Bestanden
Home > Bestanden


Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten

RegistratienummerRVG 106292
ProcedurenummerUK/H/2317/003
Farmaceutische vormFilmomhulde tablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCM05BA07 - Risedronic Acid
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum17 februari 2011
RegistratiehouderAurobindo Pharma B.V.
Baarnsche dijk 1
3741 LN BAARN
Werkzame stof(fen)NATRIUMRISEDRONAAT 0-WATER
SAMENSTELLING
overeenkomend met
RISEDRONINEZUUR
Hulpstof(fen)CELLULOSE, MICROKRISTALLIJN (E 460)
CROSPOVIDON (E 1202)
HYPROLOSE (E 463)
HYPROMELLOSE (E 464)
IJZEROXIDE GEEL (E 172)
IJZEROXIDE ROOD (E 172)
LACTOSE 1-WATER
MACROGOL 400
MACROGOL 8000
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
SILICIUMDIOXIDE (E 551)
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 1 van 10
 
 
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL  
 
Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten  
 
 
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
 
Elke filmomhulde tablet bevat 35 mg natriumrisedronaat (amorf), overeenkomend met 32,48 mg 
risedroninezuur.  
 
Hulpstoffen: Elke filmomhulde tablet bevat 153,18 mg lactosemonohydraat.  
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.  
 
 
3. FARMACEUTISCHE VORM 
 
 
Filmomhulde tablet.  
 
Oranje ronde biconvexe filmomhulde tabletten van 9,0 mm doorsnee. 
 
 
4. KLINISCHE GEGEVENS 
 
 
4.1 Therapeutische indicaties 
 
 
Behandeling van postmenopauzale osteoporose, om het risico op wervelfracturen te 
verminderen.  
 
Behandeling van bewezen postmenopauzale osteoporose, om het risico op heupfracturen te 
verminderen (zie rubriek 5.1).  
 
Behandeling van osteoporose bij mannen met een verhoogd risico op fracturen (zie rubriek 
5.1).  
 
4.2 Dosering en wijze van toediening 
 
De aanbevolen dosering voor volwassenen is één tablet van 35 mg oraal per week. De tablet dient 
iedere week op dezelfde dag te worden ingenomen. 
 
De absorptie van natriumrisedronaat wordt beïnvloed door voedsel. Om adequate absorptie te 
garanderen dienen patiënten Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg:  
 
Voor het ontbijt: Tenminste 30 minuten vóór andere geneesmiddelen èn tenminste 30 minuten 
vóór het eerste eten of drinken van de dag (met uitzondering van gewoon leidingwater) tot zich 
te nemen.  
 
Patiënten moeten de instructie krijgen dat, als zij een dosis zijn vergeten, één Risedronaatnatrium 
Actavis wekelijks 35 mg tablet moet worden ingenomen op de dag dat dit wordt herinnerd. Patiënten 
moeten dan wederom één tablet éénmaal per week innemen op de gebruikelijke dag. De patiënt mag 
geen twee tabletten op dezelfde dag innemen.  
De tablet moet in zijn geheel worden doorgeslikt en mag niet worden opgezogen of gekauwd. Om het 
transport van de tablet naar de maag te bevorderen moet Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg 
zittend of staand ingenomen worden met een glas gewoon leidingwater ( 120 ml). Nadat de tablet is 
ingenomen, mag de patiënt de eerstvolgende 30 minuten niet gaan liggen (zie sectie 4.4 ).  

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 2 van 10
 
 
 
Toediening van extra calcium en vitamine D dient te worden overwogen bij onvoldoende inname via 
de voeding. 
 
De optimale duur van behandeling van osteoporose met een bisfosfonaat is niet vastgesteld. De 
noodzaak van voortgezette behandeling moet periodiek heroverwogen worden op basis van de 
voordelen en potentiële risico's van Risedronaatnatrium Actavis voor de individuele patiënt, met name 
na 5 jaar gebruik of langer. 
 
Ouderen:  
Aanpassing van de dosering is niet nodig, omdat de biologische beschikbaarheid, distributie en 
eliminatie bij ouderen (> 60 jaar) vergelijkbaar was met deze van jongere patiënten.  
Dit is tevens aangetoond bij bejaarden van 75 jaar en ouder en ouder dan de postmenopauzale 
populatie.  
 
