Bestanden
Home > Bestanden


Volulyte 6% oplossing voor infusie

RegistratienummerRVG 33457
ProcedurenummerDE/H/0619/001
Farmaceutische vormOplossing voor infusie
ToedieningswegIntraveneus gebruik
ATCB05AA07 - Hydroxyethylstarch
AfleverstatusUitsluitend recept
Registratiedatum28 mei 2008
RegistratiehouderFresenius Kabi Nederland BV
Amersfoortseweg 10E
3705 GJ ZEIST
Werkzame stof(fen)KALIUMCHLORIDE
MAGNESIUMCHLORIDE 1,5-WATER
NATRIUMACETAAT 3-WATER (E 262)
NATRIUMCHLORIDE
POLYHYDROXYETHYLZETMEEL (MR 130.000)
Hulpstof(fen)NATRIUMHYDROXIDE (E 524)
WATER, GEZUIVERD
ZOUTZUUR (E 507)
Download: IB-tekst PDF
Zie ook: Bijsluiter


SKP
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Volulyte 6% oplossing voor infusie

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

1000 ml oplossing voor infusie bevat:

Poly(O-2-hydroxyethyl)zetmeel
60,00 g
- Molaire substitutie 0,38 ≠ 0,45
- Gemiddeld molecuulgewicht (Mw)= 130.000 Da
Natriumacetaat trihydraat
4,63 g
Natriumchloride 6,02
g
Kaliumchloride 0,30
g
Magnesiumchloride hexahydraat
0,30 g




Elektrolyten:
Na+
137,0 mmol/l
K+

4,0 mmol/l
Mg++
1,5 mmol/l
Cl-
110,0 mmol/l
CH3COO- 34,0
mmol/l

Theoretische osmolariteit:
286,5 mosm/l
Titreerbaar zuur:
< 2,5 mmol NaOH/l
pH:
5,7 ≠ 6,5

Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1

3. FARMACEUTISCHE

VORM

Oplossing voor infusie

Een heldere tot licht troebele oplossing, kleurloos tot lichtgeel.
4. KLINISCHE
GEGEVENS
4.1 Therapeutische
indicaties
Behandeling en profylaxe van hypovolemie. Handhaving van een gepast circulerend
bloedvolume tijdens chirurgische procedures.

4.2
Dosering en wijze van toediening
Voor intraveneus gebruik als infusie.

SKP
De eerste 10-20 ml moeten langzaam toegediend worden terwijl de patiŽnt
zorgvuldig wordt geobserveerd (vanwege mogelijke anafylactoÔde reacties).
De dagelijkse dosis en de infusiesnelheid hangen af van het bloedverlies van de
patiŽnt, het handhaven of herstel van de hemodynamiek en van de hemodilutie
(verdunningseffect).
Maximale dagelijkse dosis:
Tot 50 ml Volulyte per kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 3,0 g
hydroxyethylzetmeel, 6,85 mmol natrium en 0,2 mmol kalium per kg
lichaamsgewicht). Dit komt overeen met 3500 ml Volulyte voor een patiŽnt van 70
kg.

Volulyte kan herhaaldelijk over verschillende dagen worden toegediend afhankelijk
van de behoeften van de patiŽnt. De behandelingsduur is afhankelijk van de duur en
de graad van hypovolemie en shock, de hemodynamiek en de hemodilutie.
Behandeling van kinderen

Zie rubriek 5.1 voor het gebruik bij kinderen.

De dosering bij kinderen moet aangepast worden aan de individuele colloÔdale
behoeften van de patiŽnt, rekening houdend met de onderliggende ziekte, de
hemodynamiek, de urineproductie en de hydratatietoestand.

Zie rubriek 6.6 voor gebruiksinstructies.
4.3 Contra-indicaties
- Vochtoverbelasting (hyperhydratatie), vooral in geval van longoedeem en
congestief hartfalen
- NierinsufficiŽntie met oligurie of anurie, niet samenhangend met hypovolemie
- DialysepatiŽnten
- Intracraniale bloeding
- Gekende overgevoeligheid voor hydroxyethylzetmeel
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Vochtoverbelasting veroorzaakt door een overdosering moet in het algemeen
vermeden worden. Vooral bij patiŽnten met hartinsufficiŽntie of ernstige
nierstoornissen moet rekening worden gehouden met het verhoogde risico op
hyperhydratatie; de dosering moet worden aangepast.




