Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK)

Pijnstilling op recept

Nieuws van: Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK)
In 2007 verstrekten de Nederlandse apotheken 9,3 miljoen keer een receptgeneesmiddel voor pijnbestrijding. Dit is 2,7% meer dan het jaar daarvoor. Met dat aantal voorschriften was een bedrag van € 102 miljoen aan kosten gemoeid, een daling van 1,5%.

In het algemeen geldt dat pijnbestrijding in de eerste plaats gericht moet zijn op het wegnemen van de oorzaak van de pijn. Als dat onvoldoende lukt of als de oorzaak van de pijn (nog) niet vaststaat, kunnen pijnstillers worden ingezet. Afhankelijk van de ernst en oorzaak van de pijn zijn verschillende groepen pijnstillers beschikbaar. Paracetamol, dat goed verdraagbaar, goedkoop en effectief is wordt het meest gebruikt. Als paracetamol onvoldoende werkzaam blijkt of als beter direct een sterkerwerkend middel kan worden ingezet, gezien de aard van de pijn, komen acetylsalicylzuur (het aloude Aspirine®) en NSAID's (niet-corticosteroïde ontstekingsremmende geneesmiddelen) in aanmerking. Acetylsalicylzuur en NSAID's kennen overigens als belangrijke bijwerking een beschadigende invloed op de maagwand. Bij langdurig gebruik wordt daarom additioneel gebruik van een maagzuurremmer geadviseerd of combinatiepreparaten van een NSAID met een maagzuurremmer. De meest sterkwerkende pijnstillers zijn de centraal werkende,opioïden. Een groot nadeel van de vertegenwoordigers van deze groep zijn de ernstige bijwerkingen die hierbij in meer of mindere mate voorkomen, zoals ademhalingsdepressie, verslaving en obstipatie.

Trends op recept
Pijnstillende receptgeneesmiddelen zijn in 2007 in totaal 9,3 miljoen keer afgeleverd, voor een bedrag van € 102 miljoen. Deze cijfers wijken niet sterk af van die van 2006. Het aantal voorschriften is met 2,7% gestegen en de kosten zijn met 1,5% licht gedaald. De kosten betreffen alleen de materiaalkosten en niet de kosten voor de werkzaamheden in de apotheek. Omdat paracetamol en acetylsalicylzuur ook zonder recept verkrijgbaar zijn, zijn ze in bovenstaande cijfers niet inbegrepen. Dat geldt ook voor dat deel van de NSAID's dat zonder recept bij apotheek en drogist verkrijgbaar is, zoals de laaggedoseerde preparaten van ibuprofen, diclofenac en naproxen. Combinatiepreparaten van paracetamol o.a met codeïne en acetylsalicylzuur met het anti-emeticum metoclopramide dragen wel bij aan de genoemde cijfers. Deze laatste combinatie (Migrafin®) kent geen algemene toepassing als pijnstiller, maar wordt specifiek bij migraine toegepast.

Aandelen
Binnen de pijnstillende receptgeneesmiddelen vormen de NSAID's al vele jaren de grootste groep. In 2007 namen zij 64% van de voorschriften voor hun rekening. Een jaar eerder was dit nog ruim 66%. Absoluut gezien is het aantal verstrekkingen van NSAID's ten opzichte van 2006 met 1% licht gedaald. Op de tweede positie komen de opioïden met een voorschriftenaandeel van 27%.. Het gebruik van opioïden is de afgelopen jaren sterk gestegen, zoals de SFK al eerder signaleerde. Deze stijging bedroeg de afgelopen drie jaar jaarlijks 10 à 11%. Binnen de pijnstillende receptgeneesmiddelen vormen de "overige pijn- en koortswerende middelen" (N02B) met 9% van de voorschriften de kleinste groep. Het overgrote deel daarvan, 95%, bestaat uit combinaties van paracetamol met relatief laaggedoseerd codeïne (N01BE51). De rest komt toe aan de genoemde acetylsalicylzuur-metoclopramide combinatie. Combinaties van paracetamol met hooggedoseerd codeïne (N02AA59) behoren tot de opioïden. In het overzicht van meest voorgeschreven pijnstillers zijn beide typen van paracetamol en codeïne combinaties bij elkaar opgeteld.
www.sfk.nl/publicaties/farmacie_in_cijfers/2008/2008-39.html - 25 sep 2008



« Vorige
[Nieuwe gevallen PML bij Tysabri]
Volgende »
[Farmafeiten: nieuwste feitenoverzicht is verschenen]