Nierfunctiestoornis:  
Bij patiënten met milde tot matige nierinsufficiëntie hoeft de dosering niet te worden aangepast. 
Natriumrisedronaat is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis 
(creatinineklaring lager dan 30 ml/min) (zie rubriek 4.3 en 5.2).  
 
Pediatrische populatie:  
Natriumrisedronaat wordt niet aanbevolen voor het gebruik bij kinderen jonger dan 18 jaar vanwege 
onvoldoende gegevens over veiligheid en werkzaamheid (zie ook sectie 5.1).  
 
4.3 Contra-indicaties 
 
 
Overgevoeligheid voor natriumrisedronaat of voor één van de hulpstoffen.  
 
Hypocalciëmie (zie rubriek 4.4).  
 
Zwangerschap en borstvoeding.  
 
Ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min).  
 
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Voedsel, drank (met uitzondering van gewoon leidingwater) en geneesmiddelen die meerwaardige 
kationen bevatten (zoals calcium, magnesium, ijzer en aluminium) interfereren met de absorptie van 
bisfosfonaten en mogen niet tegelijkertijd worden ingenomen met Risedronaatnatrium Actavis 
wekelijks 35 mg (zie rubriek 4.5). Om de bedoelde effectiviteit te bereiken is strikte navolging van de 
doseringsinstructies noodzakelijk (zie rubriek 4.2).  
 
De werkzaamheid van bisfosfonaten bij de behandeling van postmenopauzale osteoporose hangt 
samen met de aanwezigheid van een lage botmineraaldichtheid en/of prevalente fracturen.  
 
Hoge leeftijd dan wel klinische risicofactoren voor fracturen zijn, op zichzelf staand, geen redenen om 
een osteoporosebehandeling met een bisfosfonaat te starten.  
 
Er bestaat slechts beperkt bewijs voor de effectiviteit van bisfosfonaten waaronder natriumrisedronaat 
bij zeer oude mensen (> 80 jaar), zie rubriek 5.1.  
 
Bisfosfonaten zijn in verband gebracht met oesofagitis, gastritis en ulceratie van de oesofagus en het 
gastroduodenum. Daarom is voorzichtigheid geboden:  
 
Bij patiënten met een voorgeschiedenis van oesofagusaandoeningen die de passage door de 
oesofagus of de lediging ervan vertragen zoals stricturen en achalasie.  

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 3 van 10
 
 
 
Bij patiënten die niet in staat zijn om tenminste 30 minuten na de inname van de tablet in 
verticale positie te blijven.  
 
Als natriumrisedronaat wordt gegeven aan patiënten met actieve of recente problemen van de 
oesofagus of het bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal.  
Artsen moeten aan patiënten het belang van de doseringsinstructies uitleggen en benadrukken alert te 
zijn op klachten en symptomen van een mogelijke oesofageale reactie. Patiënten moeten geïnstrueerd 
worden om tijdig medische hulp te zoeken indien zij klachten van oesofageale irritatie zoals dysfagie, 
pijn bij slikken, retrosternale pijn of nieuw/ verergerd zuurbranden ontwikkelen.  
 
Hypocalciëmie moet worden behandeld voordat met natriumrisedronaat-therapie wordt gestart. 
Andere stoornissen van het bot- en mineraalmetabolisme (bijvoorbeeld parathyroid disfunctie, 
hypovitaminose D) moeten worden behandeld wanneer met natriumrisedronaat wordt gestart.  
 
Osteonecrose van de kaak, algemeen geassocieerd met het trekken van tanden en/of locale infectie 
(inclusief osteomyelitis) is gemeld bij kankerpatiënten met behandelingsschema’s met daarin primair 
intraveneus toegediende bisfosfonaten. Veel van deze patiënten kregen ook chemotherapie en 
corticosteroïden. Osteonecrose van de kaak is ook gemeld bij osteoporosepatiënten die orale 
bisfosfonaten kregen.  
Een tandonderzoek met geschikte preventieve tandheelkunde moet overwogen worden vóór de 
behandeling met bisfosfonaten bij patiënten met bijkomende risicofactoren (bijvoorbeeld kanker, 
chemotherapie, radiotherapie, corticosteroïden, slechte mondhygiëne).  
 
