Bestanden
Home > Bestanden


Voltaren Retard 75 mg, tabletten met verlengde afgifte

RegistratienummerRVG 15235
Farmaceutische vormTablet met verlengde afgifte
ToedieningswegOraal gebruik
ATC
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum20 januari 1992
Registratiehouder
Raapopseweg 1
6824 DP ARNHEM
Werkzame stof(fen)
Hulpstof(fen)CETYLALCOHOL

IJZEROXIDE ROOD (E 172)
MAGNESIUMSTEARAAT (E 572)
POLYETHYLEENGLYCOL (E 1521)
POLYSORBAAT 80 (E 433)
POVIDON (E 1201)

SCHELLAK (E 904)
SILICIUMDIOXIDE (E 551)
TALK (E 553 B)
TITAANDIOXIDE (E 171)
VEGETABLE CARBON (E 153) (RI)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter

























SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN



2008-PSB/GLC-0152-s


1. NAAM
VAN
HET
GENEESMIDDEL



2. KWALITATIEVE
EN
KWANTITATIEVE
SAMENSTELLING

Elke tablet bevat 90,8 mg sucrose (zie rubriek 4.4).
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.


3. FARMACEUTISCHE
VORM
Tabletten met verlengde afgifte.
De tabletten zijn lichtroze, driehoekig en biconvex, met schuine randen en met de inscriptie "ID" aan
de ene zijde en "CG" aan de andere zijde.


4. KLINISCHE
GEGEVENS

4.1 Therapeutische
indicaties
Symptomatische behandeling van:
-
Inflammatoire en degeneratieve vormen van reuma, zoals: reumatoïde arthritis, artrose met
inbegrip van spondylartrose.
-
Periarthritis humeroscapularis (als gevolg van het analgetisch effect van diclofenacnatrium).
Aangezien de formulering van dit geneesmiddel een vertraagde afgifte formulering is, is het product
als zodanig niet geïndiceerd als een snelle intreding van de werking (pijnverlichting) vereist is.

4.2 Dosering en wijze van toediening
Algemene informatie
Het wordt aanbevolen om de dosis individueel aan te passen en de laagste effectieve dosering te geven
gedurende een zo kort mogelijke periode.
Wanneer de symptomen vooral `s nachts of `s ochtends optreden, dient Voltaren Retard 75 bij
voorkeur `s avonds te worden ingenomen.
De Voltaren Retard tabletten mogen niet worden gedeeld of gekauwd. De tabletten moeten bij
voorkeur heel worden doorgeslikt met vloeistof tijdens de maaltijd zonder te kauwen.
Volwassenen
De gebruikelijke aanvangsdosis is 75 tot 150 mg, toe te dienen als Voltaren Retard 75 een- of
tweemaal daags. Voor mildere aandoeningen en voor langdurige therapie, is 75 mg per dag gewoonlijk
voldoende. De maximale dagelijkse dosering is 150 mg.
Ouderen
Oudere patiënten moeten worden behandeld met de laagst mogelijke dosis die nog effectief is (zie ook
rubriek 4.4).
Kinderen
Voltaren Retard wordt afgeraden voor gebruik bij kinderen, gezien de doseringssterkte.

4.3 Contra-indicaties
-
Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.

-
Voorgeschiedenis van gastrointestinale bloedingen of perforaties, gerelateerd aan een eerdere
NSAID-behandeling.
-
Actieve of een geschiedenis van terugkerende maagzweren of bloedingen (2 of meer duidelijke
episodes van een bewezen zweer of bloeding).
-
Laatste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.6).
-
Ernstig lever-, nier of hartfalen (zie rubriek 4.4).
-
Zoals ook geldt voor andere NSAID's, is Voltaren Retard gecontraïndiceerd bij patiënten, bij

rhinitis opgetreden is.
-
Patiënten met een cerebrovasculaire bloeding of andere actieve bloedingen of
bloedingsstoornissen.
-
Patiënten met bloeddyscrasieën.
-
Patiënten met beenmergdepressie.

