Bestanden
Home > Bestanden


Voltaren 75 mg/3 ml, oplossing voor injectie 25 mg/ ml

RegistratienummerRVG 07460
Farmaceutische vormOplossing voor injectie
ToedieningswegParenteraal
ATCM01AB05 - Diclofenac
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum21 december 1977
RegistratiehouderNovartis Pharma B.V.
Raapopseweg 1
6824 DP ARNHEM
Werkzame stof(fen)DICLOFENAC NATRIUM
SAMENSTELLING
overeenkomend met
DICLOFENAC
Hulpstof(fen)BENZYLALCOHOL (E 1519)
40 mg/ml
MANNITOL (D-) (E 421)
NATRIUMHYDROXIDE (E 524)
NATRIUMMETABISULFIET (E 223)
PROPYLEENGLYCOL (E 1520)
200 mg/ml
STIKSTOF (HEAD SPACE) (E 941)
WATER VOOR INJECTIE
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter

























SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN




2008-PSB/GLC-0150-s

1. NAAM
VAN
HET
GENEESMIDDEL
Voltaren 75 mg/3 ml, oplossing voor injectie 25 mg/ml


2. KWALITATIEVE
EN
KWANTITATIEVE
SAMENSTELLING
Elke ampul Voltaren oplossing voor injectie bevat 75 mg diclofenacnatrium per 3 ml.
De oplossing voor injectie bevat 120 mg benzylalcohol per 3 ml.
De oplossing voor injectie bevat 2 mg natriummetabisulfiet per 3 ml.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM
Oplossing voor injectie.
De oplossing voor injectie is een kleurloze tot lichtgele oplossing in een glazen ampul.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties
Intramusculaire injectie
Als aanvangs- of acute therapie bij:
-
Acute, ernstige pijn tengevolge van inflammatoire en degeneratieve vormen van reuma:
chronische polyarthritis, artrose met inbegrip van spondylartrose.
-
Periarthritis humeroscapularis.
-
Acute jichtaanvallen.
-
Nierkoliek.
-
Galkoliek.
Pijnlijke postoperatieve en posttraumatische ontsteking en zwelling.
Intraveneuze infusie
Behandeling van matige tot ernstige postoperatieve pijn in het ziekenhuis.

4.2 Dosering en wijze van toediening
Het wordt aanbevolen om de dosis individueel aan te passen en de laagst effectieve dosering te geven
gedurende een zo kort mogelijke periode.
Volwassenen
De behandeling met Voltaren oplossing voor injectie dient slechts enige dagen te duren en vervolgens
zo nodig met diclofenacnatrium tabletten of zetpillen te worden voortgezet.
Intramusculaire injectie
Dosering
De dosering bedraagt in het algemeen 1 ampul van 75 mg Voltaren oplossing voor injectie per dag.
Wijze van toediening
Men dient de volgende aanwijzingen voor de intramusculaire injectie strikt op te volgen om schade
aan een zenuw of ander weefsel op de plaats van de injectie te voorkůmen.
Voltaren oplossing voor injectie wordt diep intragluteaal in het bovenste buitenkwadrant van de bil
toegediend. In ernstige gevallen (bijvoorbeeld bij kolieken of acute jicht) kunnen bij wijze van
uitzondering ook twee injecties per dag, met een tussenpoos van enige uren, gegeven worden (van
injectieplaats wisselen). Een andere mogelijkheid is Voltaren oplossing voor injectie te combineren
met andere toedieningsvormen van diclofenacnatrium (tabletten, zetpillen) tot een dosis van hoogstens
150 mg per dag.

Intraveneuze infusie
Dosering
Voor de behandeling van matige tot ernstige postoperatieve pijn dient 75 mg geÔnfundeerd te worden
over een periode van 30 minuten tot 2 uur. Indien nodig kan de behandeling na enkele uren worden
herhaald, maar men mag een dosis van 150 mg binnen 24 uur niet overschrijden.
Als alternatief kan een oplaaddosis van 25 mg tot 50 mg geÔnfundeerd worden over een periode van 15
minuten tot 1 uur, gevolgd door een infusie van circa 5 mg per uur tot een maximale dagelijkse dosis
van 150 mg.
Wijze van toediening
Voltaren mag niet worden gegeven als een intraveneuze bolusinjectie.
Onmiddellijk voor gebruik moet Voltaren oplossing voor injectie worden verdund volgens de
volgende instructies:
Afhankelijk van de geplande duur van de infusie dient aan 100 tot 500 ml fysiologisch zout (NaCl-
oplossing 0,9%) of glucose-oplossing 5% een natriumbicarbonaatoplossing voor injectie te worden
toegevoegd (0,5 ml van een 8,4%-oplossing, 1 ml van een 4,2%-oplossing of een hiermee
overeenkomend volume van een andere concentratie) uit een net geopende verpakking. Aan deze
oplossing wordt de inhoud van een ampul Voltaren oplossing voor injectie toegevoegd. Men dient
uitsluitend heldere oplossingen te gebruiken. Indien kristallen of neerslag gezien worden, dient men de
infuusoplossing niet te gebruiken (zie ook rubriek 6.2 en 6.3).
Indien de duur van de infusie van het gemengde product meer dan 12 uur zal bedragen, dient het
bijmengen onder aseptische omstandigheden plaats te vinden.
Ouderen
Oudere patiŽnten moeten worden behandeld met de laagste dosis die nog effectief is (zie ook rubriek
4.4).
Kinderen
Voltaren oplossing voor injectie is niet geschikt voor de behandeling van kinderen vanwege de sterkte
van de dosering.
Bovendien bevat Voltaren oplossing voor injectie benzylalcohol. Benzylalcohol kan toxische en
anafylactoÔde reacties veroorzaken. Hierdoor mag Voltaren oplossing voor injectie niet gebruikt
worden bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.