Tijdens de behandeling moeten deze patiënten zo mogelijk invasieve tandbehandelingen vermijden. 
Voor patiënten die osteonecrose van de kaak ontwikkelen tijdens de therapie met bisfosfonaten, 
kunnen tandheelkundige operaties de klachten verergeren. Voor patiënten waarvoor tandheelkundige 
behandelingen noodzakelijk zijn, zijn geen gegevens beschikbaar die aangeven of discontinueren van 
de behandeling met bisfosfonaten het risico op osteonecrose van de kaak vermindert.  
De klinische beoordeling door de behandelend arts dient de richtlijn te zijn voor het behandelingsplan 
van elke patiënt, gebaseerd op een individuele afweging van de voor- en nadelen.  
 
Atypische femurfracturen  
Bij behandeling met bisfosfonaten zijn atypische subtrochantere en femurschachtfracturen gemeld, 
met name bij patiënten die langdurig wegens osteoporose behandeld worden. Deze transversale of 
korte schuine fracturen kunnen langs het hele femur optreden vanaf direct onder de trochanter minor 
tot vlak boven de supracondylaire rand. Deze fracturen treden op na minimaal of geen trauma. 
Sommige patiënten ervaren pijn in de dij of lies, weken tot maanden voor het optreden van een 
volledige femorale fractuur, vaak samen met kenmerken van stressfracturen bij beeldvormend 
onderzoek. De fracturen zijn in veel gevallen bilateraal. Daarom moet het contralaterale femur worden 
onderzocht bij patiënten die met bisfosfonaten worden behandeld en een femurschachtfractuur hebben 
opgelopen. Ook is slechte genezing van deze fracturen gemeld. Op basis van een individuele 
inschatting van de voor- en nadelen moet worden overwogen om de bisfosfonaattherapie te staken bij 
patiënten met verdenking op een atypische femurfractuur tot er een beoordeling is gemaakt van de 
patiënt.  
Patiënten moeten het advies krijgen om tijdens behandeling met bisfosfonaten elke pijn in de dij, heup 
of lies te melden. Elke patiënt die zich met zulke symptomen aandient, moet worden onderzocht op 
een onvolledige femurfractuur. 
 
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-
intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet 
te gebruiken.  

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 4 van 10
 
 
 
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Formele interactiestudies zijn niet uitgevoerd. Tijdens de klinische studies werden echter geen 
klinisch relevante interacties met andere geneesmiddelen gevonden. Tijdens de fase III studies van 
natriumrisedronaat voor behandeling van osteoporose, vermeldde 33 % van de patiënten ook 
acetylsalicylzuur te gebruiken en 45 % NSAID’s. Tijdens de fase III studie met de wekelijkse 
dosering bij postmenopauzale vrouwen, werd gebruik van acetylsalicylzuur of NSAID’s door 57% 
respectievelijk 40% van de patiënten gemeld. Bij regelmatige gebruikers van NSAID’s of 
acetylsalicylzuur (≥ 3 dagen per week) was de incidentie van bijwerkingen ter hoogte van het 
bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal bij patiënten behandeld met natriumrisedronaat 
vergelijkbaar met de incidentie bij de controlepatiënten. 
 
Natriumrisedronaat kan tegelijk met oestrogeensuppletie (alleen bij vrouwen) worden gebruikt, indien 
dit gewenst wordt geacht.  
 
Gelijktijdige inname van geneesmiddelen die meerwaardige kationen bevatten (bijvoorbeeld calcium, 
magnesium, ijzer en aluminium) zal interfereren met de absorptie van natriumrisedronaat (zie rubriek 
4.4).  
 
Natriumrisedronaat wordt niet systemisch gemetaboliseerd, geeft geen cytochroom P450-enzym 
inductie en heeft een lage eiwitbinding.  
 
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding  
Er zijn geen adequate gegevens beschikbaar over het gebruik van natriumrisedronaat bij zwangere 
vrouwen. Onderzoek bij dieren heeft reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Het potentiële 
risico voor de mens is niet bekend. Onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat een kleine hoeveelheid 
natriumrisedronaat wordt afgegeven tot in moedermelk.  
 