4.4 Bijzondere
waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik
Waarschuwingen
Gastrointestinale bloedingen, ulceraties of perforaties, die fataal kunnen zijn, zijn gemeld voor alle

zonder waarschuwingssymptomen of een voorgeschiedenis van ernstige gastrointestinale voorvallen.
In het algemeen zijn bij oudere patiënten de gevolgen ernstiger. Indien bij de behandeling met
Voltaren Retard gastrointestinale bloedingen of ulceraties optreden, moet de medicatie worden
gestaakt.
Ernstige huidreacties, sommige met fatale afloop, waaronder exfoliatieve dermatitis, Stevens-Johnson-
syndroom en toxische epidermale necrolyse zijn zeer zelden gemeld in relatie tot het gebruik van
NSAID's (zie rubriek 4.8). Patiënten lijken het grootste risico op deze reacties te lopen aan het begin
van de behandeling: de eerste symptomen van de reactie traden in de meeste gevallen op in de eerste
maand van de behandeling. De behandeling met Voltaren Retard dient stopgezet te worden bij de
eerste tekenen van huiduitslag, mucosalaesies of bij enig ander teken van overgevoeligheid.
Zoals ook geldt voor andere NSAID's kunnen in zeldzame gevallen allergische reacties, waaronder
anafylactische/anafylactoïde reacties, optreden met diclofenac, ook zonder dat de patiënt vroeger met
het geneesmiddel in contact is geweest.
Zoals ook geldt voor andere NSAID's kan Voltaren Retard op grond van zijn farmacodynamische
eigenschappen de tekenen en symptomen van een infectie maskeren.
Kinderen
Voltaren Retard wordt afgeraden voor gebruik bij kinderen, gezien de doseringssterkte.
Voorzorgen
Algemeen
Het gelijktijdig gebruik van Voltaren Retard met systemische NSAID's, waaronder selectieve cyclo-
oxygenase-2 (COX-2)-remmers, dient te worden vermeden vanwege het gebrek aan bewijs voor een
synergistisch voordeel en de mogelijkheid van het optreden van additieve bijwerkingen.
Indien gebruik gemaakt wordt van de laagst effectieve dosering, gedurende een zo kort mogelijke
periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een minimum beperkt
blijven (zie rubriek 4.2 en gastrointestinale en cardiovasculaire risico's hieronder).
Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van ouderen. Het wordt vooral aanbevolen, om bij
tengere oudere patiënten of bij ouderen met een laag lichaamsgewicht, de laagste dosis toe te passen

die nog werkzaam is. Bij oudere patiënten is het waarschijnlijker dat ze een verminderde nier-,
cardiovasculaire- of leverfunctie hebben. Daarom is nauwgezette controle vereist.
Voltaren Retard dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met systemische lupus
erythematodes en MCTD (mixed connective tissue disease).
Het gebruik van Voltaren Retard kan, net als ieder ander geneesmiddel waarvan bekend is dat het de
cyclo-oxygenase/prostaglandinesynthese remt, de fertiliteit verminderen en wordt daarom niet
aanbevolen bij vrouwen die proberen in verwachting te raken. Bij vrouwen die problemen hebben met
het in verwachting raken of die onderzocht worden vanwege infertiliteit, dient beëindiging van de
behandeling met Voltaren Retard overwogen te worden.
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-
intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te
gebruiken.
Preëxistent astma
Bij patiënten met astma, seizoensgebonden allergische rhinitis, zwelling van de neusmucosa
(bijvoorbeeld neuspoliepen), chronisch obstructieve longaandoeningen of een chronische infectie van
de luchtwegen (in het bijzonder wanneer gerelateerd aan allergische rhinitis-achtige symptomen)
komen reacties op NSAID's, zoals astma-exacerbaties (zogenaamde intolerantie voor
analgetica/analgetica-astma), Quincke-oedeem of urticaria vaker voor dan bij andere patiënten.
Daarom worden speciale voorzorgen geadviseerd bij deze patiënten (gereedheid bij noodgeval). Dit is
ook van toepassing op patiënten die allergisch zijn voor andere middelen, bijvoorbeeld met
huidreacties, pruritis of urticaria.
Gastrointestinale effecten
Zoals bij alle NSAID's, waaronder diclofenac, is een nauwlettende medische controle vereist en
bijzondere voorzichtigheid geboden bij het voorschrijven van Voltaren Retard aan patiënten met
symptomen die duiden op gastrointestinale aandoeningen, zweren of perforaties of met een
voorgeschiedenis, die duidt op een maag- of darmzweer, bloeding of perforatie (zie rubriek 4.8). Het
risico op een gastrointestinale bloeding is groter naarmate de dosering van het NSAID hoger is en bij
patiënten met een voorgeschiedenis van ulcera, met name als er complicaties als bloedingen of
perforaties zijn opgetreden en bij ouderen.
Om het risico op gastrointestinale toxiciteit te verminderen bij patiënten met een voorgeschiedenis van
een ulcus, in het bijzonder wanneer er complicaties als bloedingen of perforaties zijn opgetreden en bij
ouderen, dient de behandeling te worden gestart en gecontinueerd met de laagste effectieve dosis.

