Bestanden
Home > Bestanden


Risedronaatnatrium 75 mg Teva, filmomhulde tabletten

RegistratienummerRVG 106825
ProcedurenummerDK/H/1818/001
Farmaceutische vormFilmomhulde tablet
ToedieningswegOraal gebruik
ATCM05BA07 - Risedronic Acid
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum30 juni 2011
RegistratiehouderTeva Nederland B.V.
Swensweg 5
2031 GA HAARLEM
Werkzame stof(fen)NATRIUMRISEDRONAAT 1-WATER
SAMENSTELLING
overeenkomend met
RISEDRONINEZUUR
Hulpstof(fen)HYPROMELLOSE (E 464)
IJZEROXIDE ROOD (E 172)
LACTOSE 1-WATER
MACROGOL 400
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
MAISZETMEEL
MAISZETMEEL, GEPREGELATINEERD
NATRIUMSTEARYLFUMARAAT
SILICIUMDIOXIDE (E 551)
TITAANDIOXIDE (E 171)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


1. 
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL 
 
Risedronaatnatrium 75 mg Teva, filmomhulde tabletten 
 
 
2. 
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 
 
Elke filmomhulde tablet bevat 75 mg natriumrisedronaat (overeenkomend met 69,6 mg 
risedroninezuur). 
 
Hulpstof(fen): 
Elke filmomhulde tablet bevat 299,8 mg lactosemonohydraat (overeenkomend met 284,8 mg lactose 
anhydraat). 
 
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 
 
 
3. FARMACEUTISCHE 
VORM 
 
Filmomhulde tablet 
 
Roze, ronde, biconvexe, filmomhulde tablet bedrukt met “R 75†aan de ene zijde en glad aan de andere 
kant. 
 
 
4. KLINISCHE 
GEGEVENS 
 
4.1 Therapeutische 
indicaties 
 
Behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen (zie 
rubriek 5.1). 
 
4.2 
Dosering en wijze van toediening 
 
De aanbevolen dosering voor volwassenen is één tablet van 75 mg oraal op twee opeenvolgende 
dagen per maand. De eerste tablet dient iedere maand op dezelfde dag te worden ingenomen, gevolgd 
door de tweede tablet de volgende dag. 
 
De absorptie van natriumrisedronaat wordt beïnvloed door voedsel en polyvalente kationen (zie rubriek 
4.5). Om adequate absorptie te garanderen, dienen patiënten de tablet in te nemen voor het ontbijt: 
tenminste 30 minuten vóór het eerste eten, andere geneesmiddelen of drinken van de dag (anders dan 
gewoon leidingwater). Gewoon leidingwater is de enige vloeistof waarmee risedronaat 75 mg tabletten 
ingenomen mogen worden. Let op, sommige soorten mineraalwater kunnen een hogere concentratie 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


calcium bevatten en mogen daarom niet gebruikt worden (zie rubriek 5.2). 
 
Patiënten moeten de instructie krijgen dat, als zij een dosis zijn vergeten, Ã©Ã©n tablet moet worden 
ingenomen op de ochtend van de volgende dag nadat dit wordt herinnerd. Tenzij de tijd tot de volgende 
maandelijkse dosering binnen 7 dagen gepland staat. Patiënten moeten dan terugkeren naar de 
geplande inname van risedronaat op 2 opeenvolgende dagen per maand op de gebruikelijke dag dat de 
tablet ingenomen moet worden. 
 
Indien de volgende maandelijkse doses binnen 7 dagen gepland staat, dient de patiënt te wachten tot 
deze dosis en vervolgens door te gaan met het innemen van risedronaat op twee opeenvolgende dagen 
per maand zoals gewoonlijk. 
 
De patiënt mag geen drie tabletten in dezelfde week innemen. 
 
De tablet moet in zijn geheel worden doorgeslikt en mag niet worden opgezogen of gekauwd. Om het 
transport van de tablet naar de maag te bevorderen, moet het rechtop zittend of staand ingenomen 
worden met een glas gewoon leidingwater (> 120 ml). Nadat de tablet is ingenomen, mag de patiënt de 
eerstvolgende 30 minuten niet gaan liggen (zie rubriek 4.4). 
 
Toedienen van extra calcium en vitamine D dient te worden overwogen bij onvoldoende inname via de 
voeding. 
 