Natriumrisedronaat mag tijdens de zwangerschap of bij borstvoeding niet worden gebruikt.  
 
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Er werden geen effecten waargenomen die de rijvaardigheid en het vermogen om machines te 
bedienen beïnvloeden.  
 
4.8 Bijwerkingen 
 
In fase III studies werd het gebruik van natriumrisedronaat bij meer dan 15.000 patiënten bestudeerd. 
In de klinische proeven was de meerderheid van de bijwerkingen licht tot matig van ernst en meestal 
was stoppen van de behandeling niet nodig.  
 
Bijwerkingen gerapporteerd tijdens de fase III klinische studies bij postmenopauzale vrouwen met 
osteoporose, behandeld tot 36 maanden met risedronaat 5 mg/dag (n=5020) of placebo (n=5048), 
gezien als mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd aan risedronaat zijn hieronder weergegeven gebruik 
makend van de volgende benoemingen (voorvallen versus placebo worden weergegeven tussen 
haakjes): zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, 
<1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); onbekend (kan niet worden bepaald uit de beschikbare gegevens).  
 
Zenuwstelselaandoeningen:  
Vaak:  
hoofdpijn (1,8% versus 1,4 %)  
 
Oogaandoeningen:  

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 5 van 10
 
 
Soms:  iritis* 
 
 
Maagdarmstelselaandoeningen:  
Vaak:  
obstipatie (5,0% versus 4,8%), dyspepsie (4,5% versus 4,1%), nausea (4,3% versus 
4,0%), buikpijn (3,5% versus 3,3%), diarree (3,0% versus 2,7%)  
Soms:  
gastritis (0,9% versus 0,7%), oesofagitis (0,9% versus 0,9%), dysfagie (0,4% versus 
0,2%), duodenitis (0,2% versus 0,1%), oesofagaal ulcus (0,2% versus 0,2%)  
Zelden:  
glossitis (<0,1% versus 0,1%), oesofagale strictuur (<0,1% versus 0,0%)  
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:  
Vaak:  
musculoskeletale pijn (2,1% versus 1,9%)  
 
Onderzoeken:  
Zelden:  afwijkende 
leverfunctietesten* 
 
Bij sommige patiënten zijn in het begin van de behandeling voorbijgaande, asymptomatische, lichte 
dalingen van de serumcalcium- en fosfaatspiegels waargenomen.  
 
* Geen relevante voorvallen van de fase III osteoporose studies; frequentie is gebaseerd op 
bijwerkingen/ laboratorium/ immuniteitsonderzoek bevindingen uit eerdere klinische studies.  
 
In een éénjarig, dubbelblind, multicenter onderzoek bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose 
waarbij natriumrisedronaat 35 mg wekelijks (n=485) en natriumrisedronaat 5 mg dagelijks (n=480) 
vergeleken is blijkt dat de algehele veiligheids- en tolerantieprofielen vergelijkbaar zijn. De volgende 
bijkomende bijwerkingen die genoemd zijn door onderzoekers als mogelijk of waarschijnlijk 
gerelateerd aan het geneesmiddel (incidentie groter bij natriumrisedronaat 35 mg dan bij 
natriumrisedronaat 5 mg groep): gastrointestinale aandoening (1,6% vs. 1,0%) en pijn (1,2% vs. 
0,8%).  
In een tweejarig, dubbelblind, multicenter onderzoek bij mannen met osteoporose waarbij 
natriumrisedronaat 35 mg wekelijks (n=191) is vergeleken met placebo (n=93) blijkt dat de algehele 
veiligheids- en tolerantieprofielen vergelijkbaar zijn. De bijwerkingen kwamen overeen met de 
bijwerkingen die eerder waren gemeld bij vrouwen. 
 
Volgende bijkomende bijwerkingen zijn gerapporteerd gedurende postmarketing gebruik:  
 
Immuunsysteemaandoeningen:  
Niet bekend: 
Anafylactische reactie  
 
Oogaandoeningen:  
Niet bekend: 
Iritis, uveïtis  
 
Huid- en onderhuid aandoeningen:  
Niet bekend: 
Hypersensibiliteit en huidreacties waaronder angio-oedeem, gegeneraliseerde uitslag, 
 
 
urticaria, blaasvormige huidreacties en leukocytoclastische vasculitis, waarvan enkele 
 
 
ernstig, zoals geïsoleerde meldingen van Stevens-Johnson syndroom en toxische 
  epidermale 
necrolyse. 
 