overweging te worden genomen voor deze patiënten en ook voor patiënten die gelijktijdig

geneesmiddelen die het gastrointestinale risico waarschijnlijk vergroten.
Patiënten met een voorgeschiedenis van gastrointestinale toxiciteit, in het bijzonder ouderen, dienen
ieder ongewoon abdominaal symptoom te melden (in het bijzonder gastrointestinale bloedingen).
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten, die gelijktijdig geneesmiddelen gebruiken die het risico op
een ulceratie of bloeding kunnen vergroten, zoals systemische corticosteroïden, anticoagulantia,
antitrombotica of selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) (zie rubriek 4.5).
NSAID's moeten voorzichtig worden gegeven aan patiënten met colitis ulcerosa of de ziekte van
Crohn, aangezien hun toestand kan verergeren (zie rubriek 4.8).
Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten
Patiënten met een geschiedenis van hypertensie en/of een lichte of gematigde vorm van congestief
hartfalen moeten nauwlettend gecontroleerd en geadviseerd worden aangezien vochtretentie en
oedeemvorming zijn gerapporteerd in associatie met een therapie met NSAID's.
Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, in het bijzonder bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij een langdurige behandeling,

geassocieerd kan worden met een klein toegenomen risico op trombose in de arteriën (bijvoorbeeld
myocardinfarct of beroerte).
Patiënten met hypertensie, die niet onder controle is, congestief hartfalen, vastgestelde ischemische
hartziekte, perifere ziekte van de arteriën en/of cerebrovasculaire ziekte dienen alleen behandeld te
worden met Voltaren Retard na zorgvuldige overweging. Dezelfde overweging dient gemaakt te
worden vóór een langdurige behandeling wordt gestart bij patiënten met risicofactoren voor
cardiovasculaire ziekte (bijvoorbeeld hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus en roken).
Hepatische effecten
Nauwlettende medische controle is vereist wanneer Voltaren Retard wordt voorgeschreven aan
patiënten met een verminderde leverfunctie, aangezien hun toestand kan verergeren.
Zoals bij andere NSAID's, waaronder diclofenac, kan de waarde van één of meer leverenzymen
toenemen. Bij langere behandeling met Voltaren Retard is regelmatige controle van de leverfunctie
als voorzorgsmaatregel aan te bevelen. Indien er abnormale uitkomsten van de leverfunctietesten
blijven bestaan of als de resultaten slechter worden, als zich klinische tekenen of symptomen
ontwikkelen die wijzen op een leverziekte of als er andere verschijnselen optreden (bijvoorbeeld
eosinofilie, huiduitslag, enz.), dient de behandeling met Voltaren Retard te worden gestaakt. Hepatitis
kan zonder prodromale verschijnselen optreden bij het gebruik van diclofenac.
Bij patiënten met hepatische porfyrie mag Voltaren Retard slechts met voorzichtigheid worden
toegepast, omdat het een aanval van acute porfyrie kan uitlokken.
Renale effecten
Aangezien vochtretentie en oedeem gemeld zijn in relatie tot NSAID gebruik, waaronder diclofenac, is
bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiënten met een verminderde hart- of nierfunctie, een
voorgeschiedenis van hypertensie, bij ouderen en bij patiënten die tegelijkertijd behandeld worden met
diuretica of geneesmiddelen die een significante invloed hebben op de nierfunctie. Dit geldt ook voor
patiënten met substantieel extracellulair volumeverlies door welke oorzaak dan ook, bijvoorbeeld in de
peri- of postoperatieve fase van grote chirurgische ingrepen (zie rubriek 4.3). In zulke gevallen moet
de nierfunctie van de met Voltaren Retard behandelde patiënten daarom zorgvuldig worden
gecontroleerd. Na staking van de therapie treedt meestal herstel op van de toestand vóór de
behandeling.
Als NSAID's, waaronder Voltaren Retard, gecombineerd worden met diuretica, ACE-remmers of
angiotensine-II-receptor-antagonisten kan het risico op verslechtering van de nierfunctie, waaronder
mogelijk acuut nierfalen, bij sommige patiënten verhoogd zijn, vooral als de nierfunctie al verminderd
is (zie rubriek 4.5).
Hematologische effecten
Zoals ook bij andere NSAID's, wordt bij langere behandeling met Voltaren Retard controle van het
bloedbeeld aanbevolen.
Evenals andere NSAID's kan het gebruik van Voltaren Retard tijdelijk de trombocytenaggregatie
remmen en de bloedingstijd verlengen. Patiënten met hemostatische afwijkingen dienen zorgvuldig te
worden gecontroleerd.