De optimale duur van een bisofosfonaatbehandeling voor osteoporose is niet vastgesteld. De behoefte 
aan een continue behandeling moet per individu regelmatig worden geëvalueerd op basis van de 
voordelen en mogelijke risico’s van risedronaat. Dit moet bij voorkeur bij gebruik na 5 of meer jaar 
gebeuren. 
 
Ouderen  
Aanpassing van de dosering is niet nodig, omdat bij ouderen (> 60 jaar) de biologische 
beschikbaarheid, de verdeling en de eliminatie overeenkomen met die van jongere patiënten. 
 
Dit is tevens aangetoond bij de zeer oude postmenopauzale populatie van 75 jaar en ouder. 
 
Nierfunctiestoornis  
Bij patiënten met milde tot matige nierinsufficiëntie hoeft de dosering niet te worden aangepast. 
Natriumrisedronaat is gecontra-ïndiceerd bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis 
(creatinineklaring lager dan 30 ml/min)(zie rubrieken 4.3 en 5.2). 
 
Kinderen 
Natriumrisedronaat wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 18 jaar omwille van 
onvoldoende veiligheids- en werkzaamheidsgegevens (zie ook rubriek 5.1) 
 
4.3 
Contra-indicaties 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


 
-  Overgevoeligheid voor natriumrisedronaat of voor één van de hulpstoffen 
-  Hypocalciëmie (zie rubriek 4.4). 
-  Zwangerschap en borstvoeding. 
-  Ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min). 
 
4.4 
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik 
 
Voedsel, drank (met uitzondering van gewoon leidingwater) en geneesmiddelen die meerwaardige 
kationen bevatten (zoals calcium, magnesium, ijzer en aluminium) kunnen de absorptie van 
bisfosfonaten verstoren en mogen niet tegelijkertijd worden ingenomen met risedronaat 75 mg (zie 
rubriek 4.5). Het is noodzakelijk om de doseringsinstructies zorgvuldig op te volgen om de bedoelde 
effectiviteit te behouden (zie rubriek 4.2). 
 
De werkzaamheid van bisfosfonaten bij de behandeling van osteoporose hangt samen met de 
aanwezigheid van een lage botmineraaldichtheid en/of bestaande fracturen. 
 
Hoge leeftijd dan wel klinische risicofactoren voor fracturen zijn, op zichzelf staand, niet genoeg 
redenen om een osteoporosebehandeling met een bisfosfonaat te starten. 
 
Er bestaat slechts beperkt bewijs voor de effectiviteit van bisfosfonaten waaronder risedronaat bij zeer 
oude mensen(> 80 jaar), (zie rubriek 5.1). 
 
Sommige bisfosfonaten zijn in verband gebracht met oesofagitis, gastritis en ulceratie van de oesofagus 
en gastroduodenum. Dus, voorzichtigheid is geboden:  
-  Bij patiënten met een voorgeschiedenis van oesofagusaandoeningen die de passage door de 
slokdarm of de lediging ervan vertragen zoals stricturen of achalasie. 
-  Bij patiënten die niet in staat zijn om 30 minuten na de inname van de tablet rechtop te kunnen 
blijven zitten of staan. 
-  Als natriumrisedronaat wordt gegeven aan patiënten met actieve of recente problemen van de 
oesofagus of het bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal. 
 
Artsen moeten aan patiënten het belang van de doseringsinstructies uitleggen en benadrukken alert te 
zijn op klachten en symptomen van een mogelijke oesofageale reactie. Patiënten moeten geïnstrueerd 
worden om tijdig medische hulp te zoeken indien zij klachten van oesofageale irritatie zoals dysfagie, 
pijn bij slikken, retrosternale pijn of nieuw/verergerd zuurbranden ontwikkelen. 
 
Hypocalciëmie moet worden behandeld, voordat met natriumrisedronaat 75 mg wordt gestart. Andere 
stoornissen van het bot- en mineraalmetabolisme ( bijvoorbeeld dysfunctie van de bijschildklier, 
hypovitaminose D) moeten worden behandeld, wanneer met natriumrisedronaat 75 mg wordt gestart. 
 