4.3 Contra-indicaties
-
Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor ťťn van de hulpstoffen.
-
Voorgeschiedenis van gastrointestinale bloedingen of perforaties, gerelateerd aan een eerdere
NSAID-behandeling.
-
Actieve of een geschiedenis van terugkerende maagzweren of ≠bloedingen (2 of meer duidelijke
episodes van een bewezen zweer of bloeding).
-
Laatste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.6).
-
Zoals ook geldt voor andere NSAID's, is Voltaren gecontraÔndiceerd bij astmatische patiŽnten,
bij wie na het gebruik van acetylsalicylzuur of andere NSAID's een astma-aanval, urticaria of
acute rhinitis opgetreden is.
-
PatiŽnten met een cerebrovasculaire bloeding, of andere actieve bloedingen of
bloedingsstoornissen.
-
PatiŽnten met bloeddyscrasieŽn.
-
PatiŽnten met beenmergdepressie.
-
Ernstig lever-, nier- of hartfalen (zie rubriek 4.4).


4.4 Bijzondere
waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik
Waarschuwingen
Gastrointestinale bloedingen, ulceraties of perforaties, die fataal kunnen zijn, zijn gemeld voor alle
NSAID's, waaronder diclofenac, en kunnen optreden op ieder moment tijdens de behandeling, met of
zonder waarschuwingssymptomen of een voorgeschiedenis van ernstige gastrointestinale voorvallen.
Over het algemeen zijn bij oudere patiŽnten de gevolgen ernstiger. Indien bij de behandeling met
Voltaren gastrointestinale bloedingen of ulceraties optreden, moet de medicatie worden gestaakt.
Ernstige huidreacties, sommige met fatale afloop, waaronder exfoliatieve dermatitis, Stevens-Johnson-
syndroom en toxische epidermale necrolyse zijn zeer zelden gerapporteerd in relatie tot het gebruik
van NSAID's (zie rubriek 4.8). PatiŽnten lijken het grootste risico op deze reacties te lopen aan het
begin van de behandeling: de eerste symptomen van de reactie traden in de meeste gevallen op in de
eerste maand van de behandeling. De behandeling met Voltaren dient stopgezet te worden bij de eerste
tekenen van huiduitslag, mucosalaesies of bij enig ander teken van overgevoeligheid.
Zoals ook geldt voor andere NSAID's kunnen in zeldzame gevallen allergische reacties, waaronder
anafylactische/anafylactoÔde reacties, optreden met diclofenac, ook zonder dat de patiŽnt vroeger met
het geneesmiddel in contact is geweest.
Zoals ook geldt voor andere NSAID's kan Voltaren op grond van zijn farmacodynamische
eigenschappen de tekenen en symptomen van een infectie maskeren.

Voorzorgen
Algemeen
Het gelijktijdig gebruik van Voltaren met systemische NSAID's, waaronder selectieve cyclo-
oxygenase-2 (COX-2)-remmers, dient te worden vermeden vanwege het gebrek aan bewijs voor een
synergistisch voordeel en de mogelijkheid van het optreden van additieve bijwerkingen.
Indien gebruik gemaakt wordt van de laagst effectieve dosering, gedurende een zo kort mogelijke
periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een minimum beperkt
blijven (zie rubriek 4.2 en gastrointestinale en cardiovasculaire risico's hieronder).
Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van ouderen. Het wordt vooral aanbevolen, om bij
tengere oudere patiŽnten of bij ouderen met een laag lichaamsgewicht, de laagste dosis toe te passen,
die nog werkzaam is. Bij oudere patiŽnten is het waarschijnlijker dat ze een verminderde nier-,
cardiovasculaire- of leverfunctie hebben. Daarom is nauwgezette controle vereist.
Voltaren dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiŽnten met systemische lupus
erythematodes en MCTD (mixed connective tissue disease).
Het gebruik van Voltaren kan, net als ieder ander geneesmiddel waarvan bekend is dat het de cyclo-
oxygenase/prostaglandinesynthese remt, de fertiliteit verminderen en wordt daarom niet aanbevolen
bij vrouwen die proberen in verwachting te raken. Bij vrouwen die problemen hebben met het in
verwachting raken of die onderzocht worden vanwege infertiliteit, dient beŽindiging van de
behandeling met Voltaren overwogen te worden.
Voltaren oplossing voor injectie bevat benzylalcohol. Daarom dient het niet te worden gebruikt bij te
vroeg geboren kinderen of pasgeborenen. Het kan toxische reacties en anafylactoÔde reacties
veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.
Voltaren oplossing voor injectie bevat natriummetabisulfiet. Natriummetabisulfiet kan in zeldzame
gevallen ernstige overgevoeligheidsreacties en bronchospasme veroorzaken.
PreŽxistent astma
Bij patiŽnten met astma, seizoensgebonden allergische rhinitis, zwelling van de neusmucosa
(bijvoorbeeld neuspoliepen), chronisch obstructieve longaandoeningen of een chronische infectie van
de luchtwegen (in het bijzonder wanneer gerelateerd aan allergische rhinitis-achtige symptomen)