Dit geneesmiddel bevat sucrose.
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucosegalactosemalabsorptie
of sucrase-isomaltase-insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Bij gelijktijdig gebruik kan diclofenac de plasmaspiegel van lithium verhogen. Controle van de lithium
serumconcentratie wordt aanbevolen.


Bij gelijktijdig gebruik kan diclofenac de plasmaspiegel van digoxine verhogen. Controle van de
digoxine serumconcentratie wordt aanbevolen.
Diuretica en antihypertensiva
NSAID's, waaronder diclofenac, kunnen de werking van diuretica en antihypertensiva verminderen.
Daarom dient deze combinatie met voorzichtigheid te worden toegepast en dient de bloeddruk van
patiënten en in het bijzonder ouderen periodiek te worden gecontroleerd. Als NSAID's, waaronder
diclofenac, gecombineerd worden met diuretica, ACE-remmers of angiotensine-II-receptor-
antagonisten kan het risico op verslechtering van de nierfunctie, waaronder mogelijk acuut nierfalen
(dat gewoonlijk reversibel is), bij sommige patiënten verhoogd zijn, vooral als de nierfunctie al
verminderd is (bijvoorbeeld ouderen of gedehydrateerde patiënten). Daarom dient deze combinatie
met voorzorg te worden gegeven, vooral aan ouderen. Patiënten dienen voldoende te worden
gehydrateerd en controle van de nierfunctie dient in overweging te worden genomen na het starten van
gelijktijdige behandeling en geregeld daarna. Een gelijktijdige behandeling met kaliumsparende
geneesmiddelen kan tot verhoogde kaliumconcentraties in het serum leiden, wat het noodzakelijk
maakt die gehaltes regelmatig te bepalen (zie rubriek 4.4).
Andere NSAID's en corticosteroïden
Gelijktijdige toediening van diclofenac met andere systemische NSAID's of corticosteroïden kan de
frequentie van gastrointestinale bijwerkingen verhogen (zie rubriek 4.4). Gelijktijdige toediening van
acetylsalicylzuur verlaagt de plasmaconcentratie van diclofenac, zonder van invloed te zijn op het
klinische effect.
Anticoagulantia en thrombocytenaggregatieremmers
Voorzichtigheid is geboden, aangezien gelijktijdige behandeling het risico op een bloeding kan
vergroten (zie rubriek 4.4). Hoewel klinische onderzoeken niet aantonen dat diclofenac de werking
van anticoagulantia beïnvloedt, zijn er op zichzelf staande meldingen van een verhoogd risico op
hemorragie bij patiënten die gelijktijdig diclofenac en anticoagulantia kregen. Nauwgezette controle
van zulke patiënten wordt daarom aanbevolen.
Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's)
Gelijktijdige toediening van systemische NSAID's, waaronder diclofenac, en SSRI's kan het risico op
gastrointestinale bloedingen vergroten (zie rubriek 4.4).
Antidiabetica
Klinische studies hebben aangetoond dat diclofenac samen met orale antidiabetica kan worden
toegepast zonder hun klinische effect te beïnvloeden. Er zijn echter incidentele meldingen, dat bij
gelijktijdige behandeling met diclofenac hyper- of hypoglykemische effecten optraden, die een
wijziging van de dosis van de antidiabetica nodig maakten. Daarom wordt controle van de
bloedglucosewaarden aanbevolen als voorzorgsmaatregel bij gelijktijdige behandeling.


methotrexaatblootstelling. Voorzichtigheid is geboden wanneer diclofenac minder dan 24 uur vóór of
ná een behandeling met methotrexaat wordt toegediend, omdat de bloedspiegel van methotrexaat kan
stijgen en de toxiciteit van deze stof daardoor kan toenemen.