  Haarverlies. 
 
Lever- en galaandoeningen:  

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 6 van 10
 
 
Niet bekend: 
Ernstige leveraandoeningen. In de meeste van de gemelde gevallen werden de  
  patiënten 
tevens 
behandeld met andere producten waarvan bekend is dat het  
  leveraandoeningen 
veroorzaakt 
 
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:  
Zelden:  
Atypische subtrochantere en femurschachtfracturen (bijwerking van  
 
  bisfosfonaatklasse) 
Niet bekend: 
Osteonecrose van de kaak  
 
4.9 Overdosering 
 
Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de behandeling van overdosering met 
natriumrisedronaat.  
 
Na substantiële overdosering kan een daling van de serumcalciumspiegel worden verwacht. Bij enkele 
van deze patiënten zouden ook tekenen en symptomen van hypocalciëmie kunnen optreden.  
 
Melk of antacida die magnesium, calcium of aluminium bevatten, dienen te worden toegediend om 
risedronaat te binden en de absorptie van natriumrisedronaat te verminderen. In gevallen van 
substantiële overdosering kan maagspoeling worden overwogen om niet-geabsorbeerd 
natriumrisedronaat te verwijderen.  
 
 
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN 
 
 
5.1 Farmacodynamische eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische groep: bisfosfonaten, ATC code: M05 BA07.  
 
Natriumrisedronaat is een pyridinylbisfosfonaat dat zich bindt aan bothydroxyapatiet en dat de 
botresorptie, veroorzaakt door osteoclasten, inhibeert. De botomzetting vermindert, terwijl de 
activiteit van de osteoblasten en de botmineralisatie behouden blijven. Tijdens het preklinisch 
onderzoek werd voor natriumrisedronaat een potente anti-osteoclasten en botafbraakremmende 
activiteit aangetoond, waarbij de botmassa en de biomechanische skeletsterkte dosisafhankelijk 
toenamen. De activiteit van natriumrisedronaat werd bevestigd door metingen van biochemische 
markers van de botomzetting tijdens de farmacodynamische en de klinische studies. Daling van de 
biochemische markers van de botomzetting werd waargenomen binnen 1 maand na starten van de 
behandeling en was na 3-6 maanden maximaal. Na 12 maanden waren dalingen van biochemische 
botmarkers vergelijkbaar voor natriumrisedronaat wekelijks 35 mg en natriumrisedronaat 5 mg 
dagelijks.  
In een studie bij mannen met osteoporose werden dalingen van biochemische markers van de 
botomzetting reeds waargenomen vanaf 3 maanden en bleven zichtbaar tot 24 maanden. 
 
Behandeling en preventie van postmenopauzale osteoporose:  
Een aantal risicofactoren wordt geassocieerd met postmenopauzale osteoporose zoals een lage 
botmassa, een lage botmineraaldensiteit (BMD), vroege menopauze, roken of hebben gerookt en een 
familiegeschiedenis van osteoporose. Fracturen zijn het klinische gevolg van osteoporose. Het risico 
op fracturen verhoogt met het aantal risicofactoren.  
 
Gebaseerd op effecten van de gemiddelde verandering in de BMD van de lumbale wervelkolom is 
aangetoond dat natriumrisedronaat 35 mg wekelijks (n=485) equivalent is aan natriumrisedronaat 5 

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 7 van 10
 
 
mg dagelijks (n=480) in een éénjarig, dubbelblind, multicenter onderzoek bij postmenopauzale 
vrouwen met osteoporose.  
Het klinische programma met natriumrisedronaat dagelijks toegediend bestudeerde het effect van 
natriumrisedronaat op het risico van heup- en wervelfracturen en omvatte vroeg en laat 
postmenopauzale vrouwen, met of zonder fracturen. Dagelijkse doses van 2,5 mg en 5 mg werden 
bestudeerd en alle groepen - met inbegrip van de controlegroepen - kregen calcium en vitamine D 
(wanneer de ‘baseline’ waarden laag waren). De absolute en relatieve risico’s voor nieuwe wervel- en 
heupfracturen werden door een ‘time-to-first event’ analyse bepaald.  
 