SKP
In geval van ernstige dehydratatie moet eerst een kristalloÔde oplossing worden
gegeven.
Bijzondere zorg moet in acht worden genomen bij patiŽnten met een ernstig
verstoorde elektrolytenbalans, zoals hyperkaliŽmie, hypernatriŽmie,
hypermagnesiŽmie en hyperchloremie.
Bij metabole alkalose en klinische situaties waarbij alkalisering vermeden moet
worden, moeten zoutoplossingen, zoals een gelijksoortig product met HES 130/0,4 in
een 0,9% natriumchlorideoplossing verkozen worden boven alkaliserende
oplossingen zoals Volulyte.
Het is belangrijk voldoende vocht toe te dienen en regelmatig de nierfunctie en
vochtbalans te controleren.
Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij patiŽnten met een ernstige leverziekte of
ernstige bloedingsstoornissen, bvb. ernstige gevallen van de ziekte van Von
Willebrand.
De serumelektrolyten moeten worden gecontroleerd.

Bij kinderen is met het product geen klinisch onderzoek uitgevoerd. Bij kinderen kan
het product gebruikt worden na een zorgvuldige risico-/batenanalyse (met name bij
kinderen jonger dan ťťn jaar bij wie, ongeacht het product, melkzuuracidose kan
ontstaan).
Wat het optreden van anafylactoÔde reacties betreft, zie rubriek 4.8.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Tot op heden zijn geen interacties met andere geneesmiddelen of voedingsmiddelen
bekend.
Men dient rekening te houden met de gelijktijdige toediening van geneesmiddelen
die kalium- of natriumretentie kunnen veroorzaken.
Raadpleeg rubriek 4.8 met betrekking tot de concentratie van serumamylase. Deze
kan verhogen tijdens de toediening van hydroxyethylzetmeel en interfereren met de
diagnose van pancreatitis.
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Er zijn voor Volulyte geen klinische gegevens beschikbaar over gevallen van gebruik
tijdens de zwangerschap. Onderzoek bij dieren met een gelijksoortig product met




SKP
HES 130/0,4 in een 0,9% natriumchlorideoplossing toont echter geen schadelijke
effecten aan voor de zwangerschap, ontwikkeling van het embryo/de foetus, de
bevalling of de postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Teratogeniteit werd niet
aangetoond.
Volulyte dient tijdens de zwangerschap uitsluitend te worden gebruikt als het
mogelijke voordeel opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus.
Het is niet bekend of hydroxyethylzetmeel bij de mens in de moedermelk wordt
uitgescheiden. De uitscheiding van hydroxyethylzetmeel in melk is bij dieren niet
onderzocht. Een beslissing over het voortzetten/stopzetten van de borstvoeding of
over het voortzetten/stopzetten van de behandeling met Volulyte moet genomen
worden, rekening houdend met het voordeel van de borstvoeding voor het kind en
het voordeel van de behandeling met Volulyte voor de vrouw.

4.7
BeÔnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Volulyte heeft geen invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te
bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn ingedeeld in: zeer vaak (1/10), vaak (1/100 tot <1/10), soms
(1/1 000 tot <1/100), zelden (1/10 000 tot <1/1 000)
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden (bij hoge doses): Afhankelijk van de dosering kunnen
bloedstollingsstoornissen voorkomen bij toediening van hydroxyethylzetmeel.

Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: Geneesmiddelen die hydroxyethylzetmeel bevatten kunnen anafylactoÔde
reacties veroorzaken (hypersensitiviteit, matige influenza-achtige symptomen,
bradycardie, tachycardie, bronchospasme, niet-cardiaal longoedeem). In geval van
een intolerantiereactie moet de infusie onmiddellijk worden onderbroken en de
gepaste medische urgentiebehandeling worden opgestart.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak (dosisafhankelijk): Een verlengde toediening van hoge doses
hydroxyethylzetmeel kan pruritus (jeuk) veroorzaken, wat een bekende bijwerking




SKP
is van hydroxyethylzetmelen. De jeuk kan pas weken na het laatste infuus optreden
en kan maanden duren.
Onderzoeken
Vaak (dosisafhankelijk): De concentratie van serumamylase kan stijgen tijdens de
toediening van hydroxyethylzetmeel en kan interfereren met de diagnose van
pancreatitis. Door de vorming van een enzym-substraat-complex van amylase met
hydroxyethylzetmeel kan het amylase verhoogd zijn ten gevolge van de trage
eliminatie. Deze verhoogde amylasewaarde mag dus niet als pancreatitis worden
geÔnterpreteerd.
Vaak (dosisafhankelijk): Bij hoge doses kunnen de dilutie-effecten leiden tot een
overeenkomstige verdunning van bloedbestanddelen zoals stollingsfactoren en
andere plasmaproteÔnen en tot een daling van de hematocrietwaarde.
4.9 Overdosering
Zoals bij alle volumesubstituten kan een overdosering een overvulling van het
vaatstelsel (bvb. longoedeem) veroorzaken. In dat geval moet de infusie onmiddellijk
worden stopgezet en, indien nodig, moet een diureticum worden toegediend.