Evenals bij andere NSAID's kan diclofenac door zijn effect op renale prostaglandinen een verhoogde

plasmaconcentraties van diclofenac met 100% kan verhogen. Daarom dient diclofenac in een lagere
dosering te worden gegeven dan die gebruikt zou worden bij patiënten die geen ciclosporine
gebruiken.
Chinolonen
Er zijn geïsoleerde meldingen van convulsies welke kunnen zijn veroorzaakt door het gelijktijdig
gebruik van chinolonen en NSAID's.



aanbevolen om Voltaren Retard ten minste 1 uur vóór of 4 tot 6 uur na toediening van
colestipol/colestyramine in te nemen.

4.6 Zwangerschap
en
borstvoeding
Zwangerschap
Remming van de prostaglandinesynthese kan de zwangerschap en/of de embryonale/foetale
ontwikkeling nadelig beïnvloeden. Gegevens uit epidemiologisch onderzoek suggereren een verhoogd
risico op miskramen en op cardiale malformaties en gastroschisis na het gebruik van
prostaglandinesyntheseremmers in de vroege fase van de zwangerschap. Het absolute risico op
cardiovasculaire malformatie werd verhoogd van minder dan 1% tot ongeveer 1,5%. Er wordt
aangenomen dat het risico toeneemt met de dosering en duur van de behandeling. Het toedienen van
prostaglandinesyntheseremmers bij dieren, resulteerde in een verhoogd pre- en post-implantatie verlies
en embryo-foetale letaliteit. Daarnaast werd een verhoogde incidentie van diverse malformaties,
waaronder cardiovasculaire, gemeld in dieren die een prostaglandinesyntheseremmer hadden gekregen
gedurende de periode van organogenese. Uit standaard preklinische dierstudies is gebleken dat er geen
bewijs is, dat diclofenac mogelijk teratogeen is in muizen, ratten of konijnen. Tijdens het eerste en
tweede trimester van de zwangerschap moet Voltaren Retard niet worden gebruikt tenzij dit duidelijk
noodzakelijk is. Als Voltaren Retard wordt gebruikt door een vrouw die probeert zwanger te worden,
of tijdens het eerste of tweede trimester van de zwangerschap, dan dient de dosering zo laag mogelijk
gehouden te worden en de behandeling dient zo kort mogelijk te duren.
Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de
foetus blootstellen aan:
-
cardiopulmonaire toxiciteit (voortijdig sluiten van de ductus arteriosus en pulmonaire
hypertensie;
-
renale disfunctie, wat zich kan ontwikkelen tot renaal falen met oligo-hydroamniose;
-
de moeder en neonaat, aan het eind van de zwangerschap blootstellen aan;
-
mogelijk verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie effect dat zelfs bij zeer lage
doseringen kan voorkomen;
-
remming van de contractie van de uterus wat resulteert in een uitgestelde of verlengde
bevalling.
Tengevolge hiervan is Voltaren Retard gecontraïndiceerd tijdens het derde trimester van de
zwangerschap.
Borstvoeding
Diclofenac gaat in zeer geringe hoeveelheden over in de moedermelk. Ongewenste effecten op de
zuigeling worden niet verwacht. Voltaren kan tijdens lactatie in de gebruikelijke doseringen worden
gegeven.
Vruchtbaarheid
Het gebruik van Voltaren Retard kan de vruchtbaarheid van vrouwen nadelig beïnvloeden en wordt
niet aanbevolen bij vrouwen die proberen zwanger te worden. Bij vrouwen die problemen hebben bij
het zwanger worden of die onvruchtbaarheidsonderzoeken ondergaan, moet onthouding van Voltaren
Retard overwogen worden.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Patiënten die tijdens het gebruik van Voltaren Retard visusstoornissen, duizeligheid, vertigo,
somnolentie of andere stoornissen van het centrale zenuwstelsel ervaren, moeten ervan afzien een
voertuig te besturen of machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Bijwerkingen worden gerangschikt in volgorde van frequentie, de meest frequente eerst, gebruik
makend van volgende overeenkomst:
zeer vaak (>1/10);
vaak (>1/100, 1/10);
soms (>1/1.000, 1/100);
zelden (>1/10.000, 1/1.000);
zeer zelden (1/10.000).
De volgende bijwerkingen zijn waargenomen bij Voltaren Retard tabletten met verlengde afgifte en/of
andere farmaceutische toedieningsvormen van diclofenac bij kort of langdurig gebruik.
Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden:
Trombocytopenie, leukopenie, anemie (waaronder hemolytische en aplastische
anemie), agranulocytose.