komen reacties op NSAID's, zoals astma-exacerbaties (zogenaamde intolerantie voor
analgetica/analgetica-astma), Quincke-oedeem of urticaria vaker voor dan bij andere patiŽnten.
Daarom worden speciale voorzorgen geadviseerd bij deze patiŽnten (gereedheid bij noodgeval). Dit is
ook van toepassing op patiŽnten die allergisch zijn voor andere middelen, bijvoorbeeld met
huidreacties, pruritus of urticaria,.
Gastrointestinale effecten
Zoals bij alle NSAID's, waaronder diclofenac, is een nauwlettende medische controle vereist en
bijzondere voorzichtigheid geboden bij het voorschrijven van Voltaren aan patiŽnten met symptomen
die duiden op gastrointestinale aandoeningen, zweren of perforaties of met een voorgeschiedenis, die
duidt op een maag- of darmzweer, bloeding of perforatie (zie rubriek 4.8). Het risico op een
gastrointestinale bloeding is groter naarmate de dosering van het NSAID hoger is en, bij patiŽnten met
een voorgeschiedenis van ulcera, met name als er complicaties als bloedingen of perforaties zijn
opgetreden en bij ouderen.
Om het risico op gastrointestinale toxiciteit te verminderen bij patiŽnten met een voorgeschiedenis van
een ulcus, in het bijzonder wanneer er complicaties als bloedingen of perforaties zijn opgetreden en bij
ouderen, dient de behandeling te worden gestart en gecontinueerd met de laagste effectieve dosis.
Combinatietherapie met beschermende middelen (zoals protonpompremmers of misoprostol) dient in
overweging te worden genomen voor deze patiŽnten en ook voor patiŽnten, die gelijktijdig
geneesmiddelen moeten gebruiken die een lage dosis acetylsalicylzuur bevatten of andere
geneesmiddelen die het gastrointestinale risico waarschijnlijk vergroten.
PatiŽnten met een voorgeschiedenis van gastrointestinale toxiciteit, in het bijzonder ouderen, dienen
ieder ongewoon abdominaal symptoom te melden (in het bijzonder gastrointestinale bloedingen).
Voorzichtigheid is geboden bij patiŽnten, die gelijktijdig geneesmiddelen gebruiken, die het risico op
een ulceratie of bloeding kunnen vergroten, zoals systemische corticosteroÔden, anticoagulantia,
antitrombotica of selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) (zie rubriek 4.5).
NSAID's moeten voorzichtig worden gegeven aan patiŽnten met colitis ulcerosa of de ziekte van
Crohn, aangezien hun toestand kan verergeren (zie rubriek 4.8).
Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten
PatiŽnten met een geschiedenis van hypertensie en/of een lichte of gematigde vorm van congestief
hartfalen moeten nauwlettend gecontroleerd en geadviseerd worden aangezien vochtretentie en
oedeemvorming zijn gerapporteerd in associatie met een therapie met NSAID's.
Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, in het bijzonder bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij een langdurige behandeling,
geassocieerd kan worden met een klein toegenomen risico op trombose in de arteriŽn (bijvoorbeeld
myocardinfarct of beroerte).
PatiŽnten met hypertensie, die niet onder controle is, congestief hartfalen, vastgestelde ischemische
hartziekte, perifere ziekte van de arteriŽn en/of cerebrovasculaire ziekte dienen alleen behandeld te
worden met Voltaren na zorgvuldige overweging. Dezelfde overweging dient gemaakt te worden vůůr
een langdurige behandeling wordt gestart bij patiŽnten met risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte
(bijvoorbeeld hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus en roken).
Hepatische effecten
Nauwlettende medische controle is vereist wanneer Voltaren wordt voorgeschreven aan patiŽnten met
een verminderde leverfunctie, aangezien hun toestand kan verergeren.
Zoals bij andere NSAID's, waaronder diclofenac, kan de waarde van ťťn of meerdere leverenzymen
toenemen. Bij langere therapieduur met Voltaren is regelmatige controle van de leverfunctie als
voorzorgsmaatregel aan te bevelen. Indien er abnormale uitkomsten van de leverfunctietesten blijven
bestaan of als de resultaten slechter worden, als zich klinische tekenen of symptomen ontwikkelen die
wijzen op een leverziekte of als er andere verschijnselen optreden (bijvoorbeeld eosinifilie,
huiduitslag, enz.), dient de behandeling met Voltaren te worden gestaakt. Hepatitis kan zonder
prodromale verschijnselen optreden bij het gebruik van diclofenac.

