lercanidipine met diuretica en ACE-inhibitoren is veilig gebleken.

4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van lercanidipine bij zwangere vrouwen. Niet-klinische
gegevens laten geen teratogeen effect bij ratten en konijnen zien en de voortplantingsfunctie bij ratten
bleef onaangetast. Aangezien andere dihydropyridines teratogeen zijn gebleken bij dieren, dient
lercanidipine niet gebruikt te worden tijdens de zwangerschap of door vrouwen in de vruchtbare
leeftijd, tenzij effectieve anticonceptie wordt gebruikt.

Borstvoeding
In verband met de hoge lipofiliteit van lercanidipine, zal het naar verwachting worden uitgescheiden in
de moedermelk. Lercanidipine dient daarom niet te worden toegediend aan moeders die borstvoeding
geven.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Lercanidipine heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om
machines te bedienen. Echter voorzichtigheid is geboden, omdat zich duizeligheid, krachteloosheid,
vermoeidheid en in zeldzame gevallen slaperigheid kunnen voordoen.

4.8 Bijwerkingen
De volgende bijwerkingen zijn gemeld in klinische studies en in de post-marketingfase:

Indeling naar frequentie:
Heel vaak:
1/10

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 6 van 11

Vaak:
1/100 tot <1/10
Soms:
1/1.000 tot <1/100
Zelden:
1/10.000 tot <1/1.000
Zeer zelden:
<1/10.000), onbekend (kan niet worden bepaald op basis
van de beschikbare gegevens)

Systeemorgaanklasse
Bijwerkingen

Onderzoeken
Zeer zelden
Reversibele toename van hepatische

transaminasen in serumspiegels
Hartaandoeningen
Soms
Tachycardie, palpitaties, perifeer oedeem

Zelden:
angina pectoris
Zeer zelden
Pijn op de borst, myocardinfarct, hypotensie
Sommige dihydropyridines kunnen in zeldzame gevallen
precordiale pijn of angina pectoris veroorzaken. In zeer
zeldzame gevallen neemt bij patiënten met bestaande angina
pectoris de frequentie, de duur of de ernst van deze aanvallen
toe.
Zenuwstelselaandoeningen
Soms
Hoofdpijn, duizeligheid
Maagdarmstelsel-aandoeningen
Zelden
Dyspepsie, diarree, buikpijn, braken

Zeer zelden
gingivale hypertrofie
Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden
Polyurie

Zeer zelden
Urinaire frequentie
Huid- en subcutane
Zelden
Uitslag
weefselaandoeningen
Skeletspierstelsel- en
Zelden
Myalgie
bindweefselaandoeningen
Vasculaire aandoeningen
Soms
Blozen
Algemene aandoeningen en
Zelden
Asthenie, vermoeidheid
toedieningsplaatsstoornissen
Immuunsysteem aandoeningen
Zeer zelden
Overgevoeligheid
Psychische stoornissen
Zelden
Somnolentie

Lercanidipine blijkt geen nadelige invloed te hebben op bloedsuikerspiegel of gehalte aan serumlipide.

4.9 Overdosering
Vanuit post-marketing ervaring zijn drie gevallen van overdosering gerapporteerd (met respectievelijk
150 mg, 280 mg en 800 mg lercanidipine, ingenomen bij een zelfmoordpoging).

Doseringsniveau
Verschijnselen/symptomen Beleid
Resultaat

150 mg + onbekende
Slaperigheid Maagspoeling Hersteld
hoeveelheid alcohol
Actieve kool
280 mg
Cardiogene shock
Hoge dosis catecholamines
Hersteld

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 7 van 11

Doseringsniveau
Verschijnselen/symptomen Beleid
Resultaat

+


Milde nierinsufficiëntie

Parenterale plasma
vervangingsmiddelen
800 mg
Braken
Actieve kool
Hersteld
Hypotensie
Laxantia
Dopamine i.v.

Verwacht wordt dat overdosering kan leiden tot excessieve perifere vaatverwijding met uitgesproken
hypotensie en reflextachycardie. In geval van ernstige hypotensie, bradycardie en bewusteloosheid kan


Met het oog op de langdurige farmacologische werking van lercanidipine is het van groot belang dat de
cardiovasculaire toestand van patiënten die een overdosis lercanidipine hebben ingenomen, gedurende
minimaal 24 uur wordt gevolgd. Er bestaat geen informatie over de waarde van dialyse. Omdat het
geneesmiddel zeer lipofiel is, is het zeer waarschijnlijk dat de plasmaspiegels geen maatstaf zijn voor de
duur van de risicoperiode en is dialyse mogelijkerwijs niet effectief.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

vasculaire effecten.
ATC-code: C08CA13

Lercanidipine is een calciumantagonist uit de dihydropyridinegroep die de instroom van calcium door
het membraan in de hartspier en in glad spierweefsel inhibeert. Het bloeddrukverlagende
werkingsmechanisme komt voort uit een direct relaxerend effect op de gladde spieren van de vaatwand,
waardoor de totale perifere weerstand daalt. Ondanks de korte farmacokinetische plasmahalfwaardetijd
heeft lercanidipine een langdurige bloeddrukverlagende werking als gevolg van zijn hoge
membraanverdelingscoëfficiënt en het heeft dankzij de hoge vasculaire selectiviteit geen negatief
inotroop effect.