Osteonecrose van de kaak, algemeen geassocieerd met het trekken van tanden en/of lokale infectie 
(inclusief osteomyelitis) is gemeld bij kankerpatiënten met behandelingsschema’s met daarin primair 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


intraveneus toegediende bisfosfonaten. Veel van deze patiënten kregen ook chemotherapie en 
corticosteroïden. Osteonecrose van de kaak is ook gemeld bij osteoporosepatiënten die orale 
bisfosfonaten kregen. 
Een tandonderzoek met adequate preventieve tandheelkunde moet overwogen worden vóór de 
behandeling met bisfosfonaten bij patiënten met bijkomende risicofactoren (bv. kanker, chemotherapie, 
radiotherapie, corticosteroïden, slechte mondhygiëne). 
 
Tijdens de behandeling moeten deze patiënten, indien mogelijk, invasieve tandbehandelingen 
vermijden. Voor patiënten die, tijdens de therapie met bisfosfonaten, osteonecrose van de kaak 
ontwikkelen, kunnen tandheelkundige operaties de klachten verergeren. Voor patiënten waarvoor 
tandheelkundige operaties noodzakelijk zijn, zijn geen gegevens beschikbaar die aangeven of 
discontinueren van de behandeling met bisfosfonaten het risico op osteonecrose van de kaak 
vermindert. De klinische beoordeling door de behandelend arts dient de richtlijn te zijn voor het 
behandelingsplan van elke patiënt, gebaseerd op een individuele afweging van de voor- en nadelen. 
 
Atypische breuken van de femur 
Atypische subtrochanter en diafysaire femorale breuken zijn voorgekomen bij bifosfonaatbehandeling, 
voornamelijk bij patiënten met osteoporose die een langetermijnbehandeling krijgen. Deze transverse of 
schuine breuken kunnen overal in het femur voorkomen van direct onder de kleine trochanter tot boven 
het suprachondylaire vlak. Deze breuken komen vaker voor bij weinig tot geen trauma en sommige 
patiënten hebben soms weken tot maanden pijn in de dij of lende gecombineerd met (via beeldvorming 
bewezen) stressfracturen voordat er een complete femurbreuk ontstaan. De breuken zijn vaak 
bilateraal, daarom moet de contralaterale femur onderzocht worden bij patiënten die bifosfonaten 
gebruiken en die een breuk in de femurschaft hebben. Het komt voor dat deze breuken traag genezen. 
Het staken van de bifosfonatenbehandeling moet overwogen worden na evaluatie van de patiënt 
waarvan gedacht wordt dat zij een atypische femurbreuk hebben. Dit moet gebaseerd zijn op de 
individuele voordeel-risico assessment. Tijdens de bifosfonaatbehandeling moeten patiënten worden 
geadviseerd om pijn in het dijbeen, heup, lende te melden en patiënten die deze symptomen hebben 
moeten onderzocht worden op incomplete femurbreuken. 
 
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-
intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te 
gebruiken. 
 
4.5 
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie 
 
Formele interactiestudies zijn niet uitgevoerd. Tijdens de klinische studies werden echter geen klinisch 
relevante interacties met andere geneesmiddelen gevonden.  
 
Tijdens de fase III studies van natriumrisedronaat met een dagelijkse dosering voor behandeling van 
osteoporose, werd het gebruik van acetylsalicylzuur of NSAID’s gemeld in respectievelijk 33 % en 45% 
van de patiënten. Tijdens de fase III studie waarbij 75 mg op twee opeenvolgende dagen per maand 
werd vergeleken met 5 mg bij postmenopauzale vrouwen, werd gebruik van acetylsalicylzuur/NSAID’s 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


door 54,8% van de patiënten gemeld. Vergelijkbare percentages van patiënten ondervonden 
bijwerkingen in het bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal ongeacht het gebruik van NSAID’s of 
aspirine. 
 
Natriumrisedronaat kan samen met oestrogeensuppletie worden gebruikt, indien dit gewenst wordt 
geacht. 
 
Gelijktijdige inname van geneesmiddelen die meerwaardige kationen bevatten (bijvoorbeeld calcium, 
magnesium, ijzer en aluminium) verstoort de absorptie van natriumrisedronaat (zie rubriek 4.4). 
 
Natriumrisedronaat wordt niet systemisch gemetaboliseerd, geeft geen cytochroom P450-inductie en 
heeft een geringe eiwitbinding. 
 