Bij patiŽnten met hepatische porfyrie mag Voltaren slechts met voorzichtigheid worden toegepast,
omdat het een aanval van acute porfyrie kan uitlokken.
Renale effecten
Aangezien vochtretentie en oedeem gemeld zijn in relatie tot NSAID gebruik, waaronder diclofenac, is
bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiŽnten met een verminderde hart- of nierfunctie, een
voorgeschiedenis van hypertensie, bij ouderen en bij patiŽnten, die tegelijkertijd behandeld worden
met diuretica of geneesmiddelen, die een significante invloed hebben op de nierfunctie. Dit geldt ook
voor patiŽnten met substantieel extracellulair volumeverlies door welke oorzaak dan ook,
bijvoorbeeld in de peri- of postoperatieve fase van grote chirurgische ingrepen (zie rubriek 4.3). In
zulke gevallen moet de nierfunctie van de met Voltaren behandelde patiŽnten daarom zorgvuldig
worden gecontroleerd. Na staking van de therapie treedt meestal herstel op van de toestand vůůr de
behandeling.
Als NSAID's, waaronder Voltaren, gecombineerd met diuretica, ACE-remmers of angiotensine-II-
receptor-antagonisten kan het risico op verslechtering van de nierfunctie, waaronder mogelijk acuut
nierfalen, bij sommige patiŽnten verhoogd zijn, vooral als de nierfunctie al verminderd is (zie rubriek
4.5).
Hematologische effecten
Zoals ook bij andere NSAID's, wordt bij langdurige behandeling met Voltaren controle van het
bloedbeeld aanbevolen.
Evenals andere NSAID's kan het gebruik van Voltaren tijdelijk de trombocytenaggregatie remmen en
de bloedingstijd verlengen PatiŽnten met hemostatische afwijkingen dienen zorgvuldig te worden
gecontroleerd.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Lithium
Bij gelijktijdig gebruik kan diclofenac de plasmaspiegel van lithium verhogen. Controle van de lithium
serumconcentratie wordt aanbevolen.
Digoxine
Bij gelijktijdig gebruik kan diclofenac de plasmaspiegel van digoxine verhogen. Controle van de
digoxine serumconcentratie wordt aanbevolen.
Diuretica en antihypertensiva
NSAID's, waaronder diclofenac, kunnen de werking van diuretica en antihypertensiva verminderen.
Daarom dient deze combinatie met voorzichtigheid te worden toegepast en dient de bloeddruk van
patiŽnten en in het bijzonder ouderen periodiek te worden gecontroleerd. Als NSAID's, waaronder
diclofenac, gecombineerd worden met diuretica, ACE-remmers of angiotensine-II-receptor-
antagonisten kan het risico op verslechtering van de nierfunctie, waaronder mogelijk acuut nierfalen
(dat gewoonlijk reversibel is), bij sommige patiŽnten verhoogd zijn, vooral als de nierfunctie al
verminderd is (bijvoorbeeld ouderen of gedehydrateerde patiŽnten). Daarom dient deze combinatie
met voorzorg te worden gegeven, vooral aan ouderen. PatiŽnten dienen voldoende te worden
gehydrateerd en controle van de nierfunctie dient in overweging te worden genomen na het starten van
gelijktijdige behandeling en geregeld daarna. Een gelijktijdige behandeling met kaliumsparende
geneesmiddelen kan tot verhoogde kaliumconcentraties in het serum leiden, wat het noodzakelijk
maakt die gehaltes regelmatig te bepalen (zie rubriek 4.4).
Andere NSAID's en corticosteroÔden
Gelijktijdige toediening van diclofenac met andere systemische NSAID's of corticosteroÔden kan de
frequentie van gastrointestinale bijwerkingen verhogen (zie rubriek 4.4). Gelijktijdige toediening van
acetylsalicylzuur verlaagt de plasmaconcentratie van diclofenac, zonder van invloed te zijn op het
klinische effect.
Anticoagulantia en thrombocytenaggregatieremmers
Voorzichtigheid is geboden, aangezien gelijktijdige behandeling het risico op een bloeding kan
vergroten (zie rubriek 4.4). Hoewel klinische onderzoeken niet aantonen dat diclofenac de werking