Omdat de vasodilatatie die wordt veroorzaakt door lercanidipine geleidelijk inzet, doet zich bij
hypertensieve patiënten zelden acute hypotensie met reflextachycardie voor.

Zoals bij andere asymmetrische 1,4-dihydropyridines wordt de bloeddrukverlagende werking met name
veroorzaakt door de (S)-enantiomeer.

Naast de klinische studies die zijn uitgevoerd om de therapeutische indicaties te onderbouwen, toonde
een kleine niet-gecontroleerde, maar gerandomiseerde studie bij patiënten met ernstige hypertensie
(gemiddelde ± SD diastolische bloeddruk van 114,5 ± 3,7 mmHg) aan dat de bloeddruk bij 40 % van de
25 patiënten was genormaliseerd met eenmaal daags 20 mg lercanidipine en bij 56 % van 25 patiënten

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 8 van 11

met tweemaal daags 10 mg lercanidipine. In een dubbelblinde gerandomiseerde placebogecontroleerde
studie bij patiënten met geïsoleerde systolische hypertensie bleek lercanidipine effectief bij het verlagen
van de systolische bloeddruk van een gemiddelde beginwaarde van 172,6 ± 5,6 mmHg tot 140,2 ± 8,7
mmHg.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Lercanidipine wordt volledig geabsorbeerd na orale inname van 10 tot 20 mg en piekplasmaspiegels
van respectievelijk 3,30 ng/ml ± 2,09 s.d. en 7,66 ng/ml ± 5,90 s.d. worden 1,5 tot 3 uur na toediening
bereikt.

De twee enantiomeren van lercanidipine vertonen een vergelijkbaar plasmaspiegelprofiel: de tijd nodig
om piekplasmaconcentratie te bereiken is gelijk, de piekplasmaconcentratie en de AUC zijn gemiddeld
1,2 maal hoger voor de (S)-enantiomeer en de eliminatiehalfwaardetijden van beide enantiomeren zijn
nagenoeg gelijk. Er is geen in-vivo-interconversie van de enantiomeren waargenomen.

Als gevolg van het hoge first-pass metabolisme is de absolute biologische beschikbaarheid van
lercanidipine, oraal toegediend aan niet-nuchtere patiënten ongeveer 10%, hoewel dit gereduceerd
wordt tot 1/3 wanneer toegediend aan gezonde vrijwilligers in nuchtere toestand.

Orale toediening van lercanidipine leidt tot plasmaspiegels van lercanidipine die niet direct evenredig
zijn met de dosering (niet-lineaire kinetiek). Na 10, 20 of 40 mg zijn piekplasmaspiegels waargenomen
in de verhouding 1:3:8 en oppervlakten onder de plasmaconcentratietijdcurves in de ratio 1:4:18, wat
wijst op een progressieve verzadiging van het first-pass metabolisme De beschikbaarheid stijgt dan ook
met toenemende doseringen.

De orale beschikbaarheid van lercanidipine stijgt met een factor 4 wanneer lercanidipine binnen 2 uur
na een maaltijd met een hoog vetgehalte wordt ingenomen. Lercanidipine dient dan ook voor de
maaltijd te worden ingenomen.

Distributie
De distributie vanuit plasma naar weefsels en organen is snel en extensief.

Meer dan 98% van het lercanidipine wordt aan serumeiwitten gebonden. Aangezien de plasma-
eiwitspiegels verlaagd zijn bij patiënten met ernstige nier- of leverfunctiestoornissen, kan de vrije
fractie van lercanidipine verhoogd zijn.

Metabolisme
Lercanidipine wordt extensief gemetaboliseerd door CYP3A4; het middel wordt niet ongewijzigd in
urine of feces aangetroffen. Het wordt met name omgezet in inactieve metabolieten, en ongeveer 50%
van de dosis wordt met de urine uitgescheiden.

In vitro experimenten met humane levermicrosomen hebben laten zien dat lercanidipine CYP3A4 en
CYP2D6 in enige mate inhibeert, in concentraties die respectievelijk 160 en 40 maal hoger zijn dan de
piekconcentraties die bereikt worden in het plasma na een dosis van 20 mg.


Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 9 van 11


een referentiesubstraat voor CYP3A4, en metoprolol, een referentiesubstraat voor CYP2D6, niet
veranderde. Op grond hiervan wordt er bij therapeutische doses geen inhibitie verwacht van de
biotransformatie van geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 en CYP2D6.

Eliminatie
De eliminatie geschiedt in hoofdzaak via biotransformatie.
Er is een gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd van 8-10 uur berekend en de therapeutische
werkzaamheid houdt 24 uur aan als gevolg van de sterke binding aan de lipidenmembranen. Er werd
geen accumulatie gezien na herhaalde toediening.

Ouderen, nier- en leverfunctiestoornissen
Bij ouderen en bij patiënten met milde tot matige nier- of leverfunctiestoornissen was het
farmacokinetische gedrag van lercanidipine vergelijkbaar met dat bij de algemene patiëntenpopulatie;
patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen of dialyseafhankelijke patiënten vertoonden hogere
spiegels (ongeveer 70%) van het middel gevonden. Bij patiënten met matige tot ernstige
leverstoornissen is de systemische biologische beschikbaarheid van lercanidipine waarschijnlijk
verhoogd, aangezien het middel normaliter in de lever extensief wordt gemetaboliseerd.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Farmacologisch veiligheidsonderzoek bij proefdieren toonde geen effect op het autonome en centrale
zenuwstelsel of op de gastro-intestinale functies bij bloeddrukverlagende doses.

De relevante effecten die zijn waargenomen bij langdurige studies bij ratten en honden waren direct of
indirect gerelateerd aan de bekende effecten van hoge doseringen Ca-antagonisten, die voornamelijk
wijzen op een verhoogde farmacodynamische werking.

Lercanidipine was niet genotoxisch en er waren geen aanwijzingen voor carcinogeniciteit.
De vruchtbaarheid en de algemene voortplantingsfunctie van ratten bleven bij behandeling met
lercanidipine onaangetast.

Er waren geen aanwijzingen voor teratogene effecten bij ratten en konijnen; hoge doseringen
lercanidipine veroorzaakten bij ratten echter pre- en postimplantatieverliezen en vertragingen in de
ontwikkeling van de foetus.

Lercanidipine wekte dystocie op, na toediening van hoge doses (12 mg/kg/dag) tijdens het werpen.

De distributie van lercanidipine en/of de metabolieten bij drachtige dieren noch de uitscheiding in de
moedermelk zijn onderzocht.

De metabolieten zijn niet afzonderlijk geëvalueerd in de toxiciteitstudies.

6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern:

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 10 van 11

Magnesiumstearaat
Povidon
Natriumzetmeelglycolaat type A
Lactose monohydraat
Microkristallijne cellulose

Filmomhulling:
·
Lercanidipine HCl Actavis 10 mg filmomhulde tabletten:
Macrogol
Polyvinylalcohol, gedeeltelijk gehydrolyseerd
Talk
Titaandioxide (E 171)
Geel ijzeroxide (E 172)

·
Lercanidipine HCl Actavis 20 mg filmomhulde tabletten:
Macrogol
Polyvinylalcohol, gedeeltelijk gehydrolyseerd
Talk
Titaandioxide (E 171)
IJzeroxide, geel (E 172)
IJzeroxide, rood (E 172)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing

6.3 Houdbaarheid
2 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Al/PVC blisterverpakking:
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.

Al/PVDC blisterverpakking:
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.

HDPE tablettencontainer
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking. De tablettencontainer zorgvuldig
gesloten houden ter bescherming tegen vocht.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

· Blisterverpakking (Aluminium/PVDC).
· HDPE tablettencontainer, afgesloten door een verzegelde LDPE dop .

Verpakkingsgrootten:

Lercanidipine HCl Actavis 10 en 20 mg, filmomhulde tabletten RVG 101997 en 101998
Module 1 Administrative information and prescribing information

1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken
Rev.nr. 1002
Pag. 11 van 11

· blisterverpakking (Al/PVC) en blisterverpakking (Al/PVDC): 14, 20, 28, 30, 50, 56, 60, 98, 90, 100
filmomhulde tabletten
· tablettencontainer: 100 filmomhulde tabletten

Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsmaten om de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten


7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Actavis Group PTC ehf
Reykjavikurvegur 76-78
IS-220 Hafnarfjördur
IJsland


8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Lercanidipine HCl Actavis 10 mg, filmomhulde tabletten zijn ingeschreven in het register onder RVG
101997.
Lercanidipine HCl Actavis 20 mg, filmomhulde tabletten zijn ingeschreven in het register onder RVG
101998.

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING VOOR HET IND DE
HANDEL BRENGEN

18 december 2009


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubriek 6.5: 1 maart 2010





« Vorige
[Lercanidipine HCL Actavis 10 mg, filmomhulde tabletten]
Volgende »
[Lercanidipine HCL Actavis 20 mg, filmomhulde tabletten]