4.6 
Zwangerschap en borstvoeding 
 
Er zijn geen adequate gegevens beschikbaar over het gebruik van natriumrisedronaat bij zwangere 
vrouwen. Onderzoek bij dieren heeft reprotoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Het potentieel risico 
voor de mens is niet bekend. Dierstudies hebben aangetoond dat een kleine hoeveelheid 
natriumrisedronaat overgaat in moedermelk. 
Natriumrisedronaat mag niet tijdens de zwangerschap of bij borstvoeding worden gebruikt. 
 
4.7 
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
 
Er zijn geen effecten waargenomen die de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen 
beïnvloedden. 
 
4.8 Bijwerkingen 
 
In fase III studies werd het gebruik van natriumrisedronaat bij meer dan 15.000 patiënten bestudeerd. In 
de klinische proeven was de meerderheid van de bijwerkingen licht tot matig van ernst en meestal was 
stoppen van de behandeling niet nodig. 
 
Bijwerkingen gerapporteerd tijdens de fase III klinische studies bij postmenopauzale vrouwen met 
osteoporose, behandeld tot 36 maanden met natriumrisedronaat 5 mg/dag (n=5020) of placebo 
(n=5048), gezien als mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd aan natriumrisedronaat zijn hieronder 
weergegeven gebruik makend van de volgende regel (voorvallen versus placebo worden weergegeven 
tussen haakjes): zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1000, <1/100); zelden (≥1/10.000, 
<1/1000); zeer zelden (<1/10.000) 
 
Zenuwstelselaandoeningen 
Vaak:
    
hoofdpijn (1,8% vs. 1,4 %) 
 
Oogaandoeningen 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


Soms:    
iritis* 
 
Maagdarmstelselaandoeningen 
Vaak:
    
obstipatie (5,0% vs. 4,8%), dyspepsie (4,5% vs. 4,1%), nausea (4,3% vs. 4,0%), 
buikpijn (3,5% vs. 3,3%), diarree (3,0% vs. 2,7%) 
Soms:    
gastritis (0,9% vs. 0,7%), oesophagitis (0,9% vs. 0,9%), dysfagie (0,4% vs. 0,2%), 
duodenitis (0,2% vs. 0,1%), oesophagusulcus (0,2% vs. 0,2%) 
Zelden:   
glossitis (<0,1% vs. 0,1%), oesophagusstrictuur (<0,1% vs. 0,0%) 
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen 
Vaak:   
 
musculoskeletale pijn (2,1% vs. 1,9%) 
 
Onderzoeken 
Zelden:
   
afwijkende leverfunctietesten* 
 
* Geen relevante voorvallen in de fase III osteoporose studies; frequentie is gebaseerd op 
bijwerkingen/laboratorium/immuniteitsonderzoek bevindingen uit eerdere klinische studies. 
 
In een tweejarig, dubbelblind, multicenter onderzoek bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose 
waarbij natriumrisedronaat 5 mg dagelijks (n=613) en natriumrisedronaat 75 mg op twee 
opeenvolgende dagen per maand (n=616) vergeleken is, blijkt dat de algehele veiligheids- en 
tolerantieprofielen vergelijkbaar zijn. De volgende bijwerkingen zijn daarnaast genoemd door 
onderzoekers als mogelijk of waarschijnlijk gerelateerd aan het geneesmiddel en met een frequentie 
van ten minste 1 % (incidentie groter bij natriumrisedronaat 75 mg dan bij natriumrisedronaat 5 mg 
groep): erosieve gastritis (1,5% vs. 0,8%), braken (1,3% vs. 1,1%), arthralgie (1,5% vs. 1,0%), botpijn 
(1,1% vs. 0,5%) en pijn in de extremiteiten (1,1% vs. 0,5%), acute fase reacties, zoals koorts en/of 
griepachtige symptomen (binnen de 5 dagen na de eerste dosis) (0,6% vs. 0,0%).  
 
Laboratoriumbevindingen  
Bij sommige patiënten is in het begin van de behandeling een voorbijgaande, asymptomatische en 
lichte daling van de serumcalcium- en fosfaatspiegel waargenomen. 
 