van anticoagulantia beÔnvloedt, zijn er op zichzelf staande meldingen van een verhoogd risico op
hemorragie bij patiŽnten die gelijktijdig diclofenac en anticoagulantia kregen. Nauwgezette controle
van zulke patiŽnten wordt daarom aanbevolen.
Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's)
Gelijktijdige toediening van systemische NSAID's, waaronder diclofenac, en SSRI's kan het risico op
gastrointestinale bloedingen vergroten (zie rubriek 4.4).
Antidiabetica
Klinische studies hebben aangetoond, dat diclofenac samen met orale antidiabetica kan worden
toegepast zonder hun klinische effect te beÔnvloeden. Er zijn echter incidentele meldingen, dat bij
gelijktijdige behandeling met diclofenac hyper- of hypoglykemische effecten optraden, die een
wijziging van de dosis van de antidiabetica nodig maakten. Daarom wordt controle van de
bloedglucosewaarden aanbevolen als voorzorgsmaatregel bij gelijktijdige behandeling.
Methotrexaat
Diclofenac kan de tubulaire renale klaring van methotrexaat remmen met het risico op verhoogde
methotrexaatblootstelling.Voorzichtigheid is geboden, wanneer diclofenac minder dan 24 uur vůůr of
nŠ een behandeling met methotrexaat wordt toegediend, omdat de bloedspiegel van methotrexaat kan
stijgen en de toxiciteit van deze stof daardoor kan toenemen.
Ciclosporine
Evenals bij andere NSAID's kan diclofenac door zijn effect op renale prostaglandinen een verhoogde
nefrotoxiciteit van ciclosporine veroorzaken. Bovendien is gemeld dat ciclosporine de
plasmaconcentraties van diclofenac met 100% kan verhogen. Daarom dient diclofenac in een lagere
dosering te worden gegeven dan die gebruikt zou worden bij patiŽnten die geen ciclosporine
gebruiken.
Chinolonen
Er zijn geÔsoleerde meldingen van convulsies welke kunnen zijn veroorzaakt door het gelijktijdig
gebruik van chinolonen en NSAID's.
Colestipol en colestyramine
Colestipol/colestyramine kan de absorptie van diclofenac vertragen of verminderen. Daarom wordt
aanbevolen om Voltaren ten minste 1 uur vůůr of 4 tot 6 uur na toediening van
colestipol/colestyramine in te nemen.

4.6 Zwangerschap
en
borstvoeding
Zwangerschap
Remming van de prostaglandinesynthese kan de zwangerschap en/of de embryonale/foetale
ontwikkeling nadelig beÔnvloeden. Gegevens uit epidemiologisch onderzoek suggereren een verhoogd
risico op miskramen en op cardiale malformaties en gastroschisis na het gebruik van
prostaglandinesyntheseremmers in de vroege fase van de zwangerschap. Het absolute risico op
cardiovasculaire malformatie werd verhoogd van minder dan 1% tot ongeveer 1,5%. Er wordt
aangenomen dat het risico toeneemt met de dosering en duur van de behandeling. Het toedienen van
prostaglandinesyntheseremmers bij dieren resulteerde in een verhoogd pre- en post-implantatie verlies
en embryo-foetale letaliteit. Daarnaast werd een verhoogde incidentie van diverse malformaties,
waaronder cardiovasculaire, gemeld bij dieren die een prostaglandinesyntheseremmer hadden
gekregen gedurende de periode van organogenese. Uit standaard preklinische dierstudies is gebleken
dat er geen bewijs is, dat diclofenac mogelijk teratogeen is in muizen, ratten of konijnen. Tijdens het
eerste en tweede trimester van de zwangerschap moet Voltaren niet worden gebruikt tenzij dit
duidelijk noodzakelijk is. Als Voltaren wordt gebruikt door een vrouw die probeert zwanger te
worden, of tijdens het eerste of tweede trimester van de zwangerschap, dan dient de dosering zo laag
mogelijk gehouden te worden en de behandeling dient zo kort mogelijk te duren.
Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de
foetus blootstellen aan:

-
cardiopulmonaire toxiciteit (voortijdig sluiten van de ductus arteriosus en pulmonaire
hypertensie;
-
renale disfunctie, wat zich kan ontwikkelen tot renaal falen met oligo-hydroamniose;
-
de moeder en neonaat, aan het eind van de zwangerschap blootstellen aan;
-
mogelijk verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie effect dat zelfs bij zeer lage
doseringen kan voorkomen;
-
remming van de contractie van de uterus wat resulteert in een uitgestelde of verlengde
bevalling.
Tengevolge hiervan is Voltaren oplossing voor injectie gecontraÔndiceerd tijdens het derde trimester
van de zwangerschap.
Voltaren oplossing voor injectie bevat benzylalcohol. Benzylalcohol kan de placenta passeren. Er
moet rekening worden gehouden met de mogelijke toxiciteit voor prematuren na toediening van
benzylalcohol-bevattende preparaten vlak voor of tijdens de bevalling of keizersnede.
Borstvoeding
Diclofenac gaat in zeer geringe hoeveelheden over in de moedermelk. Ongewenste effecten op de
zuigeling worden niet verwacht. Voltaren kan tijdens lactatie in de gebruikelijke doseringen worden
gegeven.
Vruchtbaarheid
Het gebruik van Voltaren oplossing voor injectie kan de vruchtbaarheid van vrouwen nadelig
beÔnvloeden en wordt niet aanbevolen bij vrouwen die proberen zwanger te worden. Bij vrouwen die
problemen hebben bij het zwanger worden of die onvruchtbaarheidsonderzoeken ondergaan, moet
onthouding van Voltaren oplossing voor injectie overwogen worden.

