Proefschrift: Kwaliteit diabeteszorg kan beter

Nieuws van: De nieuwe praktijk
'Klinische inertie' en een slechte therapietrouw zijn belangrijke barrières voor een goede diabeteszorg, concludeert promovendus Rykel van Bruggen. Hij vond nauwelijks verschil in de kwaliteit van zorg tussen de huisarts en de internist.

Met de kwaliteitsmeter QuED onderzocht Van Bruggen diabetespatiënten type 2 in de eerste en tweede lijn. De verschillen waren minimaal, al bleef in de eerste lijn het HvA1c percentage en de systolische bloeddruk significant lager dan in de tweede lijn. Ook hadden meer patiënten in de eerste lijn een HbA1c<8%. Op de QuED zijn in totaal 40 punten te behalen. Maar zowel huisartsen als internisten haalden er nog geen twintig. "Er is ruimte voor verbetering", concludeert Van Bruggen.

Barrières in diabeteszorg
Belangrijkste barrières voor een goede diabeteszorg zijn 'klinische inertie' en een slechte therapietrouw van patiënten.

Klinische inertie
Klinische inertie, het te langzaam aanpassen van de behandeling op veranderingen in de situatie van de patiënt, komt vooral voor bij patiënten met een slecht gereguleerde bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte. Van Bruggen concludeert dat artsen hun behandeling te vaak alleen richten op het verlagen van het bloedglucosegehalte en minder op het aanpakken van cardiovasculaire risicofactoren. Als een nurse practitioner de zorg voor de diabetespatiënt regelde, kwam klinische inertie overigens minder voor.

Therapietrouw
Uit een onderzoek van de WHO bleek dat slechts 50 procent van de patiënten met diabetes volledig trouw was aan de behandeladviezen.
Een slechte therapietrouw komt vaker voor als diabetici meerdere medicijnen tegelijk moeten slikken. Van Bruggen vond een relatie tussen het aantal voorgeschreven geneesmiddelen en het correct gebruik van bloeddrukverlagende medicatie. Hij adviseert daarom bij voor het intensiveren van de behandeling eerst de geneesmiddelentrouw ter sprake te brengen.

Lokale diabetesrichtlijnen niet effectief
De promovendus onderzocht of het aanpassen van landelijke diabetesrichtlijnen aan lokale omstandigheden effect had. Hij vond nauwelijks effect van lokale aanpassingen op de uitkomst van de zorg, alhoewel het zorgproces wel verbeterde.

Van Bruggen adviseert dat het beter is om de energie te steken in a) het goed invoeren en naleven van de landelijke richtlijnen en b) het verminderen van klinische inertie, dan aan het aanpassen van de landelijke richtlijnen aan lokale omstandigheden.

Nieuwe set kwaliteitsindicatoren
In het laatste hoofdstuk van zijn proefschrift (pagina 124) noemt Van Bruggen veertien indicatoren waarmee de kwaliteit van de diabeteszorg het beste gemeten kan worden. In die indicatoren neemt hij ook klinische inertie, therapietrouw en patiënttevredenheid mee.

Rykel van Bruggen promoveert op 3 maart aan de Universiteit van Utrecht op de "Kwaliteit van diabeteszorg in de huisartsenpraktijk".
www.denieuwepraktijk.nl/...euwsberichten/promotiediabeteszorg/default.htm - 2 mrt 2009



« Vorige
[Wetenschappers vinden oorzaak van grijs haar]
Volgende »
[Meer ziekenhuiszorg met minder bedden]