In twee placebo-gecontroleerde studies (n = 3661) werden vrouwen onder de 85 jaar met 
bestaande wervelfracturen geïncludeerd. Natriumrisedronaat 5 mg per dag, gegeven gedurende 
3 jaar, verminderde het risico van nieuwe wervelfracturen vergeleken met de controlegroep. Bij 
vrouwen met respectievelijk ten minste twee dan wel ten minste één wervelfractuur, nam het 
relatieve risico af met respectievelijk 49 % en 41 % (incidentie van nieuwe wervelfracturen met 
natriumrisedronaat respectievelijk 18,1 % en 11,3 %, met placebo respectievelijk 29,0 % en 
16,3 %). Het effect werd reeds gezien aan het einde van het eerste jaar behandelen. Voordelen 
werden ook aangetoond bij vrouwen met multipele fracturen bij aanvang van de behandeling. 
Ook verminderde natriumrisedronaat 5 mg, in vergelijking met de controlegroep, het jaarlijkse 
lengteverlies.  
 
In twee andere placebo-gecontroleerde studies werden postmenopauzale vrouwen geïncludeerd 
ouder dan 70 jaar met of zonder bestaande wervelfracturen. Vrouwen van 70-79 jaar werden 
geïncludeerd met een femurhals BMD T-score < - 3 SD (fabrikantennorm d.w.z. – 2,5 SD 
wanneer NHANES III wordt gebruikt) en tenminste één andere risicofactor. Vrouwen ≥ 80 jaar 
oud konden worden geïncludeerd op basis van één niet-skelet gerelateerde risicofactor voor 
heupfracturen dan wel een lage femurhals BMD. Statistische significantie voor de effectiviteit 
van risedronaat versus placebo werd enkel bereikt na samenvoegen van beide 
behandelingsgroepen, 2,5 en 5 mg. De volgende resultaten zijn gebaseerd op een a posteriori 
analyse van subgroepen gedefinieerd volgens de klinische praktijk en de huidige definities van 
osteoporose:  
o  In een subgroep patiënten met femurhals BMD T score ≤ - 2,5 SD (NHANES III) en 
ten minste één bestaande wervelfractuur, verminderde natriumrisedronaat – gegeven 
gedurende 3 jaar – het risico van heupfracturen met 46% in vergelijking met de 
controlegroep (incidentie van heupfracturen met natriumrisedronaat in de 
gecombineerde 2,5 en 5 mg groepen 3,8%, met placebo 7,4 %).  
o  Gegevens suggereren dat er een meer beperkte bescherming zou zijn bij 
hoogbejaarden (≥ 80 jaar). Dit zou te wijten kunnen zijn aan het stijgende belang van 
niet-skelet gerelateerde factoren met toenemen van de leeftijd, bij het ontstaan van 
heupfracturen. In deze studies tonen gegevens – geanalyseerd als secundair eindpunt 
– een vermindering aan van het risico van nieuwe wervelfracturen bij patiënten met 
een lage femurhals BMD zonder bestaande wervelfracturen en bij patiënten met een 
lage femurhals BMD met of zonder bestaande wervelfracturen.  
 
Natriumrisedronaat 5 mg per dag, gegeven gedurende 3 jaar, verhoogde de BMD t.o.v. de 
controlegroep ter hoogte van de lumbale wervelkolom, femurhals, trochanter en pols en de 
botdichtheid ter hoogte van de midschacht radius werd behouden.  
 
Het remmend effect van natriumrisedronaat op de botomzettingssnelheid was na een jaar 
zonder behandeling volgend op 3 jaar behandeling met risedronaat 5 mg per dag, snel 
omkeerbaar.  
 
Botbiopten van postmenopauzale vrouwen die 2 à 3 jaar natriumrisedronaat 5 mg per dag 
innamen, toonden de verwachte gematigde vermindering van de botomzetting. Bot, gevormd 
tijdens de behandeling met natriumrisedronaat, had een normale lamellaire structuur en was 
normaal gemineraliseerd. Deze gegevens, samen met de verminderde incidentie bij 

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 8 van 10
 
 
postmenopauzale vrouwen met osteoporose, van osteoporotische fracturen ter hoogte van de 
wervels, lijken aan te geven dat er geen negatief effect is op de botkwaliteit.  
 