4.7 BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
PatiŽnten die tijdens het gebruik van Voltaren visusstoornissen, duizeligheid, vertigo, somnolentie of
andere stoornissen van het centrale zenuwstelsel ervaren, moeten ervan afzien een voertuig te
besturen of machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen worden gerangschikt in volgorde van frequentie, de meest frequente eerst, gebruik
makend van volgende overeenkomst:
zeer vaak (>1/10);
vaak (>1/100, 1/10);
soms (>1/1.000, 1/100);
zelden (>1/10.000, 1/1.000);
zeer zelden (1/10.000).
De volgende bijwerkingen zijn waargenomen bij Voltaren oplossing voor injectie en/of andere
farmaceutische toedieningsvormen van diclofenac bij kort of langdurig gebruik.
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Infecties en parasitaire aandoeningen
Zelden:
Abces op de plaats van injectie.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Zelden:
Trombocytopenie, leukopenie, anemie (waaronder hemolytische en aplastische
anemie), agranulocytose.

Immuunsysteemaandoeningen
Zelden:
Overgevoeligheid, anafylactische en anafylactoÔde reacties (waaronder hypotensie

en shock), angioneurotisch oedeem (waaronder gezichtsoedeem).

Psychische stoornissen
Zelden:
DesoriŽntatie, depressie, slapeloosheid, nachtmerries, prikkelbaarheid,
psychotische aandoeningen, angst.

Zenuwstelselaandoeningen

Vaak: Hoofdpijn,
duizeligheid.
Zelden: Slaperigheid,
paresthesie,
geheugenstoornissen, convulsies, tremor, aseptische
meningitis, smaakstoornissen, cerebrovasculair accident.

Oogaandoeningen
Zelden:
Visusstoornissen, wazig zien, diplopie.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Vaak: Vertigo.
Zelden:
Tinnitus, beschadigd gehoor.

Hartaandoeningen
Zelden: Palpitaties,
pijn op de borst, hartfalen, myocardinfarct.

Bloedvataandoeningen
Zelden: Hypertensie,
vasculitis.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Zelden:
Astma (inclusief dyspneu), pneumonitis.

Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak:
Misselijkheid, braken, diarree, dyspepsie, buikpijn, flatulentie, anorexie.
Zelden:
Gastritis, gastrointestinale bloeding, haematemesis, bloederige diarree, melaena,
gastrointestinale ulcera (met of zonder bloeding of perforatie), colitis (waaronder
hemorragische colitis en exacerbatie van colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn),
obstipatie, stomatitis, glossitis, oesofageale afwijking, diafragma-achtige
intestinale vernauwing, pancreatitis.

Lever- en galaandoeningen
Vaak:
Verhoging van transaminases.
Zelden:
Hepatitis, geelzucht, leverafwijking, fulminante hepatitis.
Zeer zelden:
Levernecrose, leverfalen.

Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: Uitslag.

Zelden
Urticaria, vorming van blaasjes, eczeem, erytheem, erythema multiforme, Stevens-
Johnson syndroom, toxische epidermale necrolyse (Lyell's syndroom),
exfoliatieve dermatitis, haaruitval, fotosensibilisatie, purpura, (waaronder
allergische purpura), pruritus.

Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden: Acuut
nierfalen,
hematurie,
proteÔnurie, nefrotisch syndroom, interstitiŽle nefritis,
renale papillaire necrose.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Vaak:
Reactie op de plaats van injectie, pijn op de plaats van injectie, induratie op de
plaats van injectie.
Zelden:
Oedeem, necrose op de plaats van injectie.

Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, vooral bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij langdurig gebruik, geassocieerd kan
worden met een toegenomen risico op trombose in de arteriŽn (bijvoorbeeld myocardinfarct of
beroerte) (zie rubriek 4.4).