5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische
eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: Plasmasubstituten en plasmaproteÔnefracties.

ATC-code: B05AA07
Volulyte is een artificieel colloÔde voor volumevervanging waarvan het effect op de
intravasculaire volume-expansie en op de hemodilutie afhangt van de molaire
substitutie door hydroxyethylgroepen (0,4), het gemiddelde molecuulgewicht
(130.000 Da), de concentratie (6%) alsook van de dosering en infusiesnelheid. Het
hydroxyethylzetmeel (130/0,4) gebruikt in Volulyte is afkomstig van waxy-
maÔszetmeel en heeft een substitutiepatroon (C2/C6 ratio) van ongeveer 9:1.
Infusie van 500 ml van een gelijksoortig product met HES 130/0,4 (6%) in een 0,9%
natriumchlorideoplossing gedurende 30 minuten bij vrijwilligers leidt tot een
plateau-achtige niet-expansieve volumetoename met ongeveer 100% van het
toegediende volume. Deze toename duurt ongeveer 4 tot 6 uur.




SKP
Isovolemische uitwisseling van bloed met HES
130/0,4 in een 0,9%
natriumchlorideoplossing handhaaft het bloedvolume gedurende ten minste 6 uur.
Volulyte bevat de elektrolyten natrium (Na+), kalium (K+), magnesium (Mg++),
chloride (Cl-) en acetaat (CH3COO-) in een isotone samenstelling. Acetaat is een
metaboliseerbaar anion dat in diverse organen wordt geoxideerd en een alkaliserend
effect heeft.
Volulyte bevat een beperkte hoeveelheid van chloride en heeft bijgevolg een
tegengestelde werking op de ontwikkeling van hyperchloremische metabole acidose,
met name wanneer infusen met een grote dosis benodigd zijn of bij patiŽnten die het
risico lopen op het ontwikkelen van metabole acidose.
Bij hartchirurgie waren de chloridespiegels significant lager en te hoge basische
concentraties bleken minder negatief te zijn voor Volulyte ten opzichte van
HES 130/0,4 (6%) in een 0,9% natriumchlorideoplossing.
Behandeling van kinderen
Bij kinderen is met het product geen klinisch onderzoek uitgevoerd. Er zijn echter
beperkte klinische gegevens beschikbaar over het gebruik van een gelijksoortig
product bevattende HES 130/0,4 (6%) in een 0,9% natriumchlorideoplossing bij
kinderen. Bij niet-cardiale chirurgie bij 41 kinderen, waaronder pasgeborenen tot
zuigelingen (< 2 jaar), werd een gemiddelde dosis van 16 Ī 9 ml/kg op veilige wijze
toegediend en werd deze goed verdragen om de hemodynamiek te stabiliseren. De
verdraagbaarheid van dit perioperatief toegediende product was vergelijkbaar met
5% albumine (zie rubriek 4.2 en 4.4).
5.2 Farmacokinetische
eigenschappen
De farmacokinetiek van hydroxyethylzetmeel is complex en hangt af van het
molecuulgewicht en vooral van de molaire substitutiegraad en het substitutiepatroon
(C2/C6 ratio). Na intraveneuze toediening worden de moleculen die kleiner zijn dan
de drempel voor renale uitscheiding (60.000-70.000 Da) dadelijk uitgescheiden in de
urine. Grotere moleculen worden door plasma -amylase gemetaboliseerd vooraleer
de degradatieproducten renaal worden uitgescheiden.
Het gemiddelde in vivo molecuulgewicht van HES 130/0,4 in het plasma bedraagt
70.000 ≠ 80.000 Da onmiddellijk na infusie en blijft gedurende de therapeutische
periode boven de drempel voor renale uitscheiding.