Uit postmarketing gegevens zijn de volgende bijwerkingen gekomen (frequentie zelden): 
Atypische supratrochanter en diafysaire femorale breuken (bijwerking bifosfonaatklasse). 
 
De volgende bijkomende bijwerkingen zijn post-marketing gemeld (frequentie niet bekend): 
 
Oogaandoeningen  
Iritis, uveïtis 
 
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen  
Osteonecrose van de kaak 
 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


Huid en onderhuidaandoeningen 
Overgevoeligheid en huidreacties, inclusief angio-oedeem, huiduitslag, urticaria en bulleuze 
huidreacties en leukocytoclastische vasculitis, waarvan sommige ernstig, inclusief geïsoleerde 
meldingen van Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse. Haarverlies. 
 
Immuunsysteemaandoeningen 
Anafylactische reactie. 
 
Lever- en galaandoeningen 
Ernstige leveraandoeningen. In de meeste van de gemelde gevallen werden de patiënten tevens 
behandeld met andere producten waarvan bekend is dat het leveraandoeningen veroorzaakt. 
 
4.9 Overdosering 
 
Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de behandeling van overdosering met 
natriumrisedronaat. 
 
Na substantiële overdosering kan een daling van de serumcalciumspiegel worden verwacht. Bij 
sommige van deze patiënten zouden ook verschijnselen en klachten van hypocalciëmie kunnen 
optreden. 
 
Melk of antacida die magnesium, calcium of aluminium bevatten, dienen te worden toegediend om 
risedronaat te binden en de absorptie van natriumrisedronaat te verminderen. In gevallen van 
substantiële overdosering kan maagspoeling worden overwogen om niet-geabsorbeerd 
natriumrisedronaat te verwijderen. 
 
 
5. FARMACOLOGISCHE 
EIGENSCHAPPEN 
 
5.1 Farmacodynamische 
eigenschappen 
 
Farmacotherapeutische categorie: bisfosfonaten, ATC-code: M05 BA07 
 
Natriumrisedronaat is een pyridinylbisfosfonaat dat zich bindt aan hydroxyapatiet en dat de botafbraak, 
veroorzaakt door osteoclasten, remt. De botomzetting vermindert terwijl de activiteit van de 
osteoblasten en de botmineralisatie behouden blijven. Tijdens het preklinisch onderzoek werd voor 
natriumrisedronaat een potente anti-osteoclasten en botafbraakremmende activiteit aangetoond, waarbij 
de botmassa en de biomechanische skeletsterkte dosisafhankelijk toenamen. De activiteit van 
natriumrisedronaat werd bevestigd door metingen van biochemische markers van de botomzetting 
tijdens de farmacodynamische - en de klinische studies. In studies bij postmenopauzale vrouwen werd 
een daling van de biochemische markers van de botomzetting waargenomen binnen 1 maand na 
starten van de behandeling en deze was na 3-6 maanden maximaal. In een 2-jarig onderzoek waren 
dalingen van biochemische botmarkers (collageen N-telopeptide crosslinks in de urine en botspecifieke 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


alkalische fosfatase in het serum) vergelijkbaar voor natriumrisedronaat 75 mg tabletten op twee 
opeenvolgende dagen per maand en natriumrisedronaat 5 mg dagelijks na 24 maanden. 
 
Behandeling van postmenopauzale osteoporose 
Een aantal risicofactoren wordt geassocieerd met postmenopauzale osteoporose zoals een lage 
botmassa, een lage botmineraaldichtheid (BMD), bestaan van fracturen in het verleden, vroege 
menopauze, een geschiedenis van roken, alcohol consumptie en een familiegeschiedenis van 
osteoporose. Fracturen zijn het klinische gevolg van osteoporose. Het risico op fracturen wordt groter 
naarmate het aantal risicofactoren toeneemt. 
 
Gebaseerd op effecten van de gemiddelde verandering in de BMD van de lumbale wervelkolom is 
aangetoond dat natriumrisedronaat 75 mg (n=524) op twee opeenvolgende dagen per maand 
equivalent is aan natriumrisedronaat 5 mg dagelijks (n=527) in een 2-jarig, dubbelblind, multicenter 
onderzoek bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose. Beide groepen hadden een statistisch 
significant gemiddelde toename van BMD in de lumbale wervelkolom vanaf baseline in maanden 6, 12, 
24 en bij het eindpunt. 
 