Immuunsysteemaandoeningen
Zelden:
Overgevoeligheid, anafylactische en anafylactoïde systemische reacties
(waaronder hypotensie en shock), angioneurotisch oedeem (waaronder
gezichtsoedeem).

Psychische stoornissen
Zelden:
Desoriëntatie, depressie, slapeloosheid, nachtmerries, prikkelbaarheid,
psychotische aandoeningen, angst.

Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: Hoofdpijn,
duizeligheid.
Zelden:
Slaperigheid, paresthesie, geheugenstoornissen, convulsies, tremor, aseptische
meningitis, smaakstoornissen, cerebrovasculair accident.

Oogaandoeningen
Zelden:
Visusstoornissen, wazig zien, diplopie.

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Vaak: Vertigo.
Zelden:
Tinnitus, beschadigd gehoor.

Hartaandoeningen
Zelden: Palpitaties,
pijn op de borst, hartfalen, myocardinfarct.

Bloedvataandoeningen
Zelden: Hypertensie,
vasculitis.

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Zelden:
Astma (inclusief dyspneu), pneumonitis.

Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak:
Misselijkheid, braken, diarree, dyspepsie, buikpijn, flatulentie, anorexie.
Zelden:
Gastritis, gastrointestinale bloeding, haematemesis, bloederige diarree, melaena,
gastrointestinale ulcera (met of zonder bloeding of perforatie), colitis (waaronder
hemorragische colitis en exacerbatie van colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn),
obstipatie, stomatitis, glossitis, oesofageale afwijking, diafragma-achtige
intestinale vernauwing, pancreatitis.


Lever- en galaandoeningen
Vaak:
Verhoging van transaminases.
Zelden:
Hepatitis, geelzucht, leverafwijking, fulminante hepatitis.
Zeer zelden:
Levernecrose, leverfalen.

Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: Uitslag.
Zelden:
Urticaria, vorming van blaasjes, eczeem, erytheem, erythema multiforme, Stevens-
Johnson syndroom, toxische epidermale necrolyse (Lyell's syndroom),
exfoliatieve dermatitis, haaruitval, fotosensibilisatie, purpura (waaronder
allergische purpura), pruritus.

Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden: Acuut
nierfalen,
hematurie,
proteïnurie, nefrotisch syndroom, interstitiële nefritis,
renale papillaire necrose.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zelden: Oedeem.


Gegevens uit klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van
diclofenac, vooral bij hoge doseringen (150 mg per dag) en bij langdurig gebruik, geassocieerd kan
worden met een toegenomen risico op trombose in de arteriën (bijvoorbeeld myocardinfarct of
beroerte) (zie rubriek 4.4).

4.9 Overdosering
Symptomen
Er is geen typisch symptomenbeeld na overdosering met Voltaren Retard. Overdosering kan
symptomen veroorzaken zoals braken, gastrointestinale bloeding, diarree, duizeligheid, tinnitus of
convulsies. In het geval van een aanzienlijke vergiftiging kunnen acuut nierfalen en leverschade
optreden.
Behandeling
De behandeling van acute vergiftigingen met NSAID's, waaronder diclofenac, bestaat uit
ondersteunende maatregelen en symptomatische behandeling. Ondersteunende maatregelen en
symptomatische behandeling dienen te worden gegeven bij complicaties als hypotensie, nierfalen,
convulsies, gastrointestinale afwijkingen en ademhalingsdepressie.
Specifieke maatregelen, zoals geforceerde diurese, dialyse of hemoperfusie zijn vermoedelijk van geen
nut voor de eliminatie van NSAID's, waaronder diclofenac, tengevolge van de hoge proteïnebinding
en het intensieve metabolisme van deze geneesmiddelen.
Er kan worden overwogen actieve kool te geven na inname van een potentieel toxische overdosering
of de maag te legen (bijvoorbeeld braken, maagspoelen) na inname van een potentieel
levensbedreigende overdosering.


5. FARMACOLOGISCHE
EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische
eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Niet-steroïde anti-inflammatoire en antireumatische middelen,
azijnzuurderivaten en verwante verbindingen, ATC code: M01A B05.
Voltaren Retard bevat de prostaglandinesynthetaseremmende stof diclofenacnatrium. Dit is een
fenylazijnzuurderivaat met antiflogistische, antipyretische en analgetische eigenschappen.