SKP
Het distributievolume bedraagt ongeveer 5,9 liter. Na 30 minuten infusie bedraagt de
plasmaconcentratie van HES 130/0,4 (6%) nog steeds 75% van de maximale
concentratie. Na 6 uur is de plasmaconcentratie gedaald tot 14%. Na een ťťnmalige
dosis van 500 ml hydroxyethylzetmeel keert de plasmaconcentratie na 24 uur bijna
tot de uitgangswaarde terug.
De plasmaklaring bedraagt 31,4 ml/min bij toediening van 500 ml HES 130/0,4
(6%), met een AUC van 14,3 mg/ml h, wat wijst op een niet-lineaire
farmacokinetiek. De plasmahalfwaardetijden bedragen t1/2 = 1,4 h en t1/2Ŗ = 12,1 h
bij een eenmalige toediening van 500 ml.
Gebruik van dezelfde dosis [500ml] bij personen met een stabiele matige tot ernstige
nierinsufficiŽntie geeft een matige toename van de AUC met een factor 1,7 (95%
betrouwbaarheidslimieten 1,44 en 2,07) bij personen met een ClCr < 50 ml/min
vergeleken met personen met een ClCr > 50 ml/min. De terminale halfwaardetijd en
de piekconcentratie van hydroxyethylzetmeel worden niet beÔnvloed door
nierinsufficiŽntie. Bij een ClCr 30 ml/min kon 59% van het geneesmiddel in de
urine worden teruggevonden, vs 51 % bij een ClCr van 15 tot 30 ml/min.
Er trad geen significante accumulatie in het plasma op, zelfs niet na een dagelijkse
toediening van 500 ml van een 10%-oplossing met hydroxyethylzetmeel 130/0,4 aan
vrijwilligers gedurende een periode van 10 dagen. In een experimenteel model met
ratten, waarbij gedurende 18 dagen herhaalde doses van 0,7g HES 130/0,4/kg
lichaamsgewicht per dag werden gegeven, was de weefselopslag 52 dagen na de
laatste toediening 0,6% van de totale toegediende dosis.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van Volulyte bij dialyse.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Subchronische toxiciteit:
De intraveneuze toediening van 9 g van het hydroxyethylzetmeel in Volulyte/kg
lichaamsgewicht/dag bij ratten en honden gedurende 3 maanden gaf geen tekens van
toxiciteit, behalve een toxiciteit veroorzaakt door de verhoogde belasting van de
nieren en de lever, door de opname en metabolisatie van hydroxyethylzetmeel in het
reticulo-endotheliaal systeem, leverparenchym en andere weefsels. Deze toxiciteit
hangt samen met de niet-fysiologische omstandigheden van de dieren gedurende de
testperiode.




SKP
De laagste toxische dosis ligt hoger dan 9 g van het hydroxyethylzetmeel aanwezig
in Volulyte/kg lichaamsgewicht/dag. Dit is minstens 3 keer hoger dan de maximale
therapeutische dosis voor mensen.
Reproductietoxiciteit:
Het type hydroxyethylzetmeel dat in Volulyte aanwezig is, bezat geen teratogene
eigenschappen bij ratten of konijnen. Embryoletale effecten zijn waargenomen bij
konijnen bij 5 g/kg lichaamsgewicht/dag. Bij ratten verlaagde een bolusinjectie van
deze dosis tijdens de dracht en tijdens het zogen het lichaamsgewicht van de jongen
en induceerde ontwikkelingsvertragingen. Embryofoetotoxiciteit bij ratten en
konijnen werd echter alleen waargenomen bij toxische dosisniveaus voor de moeder.
Tekenen van te veel vocht werd bij de moederdieren waargenomen. Er is geen
fertiliteitsonderzoek op rechtstreeks blootgestelde dieren uitgevoerd.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen

Natriumhydroxide (voor pH aanpassing)

Zoutzuur (voor pH aanpassing)

Water voor injecties
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit
geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen worden gemengd.
6.3 Houdbaarheid

a) Houdbaarheid van het product zoals verpakt voor verkoop:
Glazen fles:
4 jaar
Freeflex-zak: 3 jaar


b) Houdbaarheid na de eerste opening van de verpakking :
Het product moet onmiddellijk na opening worden gebruikt.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren




SKP
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Niet invriezen
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Kleurloze type II glazen fles met een halobutyl rubberen sluiting en een aluminium
dop:
1 x 250 ml, 10 x 250 ml; 1 x 500 ml, 10 x 500 ml


Polyolefine zak (Freeflex)
met omzak

1 x 250 ml, 20 x 250 ml, 30 x 250 ml,


35 x 250 ml, 40 x 250 ml


1 x 500 ml, 15 x 500 ml, 20 x 500 ml;
Het is mogelijk dat niet alle verpakkingsgrootten gecommercialiseerd zijn
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Uitsluitend voor eenmalig gebruik.

Moet onmiddellijk na het openen van de fles of zak worden gebruikt.
Alle ongebruikte oplossingen moeten worden weggegooid.
Alleen heldere oplossingen zonder aanwezigheid van deeltjes en onbeschadigde
verpakkingen gebruiken.
Vůůr gebruik de omzak verwijderen van de polyolefine (freeflex) zak.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd
overeenkomstig lokale voorschriften.

7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Fresenius Kabi Nederland B.V.

Postbus 2397
5202 CJ 's Hertogenbosch




8.
NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN

RVG 33457




SKP

9.

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING /
HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

A. Datum van eerste vergunning:
B. Datum van hernieuwing van de vergunning:

10.
DATUM HERZIENING VAN DE TEKST
28 mei 2008








« Vorige
[Voltaren Emulgel 1.16 % gel, gel 11.6 mg/g]
Volgende »
[Volulyte 6% oplossing voor infusie]