Het klinische programma met natriumrisedronaat dagelijks bestudeerde het ef ect van 
natriumrisedronaat op het risico van heup- en wervelfracturen en omvatte vroeg en laat 
postmenopauzale vrouwen, met of zonder fracturen. Dagelijkse doses van 2,5 mg en 5 mg werden 
bestudeerd en alle groepen - met inbegrip van de controlegroepen - kregen calcium en vitamine D 
(wanneer de â€˜baseline’ waarden laag waren). De absolute en relatieve risico’s voor nieuwe wervel- en 
heupfracturen werden door een ‘time-to-first event’ analyse bepaald. 
 
In twee placebo-gecontroleerde studies (n = 3661) werden vrouwen onder de 85 jaar met bestaande 
wervelfracturen geïncludeerd. Natriumrisedronaat 5 mg per dag, gegeven gedurende 3 jaar, 
verminderde het risico van nieuwe wervelfracturen vergeleken met de controlegroep. Bij vrouwen met 
respectievelijk ten minste 2 dan wel ten minste 1 wervelfractuur, nam het relatieve risico af met 
respectievelijk 49 % en 41 % (incidentie van nieuwe wervelfracturen met natriumrisedronaat 
respectievelijk 18,1 % en 11,3 %, met placebo respectievelijk 29,0 % en 16,3 %). Het effect werd reeds 
gezien aan het einde van het eerste jaar behandelen. Voordelen werden ook aangetoond bij vrouwen 
met multipele fracturen bij aanvang van de behandeling. Ook verminderde natriumrisedronaat 5 mg, in 
vergelijking met de controlegroep, het jaarlijkse lengteverlies. 
 
In twee andere placebo-gecontroleerde studies werden postmenopauzale vrouwen ouder dan 70 jaar 
geïncludeerd met of zonder bestaande wervelfracturen. Vrouwen van 70-79 jaar werden geïncludeerd 
met een femurhals BMD T-score < - 3 SD (fabrikantennorm d.w.z. – 2,5 SD wanneer NHANES III wordt 
gebruikt) en ten minste Ã©Ã©n andere risicofactor. Vrouwen â‰¥ 80 jaar oud konden worden geïncludeerd op 
basis van ten minste één niet-skelet gerelateerde risicofactor voor heupfracturen dan wel een lage 
femurhals botmineraaldichtheid. Statistische significantie voor de effectiviteit van risedronaat versus 
placebo werd enkel bereikt na samenvoegen van beide behandelingsgroepen, 2,5 en 5 mg. De 
volgende resultaten zijn gebaseerd op een a posteriori analyse van subgroepen gedefinieerd volgens 
de klinische praktijk en de huidige definities van osteoporose: 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 


-  
In een subgroep patiënten met femurhals BMD T score < - 2,5 SD (NHANES III) en ten minste 
één bestaande wervelfractuur, verminderde natriumrisedronaat – gegeven gedurende 3 jaar – 
het risico van heupfracturen met 46% in vergelijking met de controlegroep (incidentie van 
heupfracturen met natriumrisedronaat in de gecombineerde 2,5 en 5 mg groepen 3,8%, met 
placebo 7,4 %). 

Gegevens suggereren dat er een meer beperkte bescherming zou zijn bij hoogbejaarden 
(≥80 jaar). Dit zou te wijten kunnen zijn aan het stijgende belang van niet-skelet gerelateerde 
factoren met toenemen van de leeftijd, bij het ontstaan van heupfracturen.  
 
In deze studies tonen gegevens – geanalyseerd als secundair eindpunt â€“ een vermindering aan van het 
risico van nieuwe wervelfracturen bij patiënten met een lage femurhals BMD zonder bestaande 
wervelfracturen en bij patiënten met een lage femurhals BMD met of zonder bestaande wervelfracturen. 
 
Natriumrisedronaat 5 mg per dag, gegeven gedurende 3 jaar, verhoogde de BMD t.o.v. de 
controlegroep ter hoogte van de lumbale wervelkolom, femurhals, trochanter en pols en de botdichtheid 
ter hoogte van de midschacht radius werd behouden. 
 