Een belangrijk deel van het werkingsmechanisme wordt toegeschreven aan de (tijdens onderzoek
aangetoonde) remming van de biosynthese van prostaglandinen. Prostaglandinen spelen een
belangrijke rol bij het ontstaan van ontstekingen, pijn en koorts.
De ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen van Voltaren Retard komen bij reumatische
ziekten klinisch tot uiting in een duidelijke verbetering van klachten, zoals pijn bij rust, pijn bij
beweging, ochtendstijfheid, gewrichtszwelling en in een verbetering van de functie.
De werkzame stof wordt door de Voltaren Retard tabletten gereguleerd afgegeven. Hierdoor wordt de
werking van het tablet verlengd.
Voltaren Retard tabletten met verlengde afgifte zijn speciaal geschikt voor die patiënten die een
dagelijkse dosering van 75 mg nodig hebben. Bij deze patiënten behoeft Voltaren Retard slechts
eenmaal per dag te worden ingenomen, waardoor de behandeling gemakkelijker wordt. Het is ook
mogelijk om een dosis van 150 mg toe te dienen door middel van één tablet Voltaren Retard 75
tweemaal daags.

5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
Absorptie
Uit de renale uitscheiding van diclofenac en zijn gehydroxyleerde metabolieten valt af te leiden dat uit
Voltaren Retard verhoudingsgewijs dezelfde hoeveelheid diclofenac vrijkomt en geabsorbeerd wordt
als uit de maagsapresistente tabletten. Waarschijnlijk als gevolg van een snelheidsafhankelijk first-
pass effect is de systemische beschikbaarheid van diclofenac uit Voltaren Retard circa 82% van
dezelfde dosis toegediend als maagsapresistente tabletten.
Als gevolg van de verlengde afgifte van de werkzame stof zijn de piekplasmaconcentraties lager dan
die welke na de toediening van de maagsapresistente tabletten worden verkregen. Een gemiddelde
piekplasmaconcentratie van 0,4 microgram/ml (1,25 micromol/l) wordt gemiddeld 4 uur na inname
van een tablet met verlengde afgifte van 75 mg bereikt.
16 uur na inname van Voltaren Retard 75 wordt nog een concentratie van 13 ng/ml (40 nmol/l)
gevonden. De hoeveelheid die geabsorbeerd wordt is rechtevenredig met de toegediende dosis.
De passage van de maagsapresistente tablet door de maag is trager wanneer de tablet wordt ingenomen
met of na de maaltijd dan wanneer de tablet vóór de maaltijd wordt ingenomen. De hoeveelheid
geabsorbeerd diclofenac is in beide gevallen hetzelfde. Dit is dan ook de reden waarom
maagsapresistente tabletten bij voorkeur vóór de maaltijd moeten worden ingenomen.
Dit in tegenstelling tot Voltaren Retard, waarbij een snelle werking niet noodzakelijk is. Voltaren
Retard bevat een hogere dosis diclofenac. Om de kans op gastrointestinale bijwerkingen tot een
minimum te beperken moet Voltaren Retard bij voorkeur tijdens de maaltijd worden ingenomen.
Voedsel heeft geen klinisch relevante invloed op de absorptie en de systemische beschikbaarheid van
Voltaren Retard.
Omdat de werkzame stof tijdens de eerste leverpassage ("first-pass") ongeveer voor de helft
gemetaboliseerd wordt, is de biologische beschikbaarheid na orale toediening ongeveer de helft zo
groot als die na parenterale toediening van een even grote dosis.
Het farmacokinetische gedrag blijft ook bij herhaalde toediening onveranderd. Er ontstaat geen
cumulatie, mits de aanbevolen doseringsintervallen in acht genomen worden. De dalconcentraties
bedragen circa 25 ng/ml (80 nmol/l) gedurende de behandeling met Voltaren Retard 75 tweemaal
daags.
Verdeling

berekende schijnbare verdelingsvolume bedraagt 0,12 tot 0,17 l/kg.
Diclofenac gaat in de synoviale vloeistof over, waar 2 tot 4 uur nadat de piekplasmaconcentraties
bereikt zijn, maximale waarden worden gemeten. De schijnbare eliminatiehalfwaardetijd uit de
synoviale vloeistof is 3 tot 6 uur. Twee uur na het bereiken van de maximale plasmaconcentraties, zijn