Endoscopische bevindingen bij een aantal patiënten met matige tot ernstige maagdarmklachten, 
zowel in de natriumrisedronaat- als in de controlegroep, gaven géén aanwijzingen voor het 
ontstaan van, aan de behandeling gerelateerde maag-, duodenum of  oesofaguszweren, hoewel 
duodenitis in zeldzame gevallen werd waargenomen in de natriumrisedronaatgroep.  
 
Behandeling van osteoporose bij mannen:  
De werkzaamheid van natrium risedronaat 35 mg wekelijks bij mannen met osteoporose (leeftijd 
variërend van 36 tot 84 jaar) is aangetoond tijdens een tweejarig, dubbelblind, placebo-gecontroleerd 
onderzoek bij 284 patiënten (natriumrisedronaat 35 mg n=191). Alle patiënten kregen aanvullend 
calcium en vitamine D.  
 
Al 6 maanden na het begin van de behandeling met natriumrisedronaat werden toenames van BMD 
waargenomen. Natriumrisedronaat 35 mg wekelijks veroorzaakte geringe toename van BMD van de 
lumbale wervelkolom, femurhals, trochanter en totale heup vergeleken met placebo na 2 jaar 
behandeling.  
Het effect van natriumrisedronaat op bot (BMD toename en BTM afname) is vergelijkbaar bij 
mannen en vrouwen.  
 
Pediatrische populatie:  
De veiligheid en werkzaamheid van natriumrisedronaat werd onderzocht in een nog lopende studie bij 
pediatrische patiënten in de leeftijd van 4 tot jonger dan 16 jaar met osteogenesis imperfecta. Na 
voltooiing van het eerste jaar van deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie 
werd een statistisch significante verhoging van de BMD van de lumbale wervelkolom aangetoond bij 
de risedronaat groep versus de placebo groep; desondanks werd een verhoogd aantal van minstens 1 
nieuwe morfometrische wervelfractuur (aangetoond op een röntgenfoto) gevonden in de risedronaat 
groep versus placebo. Al met al ondersteunen deze resultaten het gebruik van risedronaat bij 
pediatrische patiënten met osteogenesis imperfecta niet. 
 
5.2 Farmacokinetische eigenschappen 
 
Absorptie:  
Na een orale dosis vindt absorptie relatief snel plaats (t
~1 uur). In het onderzochte traject (in 
max 
studies met een enkele dosis tussen 2,5 en 30 mg; in studies met meervoudige doses tussen 2,5 en 5 
mg dagelijks en tot 50 mg wekelijks) is de absorptie onafhankelijk van deze dosis. De gemiddelde 
biologische beschikbaarheid na inname van de tablet is 0,63 % en deze neemt af wanneer 
natriumrisedronaat samen met voedsel wordt ingenomen. De biologische beschikbaarheid is 
vergelijkbaar bij mannen en vrouwen.  
 
Distributie:  
Het gemiddelde steady-state distributievolume bij de mens bedraagt 6,3 l/kg. De plasma-eiwitbinding 
bedraagt ongeveer 24 %.  
 
Metabolisatie:  
Er zijn geen aanwijzingen dat natriumrisedronaat systemisch wordt gemetaboliseerd.  
 
Eliminatie:  
Ongeveer de helft van de geabsorbeerde dosis wordt binnen 24 uur via de urine uitgescheiden en 85 % 
van een intraveneuze dosis wordt na 28 dagen in de urine teruggevonden. De gemiddelde renale 
klaring is 105 ml/min en de gemiddelde totale klaring 122 ml/min. Het verschil kan waarschijnlijk 

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 9 van 10
 
 
worden toegeschreven aan klaring als gevolg van adsorptie aan bot. De renale klaring is onafhankelijk 
van de concentratie en er bestaat een lineair verband tussen renale en creatinineklaring. Niet-
geabsorbeerd natriumrisedronaat wordt onveranderd in de faeces uitgescheiden. Na orale toediening 
vertoont het concentratie-tijd profiel drie eliminatiefasen met een terminale halfwaardetijd van 480 
uur.  
 