Het remmend effect van natriumrisedronaat op de botomzettingssnelheid was, na een jaar zonder 
behandeling volgend op 3 jaar behandeling met risedronaat 5 mg per dag, snel omkeerbaar. 
 
Botbiopten van postmenopauzale vrouwen die 2 à 3 jaar natriumrisedronaat 5 mg per dag innamen, 
toonden de verwachte gematigde vermindering van de botomzetting. Bot, gevormd tijdens de 
behandeling met natriumrisedronaat, had een normale lamellaire structuur en was normaal 
gemineraliseerd. Deze gegevens, samen met de verminderde incidentie bij postmenopauzale vrouwen 
met osteoporose van osteoporotische fracturen ter hoogte van de wervels, lijken aan te geven dat er 
geen negatief effect is op de botkwaliteit. 
 
Endoscopische bevindingen bij een aantal patiënten met gematigde tot ernstige maagdarmklachten, 
zowel in de natriumrisedronaat- als in de controlegroep, gaven géén aanwijzingen voor het ontstaan 
van, aan de behandeling gerelateerde maag-, duodenum of oesofaguszweren, hoewel duodenitis in 
zeldzame gevallen werd waargenomen in de natriumrisedronaatgroep. 
 
Behandeling van kinderen 
De veiligheid en de werkzaamheid van natriumrisedronaat wordt onderzocht in een nog lopende studie 
bij kinderen van 4 tot 16 jaar met osteogenesis imperfecta. Na afloop van de éénjarige 
gerandomizeerde, dubbelblinde en placebo-gecontrolleerde fase, werd er een statistisch significante 
toename van de lumbale wervelkolom BMD gezien in de risedronaat-groep ten opzichte van de 
placebo-groep; desalniettemin werd er een groter aantal van ten minste 1 nieuwe morfometrische 
vertebrale fracture (geïndentificeerd aan de hand van x-stralen) gezien in de risedronaat-groep ten 
opzichte van de placebo-groep. In het algemeen zijn er geen resultaten die het gebruik van 
natriumrisedronaat bij kinderen met osteogenesis imperfecta kunnen ondersteunen. 
 
5.2 Farmacokinetische 
eigenschappen 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 

10 
 
Absorptie 

Na een orale dosis vindt absorptie relatief snel plaats (tmax ~1 uur). In het onderzochte traject (in studies 
met een enkele dosis tussen 2,5 en 30 mg; in studies met meervoudige doses tussen 2,5 en 5 mg 
dagelijks en tot 75 mg op twee opeenvolgende dagen per maand) is de absorptie onafhankelijk van de 
dosis. De gemiddelde biologische beschikbaarheid na inname van de tablet is 0,63 % en deze neemt af 
wanneer natriumrisedronaat samen met voedsel wordt ingenomen. Als werd ontbeten 30 minuten of 1 
uur na inname van een risedronaattablet daalde de biologische beschikbaarheid respectievelijk met 
50% en 30% vergeleken met een dosis genomen na 4 uur vasten. Het slikken van de 75 mg tablet met 
hard water toonde aan dat de biologische beschikbaarheid daalde met 60% in vergelijking tot zacht 
water. De biologische beschikbaarheid is vergelijkbaar bij mannen en vrouwen. 
 
Distributie 

Het gemiddelde steady-state distributievolume bij de mens bedraagt 6,3 l/kg. De plasmaeiwitbinding 
bedraagt ongeveer 24 %. 
 
Metabolisme 
Er zijn geen aanwijzingen dat natriumrisedronaat systemisch wordt gemetaboliseerd. 
 
Eliminatie 
Ongeveer de helft van de geabsorbeerde dosis wordt binnen 24 uur via de urine uitgescheiden en 85 % 
van een intraveneuze dosis wordt na 28 dagen in de urine teruggevonden. De gemiddelde renale 
klaring is 105 ml/min en de gemiddelde totale klaring 122 ml/min. Het verschil in klaring kan 
waarschijnlijk worden toegeschreven als gevolg van adsorptie aan het bot. De renale klaring is 
onafhankelijk van de concentratie en er bestaat een lineair verband tussen renale en creatinineklaring. 
Niet-geabsorbeerd natriumrisedronaat wordt onveranderd in de feces uitgescheiden. Na orale 
toediening vertoont het concentratie-tijdprofiel drie eliminatiefasen met een terminale halfwaardetijd van 
480 uur. 
 