4.9 Overdosering
Symptomen
Er is geen typisch symptomenbeeld na overdosering met Voltaren. Overdosering kan symptomen
veroorzaken zoals braken, gastrointestinale bloeding, diarree, duizeligheid, tinnitus of convulsies. In
het geval van een aanzienlijke vergiftiging kunnen acuut nierfalen en leverschade optreden.
Behandeling
De behandeling van acute vergiftigingen met NSAID's, waaronder diclofenac, bestaat uit
ondersteunende maatregelen en symptomatische behandeling. Ondersteunende maatregelen en
symptomatische behandeling dienen te worden gegeven bij complicaties als hypotensie, nierfalen,
convulsies, gastrointestinale stoornissen en ademhalingsdepressie.
Specifieke maatregelen, zoals geforceerde diurese, dialyse of hemoperfusie zijn vermoedelijk van geen
nut voor de eliminatie van NSAID's, waaronder diclofenac, tengevolge van de hoge proteÔnebinding
en het intensieve metabolisme van deze geneesmiddelen.
Er kan worden overwogen actieve kool te geven na inname van een potentieel toxische overdosering
of de maag te legen (bijvoorbeeld braken, maagspoelen) na inname van een potentieel
levensbedreigende overdosering.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Niet-steroÔde anti-inflammatoire en antireumatische middelen,
azijnzuurderivaten en verwante verbindingen, ATC code: M01A B05.
Voltaren bevat de prostaglandinesynthetaseremmende stof diclofenacnatrium. Dit is een
fenylazijnzuurderivaat met antiflogistische, antipyretische en analgetische eigenschappen.
Een belangrijk deel van het werkingsmechanisme wordt toegeschreven aan de (tijdens onderzoek
aangetoonde) remming van de biosynthese van prostaglandinen. Prostaglandinen spelen een
belangrijke rol bij het ontstaan van ontstekingen, pijn en koorts.
De ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen van Voltaren komen bij reumatische ziekten
klinisch tot uiting in een duidelijke verbetering van klachten, zoals pijn bij rust, pijn bij beweging,
ochtendstijfheid, gewrichtszwelling en in een verbetering van de functie.
Bij pijnlijke postoperatieve en posttraumatische ontsteking en zwelling brengt Voltaren een snelle
afname teweeg van spontane pijn en pijn bij beweging en een vermindering van ontsteking en
zwelling.
Voltaren oplossing voor injectie kan worden gebruikt wanneer een acuut effect gewenst is.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen

Absorptie
Ongeveer 20 minuten na een intramusculaire injectie van 75 mg diclofenac wordt een gemiddelde
maximale plasmaconcentratie van 2,5 microgram/ml (8 micromol/l) bereikt. De hoeveelheid die
geabsorbeerd wordt is rechtevenredig met de toegediende dosis.
Indien 75 mg diclofenac wordt toegediend als een intraveneuze infusie over 2 uur, is de gemiddelde
maximale plasmaconcentratie ongeveer 1,9 microgram/ml (5,9 micromol/l). Een kortere infusieduur
resulteert in hogere maximale plasmaconcentraties, terwijl bij een langere infusieduur na 3 tot 4 uur
plateau-concentraties worden bereikt die proportioneel zijn met de infusiesnelheid. Na een
intramusculaire injectie of na de toediening van maagsapresistente tabletten of zetpillen dalen de
plasmaconcentraties daarentegen snel nadat ze een maximum hebben bereikt.
De biologische beschikbaarheid na intramusculaire of intraveneuze toediening is ongeveer tweemaal
zo groot als wanneer orale of rectale toediening van een even grote dosis heeft plaatsgevonden, omdat
bij de orale of rectale toediening van Voltaren ongeveer de helft van de hoeveelheid werkzame stof
tijdens de eerste passage door de lever gemetaboliseerd wordt ("first-pass" effect).
Het farmacokinetische gedrag van Voltaren blijft ook bij herhaalde toedieningen onveranderd. Er
ontstaat geen cumulatie, mits de aanbevolen doseringsintervallen in acht genomen worden.
Verdeling
Diclofenac wordt voor 99,7% aan serumproteÔnen, voornamelijk aan albumine (99,4%), gebonden.
Het berekende schijnbare verdelingsvolume bedraagt 0,12 tot 0,17 l/kg.
Diclofenac gaat in de synoviale vloeistof over, waar 2 tot 4 uren nadat de piekplasmaconcentraties
bereikt zijn, maximale waarden worden gemeten. De schijnbare eliminatiehalfwaardetijd uit de
synoviale vloeistof is 3 tot 6 uur. Twee uur na het bereiken van de piekplasmaconcentraties, zijn de
concentraties van de werkzame stof daardoor in de synoviale vloeistof hoger dan in het plasma en deze
blijven hoger tot 12 uur na de toediening.
Diclofenac en zijn metabolieten passeren de placenta en sporen diclofenac worden gevonden in de
borstvoeding van lacterende vrouwen.
Biotransformatie
De biotransformatie van diclofenac vindt ten dele plaats door binding van het intacte molecuul aan
glucuronzuur, maar vooral door enkelvoudige en meervoudige hydroxylering en methoxylering,
resulterende in verscheidene fenolische metabolieten (3'-hydroxy, 4'-hydroxy, 5'-hydroxy, 4',5'-
dihydroxy- en 3'-hydroxy-4'-methoxy-diclofenac). Deze metabolieten worden hoofdzakelijk omgezet
tot glucuronide-conjugaten. Twee van deze fenolische metabolieten zijn biologisch actief, echter in
veel mindere mate dan diclofenac.
Eliminatie
De totale systemische plasmaklaring van diclofenac is 263 Ī 56 ml/min. (gemiddelde waarde Ī
standaarddeviatie). De terminale halfwaardetijd bedraagt 1 tot 2 uur.
Vier van de metabolieten, inclusief de beide actieven, hebben ook een korte plasma-halfwaardetijd van
1 tot 3 uur. Een metaboliet, 3-hydroxy-4'-methoxy-diclofenac heeft een veel langere
plasmahalfwaardetijd. Deze metaboliet is echter nagenoeg inactief.
Ongeveer 60% van de toegediende dosis wordt in de urine in de vorm van zulke, uit de twee
genoemde processen ontstane, metabolieten uitgescheiden; minder dan 1% wordt uitgescheiden als
onveranderde werkzame stof. De rest van de toegediende dosis wordt als metabolieten met de gal in de
faeces uitgescheiden.
Karakteristieken bij patiŽnten
Onderzoeken met enkelvoudige intraveneuze doses van 50 mg 14C-diclofenac bij 4 patiŽnten met
verschillende graden van nierinsufficiŽntie (creatinineklaring 3 tot 42 ml/min.) toonden aan, dat de