Bijzondere Populaties:  
Ouderen:  
aanpassing van de dosering is niet nodig.  
 
Acetylsalicylzuur- en NSAID-gebruikers:  
Bij regelmatige inname van NSAID’s of acetylsalicylzuur (3 dagen of meer per week) was de 
incidentie van bijwerkingen bij patiënten die natriumrisedronaat gebruikten ter hoogte van het 
bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal vergelijkbaar met de incidentie bij de controlepatiënten.  
 
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
In de toxicologische studies met natriumrisedronaat bij rat en hond, werden dosisafhankelijke toxische 
effecten op de lever gezien, die zich voornamelijk uitten als verhoogde enzymwaarden met 
histologische veranderingen in de rat. De klinische betekenis hiervan is niet bekend. Testiculaire 
toxiciteit werd waargenomen bij ratten en honden na blootstelling die boven de menselijke 
therapeutische blootstelling lag. Dosisgerelateerd voorkomen van bovenste luchtweg irritatie werd 
regelmatig vastgesteld bij knaagdieren. Soortgelijke effecten zijn vastgesteld met andere 
bisfosfonaten. Effecten op de diepere luchtwegen werden ook vastgesteld bij knaagdieren na inname 
over een langere periode, maar de klinische betekenis van deze bevindingen is onduidelijk. In 
reproductietoxiciteitsstudies vertoonden foetussen van behandelde vrouwelijke ratten veranderingen 
in de ossificatie van het sternum en/ of de schedel, bij doses die de klinische benaderden. Bij drachtige 
ratten kwam hypocalciëmie voor en mortaliteit bij de ratten die mochten werpen. Er is geen bewijs 
van teratogenese bij 3,2 mg/kg/dag bij ratten en 10 mg/kg/dag bij konijnen, doch slechts gegevens van 
een beperkt aantal konijnen zijn beschikbaar. Toxiciteit bij de moeder belette het testen van hogere 
doses. De studies betreffende genotoxiciteit en carcinogenese, wijzen niet op een speciaal risico voor 
de mens. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS  
 
6.1 Lijst van hulpstoffen 
 
Tabletkern  
Magnesiumstearaat 
Crospovidon 
Lactosemonohydraat 
Microkristallijne cellulose 
  
Tabletomhulsel  
Hypromellose (E464) 
Colloïdaal watervrije silica 
Hydroxypropylcellulose (E463) 
Macrogol 400 
Macrogol 8000 
Titaniumdioxide (E171)  
Geel ijzeroxide (E172) 

Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten 
RVG 106292 
Module 1 Administrative information and prescribing information 
1.3.1 Samenvatting van de productkenmerken 
Rev.nr. 1110 
Pag. 10 van 10
 
 
Rood ijzeroxide (E172) 
 
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing.  
 
6.3 Houdbaarheid 
 
3 jaar  
 
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities. 
 
6.5 Aard en inhoud van de verpakking 
 
Al/PVC stripverpakking en tablettencontainer (HDPE) afgesloten met een verzegelde plastic dop 
(LDPE) met droogmiddel. 
 
Verpakkingsgrootten: 
Stipverpakking: 2, 4, 8 en 12 filmomhulde tabletten. 
Tablettencontainer: 40 en 50 filmomhulde tabletten. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.  
 
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies  
Geen bijzondere vereisten.  
 
 
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
 
Actavis Group PTC ehf., Reykjavikurvegur 76-78, IS-220 Hafnarfjordur, IJsland 
 
 
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN  
 
  
Risedronaatnatrium Actavis 35 mg, filmomhulde tabletten zijn ingeschreven in het register onder 
RVG 106292. 
 
 
9. DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING  
 
17 februari 2011 
 
 
10. DATUM VAN HERNIEUWING VAN DE TEKST  
 
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 4.2, 4.4 en 4.8: 20 maart 2012 
 
 
 
 
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het College ter Beoordeling van 
Geneesmiddelen: www.cbg-meb.nl 





« Vorige
[Risedronaatnatrium Actavis 30 mg, filmomhulde tabletten]
Volgende »
[Risedronaatnatrium Actavis wekelijks 35 mg, filmomhulde tabletten]