de concentraties van de werkzame stof daardoor in de synoviale vloeistof hoger dan in het plasma en
deze blijven hoger tot 12 uur na de toediening.
Diclofenac en zijn metabolieten passeren de placenta en sporen diclofenac worden gevonden in de
borstvoeding van lacterende vrouwen.
Biotransformatie
De biotransformatie van diclofenac vindt ten dele plaats door binding van het intacte molecuul aan
glucuronzuur, maar vooral door enkelvoudige en meervoudige hydroxylering en methoxylering,
resulterende in verscheidene fenolische metabolieten (3'-hydroxy, 4'-hydroxy, 5'-hydroxy, 4',5'-
dihydroxy- en 3'-hydroxy-4'-methoxy-diclofenac). Deze metabolieten worden hoofdzakelijk omgezet
tot glucuronide-conjugaten. Twee van deze fenolische metabolieten zijn biologisch actief, echter in
veel mindere mate dan diclofenac.
Eliminatie
De totale systemische plasmaklaring van diclofenac is 263 ± 56 ml/min. (gemiddelde waarde ±
standaarddeviatie). De terminale halfwaardetijd in het plasma bedraagt 1 tot 2 uur.
Vier van de metabolieten, inclusief de beide actieven, hebben ook een korte plasmahalfwaardetijd van
1 tot 3 uur. Een metaboliet, 3-hydroxy-4'-methoxy-diclofenac heeft een veel langere
plasmahalfwaardetijd. Deze metaboliet is echter nagenoeg inactief.
Ongeveer 60% van de toegediende dosis wordt in de urine in de vorm van zulke, uit de twee
genoemde processen ontstane, metabolieten uitgescheiden; minder dan 1% wordt uitgescheiden als
onveranderde werkzame stof. De rest van de toegediende dosis wordt als metabolieten met de gal in de
faeces uitgescheiden.
Karakteristieken bij patiënten
Er zijn geen leeftijdsafhankelijke verschillen geconstateerd in de absorptie, het metabolisme of de
uitscheiding van het geneesmiddel.
Bij patiënten met nierfunctiestoornissen zijn uit de kinetiek na een enkelvoudige dosis geen
aanwijzingen verkregen dat er cumulatie optreedt van het onveranderde werkzaam bestanddeel
wanneer het gebruikelijke doseringsschema wordt toegepast. Bij een creatinineklaring van
<10 ml/min, zijn de berekende steady-state plasmaspiegels van de hydroxy-metabolieten ongeveer
4 maal hoger dan bij normale patiënten. De metabolieten worden echter uiteindelijk via de gal
geklaard.
Bij patiënten met chronische hepatitis of niet-gedecompenseerde cirrose zijn de kinetiek en het
metabolisme van diclofenac hetzelfde als bij patiënten zonder leveraandoeningen.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Preklinische gegevens van studies naar acute toxiciteit, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit,
mutageniteit en carcinogeniteit met diclofenac duiden niet op een speciaal risico voor mensen bij de
beoogde therapeutische doseringen.


6. FARMACEUTISCHE
GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen
-
Siliciumdioxide (colloïdaal, watervrij) (E551)
-
Cetylalcohol
-
Magnesiumstearaat (E470b)
-
Povidon (E1201)
-
Sucrose
-
Hypromellose (E464)
-
Rood ijzeroxide (E172)

-
Polysorbaat 80 (E433)
-
Talk (E553b)
-
Titaandioxide (E171)


6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.


6.3 Houdbaarheid
3 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30 °C.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking
30 stuks in blisterverpakking (Al/PVC/PE/PVDC).
50 stuks in blisterverpakking in EAV (Al/PVC/PE/PVDC).

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.


7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Novartis Pharma B.V.
Postbus 241
6800 LZ Arnhem
Telefoon: 026-37 82 111
E-mail: mid.phnlar@novartis.com


8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
In het register ingeschreven onder:
RVG 15235


9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING

20 januari 1992


10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke herziening: 29 september 2009 betreft rubrieken 4.4, 4.5, 4.8 en 4.9.







« Vorige
[Voltaren K 25 mg, omhulde tabletten]
Volgende »
[Voltaren Retard 75 mg, tabletten met verlengde afgifte]