aanvangswaarden van de radioactiviteit in het plasma van dezelfde orde van grootte waren als die van
personen met een normale nierfunctie.
De biologische beschikbaarheid was alleen bij patiŽnten met een creatinineklaring van slechts 3
ml/min duidelijk vergroot. De vertraging van de eliminatie trad hoofdzakelijk op bij de conjugaten van
diclofenac en van zijn primaire metabolieten. De plasmaconcentratie van alle metabolieten van
diclofenac bij elkaar bleek in geval van nierinsufficiŽntie toe te nemen, maar de eliminatie verschilde
na de eerste 24 uur niet van die van patiŽnten met een normale nierfunctie. Bij ernstige
nierinsufficiŽntie (creatinineklaring < 10 ml/min) kunnen de steady-state concentraties van de
hydroxymetabolieten van diclofenac bij elkaar bij een dosering van tweemaal daags 50 mg viermaal
zo hoog worden als bij personen met een normale nierfunctie. Daar staat echter tegenover, dat die
metabolieten voor een groot deel als farmacologisch weinig actieve conjugaten aanwezig zijn en dat
de renale klaring gecompenseerd wordt door extra klaring van moederstof en metabolieten via de gal.
Ook bij verminderde leverfunctie (chronische hepatitis, levercirrose zonder portale decompensatie)
kunnen de kinetiek en het metabolisme van diclofenac dezelfde zijn als die van patiŽnten met een
gezonde lever. Bij ernstige leverfunctiestoornissen is een nadelig effect op kinetiek en metabolisme
echter niet uitgesloten.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Preklinische gegevens van studies naar zowel acute toxiciteit, toxiciteit bij herhaalde dosering als
genotoxiciteit, mutageniteit en carcinogeniteit met diclofenac duiden niet op een speciaal risico voor
mensen bij de beoogde therapeutische doseringen.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen
-
Benzylalcohol (E1519)
-
Natriummetabisulfiet (E223)
-
Mannitol (E421)
-
Propyleenglycol (E1520)
-
Natriumhydroxide
-
Water voor injectie.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
In de regel dient Voltaren oplossing voor injectie niet te worden vermengd met andere
injectievloeistoffen.
Infuusoplossingen van natriumchloride 0,9% of glucose 5% zonder de toevoeging van
natriumbicarbonaat kunnen oververzadigd raken, hetgeen kan leiden tot de vorming van kristallen of
neerslagen. Men dient geen andere dan de aanbevolen infuusoplossingen te gebruiken.


6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
De infusie dient onmiddellijk na het bereiden van de infuusoplossing gestart te worden (zie rubriek
4.2). De infuusoplossingen dienen niet bewaard te worden. Iedere ampul is slechts voor eenmalig
gebruik. De oplossing voor injectie dient onmiddellijk na opening te worden gebruikt. Ongebruikte
inhoud van de ampul dient weggegooid te worden (zie rubriek 6.6).

6.4 Speciale
voorzorgsmaatregelen
bij
bewaren
Bewaren beneden 30 įC.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.


6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Eťn verpakking bevat 5 (glazen) ampullen oplossing voor injectie van 3 ml.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novartis Pharma B.V.
Postbus 241
6800 LZ Arnhem
Telefoon: 026 ≠ 37 82 111
E- mail: mid.phnlar@novartis.com


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
In het register ingeschreven onder:
RVG 07460


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING

21 december 1977


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening: 29 september 2009 betreft rubrieken 4.4, 4.5, 4.8 en 4.9.





« Vorige
[Voltaren 25 mg, maagsapresistente tabletten]
Volgende »
[Voltaren 75 mg/3 ml, oplossing voor injectie 25 mg/ ml]