Bijzondere Populatie: 
Ouderen  

aanpassing van de dosering is niet nodig. 
 
Acetylsalicylzuur- en NSAID-gebruikers 
Bij regelmatige inname van acetylsalicylzuur of NSAID’s (3 dagen of meer per week) was de incidentie 
van bijwerkingen ter hoogte van het bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal bij patiënten 
behandeld met natriumrisedronaat vergelijkbaar met de incidentie bij de controlepatiënten. 
 
5.3 
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek 
 
In de toxicologische studies met natriumrisedronaat bij rat en hond, werden dosisafhankelijke toxische 
effecten op de lever gezien die zich voornamelijk uitten als verhoogde enzymwaarden met histologische 
veranderingen in de rat. De klinische betekenis van deze waarnemingen is niet bekend. Toxische 
invloeden op de testes werden waargenomen bij ratten en honden na blootstelling die boven de 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 

11 
menselijke therapeutische blootstelling lag. Dosis gerelateerd voorkomen van irritatie van de bovenste 
luchtwegen werd regelmatig vastgesteld bij knaagdieren. Soortgelijke effecten zijn vastgesteld met 
andere bisfosfonaten. Effecten op de lagere luchtwegen werden ook vastgesteld bij knaagdieren na 
inname over een langere periode, maar de klinische betekenis van deze bevindingen is onduidelijk. In 
reproductie toxiciteitstudies vertoonden foetussen van behandelde vrouwelijke ratten veranderingen in 
de ossificatie van het sternum en/of de schedel, bij doses die de klinische benaderden. Bij drachtige 
ratten kwam hypocalciëmie voor en mortaliteit bij diegenen die mochten werpen. Er is geen bewijs van 
teratogenese bij 3,2 mg/kg/dag bij ratten en 10 mg/kg/dag bij konijnen, doch slechts gegevens van een 
beperkt aantal konijnen zijn beschikbaar. Toxiciteit bij de moeder belette het testen van hogere doses. 
De studies betreffende genotoxiciteit en carcinogenese wijzen niet op specifieke risico’s voor de mens. 
 
 
6. FARMACEUTISCHE 
GEGEVENS 
 
6.1 
Lijst van hulpstoffen 
 
Tabletkern: 
Lactosemonohydraat 
Maïszetmeel 
Zetmeel, gepregelatineerd (maïs) 
Silica, colloïdaal anhydraat 
Natriumstearylfumaraat 
Magnesiumstearaat 
 
Filmomhulling: 
Opadry Pink 03B34103 bevattende: 
Hypromellose 6 cP 
Titaniumdioxide (E171) 
Macrogol 400 
IJzeroxide rood (E172) 
 
 
6.2 
Gevallen van onverenigbaarheid 
 
Niet van toepassing. 
 
6.3 Houdbaarheid 
 
3 jaar 
 
6.4 
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren 
 
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities. 
 
6.5 
Aard en inhoud van de verpakking 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 

   
Gerenvooieerde versie 
RISEDRONAATNATRIUM 75 MG TEVA 
filmomhulde tabletten 
 
MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS 
Datum 
: 4 mei 2012 
1.3.1 : 
productinformatie 
Bladzijde 

12 
 
Transparante PVC/PVdC-Aluminium blisters in een kartonnen doosje.  
Blistersverpakkingen bevatten 2, 4, 6, 8 of 12 filmomhulde tabletten. 
 
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht. 
 
6.6 Speciale 
voorzorgsmaatregelen 
voor 
het verwijderen en andere instructies 
 
Geen bijzondere vereisten. 
 
 
7. 
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
Teva Nederland BV 
Swensweg 5 
2031 GA  Haarlem 
Nederland 
 
 
8. 
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN 
 
RVG 106825 
 
 
9. 
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE 
VERGUNNING 
 
30 juni 2011 
 
 
10. 
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 
 
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 6.3; 6 augustus 2012 
 
 
0512.3v.JK 
 
 
rvg 106825 SPC 0512.3v.JKren 
 





« Vorige
[Risedronaatnatrium Jubilant Wekelijks 35 mg filmomhulde tabletten]
Volgende »
[Risedronaatnatrium 75 mg Teva, filmomhulde tabletten]